Willem Visser - Verzorgingssociologie

WillemVisser

Verzorgings sociologie

Moderni- sering

Medi- calisering

Kritische theorie

Deviantie

Civil society

Markt- werking

Stromingen

Visiesopsamenlevenenzorg

u i t g e v e r ij

c

c ou t i n ho

Verzorgingssociologie Visiesop samenlevenen zorg

WillemVisser

Tweede, herzienedruk

bussum2013

Webondersteuning Bij dit boekhoort eenwebpaginametpraktijkopdrachtenenessayvragen. Dewebpagina is tevindenvia www.coutinho.nl/verzorgingssociologie .

©2000Uitgeverij Coutinhobv Alle rechtenvoorbehouden.

Behoudensde inof krachtensdeAuteurswet van1912gesteldeuitzonderingenmagnietsuit dezeuitgavewordenverveelvoudigd, opgeslagen ineengeautomatiseerdgegevensbestand, of openbaar gemaakt, inenigevormof openigewijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door foto- kopieën, opnamen, of openigeanderemanier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming vandeuitgever. Voor zover hetmakenvan reprografischeverveelvoudigingenuitdezeuitgave is toegestaanop grondvanartikel 16hAuteurswet 1912dientmendedaarvoorwettelijkverschuldigdevergoe- dingen tevoldoenaanStichtingReprorecht (Postbus 3051, 2130KBHoofddorp, www.repro- recht.nl). Voor het overnemenvan (een) gedeelte(n) uitdezeuitgave inbloemlezingen, readers enandere compilatiewerken (artikel 16Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (StichtingPublicatie- enReproductierechtenOrganisatie, Postbus 3060, 2130KBHoofd- dorp, www.stichting-pro.nl).

Eerstedruk2000 Tweede, herzienedruk2013

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400AHBussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Zetwerk: i-krek (YolandeVerhoef), Amsterdam Omslag: StudioConcreat, Utrecht

Noot vandeuitgever Wij hebbenallemoeitegedaanom rechthebbendenvan copyright teachterhalen. Personenof instantiesdieaanspraakmakenopbepaalde rechten, wordt vriendelijkverzocht contact op te nemenmetdeuitgever.

ISBN 9789046903278 NUR 756

Voorwoord

Voorwoordbij deeerstedruk Vele jaren heb ik lesgegeven in de verschillende benaderingen of stromingen in de sociologie rond de zorg en de hulpverlening. Ook al verschoven in de loop der jaren de aandacht enbelangstelling vande kritische theoriemeer naar de systeemtheoreti- schebenaderingen, overzicht van en inzicht inde verschillendebenaderingen verhel- derenhet inzicht inde velemaatschappelijke ontwikkelingenomons heen. Het leert verschillende invalshoeken en aspecten in zorgsituaties te onderkennen, het helpt de eigen visie af te zetten tegenmogelijke andere benaderingen en bevordert eenmeer genuanceerde,meeroverwogenhandelwijze indeomgangmetanderen.Hetvergroot demogelijkheden, hethandelingsrepertoriumomhulp tebieden. Debehandelingvande thema’senonderwerpenvolgensdeafzonderlijkebenaderin- genheeft eenbelangrijkdidactischvoordeel.Deproblematiekkomtopdezewijzeeerst in zijn eenvoudnaar voren en kannaarmatemeer benaderingende revue passerenop tegenbewegingen,dilemma’senparadoxenonderzochtworden.Decomplexiteitkanop dezewijze langzaamaan opgevoerdworden enwatmeer lichtvoetig gebracht worden. Postmodernistische ontwikkelingendiemoeilijk te vatten zijn, vaak alleen al door hun specifiekevaktaal, zijnaandehandvandezebewegingengemakkelijk(er) te traceren. Studenten zijnna het bestuderen vandeze literatuur en zonodig na het beantwoor- denvande leesvragenenhetmakenvandepraktijkopdrachtenenanalyses in staat: • actuele socialeproblemenvanmensen teonderkennen; • verschillende invalshoekenof benaderingenvandezeproblemen te formuleren; • de betekenissen, paradigma’s, paradoxen endilemma’s in zorg- enhulpverlenings- situaties aan tegeven; • discussies tevolgenen zelf tevoerenoverdecontextvan (cliënt)problemen, cliënt­ systemenendeontwikkelingenbinnendeverzorgingsstaat; • de contourenvanpostmoderneontwikkelingenenproblemenaan tegeven; • deeigenpraktijk-, stage- of projectervaringen ineenbredermaatschappelijkkader teplaatsenendeeigenpositiedaarin teversterken. De stof bestaat voor een groot deel uit samenvattingen en bewerkingen van diverse auteurs. Aan de samenvattingen zijn interpretaties en actuele voorbeelden toege- voegd. Hetwas voor de leesbaarheidondoenlijkdit steeds aan tegeven. De samenvattingen zijnvooral aandevolgendewerkenenauteurs ontleend: • ErvingGoffman, Totale instituties ; • ErvingGoffman, Stigma. Aantekeningenoverhet omgaanmet eengeschonden identiteit ; • Douwe vanHouten, De standaardmens voorbij. Over zorg, verzorgingsstaat en bur- gerschap ;

• JozefKeulartz, Vanbestraffingnaarbehandeling. Een inleiding inde sociologievande hulpverlening ; • HarryKunneman, Van theemutscultuur naarwalkman-ego. Contouren vanpostmo- derne individualiteit ; • Hans vander Loo&WillemvanReijen, Paradoxen vanmodernisering ; • AbramdeSwaan, ‘Hetmedisch regiem’, uit: Demens is demens een zorg ; • AntonZijderveld, De theorie vanhet symbolisch interactionisme . Van andere auteurs zoals René Boomkens, De angstmachine , Joop Goudsblom, Het regime vande tijd enGeertMak, HoeGod verdweenuit Jorwerd , is veelvuldig gebruik- gemaakt. Ter illustratiezijnartikelenuitmetname deVolkskrant opgenomen.Dezezijngese- lecteerdnaarhunhuidigeactualiteitbinnenhetkader vandebenaderingen, terwijl zij zeker ookde tanddes tijds zoudendoorstaan. De artikelen zijnniet integraal overge- nomen, maar vaak samengevat en geredigeerd in het kader van de hoofdtekst. Mijn dank gaat vooral uit naar de redacteuren en verslaggevers, met name Peter Giesen enMirjam Schöttelndreier, die erin geslaagd zijn in hun artikelen de hoofdlijnen van (post)moderneonderwerpenaan tegeven. Veel dankben ik verschuldigd aanHenk vander Brink (Hogeschool vanAmsterdam), LoekdeWit (Hogeschool Enschede) enBasde Jongvoor hunvelewijzeopmerkingen en suggesties.Mijn kamergenotenTheo van Leeuwen en Johan Peeterswil ik danken voorde steunendevelediscussiesdieweoverdezeonderwerpenmet elkaar gevoerd hebben. Zewaren stimulerend voor het schrijven vandit boek. Dankook aande sec- torGezondheidszorg, Gedrag&Maatschappij endeHaagseHogeschool voor de vele lezingen inhet kader vanhet studiumgenerale. Studenten wil ik bedanken voor hun reacties op de eerdere interne uitgaven en vooral voorhun reacties tijdensdevaak zeerplezierige lessen. Hetbeantwoordenvan vragen enhet uitleggen, de vertaling vande theorieënnaar praktijksituaties vormden uiteindelijkdebasis vandit boek.

