Werken aan maatschappelijke participatie - Korevaar

Werken aan MAATSCHAPPELljKE PARTICIPATIE Praktijkboek voor zorg en welzijn

Lies Korevaar en Jacomijn Hofstra (red.)

u i t g e v e r ij

c

c o u t i n h o

Werken aan maatschappelijke participatie

Werken aan maatschappelijke participatie

Praktijkboek voor zorg en welzijn

Lies Korevaar en Jacomijn Hofstra (red.) Jos Dröes Peter van der Ende

Gineke Hanzen Franca Hiddink Els Luijten Birgit Sporken Tom van Wel Annemarie Zijlstra

bussum 2022

www.coutinho.nl/maatschappelijkeparticipatie Je kunt aan de slag met het online studiemateriaal bij dit boek. Dit materiaal bestaat uit opdrachten, werkbladen en achtergrondinformatie.

© 2022 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautoma tiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toe gestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor de readerregeling kan men zich wenden tot Stichting UvO (Uitgeversorganisatie voor Onderwijslicenties, www.stichting-uvo.nl). Voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in knipselkranten dient men contact op te nemen met Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, www.stichting-pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Concreat, Utrecht Foto omslag: © Shutterstock Foto p. 62: © Lisette Mijnen, met dank aan Laag Catharijne Rental & Repair, Utrecht Foto p. 132: © R92 Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriende lijk verzocht contact op te nemen met de uitgever. De personen op de foto’s komen niet in de tekst voor en hebben geen relatie met hetgeen in de tekst wordt beschreven, tenzij het anders vermeld is.

ISBN: 978 90 469 0793 1 NUR: 752

Inhoud

Ten geleide

9

Deel 1

Algemeen

15

1

Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers

17 17 20 21 26 28 29 31 31 32 34 37 42 43 44 45 47 47 49 58 61 61 63 66 71 74 75

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Inleiding

Participatieproblemen en ondersteuning Belangrijke pijlers van maatschappelijke participatie

Rehabilitatie

Beleidsverandering en verandering in wet- en regelgeving

Tot slot

2

Psychopathologie en participatiewensen

Inleiding

Drie perspectieven

Wat is een psychische ziekte?

Denkvolgorde

Voorbeeldvragen en interventies

Behandeling en rehabilitatie gaan hand in hand Valkuil van de denkvolgorde: onderbehandeling

Tot slot

3

Vertel ik het wel of vertel ik het niet? Openheid geven over onzichtbare problemen

3.1 3.2 3.3

Inleiding

De interventie ‘Vertel ik het wel of vertel ik het niet?’

Tot slot

4

Van bond- naar reisgenootschap: hoe doe je dat?

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding

Het scheppen van een band

Samenwerken

Coachen

Beëindigen van het bond- of reisgenootschap

Tot slot

5

Participatie door individuele rehabilitatie

77 77 78 82 88 89 89 90 92 94 98

5.1 5.2 5.3 5.4 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 8.1 8.2 8.3 8.4 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

Inleiding

Begin van het rehabilitatieproces De vier fases van de IRB uitgewerkt

Tot slot

6

Vaardigheden en hulpbronnen

Inleiding

Samenhang met succes en tevredenheid

Twee extra uitgangspunten

Vaardigheden Hulpbronnen

102

Tot slot

Deel 2

Specifieke toepassingen

105

7

IRB in Beeld

107 107 108 110 111 112 113 116 117 119 119 121 121 129 131 131 133 133 134 139 141

Inleiding

De Yucelmethode

De Individuele Rehabilitatie Benadering Ontstaan van de IRB in Beeld

Verschil tussen de IRB in Beeld en de Yucelmethode De IRB vertaald in de blokkentaal: de IRB in Beeld

Eerste ervaringen

Tot slot

8

Zorg voor Participatie: de IRB bij ‘weinig woorden’

Inleiding

Zorg voor Participatie: IRB-maatwerk Zorg voor Participatie: het zevenstappenmodel

Tot slot

9

Begeleid Ouderschap

Inleiding

Beleving en vormgeving van het ouderschap

Rehabilitatie & Ouderschap

Het versterken van de ouderrol: Rudolf Het hernemen van de ouderrol: Suzan

Tot slot

10

Eenzaamheid verminderen

143 143 146 147 148 149

10.1 Inleiding

10.2 Aanpak eenzaamheid 10.3 Het scheppen van een band 10.4 Het verkennen van de situatie 10.5 Reflectie op het eigen netwerk

10.6 Het kiezen van een oplossingsrichting om eenzaamheid te verminderen 10.7 Het verkrijgen en behouden van de gewenste sociale contacten

