Nederlands in de onderbouw - Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens

1 Inleiding

deelvaardigheden 6 vormen de reflectie op het proces van het taalgebruik: de kwaliteit van de gevolgde aanpak bij het lezen, schrijven, spreken, luisteren en gesprekken voeren. De grote lijn in de deelvaardigheden wordt gevormd door het OVUR-principe: Oriënteren – Voorbereiden – Uitvoeren – Reflecteren. Wanneer je bijvoorbeeld je leerlingen leert zich te oriënteren op een schrijf- taak en je leert hun ook zich te oriënteren op een spreektaak, moet je bij het ene gebruikmaken van wat ze bij het andere hebben geleerd, door het op een soortgelijke wijze te oefenen en daarbij de aandacht te vestigen op overeen- komsten en verschillen. Zulke transfer levert niet alleen tijdwinst op (je hoeft het maar één keer helemaal uit te leggen) maar ook meer leereffect. Binnen de totaalvaardigheden of taken zijn er ook transfermogelijkheden. De eerste is transfer tussen taken die sterk op elkaar lijken, aangegeven via de hori- zontale lijnen van deel I van de totaalvaardigheden. Instructies geven en instructies – lezend of luisterend – begrijpen zijn uiteraard nauw verwant. Duidelijke overeenkomsten zijn er eveneens tussen reclameteksten (geschreven en gesproken) en advertenties, tussen krantenberichten en informatieve pro- gramma’s, tussen schoolboeken en mondelinge uitleg van de leraar en tussen schriftelijke en mondelinge verslagen. Hier geldt ook: van wat leerlingen geleerd hebben toen je het luisteren naar instructies aan de orde stelde, moet je gebruikmaken als je het lezen of zelf mondeling geven van instructies behan- delt. De horizontale lijnen van deel II van de totaalvaardigheden geven een tweede mogelijkheid van transfer aan: leerlingen kennis en vaardigheden die ze hebben opgedaan binnen het kader van de ene taak laten toepassen binnen het kader van de andere. Het raadplegen van gegevensbestanden of het houden van een vraaggesprek is bijvoorbeeld een functionele activiteit binnen het kader van het maken van een werkstuk. Betogende teksten, evenals vaardigheid in het betogen in het algemeen, kunnen inleiding en aanleiding zijn tot discussie en debat. Informeren bij een instantie kan vergezeld gaan van een brief. Het laatste type transfer is overigens niet beperkt tot het gebied van de taal- vaardigheid. We geven enkele mogelijkheden voor de andere hoofdstukken aan. Creatief schrijven en een boek presenteren zijn makkelijk te verbinden met leerstofelementen uit hoofdstuk 5, Fictie. Schoolboeken, reclame en dis- cussies zijn te verbinden met leerstofelementen uit hoofdstuk 6, Taalbeschou- wing. Alle genoemde transfermogelijkheden zijn ook expliciet aangegeven bij de lessuggesties in de hoofdstukken. Een vindingrijke leraar zal er ongetwijfeld nog meer kunnen opsporen. Transfer aanbrengen tussen leersituaties is een krachtig middel om de samenhang tussen domeinen binnen het schoolvak Nederlands te vergroten.

30

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online