WillemVisser Amsterdam/DenHaag,maart 2000

Voorwoordbij de tweede, herzienedruk De uitgave is geheel herzien. De structuur en hoofdlijnen van het boek komen nu beter tot hun recht door veel details en uitweidingen te comprimeren. Het hoofd- stuk over postmodernisme is vervallen ende inhoud is vooral bij het hoofdstuk over moderniseringondergebracht. Elkhoofdstuk is voorzienvaneennieuwe inleiding. De voorbeelden zijngeactualiseerd. Ik wil de meelezers van dit boek, Agnes Swieringa en Bas de Jong (Haagse Hoge- school), Ruth Zinkstok (The Amsterdam School of Health Professions, Hogeschool

vanAmsterdam/Universiteit vanAmsterdam) enNicoMarsman (Hanzehogeschool) bijzonder danken voor hun kritische opmerkingen en waardevolle suggesties. Jullie bijdragenhebbenmetnameeenduidelijke structureringvanhet boekbevorderd. Studentenwordengeacht een inleiding sociologiegevolgd tehebben.Algemene inlei- dingen endefinities ontbreken indeze uitgave. De verschillende visies en stromingen maken eenduidige definitiesmoeilijk. Bij Wikipedia zijn begrippenmet hun toelich- tinggemakkelijk tevinden. Essayvragen enpraktijkopdrachten zijnbeschikbaar opdewebpaginabij dit boek, tevindenviawww.coutinho.nl/verzorgingssociologie. De stof bestaat voor een groot deel uit samenvattingen en bewerkingen van diverse auteurs. Inde eerstedrukwas een afzonderlijkebijlagemet verwijzingen toegevoegd. Indeze tweede, herzienedruk zijndeverwijzingen inde tekst verwerkt. Bij de uitwerking vande verschillende visies en stromingenworden geen voorkeuren aangegeven. Eerderwordtmet eenkritischedoorschouwing vanhet geheel aan visies een relativering gezocht. Eén juiste benadering is in deze complexe samenleving niet mogelijk. Een zekere relativering voorkomt overspannen verwachtingen en op per- soonlijkniveau stress. Zelf ben ik voorstander van de contingentiebenadering. Omgevingsfactoren, cul- tuur enomgangsvormenmet specifiekedoelgroepen, professionaliteit enwerkwijzen verlangendoor de tijdheen (nieuwe) waardebepalingen. Een veranderende politieke en sociale omgeving en culturele behoeftevorming bij de doelgroep(en) vergen een voortdurend aanpassen vande bestaansvoorwaarden van instelling, organisatieafde- lingenprofessionaliteit. In het voorwoord bij de eerste druk (2000) hiervoor schreef ik dat er een verschui- ving plaatsvond van de kritische theorie naar de systeemtheoretische benaderingen. Met definanciële crisis vanaf 2008ende toenemendekritiekopontwikkelingen inde wetenschap, zorg en onderwijs komen de andere visies en stromingenweer nader in beeld.

Ikhoopdat dit boek een goede en interessante onderbouwing geeft bij de discussies over nieuweafwegingen, invalshoekenen richtingen.

WillemVisser Valkenburg,maart 2013

Inhoud

Inleiding

11

Leeswijzer

14

1 Het structureel functionalisme

15

Desysteembenadering 1.1 Afwijkendgedrag

19 19

1.1.1 Het overschrijdenvangrenzen

1.1.2 Discrepantie tussenhetnastrevenvan cultureledoelenen hethanterenvan institutionelemiddelen

21 23 26 29 34 34 36 37 40 41 42 44 45 46 46 48 48 49 50 53 56

1.1.3 Afweermechanismen

1.1.4 Artsenenhulpverleners als agentenvan sociale controle 1.1.5 (Wetenschappelijk) onderzoekenafwijkendgedrag

1.2 Systeembenadering

1.2.1 Functies zelfsturende systemen 1.2.2 Verhouding centrumenperiferie

1.2.3 Grenzen

1.3 Differentiatieproces

1.3.1 Specialiseringenprofessionalisering

1.3.2 Maatschappelijkegevolgendifferentiëringsproces 1.3.3 Verschuivinggesegmenteerdenaar functionele samenleving

1.3.4 Functie

1.4 Professionelebureaucratie

1.4.1 Standaardisering

1.4.2 Diagnoseals categorisatieproces 1.4.3 Starheiden innovatieproblemen

1.4.4 Geringe controleophetuitvoerendewerk

1.5 Instrumenteel gedrag, referentiegroepenenuitlaatkleppen

1.6 Armoedeen socialeongelijkheid 1.7 Integratiebeleiden civil society

2 Het symbolisch interactionisme

63

Deetiketteringstheorie 2.1 Looking-glass-self 2.2 Impressionmanagement

67 70

2.3 Stigmatiseringenetikettering

73 73 74 76 79 82 83 87 90 91 93 95 96 97

2.3.1 Stigmatisering

2.3.2 Socialeverlegenheid

2.3.3 Interactioneel ziektebeeld 2.3.4 Loopbanenen strategieën 2.3.5 Soortgenotenen ingewijden

2.4 Individualiseringenuitstoting: roddelen, plagen, pestenendiscrimineren

2.5 Medicalisering

2.6 Hospitalisering: totale instituties

2.6.1 Mortificatie: het vernietigenvandepersoonlijkheid 2.6.2 Inbreukenopdepersoonlijkehandelingseconomie

2.6.3 Hetprivilegesysteem 2.6.4 Aanpassingsstrategieën 2.6.5 Terugkeer indemaatschappij

2.7 Humor, taboeen fantasie

100 103

2.8 Controverse structureel functionalismeen symbolisch interactionisme

3 Dedisciplineringstheorie

107 111 112 114 118 121 126 132 135 140 145 147 157 161 162 167 169 170 172 177

3.1 Medicaliseringenverafhankelijking

3.1.1 Depressie-epidemie

3.1.2 dsm-diagnose

3.1.3 Degeborgenheidsmachine

3.2 DisciplineringFoucault 3.3 VoogdijcomplexDonzelot 3.4 Disciplineringsinstrumenten 3.5 Almacht, tegenmacht enprivacy

3.6 De risicomaatschappij

4 Dekritische theorie

4.1 Kritiekopdemarkteconomie

4.2 Communicatief en strategischhandelen: Habermas

4.2.1 Het broodroostermodel

4.2.2 Macroculturelenormativiteit ennormatieveprofessionaliteit

4.3 Normatieveprofessionaliteit

4.4 Gender en socialisatie

4.4.1 Socialisatievanmannen 4.4.2 Socialisatievanvrouwen

4.5 Verzorgingsstaat inkritischperspectief

Verzorgingssociologie

5 Decivilisatietheorie

185 188 189 192 195 197 197 198 199 200 203 204 205 207 208 215 217 218 219 227 235 242 248 251 251 252 253 255 257