151

153 156

10.8 Tot slot

11

Financiële zelfredzaamheid versterken

157 157 158 161 170 171 171 172 174 175 177

11.1 Inleiding

11.2 Factoren die financieel functioneren beïnvloeden 11.3 Het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid

11.4 Tot slot

12

Van crisis naar participatie

12.1 Inleiding

12.2 Van crisis naar participatie 12.3 Crisisnabespreking: terugblik 12.4 Crisisnabespreking: stap voorwaarts

12.5 Tot slot

Literatuurlijst

179

Register

185

Over de auteurs

189

Ten geleide Lies Korevaar & Jacomijn Hofstra

Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers is een belangrijk thema in de huidige samenleving. Rehabilitatie, ook wel participatieondersteuning, is individuele ondersteuning op maat bij het overwinnen of voorkomen van participatieproblemen. In dit studieboek gebruiken we daarvoor de Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB). Professionals kunnen via de IRB participatieon dersteuning aanbieden op een methodische wijze. De benadering is ontworpen voor gebruik bij mensen met een beperking of kwetsbaarheid, maar tegenwoor dig wordt de methodiek toegepast bij alle mensen met participatieproblemen. De IRB richt zich exclusief op het individuele proces van gaan participeren op een of meer maatschappelijke terreinen. Uiteraard kan (en zelfs moet) partici patieondersteuning ook plaatsvinden op groeps-, systeem- of overheidsniveau. Binnen de huidige maatschappelijke condities zijn er echter mensen die van wege (de ernst van) hun belemmering individuele ondersteuning nodig hebben bij het uitoefenen van hun maatschappelijke rollen. Op die behoefte aan indi vidueel maatwerk bij de ondersteuning hiervan gaat dit studieboek specifiek in. In de methodiek staan daarbij het zich bewust worden van en het stellen van doelen en het leren gebruiken van vaardigheden en hulpbronnen door de persoon centraal. Het studieboek heeft een praktische insteek: studenten leren niet alleen wat er moet gebeuren ommensen met participatieproblemen te ondersteunen, maar ook hoe zij dit in de praktijk kunnen vormgeven. Het primaire doel is dan ook het verwerven van praktische en toepasbare kennis op het gebied van participatie en rehabilitatie. Na het lezen van dit studieboek en het maken van de bijbehorende opdrachten weten (toekomstige) professionals in zorg en welzijn hoe zij via de IRB participatieondersteuning op een methodische wijze kunnen aanbieden. In 2008 is Handboek rehabilitatie voor zorg en welzijn gepubliceerd, onder redactie van Lies Korevaar en Jos Dröes, waarvan in 2016 al weer de derde, herziene editie is verschenen. Dit handboek geeft de theorie en de toepassings mogelijkheden van de IRB weer zoals die is ontwikkeld door het Amerikaanse Center for Psychiatric Rehabilitation van Boston University. De meeste hoofd stukken gaan over in Nederland ontwikkelde toepassingen van het oorspronke lijke gedachtegoed. Het handboek heeft sinds 2008 een belangrijke rol gespeeld bij opleidingen en in het werkveld. Door de ervaringen met dit handboek en door de eigen ervaringen binnen scholingsprogramma’s van zowel de Hanze hogeschool Groningen als Stichting R92 (voorheen Stichting Rehabilitatie ’92) is de wens opgekomen om naast het handboek het voorliggende studieboek te

9

Werken aan maatschappelijke participatie

ontwikkelen, gericht op de praktische invulling van rehabilitatie. Ook speelt dit studieboek in op actuele maatschappelijke thema’s die vermoedelijk nog jaren zullen spelen. Voorbeelden hiervan zijn langdurige armoede, eenzaamheid en de toename van het aantal mensen die om uiteenlopende redenen buiten de boot vallen en dak- en/of thuisloos worden. Het Handboek rehabilitatie voor zorg en welzijn kan daarnaast ter verdieping gebruikt blijven worden. Voor wie is dit studieboek? De IRB is dé evidencebased methode om mensen te ondersteunen bij het ver kennen, kiezen, verkrijgen en behouden van hun eigen participatiedoelen. Deze vorm van hulpverlening is niet aan een specifieke discipline gebonden. Het ver eist een beroepshouding die de emancipatie en groeimogelijkheden van men sen benadrukt, juist ook als zij ernstige langdurige beperkingen hebben. De doelgroep van dit studieboek bestaat uit (toekomstige) professionals in zorg en welzijn. Denk hierbij aan hbo-studenten die opleidingen als Social Work, HBO-Verpleegkunde, Toegepaste Psychologie en paramedische oplei dingen volgen. Het boek kan gebruikt worden bij vakken als sociale inclusie, diversiteit, ggz/psychiatrie, (maatschappelijke) participatie, langdurige zorg, of jeugd. Behalve voor het hbo is dit praktijkgerichte boek ook in te zetten in as sociate degrees en in het mbo. Binnen het mbo is het geschikt voor mbo 4-op leidingen als Sociaal Werk en Maatschappelijke Zorg. Daarnaast is het geschikt voor minors zoals rehabilitatie, sociale psychiatrie en lvb, en voor post-hbo- en cursorisch onderwijs zoals R92 en het RINO dat verzorgen. Alle professionele hulpverleners die mensen begeleiden of ondersteunen bij het overwinnen of voorkomen van participatieproblemen kunnen het boek gebruiken als verster king van hun praktijk. Doelstelling van dit boek Het primaire doel van dit studieboek is, zoals genoemd, het verwerven van praktische en toepasbare kennis op het gebied van participatie en rehabilitatie, waarna op een methodische wijze participatieondersteuning aangeboden kan worden. Natuurlijk volstaat het lezen van een boek niet voor het verwerven van alle vaardigheden en competenties. Een gedegen opleiding omvat, naast het bestu deren van literatuur en theorie, ook het uitvoeren van praktijkopdrachten en het bespreken van de resultaten daarvan. Het leren van rehabilitatietechnieken vereist oefening. Het gaat daarbij niet alleen om het aanleren van een bepaalde attitude en methodiek, maar ook om het omgaan met ingesleten reflexen. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om gedachten als ‘Dat kan de persoon die ik bege leid niet’, ‘Daar beginnen we niet aan’ of ‘Daar is mijn cliënt veel te ziek/beperkt/ moeilijk voor’, om de als goede bedoelingen verpakte ‘beter-wetenreflex’, en om de neiging om de verantwoordelijkheid over te nemen (VanWel et al., 2014). De professional kan leren om vanuit een ander perspectief te kijken en handelen,

