Nederlands in de onderbouw - Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens

1 Inleiding

bevindt. Afhankelijk van de situatie kan met die basisschoolmethode verder gewerkt worden. In sommige gevallen zal het nodig zijn voor individuele leer- lingen cursussen te zoeken of te maken waarmee zij op hun eigen manier en in hun eigen tempo de basisvaardigheden kunnen verwerven. In de hoofdstuk- ken 2 tot en met 4 worden steeds de bij het betreffende vakonderdeel belang- rijke basisvaardigheden besproken. Deelvaardigheden Lees- en schrijfactiviteiten en ook spreek- en luistersituaties leveren veel leer- lingen problemen op, omdat ze niet goed weten hoe ze die situaties moeten benaderen. Het vak Nederlands moet erop gericht zijn dat leerlingen instru- menten, strategieën in handen krijgen waarmee ze zelfstandig de problemen die het taalgebruik met zich meebrengt te lijf kunnen. Ten behoeve van dit boek hebben we de activiteiten lezen, schrijven, spre- ken, luisteren en gesprekken voeren opgedeeld in kleine, onderwijsbare stuk- jes. Wat komt er eigenlijk allemaal kijken bij het lezen van een tekst of het voe- ren van een gesprek? Wat doen ervaren taalgebruikers (onbewust) allemaal in die situaties? Zo formuleerden we deelvaardigheden die nodig zijn om ade- quaat te kunnen schrijven, spreken, lezen en luisteren. Wie geen idee heeft wat voor soort tekst hij in handen heeft, kan deze moei- lijk doelgericht gaan lezen. Je kunnen oriënteren op de leestaak is dus zo’n deel- vaardigheid. Andere voorbeelden van deelvaardigheden zijn het voorbereiden van een gesprek en het stellen van vragen over een mondelinge uitleg. Ook kunnen spellen, onmisbaar bij het schrijven van teksten, valt in deze categorie. Als leerlingen de verschillende deelvaardigheden verwerven, en begrijpen waarom deze van belang zijn, krijgen ze meer greep op de taalgebruikssituaties in het dagelijks leven. Je kunt niet direct tegen leerlingen zeggen: ‘Schrijf maar een brief.’ Je moet ze leren hoe ze die schrijftaak stap voor stap met behulp van allerlei deelschrijfvaardigheden (oriënteren op de schrijftaak, brainstormen, zinsbouw, enzovoort) kunnen vervullen. Dit boek laat zien hoe alle belangrijke deeltaalvaardigheden onderwezen kunnen worden. Daarbij staat voorop dat ook de leerlingen begrijpen dat deze deelvaardigheden nodig zijn bij het gebruiken van taal in echte communica- tieve situaties. Dat betekent dat die echte ‘totaalsituaties’ ook vaak de context vormen waarin deelvaardigheden geoefend worden. Met deze uitgangspunten als basis zijn in de hoofdstukken 2, 3 en 4 de deelvaardigheden voor lezen, schrijven en spreken/luisteren uitgewerkt. Totaalvaardigheden De vaardigheid die nodig is om in complete communicatieve situaties de taal adequaat te gebruiken noemen we in dit boek ‘totaalvaardigheid’. Totaalvaar- digheid is de optelsom van deelvaardigheden, toegepast op een bepaalde tekst-

26

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online