5.1 Civiliseren: imitatieendistinctie

5.1.1 Verschuivingbevelshuishoudingnaar onderhandelingshuishouding

5.1.2 Affectbeheersingen zelfbeheersing

5.1.3 Protoprofessionalisering

5.2 Beschavingsarbeid

5.2.1 Vuurbeheersing

5.2.2 Het regimevande tijd

5.2.3 Schaamte

5.3 Hetmedisch regime

5.3.1 Aanzeggingen inlijving

5.3.2 Beheersingvan tijdenaandacht: niet klagenenniet latenklagen

5.3.3 Medischebehandelingals bezweringvanangsten

5.3.4 Versoepelingvanhetmedisch regime

5.4 Deverzorgingsstaat

6 Moderniseringenvooruitgang

6.1 Moderniseringvanuitdevijf benaderingen

6.2 Paradoxenvandemoderniseringen toekomstopties

6.2.1 Differentiatieparadox: schaalvergrotingén schaalverkleining 6.2.2 Rationaliseringsparadox: generaliseringénpluralisering 6.2.3 Individualiseringsparadox: verafhankelijkingénverzelfstandiging 6.2.4 Domesticeringsparadox: conditioneringéndeconditionering

6.3 Paradigma

6.4 Moderneproblemenenhulpverlening

6.4.1 Pragmatische, gedragstherapeutische invalshoeken

6.4.2 Digitaliseringdienst- enhulpverlening

6.4.3 Zingevingsvraagstukkenenexistentiële levensvragen

6.4.4 Exploratievanhetmenselijk leven 6.4.5 Civil societyen communityzorg

Literatuur

259

Register

265

Overdeauteur

277

Inleiding

Het is de opdracht van de sociologie om het persoonlijke levenslot vanmensen te begrijpenen teverklarenvanuitdemaatschappelijkeontwikkelingenwaarvan zij deel uitmaken, volgensde socioloogC.WrightMills (VanStolk&Wouters, 1993, p. 21). Het persoonlijk levenslot vanmensen kan ermooi uitzien: een gelukkig levenmet vreugdeenplezier, een stimulerendeomgevingmetwarmte, liefde, eengoedegezond- heid,meteen liefhebbendepartner,met zaligekinderen, goedevriendenen (hetvoor- uitzicht op) eenprachtige carrière. Het leven kanook grillig zijn. Je kunt geboren zijnof opgroeien in eenoorlogssitu- atie, in armoede, in een gezinmet veel (onderlinge) strijd, mishandeling, drank- en drugsmisbruik.Hetkaneenuitzichtloosbestaanzijnmetongelukkenenhandicaps, of een leven ineenomgevingdie jeniet goedgezind is. Maatschappelijke situaties enontwikkelingenbepalen voor eenbelangrijkdeel de mogelijkheden alsook de onmogelijkheden om van het leven te maken wat je zou willen. Indit spectrumvanmogelijkheden, onmogelijkhedenen levensverwachtingen legt de verzorgingssociologie de nadruk opde zorg diemensen voor zichzelf en voor anderen in hun directe omgeving en in de bredere samenleving al dan niet in acht nemen.Mensenzijn inhogemateafhankelijkvanelkaar, nietalleen in tijdenvannood, maar ook indedagelijkse zorgvoor anderenenbij deoplossingvanproblemenwaar- voormensen inhun leven steeds kunnenkomen te staan. Voor dedefinitievan zorgvolgenweAbramdeSwaan (1984, p. 31): Niemand kan voor zichzelf zorgen. Wat mensen wel kunnen, is zorgen dat anderen voor hen zorgen. Zorgenvergt inditperspectief een investering .Hethebbenvankinderenwerdvroe- ger beschouwd als oudedagsvoorziening, nuheeft de verzorgingsstaatmet de sociale wetgeving deze functie grotendeels overgenomen en spelen levensverzekeringen en pensioenfondsen inopdezebehoefte. Premies enbelastingen zijndemoderne inves- teringen. Naast investeringen spelen ruilverhoudingen een rol.Mensendie hulpbieden, ver- wachten waarschijnlijk dat zij zelf ook geholpen worden als zij hulp nodig hebben. Mensendie voor zichzelf kunnen zorgen, kunnen geleverde prestaties vergeldenmet een tegenprestatie (inde toekomst) dieals gelijkwaardiggeldt. Investeringen inzorgbepalenvooreengrootdeel inwelkematemensennuof later zelfstandigkunnenblijven functionerenof afhankelijk zijnvanmensenen instellingen die zorgverlenen. ‘Watmensen kunnen, is zorgendat anderen voor hen zorgen.’