10

Ten geleide

dus om niet vanuit probleembeheersing, maar vanuit ondersteuning van wensen, krachten en groeimogelijkheden bij (kwetsbare) burgers aan te sluiten. Ter aanvulling op dit boek worden er op de bijbehorende website aanvul lende opdrachten, oefeningen, links en casuïstiek aangeboden. Opzet van dit boek Het boek bestaat uit twee delen, namelijk een algemeen deel over participatie problemen en de IRB en een deel met specifieke toepassingen van de IRB. Deel 1 start met een inleidend hoofdstuk over de maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers. Bij kwetsbare burgers kan er sprake zijn van psychopa thologische verschijnselen. Deze verschijnselen kunnen participatiewensen in de weg staan: iemand is bijvoorbeeld moeilijk te begrijpen, is depressief, heeft ernstige concentratieproblemen of is hyperactief. De wens zelf kan ook een psy chopathologisch verschijnsel zijn: iemand wil bijvoorbeeld minister-president of astronaut worden. Hoe stel je je dan als hulpverlener op? In hoofdstuk 2 wordt hier nader op ingegaan. Psychopathologische verschijnselen zijn meestal niet zichtbaar. Dit geldt ook voor veel somatische (bijvoorbeeld hiv, chronische darmklachten), cognitieve (bijvoorbeeld door een hersenbloeding) of verstan delijke beperkingen. Uit angst voor stigma en sociale uitsluiting durven men sen niet altijd open te zijn over hun kwetsbaarheid of beperking. Dit kan ertoe leiden dat mensen niet de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben om mee te kunnen doen aan de samenleving. Om mensen bij dit dilemma te onder steunen wordt daarom in hoofdstuk 3 ingegaan op het openheidsinstrument ‘Vertel ik het wel of vertel ik het niet?’. Om samen aan participatiedoelen te kunnen werken is een goede samenwerkingsrelatie tussen persoon en profes sional noodzakelijk. Deze relatie noemen we het ‘bondgenootschap’. Hoe dit bondgenootschap vorm en inhoud te geven wordt in hoofdstuk 4 behandeld. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de rehabilitatiemethodiek uiteengezet waar mee de professional de persoon praktisch en concreet kan begeleiden bij het werken aan zijn of haar participatiewensen en -doelen. Een essentieel onder deel van de methodiek is het samen werken aan het achterhalen en realiseren van de onmisbare vaardigheden en onmisbare hulpbronnen die nodig zijn voor het bereiken en behouden van de gestelde participatiedoelen op het gebied van wonen, betaald werk, onderwijs, dagbesteding en sociale contacten. Hier wordt in hoofdstuk 6 op ingegaan. In deel 2 worden specifieke toepassingen van de rehabilitatiemethodiek gepre senteerd. Veel concepten in de zorg zijn verbaal en abstract van karakter. Dat maakt het onthouden ervan lastig, zeker voor doelgroepen die minder verbaal of juist té verbaal zijn, of die de taal (nog) niet goed beheersen. De ‘blokkentaal’ en de communicatiemechanismen van de Yucelmethode zijn dan goed inzetbaar. In

11

Werken aan maatschappelijke participatie

hoofdstuk 7 worden de stappen van de IRB zichtbaar en tastbaar gemaakt via deze methode. Een andere aangepaste toepassing van de IRB wordt in hoofdstuk 8 beschre ven. Bij de begeleiding van mensen met (ernstige) verstandelijke of cognitieve problemen, voor wie het verwoorden van wat hen bezighoudt niet of veel minder goed mogelijk is, dient de reguliere IRB te worden aangepast. De uitgangspunten en waarden van de IRB zijn van toepassing voor álle kwetsbare mensen, maar de concrete methodiek die wordt ingezet kan verschillen. Dit hoofdstuk gaat in op het gebruik van deze uitgangspunten en waarden bij de participatiewensen van mensen met (ernstige) verstandelijke of cognitieve beperkingen. Welke concrete acties dragen bij aan het realiseren van deze participatiewensen? Een andere doelgroep waarbij de IRB op een specifieke manier wordt toe gepast, betreft ouders met een psychische kwetsbaarheid of met een verstande lijke of een lichamelijke beperking. In hoofdstuk 9, over ‘Begeleid Ouderschap’, wordt ingegaan op de vaardigheden en hulpbronnen die waar nodig bij het ont wikkelen van ouderschap kunnen worden ingezet. Veel (kwetsbare) burgers voelen zich eenzaam. Vanwege de situatie waarin zij verkeren, is het sociaal netwerk vaak verkleind of zelfs geheel verdwenen. In hoofdstuk 10 wordt nader op de verschillende vormen van eenzaamheid inge gaan. Verder komt aan bod wat professionals kunnen doen om het thema een zaamheid te bespreken en hoe zij, samen met de persoon, eenzaamheid kunnen verminderen. Door werkloosheid en onvoldoende inkomen hebben veel kwetsbare bur gers financiële problemen. Hoofdstuk 11 geeft methodische handvatten waar mee professionals financiële knelpunten samen met de persoon kunnen ver minderen dan wel oplossen. Deel 2 wordt afgesloten met een hoofdstuk over personen met verschillende achtergronden die in een crisis verkeren en niet goed begrepen worden. In de praktijk richten professionals zich meestal op het bestrijden van de acute crisis situatie: de brand moet worden geblust! Dat is natuurlijk zeker waar, maar een crisis kan ook een keerpunt betekenen. Een crisis kan mensen leren om soort gelijke crises in de toekomst te voorkomen of om deze adequater aan te pakken. Een crisis is dé kans voor het starten van een zogenoemd ontwikkelings- of participatieproces. In dit hoofdstuk 12 wordt nader ingegaan op de vraag hoe de persoon van crisis naar ontwikkeling/participatie kan komen. Hoe kan de professional dit proces het best begeleiden? Online studiemateriaal Op www.coutinho.nl/maatschappelijkeparticipatie vind je het online stu diemateriaal bij dit boek. Dit materiaal bestaat uit:

