Nederlands in de onderbouw - Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens

1 Inleiding

1.4.2.2 Transfermogelijkheden van de leerstof Met Simons (1990) omschrijven we ‘transfer’ als volgt:

‘Transfer heeft betrekking op de invloed die eerder geleerde kennis en vaardigheden hebben op het gebruiken van die kennis en vaardigheden in nieuwe leersituaties, alsmede in toepassingssituaties (bijvoorbeeld werksituaties).’

Simons onderscheidt drie vormen van transfer. We geven ze hierna kort weer en schetsen welke uitwerking ze in ons boek hebben gekregen.

Voorkennis De eerste transfervorm heeft betrekking op de voorkennis die leerlingen (en andere lerenden) hebben, hetzij vanuit vroeger gevolgd onderwijs, hetzij vanuit het dagelijks leven. Geen leerling staat blanco tegenover zaken als (om de voor- beelden aan het onderwijs in het Nederlands te ontlenen) kranten, brieven, romans, vraaggesprekken of spellingsvraagstukken, bedoelingen van schrijvers en gespreksregels. Het is van belang dat deze voorkennis opgeroepen wordt, zodat de transfer ervan naar het leerproces kan plaatshebben. Juiste voorkennis moet benut worden en van onjuiste of slechts ten dele juiste voorkennis moet zichtbaar gemaakt worden waar de gebreken zitten. In de taalvaardigheids- hoofdstukken van dit boek (hoofdstuk 2 tot en met 4) schetsen we systematisch manieren waarop de leerlingen hun voorkennis kunnen oproepen en inzetten. Die manieren komen tot uiting in de deelvaardigheden 2 (die allemaal het karakter dragen van oriënteren) en 3 (die het karakter dragen van verkenning van de inhoud bij lezen en luisteren en van het voorbereiden van de inhoud bij spreken, gesprekken voeren en schrijven). Ook de hoofdstukken 5 en 6 bevatten lessuggesties waarin leerlingen aan- gezet worden hun voorkennis te gebruiken bij het leren van nieuwe zaken. Transfer tussen leersituaties De tweede transfervorm heeft betrekking op transfer van de ene leersituatie naar de andere. Leersituaties moeten zo worden ingericht dat kennis en vaar- digheden die leerlingen erin opdoen, makkelijk kunnen worden ingezet in andere vergelijkbare leersituaties. Aan het schema hierna is te zien dat dit boek zo is ingericht dat tussen de diverse deelvaardigheden of deeltaken een optimale transfer mogelijk is. Alle deelvaardigheden 2 zijn oriënterend van aard. Alle deelvaardigheden 3 dragen het karakter van het verkennen of voorbereiden van de inhoud. Alle deelvaar- digheden 4 hebben als kern de informatieoverdracht, met de specifieke talige en communicatieve aspecten die daarbij van belang zijn. De deelvaardig­ heden 5 houden de reflectie in op het product van het taalgebruik: de kwaliteit van de gelezen, geschreven of gesproken tekst en het gevoerde gesprek. De

28

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online