11

Verzorgingssociologie

De zorg, zelfzorg, zorg voor anderen en zorgdoor anderen, kunnenontrafeldworden ineen scala, eenvangnet vanmogelijkheden, variërendvanconcretehulpdiedichtbij wordt gegeven tot abstractehulpdievanver komt en in regelingenomvat is: 1 dehulp, verzorgingenbegeleidingvanuitdedirecteomgeving zoalsouders, kinde- ren, familie, relaties, buren: de mantelzorg ; 2 hetnetwerkvan zelfhulp, variërendvan belangenbehartigingsorganisaties vancliën- tenenpatiënten tot aandeuitwisselingvanervaringenenmiddelenvia internet; 3 de dienstendie verzorgdwordendoor vrijwilligers zoals de telefonische hulpdien- sten, slachtofferhulp, patiëntenbezoekenbuddyhulp; 4 de professionele hulp van de huisarts, hetmaatschappelijkwerk, de psychosociale hulpverleningende (medisch) specialisten; 5 de instellingen dieverzorgingenonderdakbieden, zoals ziekenhuizen, verpleeghui- zen, psychiatrische instellingenenopvanghuizen; 6 de regelingenof arrangementen , dewetgevingenhet (sociaal) verzekeringssysteem van de verzorgingsstaat als basis voor het gehele netwerk van voorzieningen en diensten. Dezorgvanmensenvoor anderenwordt inhogematebepaalddoorhunopvattingen overwat inhet samenlevenals belangrijkbeschouwdmoetworden. Deze zienswijzen liggenniet vast,maar verschillenper individunaar leeftijd, naar situatie of positiedie iemand indemaatschappij inneemt enniet inde laatsteplaatsnaarde regioofde tijd waarinwij leven. De ideeën rond zorg, (naasten)liefde, solidariteit en betrokkenheid ( commitment ) bepalen de hoeveelheid zorg en de wijze waarop hulp, zorg en veilig- heidgebodenwordt. Om overzicht aan te brengen in deze stellingnames of ‘zorgnames’, hanterenwe vijf hoofdbenaderingenomdezorg indemaatschappijdoor te lichtenof tedoorgronden. 1 Het structureel functionalismeendesysteembenadering Welke functie hebben ziekte en afwijkingen in onze samenleving en op welke manier worden artsen, hulpverleners en geneesmiddelen ingezet om deze te ver- helpenof te voorkomen? Uitgangspunten zijnhandhaving vande huidige orde of situatie, probleemoplossingenaanpassingaannieuweontwikkelingen. 2 Het symbolisch interactionismeendeetiketteringstheorie Mensen gevenbetekenissen aanhet gedrag vanmensen, situatieswaarin zij verke- ren en ziekten die zij ervaren. Binnen het symbolisch interactionisme worden op eenopenwijzedebetekenissendiemensenaanhungedraggevenbestudeerd. Binnen de etiketteringstheorie worden situaties onderzocht waarin mensen negatievevooroordelen, stigmatiseringendiscriminatie jegens elkaar ontwikkelen.

12

Inleiding

3 Dedisciplineringstheorie Het leven vanmensen ligt voor een groot deel inhanden vandeskundigen, speci- alisten en overheden die ons steedsmeer een door hen bedachtewijze van leven opdringen. De aanhangers van de disciplineringstheorie waarderen de kennis en inzichtenvanoudsherenviaoverleveringomproblemenenziekten teoverwinnen, en vooral ervaringendie via zelfhulp, belangenorganisatie en internet uit tewisse- len zijn. 4 Dekritische theorie Het bedrijfsleven endewerkdruk beheersende richting en inhoud van ons leven, de zorgendewijzenvanwerkenmetpatiëntenencliënten.Nadruk ligtophet ver- grotenvandekwaliteit vanhet levenenaandacht voor levensvraagstukken. 5 Decivilisatietheorie Binnen de civilisatietheorie worden de wijzen waaropmensen zich ontwikkelen, zichvanelkaarwillenonderscheidenenbezig zijn zichzelf enanderen tebeschaven bestudeerd. Processenvanzelfbeheersingbijmensen, hunemotionelehuishouding krijgenveel aandacht. Met elke benadering kunnen de belangrijkste problematieken van onze tijd en onze samenleving inkaartwordengebracht.Ookalbestaan tussendebenaderingenonder- linggrotecontroversenenverschillen in inzicht, bij elkaargevenzij eengoedbeeldvan demodernemaatschappelijke ontwikkelingen, de bewegingen, de tegenbewegingen endaarmeede complexiteit vandehuidigemoderne samenleving.

13

Leeswijzer

In elkhoofdstuk vandit boek staat eenbenadering van samenleven en zorg centraal. Dehoofdstukkenkunnenafzonderlijkvanelkaar gelezenworden. Laat je meevoerenmet de logica van elke benadering en stel jezelf bij het lezen vragenals: • Metwelkeaspectenof onderdelenvandezebenaderingben ikhet eens/oneens? • Tot opwelkehoogte kan ikmeegaan indeze redenering?Wanneer kan ikwel/niet ineen redeneringmeegaan, in relatie totmijneigenpraktijkof ervaringen? Scherpopdezewijze jevisieenbepaalwat belangrijk is.Welke criteriahoud je aanbij jewerk?Als jedezevisie leest, ben jedannogwel kritischgenoeg in jewerk? In het laatste hoofdstuk ‘Modernisering en vooruitgang’ worden de verschillende benaderingen met elkaar vergeleken om tegenstellingen of paradoxen een plaats te kunnen geven. Welke tegenstrijdigheden kom je tegen en waar kan de oplossing gevondenworden?Onderbouw je toekomstvisie.

14

1 Het structureel functionalisme

Desysteembenadering

Debouwstenen vande samenleving  

Orde indechaos Ze isgeen foutemeid, zegt ze,maar ze zit zwaar indeellende.Nicole (20)wil demisèreachterzich laten.Haarschuldenzijnopgelopen tot zo’ndrieduizend euro. Zeheeftgeenwerkengaatnietnaarschool. Zeslaapt ineenvandehui- zen vanhaarMarokkaanse vriend. Haar eigenwoonruimte is ze kwijtgeraakt naeenbezoekvandedeurwaarder. Zedroomt vaneen rustigenstabiel leven, zonderaldiemoeilijkheden. ‘Datmis ik.Thuismetchipsopdebank.’Debege- leidster vanNicoleprobeert orde indechaos tescheppenen zorgt ervoordat zeeenagendakrijgt. Zemoet eenafspraakmakenmet dehuisarts, naar een werkproject enwoonruimtezoeken. Nicoleheeftzich inRotterdamaangemeldbij ‘NieuwePerspectieven’,eenvande velenieuweexperimentenomontspoorde jongerenbinnen tweemaandenweer inhetgareel tekrijgen. Iederebegeleiderheeft vier jongerenonderzijnhoedeen is 24uur per dagen zevendagenperweekbereikbaar. Indeeersteplaatswor- denpraktischeproblemenopgelost,zoalseenhuisenwerkvinden.Decontacten met familie, vrienden, politie, school enanderenworden inkaart gebracht,met debedoelingerachter tekomenwie ietsvoorde jongerekanbetekenen.Eenpaar keerperweek, somselkedag,wordende vorderingenbesproken. Crimineel gedragenwerkloosheid staannooit op zichzelf,maar komen voort uiteencomplexgeheel van invloedenenproblemen.Positieveeigenschappen worden versterkt enalser ietsopéén terrein verandert, treedt ookopandere terreinenverbeteringop. Decommissie-Etty adviseert inhet rapport ‘Deurenopen: investeren insoci- ale integratieenparticipatie’ ommeer geld testeken in ‘kwetsbarewijkenen groepen’.Kwetsbaregroepen indestedenkrijgeneensteedsextremereafwij- kendepositie tenopzichte vande rest vanNederland.Risicogroepenbeschik-