➜ opdrachten ➜ werkbladen ➜ achtergrondinformatie

12

Ten geleide

Tot slot Wij vinden rehabilitatie nog steeds een van de leukste werkvormen in zorg en welzijn. Rehabilitatie gaat uit van de wensen, sterke kanten en groeimoge lijkheden van kwetsbare burgers met beperkingen. Werken met rehabilitatie is ondervinden hoeveel wensen mensen hebben op het gebied van deelnemen aan het gewone, alledaagse, maatschappelijke leven; hoe sterk zij in het leven staan en hoeveel mogelijkheden zij hebben. Intensief aandacht besteden aan de sterke kanten van mensen leidt tot onvermoede resultaten. Het ontdekken van deze positieve aspecten is voor professionals en voor mensen met problemen of beperkingen inspirerend, ontroerend en, zoals gezegd, vooral ook leuk. Je krijgt er energie van! De IRB is een effectieve methodiek om te beschrijven welke wensen, be hoeften en doelen mensen hebben (terrein, fase, definiëren van een doel), om na te gaan wat zij zelf kunnen doen (functionele diagnostiek), en om te inven tariseren welke ondersteuning zij kunnen krijgen vanuit hun eigen netwerk en welke ondersteuning nodig is vanuit de zorg of de gemeentelijke dienstverle ning (hulpbrondiagnostiek). De IRB kan zodoende een van de methodische gereedschappen zijn van professionals die betrokken zijn bij de ondersteuning van de maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers. Als het gaat zoals het is bedoeld, zal iemand die met behulp van rehabilita tietechnieken zijn eigen mogelijkheden benut, zijn sterke kanten ontplooit en zijn wensen vervult, achteraf het gevoel hebben dat hij het zelf heeft gedaan. Dat is ook zo, en zo hoort het ook. Rehabilitatie is een hulpmiddel voor professionals om mensen te onder steunen bij iets wat ze zelf doen, zoals het stellen van een participatiedoel, het inzicht krijgen in hun mogelijkheden en het verwerven van een vaardigheid. Goede rehabilitatie impliceert dat de persoon zelf het stuur in handen heeft of zich het sturen in toenemende mate eigen maakt. Rehabilitatie heeft dus de neiging om onzichtbaar te worden. Bij de participatieondersteuning van een individu is dat wenselijk. In een team van professionals zelf, in een dienst of op een afdeling, dient rehabilitatie echter een goed zichtbare plaats in te nemen, naast andere benaderingen die relevant kunnen zijn. We hopen dat dit boek aan die zichtbaarheid bijdraagt en daar mede een praktische invulling aan geeft.

13

Deel 1 Algemeen

1 Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers Lies Korevaar, Jos Dröes, Tom van Wel, Annemarie Zijlstra & Jacomijn Hofstra

Iedereen telt mee Iedereen doet mee Iedereen draagt bij Iedereen leert

1.1

Inleiding Esmah is 18 jaar en heeft in juni van dit jaar haar vwo-diploma gehaald. Vervol gens is ze in augustus verhuisd naar een studentenflat in de stad en in septem ber begonnen met haar studie sociologie aan de universiteit. Het studeren gaat haar goed af, maar ze voelt zich erg eenzaam. Ze komt uit een dorp, heeft altijd met haar ouders, broer en zus samengewoond, en maakte in het dorp ook deel uit van een groepje vriendinnen. Nu woont ze voor het eerst op zichzelf, maar ze maakt moeilijk contact met anderen. Na enige tijd raapt Esmah alle moed bij elkaar en spreekt een medebewoonster in haar studentenflat aan. Ze legt haar uit waar ze mee zit en vraagt haar waaruit haar contacten bestaan. De medebewoonster vertelt Esmah dat ze lid is van een studentenvereniging. Als ze het leuk vindt kan ze wel een keer als introducee meekomen. Esmah stemt hiermee in en ze heeft een leuke avond. Het klikt met de andere leden, Esmah wordt lid van de vereniging en binnen korte tijd heeft ze een nieuw netwerk van vriendinnen opgebouwd. Johan is 37 jaar en sinds twee jaar werkloos. Door een fusie en de daaropvol gende reorganisatie werd zijn functie overbodig. Johan is getrouwd en heeft twee kinderen van 7 en 9 jaar oud. Zijn vrouw werkt drie dagen in de week en neemt daarnaast grotendeels de zorg voor het huishouden en de kinderen op zich. Doordat Johan nu de hele tijd thuis is komt zijn relatie onder druk te staan. Hij voelt zich nutteloos, doet overdag weinig tot niets, blijft tot diep in de nacht films op Netflix kijken, staat laat op, en bemoeit zich dan met bijna alles waar zijn vrouw en kinderen mee bezig zijn. Zijn vrouw kan er niet meer tegen en dreigt met een echtscheiding als er niet gauw iets verandert. Ook zijn kinderen geven de laatste tijd steeds meer aan het niet leuk te hebben met hun

