Nederlands in de onderbouw - Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens

1 Inleiding

‘Brieven en e-mails schrijven komt in alle jaren aan de orde. De vormkenmerken en het overbrengen van korte berichten vormen de stof voor jaar 1. Een informele correspondentie kan in jaar 1 beginnen en eventueel in jaar 2 doorlopen. Daarna worden de brieven en e-mails langer (meerdere alinea’s) en formeler, en de bood­ schappen moeilijker.’ Dimensie twee is: de mate van voorkennis van de communicatiedeelnemers van het onderwerp van de communicatie. Hoe minder voorkennis communi- catiedeelnemers hebben van dat onderwerp, des te groter is de afstand tussen hen en het onderwerp en des te complexer is voor hen de communicatieve situatie. Vandaar dat wij bijvoorbeeld bij het laten bekijken van informatieve tv-programma’s de volgende opbouw voorstellen: ‘Besteed eerst aandacht aan informatieve programma’s die de leerlingen al goed kennen: het Jeugdjournaal en een populaire talkshow. Stap daarna over op de wat moeilijker talkshow en het korte journaal. Besteed ten slotte aandacht aan het acht­ uurjournaal, actualiteitenrubrieken, documentaires en consumentenprogramma’s.’ Dimensie drie is: de moeilijkheidsgraad van het onderwerp van de communi- catie voor de communicatiedeelnemers. Uiteraard zit daar een subjectieve kant aan, net als bij de tweede dimensie. Maar er zijn ook objectiever meetbare kan- ten aan wat er gezegd of geschreven wordt, zoals: de hoeveelheid verschillende inhoudselementen en de ingewikkeldheid van formulering en opbouw. Hoe meer inhoud, hoe ingewikkelder formulering en opbouw, des te complexer de communicatieve situatie. Als voorbeeld geven we de opbouw die we voorstel- len bij het laten lezen van instructies: ‘Eenvoudige instructies die uit enkele stappen bestaan gaan vooraf aan uitgebreide instructies voor ingewikkelde handelingen. Goed gestructureerde en bijvoorbeeld genummerde instructies gaan vooraf aan instructies die “verborgen” zitten in een doorlopende tekst.’ Dimensie vier is: de mate van betrokkenheid van de communicatiedeelnemers bij het onderwerp van de communicatie. Hoe minder betrokken communica- tiedeelnemers zijn bij een onderwerp, des te groter is de afstand tussen hen en het onderwerp en des te complexer is voor hen de communicatieve situatie. Bij het laten discussiëren bijvoorbeeld stellen we de volgende opbouw voor: ‘Nadat in jaar 1 nog heel informeel ervaringen en belevenissen worden uitgewisseld, wordt vanaf jaar 2 serieuzer gediscussieerd. In jaar 2 gebeurt dat nog met veel aan­ wijzingen en deelopdrachten, in jaar 3 moet de klas in principe zelf een discussie kunnen voeren over een aangereikt onderwerp. De onderwerpen die in jaar 2 en 3

32

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online