15

1  Het structureel functionalisme: desysteembenadering

ken over steeds minder onderwijs, arbeid en inkomen. Zij verkeren steeds vaker aan de onderkant en in demarge van de samenleving. De commissie vindt het belangrijk dat het effect van de hulpverlening gemetenwordt: met

anderewoorden, dat erwordtgestuurdop resultaat. Bron: deVolkskrant , JelleBrandsma, 17 juni 1998

De ‘maatschappij’ of de ‘samenleving’ is eennogal abstract, onzichtbaar geheel. Stel je eens voordat jevanuit eenhelikopternaaronze samenlevingkijkt: je ziet vanbovenaf decontourenvan stedenendorpen, industriegebiedenenhavens,met elkaar verbon- den door spoorwegen, snelwegen, kanalen. Vanuit de helikopter zie je als hij daalt steeds meer details: de wolkenkrabbers, kerncentrales, stadions, kantoorgebouwen, kerken, scholen en huizen. De verbindingen worden ook duidelijker waarneembaar: je ziet treinen, bussen, auto’s, fietsers envoetgangersop straat,mensenopwegergens naartoe. Vanbovenaf lijkt het eenmierenhoop.Wantwaar zijndezemensennaar op weg, wat ishuneindbestemmingenmetwelkdoel? Als leden vande samenlevinghoudenweonsmet van alles bezig.We zijn thuis en brengendaar tijddoor, enbuitenshuiszijnweopwegnaardewinkel, supermarkt, naar school of opleiding, naar onswerk, dekerk, debibliotheekof naar familieof vrienden. Wewetenvaakwelkemensen inonzebuurtwonen,welke instellingen inwelkegebou- wen zitten enwe wetenmin of meer de weg te vinden. Onze horizon, onze actiera- dius, isechterbeperkt.Wekunnenonmogelijk iedereenkennen, zelfsnietmetde (van bovenaf onzichtbare)moderne socialmedia. Opwelkewijze zijnwemet elkaar verbondenenopwelkewijzecommunicerenwij metelkaar zodathetvoorons (redelijk)overzichtelijkenordelijk isenblijft?Het iseen Binnenhet structureel functionalisme, ende systeembenadering, ligt denadruk op: • het bieden van structuur enhet stellen vangrenzen; • het bijeenhouden van samenlevingsverbanden, organisaties, gezinnenen rela- ties; • het voorkomenen tegengaan vanafwijkendgedragdoormiddel vanpositieveen negatieve sancties; • positief denken, wilskracht,motivatieen coachen; • het zoekennaar oplossingen voor problemendoor deze stuk voor stuk inkaart te brengen; • de vooruitgang vande samenlevingdoorwetenschappelijkonderzoek, innovatie en technologie.

16

Debouwstenenvandesamenleving

wonderdat iedereenogenschijnlijk langselkaar looptals ineenmierenhoop,maardat alles tochop rolletjes blijkt te lopen. Hoe functioneert eenmaatschappij met individuen, gezinnen, scholen, winkelbe- drijven, ziekenhuizen, gemeenten, politie, leger, talloze sportclubs, bedrijvenenminis- teries? Demetafoor van de ‘machine’ geeft ons een beeld van het functioneren van demaatschappij. De onderdelen van eenmachine hebben elk een functie, grijpen in elkaar endoenhetgeheel draaien.Hetgeheel ismethetdraaienvandemachinemeer dande somvandeonderdelen. Demaatschappij of samenleving functioneert op vergelijkbarewijze. De onderde- len van demaatschappij werken zodanig samen dat het geheel als structuur gaat en blijft draaien. Elkonderdeel levert een eigen specifiekebijdrage aan, heeft een functie inhet geheel. Belangrijkeonderdelenvaneen samenleving zijn: • deeconomische infrastructuur vanmultinationals tothet klein- enmiddenbedrijf; • het onderwijssysteem, vanbasisscholen tot enmetdeuniversiteiten; • degezondheidszorgmet verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen, paramedische zorg, huisartsen; • het sociale systeem met de talloze verzekeringen, uitkeringen en vormen van dienst- enhulpverlening; • instellingenophet gebiedvan cultuur, sport, recreatie,massamedia; • de leef- enwoongemeenschappen van individuelemensen, gezinnen, het vereni- gingslevenendebuurtgemeenschappen; • hetpolitiekebestelmetpolitiekepartijen, gemeenten, provincies,ministeries, rege- ring enparlement; commissies hebben tot taak deze instanties tot elkaar te bren- genenhundoelenopelkaar af te stemmenvia compromissen. Eenmachine zal bij defecten, storingenen slijtage langzamer draaienof zelfs stoppen. De slecht draaiende onderdelen worden gesmeerd, gerepareerd of vervangen. Het geheel heeft regelmatig eenonderhoudsbeurt nodig en is na verloop van tijd aan een algehele revisieof vervanging toe. De vergelijkingmet eenmachine doetmisschienwatmechanisch aan. Het verge- lijkenvaneenmaatschappijmet een lichaam, waarvandeorganenen ledematen zeer complex op elkaar inspelen, doet meer recht aan de beweeglijke samenhang en het samenspel tussendeverschillendeonderdelen.Demaatschappij inal haarnuancerin- genendynamiekkomt opdezemaniermeer tot leven. De samenlevingwordtvanuithetpolitiekebestel aangedrevenenwordtbijeengehou- den, draaiende gehouden door beslissingen aan de top, het hoofd van het systeem: regering en parlement. De politiek kanmet wetgeving, justitiemet haar opsporings- apparaat−depolitie− ingrijpenbij verstoringen en conflicten inde structuur vande samenleving.Dehulpverleningheeftde functievan ‘smeerolie’, zorgendathet systeem soepel blijft draaien.Mensendiebuitendeboot (dreigen te) vallen, worden viabege-