17

1 Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers

vader. Johan schrikt hiervan; hij wil zijn vrouw en kinderen niet kwijt. Samen met zijn vrouw neemt hij contact op met het Centrum voor Jeugd en Gezin. Een maatschappelijk werker komt vervolgens bij hen thuis om over de situatie te praten. Naar aanleiding van deze gesprekken neemt Johan contact op met een uitzendbureau en via dat bureau krijgt hij voor vier dagen per week werk. Het gewone leven keert langzaamaan terug en Johan krijgt het gevoel er weer toe te doen en mee te tellen. De meeste mensen willen graag deel uitmaken van de Nederlandse maatschap pij en meedoen aan de activiteiten die in die maatschappij plaatsvinden. Voor de meeste mensen geldt dat dit min of meer vanzelf of met een zekere inspan ning wel lukt, zoals voor Esmah en Johan. Zij krijgen aanmoediging vanuit hun netwerk, en Johan heeft een paar gesprekken met het maatschappelijk werk, maar verder is er geen professionele hulp nodig. Carla is een vrouw van 35 jaar. Van 15- tot 30-jarige leeftijd is ze verslaafd geweest aan alcohol en drugs. Ze is verschillende keren opgenomen geweest in diverse verslavingsklinieken, maar het is haar nooit gelukt om helemaal van de alcohol en de drugs af te komen. De alcohol en drugs hadden invloed op haar gezondheid en functioneren, en ze heeft als gevolg daarvan vijf jaar op straat gezworven. Vanuit de maatschappelijke opvang waarin ze sliep en haar maaltijden verkreeg, is vijf jaar geleden een plek in een beschermende woon vorm (BW) voor haar geregeld. In die woonvorm woont ze sindsdien samen met zeven andere personen met een heden of verleden met verslaving. Iedere be woner heeft een eigen kamer met douche en toilet, en er is een gezamenlijke woonkamer. Overdag is er een woonbegeleider aanwezig, en iedere dag wordt er gezamenlijk gekookt. De laatste twee jaar gaat het erg goed met Carla. Ze gebruikt al die tijd niet meer en dit heeft een positieve invloed op haar ge zondheid en functioneren. Ze vindt het daarom tijd om (begeleid) zelfstandig te gaan wonen. Ze heeft behoefte aan een eigen plek en meer privacy en wil niet negatief worden beïnvloed door medebewoners die toch weer aan de alcohol of drugs gaan. Een belangrijke reden om te verhuizen is ook dat ze een dochter heeft van 10 jaar. Deze woont in een pleeggezin en er is met Carla een bezoek regeling afgesproken. Iedere maand gaat Carla op een zaterdag leuke dingen met haar dochter doen. Ze wil haar ook graag thuis ontvangen, maar de BW vindt ze daar geen geschikte plek voor. Ze heeft er zin in om te verhuizen, maar ziet er ook tegenop. Gaat ze het alleen wel redden? Zal ze in haar eventuele eenzaamheid niet weer naar de alcohol of drugs grijpen?

18

1.1 Inleiding

Peter is een man van 31 jaar met een licht verstandelijke beperking (lvb). Hij woont bij zijn ouders thuis en werkt sinds vier jaar als postbezorger in een groot kantorencomplex. Gisteren verscheen hij niet op zijn werk. Vandaag smijt hij de post op de bureaus van collega’s en is snel geagiteerd. Zijn baas belt zijn trajectbegeleider op en vertelt dat hij vanuit het hele gebouw telefoontjes krijgt van boze collega’s. De baas klinkt geschrokken en wil Peter ontslaan. De tra jectbegeleider maakt gauw een afspraak met Peter. In het gesprek vertelt deze dat het al een tijdje niet goed met hem gaat. Hij kan zich de laatste tijd steeds minder goed concentreren en is daarnaast zeer actief met allerlei activiteiten buiten werktijd. Hij is ’s avonds bekaf, maar het lukt hem niet om op tijd naar bed te gaan. Hij blijft tot ’s avonds laat bezig en kan ’s morgens zijn bed niet uit komen. Hij kan zelf niet goed aangeven waardoor het komt. Hij heeft het probleem al met zijn ouders en zijn huisarts besproken. Zij raden hem aan om met zijn werk te stoppen, omdat dit te belastend voor hem zou zijn, naast al zijn andere activiteiten. Maar zelf wil hij absoluut niet stoppen met zijn werk, want het geeft hem veel voldoening. Hamid is een jongeman van 20 jaar. Gedurende zijn havo-opleiding had hij zijn eerste psychose. Hij is verschillende malen opgenomen geweest. De opnames duurden telkens een aantal maanden. Hij kreeg de diagnose schizofrenie. Na zijn laatste opname bleef hij een jaar in dagbehandeling. Hamid woont bij zijn ouders en twee jongere zussen. Na het behalen van zijn havodiploma heeft hij geen andere opleiding meer gevolgd. Hij werkte, steeds voor een korte perio de, voor een uitzendbureau. Hij vond dit erg eentonig werk, en bovendien onder zijn niveau. Daarom meldde hij zich aan voor een driejarige fulltimeopleiding informatietechnologie op mbo-niveau. Dit gaat goed. Hamid haalt goede cijfers en de docenten zijn tevreden over hem. Toch twijfelt hij of hij moet doorgaan. De opleiding kost hem veel energie, en hij heeft nauwelijks contact met zijn medestudenten. Hij heeft zijn docenten en medestudenten niet verteld over zijn psychiatrische achtergrond. Hij wil liever niet dat zij daarvan weten. Tege lijkertijd is hij bang dat ze aan hem zien dat hij ‘anders’ is. Sonja is een vrouw van 55 jaar. Twee jaar geleden heeft ze een herseninfarct gehad. Ze is hiervoor behandeld en gebruikt nu bloedverdunners. Het gaat re delijk goed met haar. Ze ervaart echter nog wel enige gevolgen van haar her seninfarct: ze is snel moe, kan zich niet lang op een taak concentreren en ver geet vaak waar ze dingen heeft neergelegd, waardoor ze bijvoorbeeld sleutels niet meer kan vinden. Een jaar geleden moest ze hierdoor stoppen met haar werk. Haar vroegere hobby’s, zingen in een koor en twee avonden per week kaarten bij de bridgeclub, gaan ook niet meer. Door het verlies van haar werk en haar hobby’s is Sonja, die op zichzelf woont in een driekamerappartement

19

1 Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers

in de stad, het laatste jaar erg vereenzaamd. Ze wil graag weer dingen doen en onder de mensen zijn, maar ze weet niet hoe ze dit moet aanpakken.