17

1  Het structureel functionalisme: desysteembenadering

leiding binnenboord gehouden, zij worden aangesproken op hun verantwoordelijk- heidengemotiveerdomaanhetmaatschappelijkprocesdeel tenemen. Het voortbestaan van de samenleving, het leven en de veiligheid van individuen staanbinnende denkwijze vanhet structureel functionalisme steeds ophet spel. Tot voor kortwasdebestrijdingvan (hard)drugs indit kader eenhot item.  Desintegratievandesamenlevingdoor (hard)drugs De concentratie van (hard)drugsgebruikers in stadscentra enbuurtenkande openbare orde ontregelen en verstoren. Hinderlijk gedrag, diefstallen, bero- vingen en roofovervallenmaken openbare ruimtes, winkelcentra enmetro’s vrijwel ontoegankelijk voor het publiek. Van deze gebieden gaat een steeds grotere aantrekkingskracht uit op gebruikers en handelaren, wat uiteindelijk kan leiden tot ‘gettovorming’. De gebieden vormen zozeer een eigen staat in de samenleving dat overheidsdiensten zoals politie en justitie geen vatmeer hebben op wat zich hier afspeelt. De problematiek breidt zich als een olie- vlek uit. Het ordeprobleem treft de gehele samenleving en tast de cohesie, de onderlinge samenhang en solidariteit, steeds verder aan. Winsten uit het drugscircuit worden witgewassen en notarissen en bankpersoneel worden meegetrokkendoormiddel vanverleidelijke transactieszodathetonderscheid tussen integerenmeegaandoptredensteedsvagerwordt.Decorruptieneemt toe, zelfs inhetpolitieapparaat. Desamenlevingervaart deoverlast alsondraaglijk.De tolerantiegrenswordt overschreden.Alleenmobilisatievandesamenlevingkanhetgevaarvan totale instortingendesintegratienogkeren. Vervolging van dealers, harde aanpak van delicten en alle vormen van over- last, het verspreiden van straatjunks over de hele stad die zich op dezelfde plekophouden, campagnes tegenhetwitwassenvandrugsgeldenenzelfshet afbrekenenweeropbouwen vangettobuurtenzijn vanuit destructureel-func- tionalistischevisiedeaangewezenstrategieënvoorhetherstellenvandeorde. Het optreden stelt tevens een nieuwemoraal, geeft voorbeelden van sociaal goed enwenselijk gedrag en herstelt daarmee het gevoel van sociale veilig- heidbij hetpubliek. Rampen, oorlogen, aanslagen, catastrofes, het instorten vanbeurzen, de bankwereld, de werkgelegenheid, de woningmarkt en zelfs een faillissement kunnen samenlevin- gen treffen. Ongevallen, ziekten, ontslag, schulden, echtscheidingen kunnen indivi- duen rakenen tot armoedebrengen. Groteverschillen tussen rijkenarm, toenemend geweldenonveiligheid zettende socialeeenheidonder druk. Continuïteit vanhet geheel staat vooropmetdevolgendevraagstukken: 1 systeemhandhaving: het handhaven van het bestaande systeem, de orde en het voorkomenvanwanorde;

18

1.1 Afwijkendgedrag

2 integratie en desintegratie : het afstemmen van onderdelen op elkaar, het voorko- menvanhetuiteenvallenvande samenleving; 3 cohesie : het samenbindenvande ledenvande samenleving; 4 functioneren en disfunctioneren : welke onderdelen functioneren goed en welke onderdelenminder; 5 analyse vanproblemen enwerkenaanoplossingen : inprincipe zijnbij elkprobleem eenanalyseeneenoplossingmogelijk. Positivisme: voor elkprobleem is eenoplos- singdenkbaar enuitvoerbaar; 6 aanpassing : het systeem, hetgeheel, ismeerdande somvandeonderdelen. Binnen de samenleving is bereidheidnodigommee tewerkenaandeoplossingvan (deel) problemenbinnenhet geheel; 7 afwijkend gedrag is storend voor het functioneren van de samenleving. Het is van belangom afwijkend gedragom tebuigen en te corrigerennaar gedrag ten gunste vanhet systeem.

Indithoofdstukwordendevolgende thema’s verder uitgewerkt: 1 afwijkendgedragenonderzoeknaar afwijkendgedrag; 2 de systeembenadering; 3 hetdifferentiatieproces; 4 deprofessionelebureaucratie; 5 instrumenteel gedrag, referentiegroepenenuitlaatkleppen;

6 armoedeen socialeongelijkheid; 7 integratiebeleiden civil society.

1.1

Afwijkendgedrag Sociologen zijngeïnteresseerd indewijzewaaropmensenbuitendeboot vanhet sys- teem kunnen komen te vallen, nietmeermeedoenof nietmeermeemogendoen. In beide gevallen, vrijwilligof onvrijwillig, komenmensen enorganisatiebuitende gren- zen te staanof belanden zewellicht tussenwal en schip. Voor diemensendreigtmar- ginalisering. Vanuitdrie invalshoekenwerpenwe licht opdezeproblematiek: 1 het overschrijdenvangrenzen; 2 de discrepantie diemensen ervaren tussen het nastreven van culturele doelen en hethanterenvan institutionelemiddelenomhundoelen tebereiken; 3 hetontwikkelenvanafweermechanismenna teleurstellendeof traumatischeervaringen. 1.1.1 Het overschrijdenvangrenzen Vanuit de systeemtheorie is het stellen van grenzen van eminent belang voor de een- heidbinnen een systeem. Conflictenvindenplaats aandegrenzenvanhet systeemof tussen (sub)systemen. Opgroeiendekinderenhebbenbijvoorbeeldduidelijkegrenzennodigomzichgoed teontwikkelen. Kinderendiegeenduidelijkegrenzenopgelegdkrijgengaanalsvanzelf grenzenopzoeken enworden lastig. Als de ouders opnieuw geen grenzen aandit las-

19

1  Het structureel functionalisme: desysteembenadering

tige gedrag stellenof geen consequenteboodschappen gevenofmaatregelennemen, dan raakt het kind in verwarring en zoekt verdere confrontatie of grenzen op. Dit grensverleggendenuiteindelijkgrenzeloos gedrag isduidelijkeenvormvanafwijkend of deviant gedrag. Ookhet denken vanmensen kan, als er geen grenzen gesteldwor- den, opvergelijkbarewijzegevolgdwordendoor gewetenloos gedrag. Afwijkend gedrag komt in allerlei vormen voor: binnen relaties, in arbeidsorgani- saties in demaatschappij. Normen enwaarden vervagen als zij niet steeds opnieuw bepaald, hergewaardeerd enook zonodig afgedwongenworden. Naleving van regels, toezicht, opsporing, berechting enbehandeling vanpersonendie delicten en vergrij- penplegen, enpreventie zijn functionelemiddelenomuit de hand lopen te voorko- men. Aan ‘gedogen’ hangt een prijskaartje, want door te gedogen heeft de overheid geengripopde situatie. EmileDurkheim, degrondlegger vanhet structureel functionalisme, geeftbij dit gren- zeloosgedragnuancesaanmetdespiraal vande risingdemands .Mensenkunnenzulke hogeverwachtingenhebbenenhogeeisen stellenaanzichzelfofmensenomhenheen dat zij het levendoor die verwachtingen alleen al onmogelijkmaken.Met hunonver- vulbare en irreële eisen verlangen zij te veel van het leven enmaken het ondraaglijk. Mensenkunnenhunkerennaar een intieme relatie,maar door hunextremeverwach- tingendiewens tegelijkertijd vrijwel onmogelijkmaken. Laat staandat een ander aan dezeverwachtingen zal kunnenvoldoen.  OmarElH., eennieuweHolleeder? InOmar El H. schuilt een ‘nieuweHolleeder’, denkt de politie, alswe nu niet ingrijpen.ElH.werd inNijmegenaangehoudennaeenmislukteoverval.Enige tijd daarvoorwaren een kleine dertig andere knapen opgepakt, inclusief drie jongere broers van El H. Naast inbraak, straatroof, diefstal en bedreigingen (ookvanpolitieagentendiezeopeen ‘dodenlijst’haddenstaan)wordenzever- dacht vanhet exploiteren vaneengrootschaligecocaïnelijndoorAmsterdam. El H. was enkele jaren daarvoor op zeventienjarige leeftijd betrokken bij het doodschoppenvandeDuitse junkAnjaJoos.Hijkreegeen taakstraf van240uur en zesmaanden voorwaardelijk. Geruime tijd laterherkendehet echtpaarBert enMarja (nationaal bekendgewordendoordepubliciteit hierover) hem vaneen fotouithetstrafdossier inzakeAnjaJoos.HetwasElH.,zeidenzemetgrotestel- ligheid, diemet zijnkornuitenhet echtpaardeDiamantbuurthaduitgetreiterd. TallozehulpverlenersdienadeaffaireopdeDiamantbuurtwerden losgelaten, kondenniet voorkomendatElH. zichvolgens justitievanhangjongereontwik- kelde tothardeberoepscrimineelen ‘onbetwist leidervandebende’.Zijnman- schappen rekruteerdehij voornamelijk indeDiamantbuurt. Bron: deVolkskrant , 26september2008

20

1.1 Afwijkendgedrag

Dergelijk grensverleggend, grenzeloos en gewetenloos gedrag kande samenleving op scherp stellenen totmaatschappelijkediscussies leiden.Welkemaatregelenzijnnodig omditgedrag te stoppen?Wordter teveel gedraggedoogdofdoordevingersgezien? Ishet stellenvannieuwegrenzen zoals een zerotolerancebeleidnoodzakelijk? Mensen kunnen ook afwijkend gedrag vertonen als zij binnen twee systemen of cul- turen leven. Beide systemen stellen hun eigen eisen en leggen hun eigen grenzen op, waaraan individuenof groepenmensenbijnaonmogelijkgelijktijdigkunnen voldoen. Dit leven tussen tweeculturenkan leiden tot afwijkendgedrag, zoalshet rondhangen vanMarokkaanse jongeren of zelfdoding bij meisjes met eenHindoestaanse achter- grond. Zowel het stellen van te weinig als van te veel grenzen kan leiden tot afwijkend gedrag. Teveel en te strengeeisenkunnenertoe leidendatmensenzich teweinigkun- nenontplooienenachterblijven inhunontwikkeling. Inparagraaf 1.2komenwe terug ophet stellenvangrenzen. 1.1.2 Discrepantie tussenhet nastrevenvancultureledoelenenhet hanterenvan institutionelemiddelen Mertongaat inopdediscrepantiebij een (te) groot verschil tussenverwachtingenen demogelijkhedenomdieverwachtingenwaar temaken. Hij onderscheidt: a de culturele structuur van eenmaatschappij: de doeleinden, behoeften, aspiraties vanmensenendewegenenmiddelenomdeze tebereiken; b de sociale structuur : de feitelijke verdeling van kansen enmogelijkheden om deze doelen tebereikenopeenvoor demaatschappij aanvaardbarewijze. Anomie en afwijkend gedrag kunnen voorkomen wanneer er discrepanties tussen deze twee structurenontstaan. DeAmerikaanse samenlevingkenmerkt zichdoorhet grote verschil tussen de cultuur van het succes (de American dream – van kranten- jongen totmiljonair) en de geringemogelijkheden daartoe bij (grote) groepen in de samenleving.Mensen inde onderste lagen vandeAmerikaanse samenleving hebben niet of nauwelijksmogelijkhedenomnaar eengoede school tegaanofmet hardwer- ken dewaarden van demaatschappij − financieel succes enmaatschappelijke status − tebereikenen teverwerven. In Nederland zijn de waarden rond carrière maken en succesvol zijn de laatste decennia sterkveranderd.Devraag isof demogelijkhedenomcarrière temaken inde praktijkook toegenomen zijn? Bij eennadereanalysevanafwijkendgedraghanteertMertonhetonderscheid tus- sendoel enmiddelen.Mensenkunnenaldannietachterdecultureledoelen staanen/ of de institutionele (gebruikelijke) middelen gebruiken om deze doelen te bereiken. Hij komt totdevolgende indelingwaarbij bij de laatstevier groepenafwijkendgedrag vertoondwordt.

21

1  Het structureel functionalisme: desysteembenadering

culturele doelen

institutionele middelen

kenmerken

0 conformisme

+

+

conformering, aanvaarding vanbestaande verschillen, ‘normaal’ gedrag doel heiligt demiddelen: diefstal, zwartwerken, fraude, prostitutie middel tot doel verheffen: perfectionisten, bureaucraten, werkverslaafden dubbel falen: berusting, drop-outs, dak- en thuislozen, verslaafden non-conformisme: radicale acties, kraken vangebouwen/ hacken van computers, globalisten

1 innovatie

+

-

2 ritualisme

-

+

3 retractie

-

-

4 rebellie

+/-

+/-

+=aanvaarding –= verwerping +/–= (gedeeltelijke) afwijzing vangeldendewaardenennormenen vervangingdoor nieuwewaardenennormen

Bron: Keulartz, 1987, p. 18

0 Conformisten plaatst Merton in de hogere middenklassen van de Amerikaanse samenleving.Hetzijndemensenmetdemeestemogelijkhedenomhet indemaat- schappij temaken. Ze zullen zich (kunnen enwillen) houden aande regels vande wet envertonengeenofweinigafwijkendgedrag. 1 Innovators. De ‘vernieuwers’ strevenwel succes na,maar nietmet de volgens denor- men enwaarden gepastemiddelen om dat succes te bereiken. Het grote geld lonkt. De verleiding van een foute omgeving of vrienden is te groot. Vernieuwers bevinden zichvooral indeonderlagenvandemaatschappij: geengeldof vermogen (door erfe- nissen)om te studeren, ongeschooldwerk levertweinigop. Langetermijnoplossingen zoalshet volgenvaneenopleiding leggenhet af tegenkortetermijnoplossingen. Blok- kades die hetmoeilijkmakenomhogerop te komen (werkloosheid, geringe voorop- leiding,wonen ingetto’s) zorgenervoordatmensenkiezenvooronwettigemiddelen. Ookde (witteboorden)criminaliteit inde toplagenvandemaatschappij valtonder deze vorm van afwijkend gedrag. Demazen in dewet verleiden tot zelfverrijking, vooral bij gebrek aan sociale controle. Dergelijke strategieën (het doel heiligt de middelen) duidenop een zekere onbeschaamdheid en ‘gewetenloosheid’ ten aan- zienvandebelangrijkenormenenwaarden inonzemaatschappij.