Ook veel mensen met een kwetsbaarheid of beperking lukt het om op eigen hout je of met hulp van familie of vrienden te participeren in de maatschappij. Voor anderen met een kwetsbaarheid of beperking lukt meedoen in de maatschappij niet zonder hulp. Zij hebben een participatieprobleem waarvoor zij (professio nele) hulp of ondersteuning nodig hebben, zoals Carla, Peter, Hamid en Sonja. Hun verhalen maken duidelijk dat een algemene aanpak, dus één aanpak die voor iedereen werkt, niet mogelijk is. Het gaat om individueel maatwerk. In dit boekworden verschillendemethodieken beschrevenwaarmee professionele hulp verleners mensen met participatieproblemen – op maat – kunnen ondersteunen. Deze zijn alle gebaseerd op de Individuele Rehabilitatie Benadering (IRB). Participatieproblemen en ondersteuning Participatieproblemen zijn problemen op gebieden als huisvesting, werk, dag besteding, vrije tijd, leren, sociale relaties, financiën en zingeving. Wanneer iemand op een van die gebieden niet goed mee kan doen, is er een partici patieprobleem. Participatieondersteuning is maatwerk voor het overwinnen of voorkomen van participatieproblemen. In dit boek gebruiken we daarvoor, zoals gezegd, de Individuele Rehabilitatie Benadering. De IRB richt zich op de ondersteuning van mensen met een beperking bij het bereiken van hun parti cipatiedoelen. Professionals kunnen via de IRB participatieondersteuning aan bieden op een methodische wijze. Hoewel de benadering is ontworpen voor gebruik bij mensen met een beperking of kwetsbaarheid, passen we de benade ring tegenwoordig toe bij álle mensen met participatieproblemen. De aandui ding ‘mensen met een beperking of kwetsbaarheid’ gebruiken we in dit boek daarom alleen nog waar dat logisch en ter zake is. Participatie is het met succes (naar het oordeel van de omgeving) en naar te vredenheid (naar eigen oordeel) vervullen van maatschappelijke rollen. Het is een thema dat momenteel veel belangstelling geniet. Participatieondersteu ning gaat om het verminderen of voorkomen van participatieproblemen op de hiervoor genoemde gebieden bij jongeren, ouderen, mensen met psychische problemen, migranten en vluchtelingen. Die participatieproblemen kunnen een gevolg zijn van beperkingen of kwetsbaarheden van het individu, maar dat hoeft niet. Ze kunnen ook veroorzaakt worden door maatschappelijke ver schijnselen, bijvoorbeeld armoede, vergrijzing, individualisering, de leegloop van het platteland en ingrijpende maatschappelijke ontwrichtingen, zoals de coronacrisis. In al deze processen zijn er mensen die vereenzamen, rollen ver-

1.2

20

1.3 Belangrijke pijlers van maatschappelijke participatie

liezen en op achterstand raken, en dat kan hun participatie in het persoonlijk en maatschappelijk leven ernstig hinderen. Het bieden van participatieondersteuning op maat is voor veel professionals niet vanzelfsprekend. Enerzijds heeft dit te maken met de opleiding die profes sionals hebben genoten en met de functies die zij in de praktijk vervullen. Veelal is die praktijk probleemgericht, waarbij behandeling en therapie of het voorko men van crises op de voorgrond staan. Of ze is gericht op verzorging, waarbij het voorkomen van achteruitgang centraal staat. Voor participatieondersteu ning is gerichtheid op de mogelijkheden en wensen belangrijker dan een focus op het verminderen van problemen. Dat vraagt een andere mindset. Anderzijds blijkt het ook voor meer ontwikkelings- of participatiegerichte professionals niet altijd gemakkelijk om de juiste wijze van begeleiding of ondersteuning te vinden. Dat is een gevolg van de aard van ‘participeren’. Participeren is een werkwoord zonder lijdend voorwerp. We kunnen mensen verplegen, coachen, behandelen, adviseren en begeleiden, maar we kunnen mensen niet participe ren. Participeren is iets wat mensen zélf doen. Daarom zijn hun eigen wensen en doelen cruciaal. Anderen, onder wie professionals, kunnen participatie faci literen of ondersteunen, maar zij kunnen deze niet overnemen. Zij kunnen niet namens iemand participeren, of participeren op iemand toepassen. Participeren doe je in rollen, en een rol is weer gekoppeld aan een omge ving. Je loopt niet zomaar in de stad te participeren; dit doe je bijvoorbeeld in de rol van klant van een winkel of als bezoeker van een café. Op je werk vervul je de rol van hulpverlener, en thuis die van partner, ouder of kind. Het is niet gebruikelijk dat je op je werk wordt aangesproken met ‘mama’ en thuis met ‘me vrouw de psycholoog’. Dit laatste voorbeeld maakt ook duidelijk dat verschil lende rollen ook verschillende dingen van mensen vragen. De rol van moeder in de thuissituatie vraagt andere competenties dan de rol van psycholoog die dezelfde persoon in de werksituatie vervult. Om mensen met participatieproblemen te ondersteunen bij het (gaan) vervul len van maatschappelijke rollen is het, gezien het persoonlijke karakter ervan, essentieel om ze te helpen bij het verkennen, kiezen, verkrijgen en behouden van hun éígen wensen en doelen. Vervolgens wordt achterhaald welke van de daarvoor benodigde vaardigheden en hulpbronnen de persoon al bezit en wel ke nog moeten worden gerealiseerd of georganiseerd. Belangrijke pijlers van maatschappelijke participatie Participatie is een maatschappelijke trend. Dat blijkt uit een drietal bewegingen die we hier de ‘pijlers van participatie’ noemen. De maatschappelijke partici-

1.3

21

1 Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers

patie van mensen met een participatieprobleem wordt maatschappelijk onder steund en gelegitimeerd door: ➜ de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens; ➜ een inclusieve samenleving voor mensen met een beperking; ➜ de herstelbeweging. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) ondersteunt participatie door het kunnen functioneren op maatschappelijke gebieden tot een recht te verklaren. De Hoge Commissaris van de VN definieert mensenrechten als volgt: ‘rech ten die inherent zijn aan alle mensen, ongeacht nationaliteit, woonplaats, sekse, nationale of etnische afkomst, huidskleur, religie, taal, of andere status. We heb ben allemaal, zonder discriminatie, evenveel recht op de fundamentele zaken die hieronder worden opgesomd. Deze rechten zijn met elkaar verbonden, on derling afhankelijk en ondeelbaar’ (United Nations, Office of the High Com missioner of Human Rights, z.d.). Alle fundamentele mensenrechten vooronderstellen een mate van vrijheid en autonomie voor het individu met betrekking tot het uiten van zijn of haar eigen waarden, zolang deze tenminste geen inbreuk maken op de mensenrech ten van anderen. De ondersteuning van mensen met participatieproblemen, zoals in dit boek beschreven, is volledig in lijn met de autonomie en vrijheid geschetst in de ba sisprincipes van de mensenrechten. Zij vormt de natuurlijke uitbreiding en ui ting van de intenties die zijn uiteengezet in de dertig UVRM-artikelen (United Nations General Assembly, 1948). Geparafraseerd staat in deze artikelen dat mensen recht hebben op onder andere: ➜ werk naar keuze, met een eerlijk loon ➜ veilige omstandigheden ➜ huisvesting ➜ rust, vrije tijd en betaalde vakantie ➜ voldoende inkomen ➜ onderwijs Ook deze gebieden passen perfect bij de ondersteuning van mensen met parti cipatieproblemen. Inclusieve samenleving voor mensen met een beperking Het concept van de inclusieve samenleving maakt duidelijk dat ook mensen met beperkingen of kwetsbaarheden maatschappelijk erbij horen en partici peren. Op 14 juli 2016 trad het VN-verdrag handicap in Nederland in wer king. Vaak wordt ook de afkorting CRPD gebruikt: Convention on the Rights of Persons with Disabilities. Doel van het VN-verdrag handicap is het bevorde-

22

1.3 Belangrijke pijlers van maatschappelijke participatie

ren, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking. Grondbeginselen in het verdrag zijn toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het is belangrijk dat de overheid bij het maken van beleid en wetgeving rekening houdt met deze grondbeginselen. In het verdrag is aangegeven wat de overheid moet doen om ervoor te zorgen dat

de positie van mensen met een beperking verbetert. Sterkere positie voor mensen met een beperking

Het VN-verdrag handicap versterkt de positie van mensen met een beperking. Het bepaalt onder andere dat zij recht hebben om zelfstandig te wonen, naar school te gaan, het openbaar vervoer te gebruiken of aan het werk te zijn, kort om: te participeren als ieder ander. De overheid (gemeente, provincie en rijk) heeft de taak ervoor te zorgen dat dit wordt gerealiseerd. Ook staat in het verdrag dat mensen met een beperking zelfstandig beslui ten moeten kunnen nemen, bijvoorbeeld over geldzaken of over waar zij wil len wonen. Daarnaast is er bepaald dat zij ondersteund moeten worden als zij De overheid moet de burgerlijke en politieke rechten uit het VN-verdrag han dicap direct in praktijk brengen. Dit geldt met name voor het recht om niet gediscrimineerd te worden en voor het stemrecht. Bij de economische, sociale en culturele rechten krijgt de overheid de tijd om stap voor stap regelingen te treffen en beleid te ontwikkelen. Dit geldt voor het realiseren van rechten zoals het recht op onderwijs, het recht op wonen en het recht op zorg. Om te voldoen aan het VN-verdrag handicap zijn bij de inwerkingtreding van het verdrag verschillende wetten aangepast. Zo staat het recht om niet ge discrimineerd te worden in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). Voor de professional is kennis van het VN-verdrag handicap belangrijk: het maakt duidelijk dat participatieondersteuning geen particuliere hobby is, maar een legitieme maatschappelijke activiteit. Herstelbeweging Het proces van het ontdekken en gebruiken van het eigen verhaal, de eigen kracht en de eigen mogelijkheden wordt in dit boek aangeduid als herstel . Een definitie van ‘herstel’ luidt: Een zeer persoonlijk en uniek proces waarin iemands opvattingen, waar den, gevoelens, doelen en rollen veranderen. Het leidt tot een leven met meer voldoening, waarin hoop een plaats heeft en men kan geven en nemen ondanks de beperkingen en participatieproblemen die met de aandoening gepaard gaan. Herstel heeft te maken met het ontstaan van een nieuwe be- daartoe niet in staat zijn. Het verdrag in de praktijk

23

1 Maatschappelijke participatie van kwetsbare burgers

tekenis en zin in het leven, terwijl men over de gevolgen van de aandoening heen groeit. (naar: Anthony, 1993) Het begrip ‘herstel’ is ontwikkeld in de Verenigde Staten aan de hand van de herstelprocessen van mensen met een psychische aandoening. Maar het begrip kan breder worden toegepast. Weer opkrabbelen na andere problematische le vensgebeurtenissen (geweld, trauma, migratie, ontslag, armoede) heeft ook de kenmerken van een herstelproces. Herstel is een onmisbare pijler van partici patie, omdat het de betrokkenen helpt hun persoonlijke ervaringen, verwach tingen en wensen naar voren te brengen. Dit eigen geluid en het zich bewust zijn van eigen kracht zijn voorwaarden om tussen alle andere maatschappelijke krachten te kunnen participeren. Herstellen doe je zelf: het is een proces dat de betrokkene zelf doormaakt. Het gaat om het opkrabbelen na een catastrofale gebeurtenis in het leven. Wan neer je aan herstellenden vraagt wat herstel voor hen betekent, dan geven ze antwoorden die verwijzen naar vier aspecten van herstel, namelijk herstel van persoon of identiteit, herstel van gezondheid, herstel van dagelijks functioneren (activiteiten) en herstel van rollen (participatie) (Bogaards et al., 2010). Her stellen is dus meer dan herstellen van ziekte en vermindering van symptomen. Herstel van persoon of identiteit gaat over het herwinnen van zelfvertrouwen, van grenzen en van zingeving. Herstel van dagelijks functioneren gaat over din gen als op tijd uit bed komen, je kamer schoonmaken, de was doen, een vriend opbellen. En herstel van rollen houdt bijvoorbeeld in: weer naar school gaan, aan het werk gaan, een ouder voor je kinderen zijn. Herstel betekent niet per se dat lijden en symptomen zijn verdwenen of dat er een terugkeer naar het vroe gere niveau van activiteiten en participatie heeft plaatsgevonden. Het begrip ‘herstel’ (een vertaling van het Engelse recovery ) duidt het per soonlijke groeiproces aan van mensen die leren leven met (de gevolgen van) een lichamelijke of psychische ziekte, een trauma, een niet-aangeboren hersenletsel of een verslaving. Overigens voldoet het woord ‘herstel’ in sommige situaties niet. Voor het groeiproces van mensen die vanaf de geboorte of vroege jeugd al beperkingen hebben, is ‘recovery’ bijvoorbeeld een minder gelukkige term. Het begrip discovery voldoet dan beter, omdat daarin de nadruk ligt op het ontdek ken van wat mogelijk is ondanks de altijd al aanwezige beperking. Bij ouderen gaat het vaak om het zich steeds weer opnieuw instellen op het zo goed mogelijk blijven functioneren bij geleidelijk afnemende mogelijkheden en krachten. We kiezen in dit boek voor de persoonlijke, subjectieve definitie van ‘her stel’, maar in de literatuur en ook in de praktijk worden ‘recovery’ en ‘herstel’ geregeld óók gebruikt als synoniem van ‘genezing’ of ‘klinische verbetering’. Slade (2009) bijvoorbeeld spreekt van ‘klinisch herstel’ (het objectief meetbaar afnemen van symptomen en verbetering van functioneren) en ‘persoonlijk her stel’ (een subjectief proces van identiteitsontwikkeling en zingeving). Wij zijn

24

1.3 Belangrijke pijlers van maatschappelijke participatie

van mening dat het subjectieve herstelproces de kern van herstel vormt. De herstellende zelf bepaalt of hij zich hersteld voelt – dat kunnen anderen niet voor hem doen. Natuurlijk is onderzoek naar de objectief waarneembare pro cessen – zoals vermindering van symptomen of herstel van functioneren – be langrijk en interessant, maar het eigen oordeel van de persoon over de mate of de voortgang van zijn herstel weegt, uitzonderingen daargelaten, zwaarder dan het oordeel van professionals of belangrijke anderen. Wij zien in dit boek ondersteuning van de maatschappelijke participatie van mensen met een participatieprobleem als een dienst die gericht is op rolher stel en het verwezenlijken van participatiedoelen. Risico’s nemen hoort hierbij, evenals het bieden van ondersteuning wanneer mensen falen of onvermijde lijke fouten maken. Ondersteuning bij het leren van fouten maakt mensen veer krachtiger en is relevanter dan het vermijden van risico’s, want daardoor zou den mensen bang kunnen worden om te falen. Door ondersteuning vervagen de grenzen tussen de professional en de persoon met een participatieprobleem, waardoor gelijkwaardigheid tussen partners in een meer wederkerige relatie mogelijk wordt. Ethische kwesties zijn hier nog relevanter dan in traditionele relaties tussen hulpverlener en cliënt, omdat de grenzen tussen hulpverlener en cliënt door deze vervaging van grenzen opnieuw gedefinieerd moeten worden. De rehabilitatiebenadering is ook in de toekomst onmisbaar voor participatie In de komende jaren zijn verschuivingen in de samenstelling en omvang van de Nederlandse bevolking te verwachten (zie NIDI & CBS, 2020). Deze zullen mogelijk een behoorlijke impact hebben op de manier waarop de samenleving is ingericht. De belangrijkste te verwachten verschuivingen zijn: ➜ een sterke toename van het aantal eenpersoonshuishoudens; ➜ hogere migratie (zowel asielzoekers als arbeidsmigranten); ➜ een toenemend aantal huishoudens, vooral door groei in het aantal alleen staande zeventigplussers; ➜ het effect van dubbele vergrijzing (sterke groei van het aantal tachtigplus sers); ➜ afname van de beroepsbevolking, vooral in de landelijke gebieden. Naast deze demografische veranderingen kunnen we ook verwachten dat digi talisering van contacten, robotisering en andere technologische vondsten zich in hoog tempo verder ontwikkelen. Het is niet ondenkbaar dat de scheiding tussen mensen die in de ontwikkelingen kunnen meekomen en hen die het niet kunnen bijbenen, groter wordt. Daarbij denken we vooral aan mensen met een (zeer) beperkte veerkracht of een gering oplossingsvermogen. Het participa tievermogen van kwetsbare mensen kan verder onder druk komen te staan.

25

Made with FlippingBook flipbook maker