22

1.1 Afwijkendgedrag

2 Ritualisten hebben het streven naar maatschappelijk belangrijke doelen opgege- ven,maarhouden tochvast aande legitiememiddelen.Hetmiddelwordt totdoel verheven. Bekende voorbeelden zijndebureaucratendie zich verliezen in regeltjes en dewerkloze die elke ochtend nog steeds inwerkkledingmet zijn lunchpakket achteropdefietshethuisverlaat.Mertonplaatstdezepersonenvooral inde lagere middenklasse. Dezemensenhebben beduidendminder kans op succes danmen- senuitdehogeremiddenklasse. Bijdeopvoeding, socialisatie is (te) sterkdenadruk gelegdop eerbiediging ennaleving vannormen enwetten. Dediscrepantie tussen doelenenmiddelenwordtweggenomendoor dedoelenop tegeven. 3 Retractisten hebben zowel de doelen als de middelen om die doelen te bereiken opgegeven. Zij hebben zich in hun eigen wereldje teruggetrokken: het gaat hier ommensen die zichzelf verwaarlozen, zwervers, drop-outs enmensenmet zware of dubbele verslaving. Hun gedrag is vaak niet direct strafbaar en leidt, als hetwel strafbaar is, niet altijd tot vervolging (gedoogbeleid). Retractisten zijn niet aan te sprekenopdegeldende rechtsnormen. 4 Rebellen . Aan de ene kant verwerpen rebellen oude normen en waarden, aan de anderekantontwikkelenzij alternatievenormenenwaardenendragendieuit: glo- balisten, krakers, hackers. Computerfreaks enwhizzkidsmet hunnon-conformisti- sche kleding en gedrag zijnmet hun technologische kennis en vaardighedennuof later van onmisbarewaarde. VoorMerton gaat het bij rebellen in eerste instantie om jongeren uit de onderlagen van demaatschappij die het veel moeite kost om zich tehandhaven. Zij hebbenzichtgekregenopdebarrières indemaatschappij en proberenkritischhunwegdaarin tevinden. Merton benadrukt dat de maatschappij de ‘innovators’ en ‘ritualisten’ stiekem om hun gewiekstheid of hun stiptheid waardeert, maar de drop-outs met minachting bejegent. Mensenmet deminstemogelijkheden ondergaande grootste sociale druk vanuitde samenlevingom zichaan tepassen. 1.1.3 Afweermechanismen Parsons ziet ziektevanmensenalsdemeestvoorkomendevormvanafwijkendgedrag indemodernemaatschappij. Voor zijn analyse onderscheidt hij twee handelingssys- temen: • een persoonlijkheidssysteem : het geheel van handelingen van afzonderlijke indivi- duen; • een sociaal systeem : opgebouwduitde interacties van tweeofmeer individuen. Dekoppeling tussenbeide systemenkomt tot standdoormiddel van rollen . Wanneermensen aanbestaandeverwachtingenvoldoen, vervullen zijwederzijdse behoeften.Dit versterkt volgensde leertheorievanhetbehaviorismedemotivatieom dit gedrag te herhalen: een situatie van evenwicht en sociale integratie. Verstoringen

23

1  Het structureel functionalisme: desysteembenadering

inhet sociale systeemdoor afwijkingen indit gedragwordenondervangendoor twee basismechanismen: socialisatieen sociale controle. Mensendiegeenwaarderingkrijgenomdat zij niet aanwederzijdseverwachtingen voldoen, zullen gewoonlijk nagaan opwelke gronden hun deze waardering onthou- denwordt en op grond daarvan hun gedrag bijstellen. Door met anderen te praten verwerken zij de sociale teleurstelling, eenvormvan crisisinterventie. Mensen kunnen daarentegen ook hun gevoelens van teleurstelling verdringen en zichzelf forceren om toch aan de verwachtingen van anderen te voldoen. Anderen inhunomgevingwaarderendeze veeleisendheidnogminder en zullendat ook laten blijken. De negatieve gevoelens als reactie op deze nieuwe afwijzing kunnen omge- zet worden in nogmeer inzet en energie om goedkeuring te verkrijgen, enzovoort. Het is te vergelijkenmet iemanddie inde liefde afgewezenwordt,maar des temeer volhardt indepogingen aandacht te trekken en genegenheid tewinnen, tot stalking aan toe. Parsons benadrukt deze vicieuze cirkel vandeviant gedrag. Ambivalentie in gedrag vanmensenontstaat bij frustratieenafwijzing. Hetpersoonlijkheidssysteem raaktuit balans en afweermechanismen treden in werking. Mensen steken alle energie in het voorkomen van de teleurstellende ervaring zonder die ervaring te verwerken en een eigenplek te geven in eenproces van crisis- of traumaverwerking. Om eerder ervaren teleurstellingenof trauma’s te voorkomenproberenmensen vergelijkbare situaties te controleren ennaar hunhand te zetten. Dit gedrag leidt uiteindelijk tot systematisch afwijkendgedrag; van irritanteonverbetelijkheid, zich (volledig) terugtrekkenop zich- zelf enagressiviteit, tot inhet ergstegeval pedoseksuelekindermoord.  Zemakenhethuilendekind inzichzelf stil De Belgische therapeute Carine Hutsebaut ontwikkelde daderprofielen van pedoseksuelekindermoordenaars.Zezijngefrustreerd,hebbeneenverknipte jeugdgehaden zoekeneenslachtofferom te vernederenen tedomineren. Ze stoppennooituitzichzelf. Intensewoedeenangst:die tweegevoelenszijnken- merkend voor pedoseksuele kindermoordenaars. In de dagen voorafgaand aan het delict worden ze bijna altijd geconfronteerd met een afwijzing: ze rakenhunbaankwijt,hunvrouw looptweg,eennaasteoverlijdt.Hetkindmoet boeten voor deopgelopen frustratie. Nahetmisbruikgroeit deangst voor de zware straf die ze riskeren.Waarna zehun enigegetuigeomhet levenbren- gen.Seksuelebevrediging isnietdebelangrijkstedrijfveer,maardedrangom te vernederen. Hutsebaut onderscheidt twee types. Het impulsieve typeenhetmethodische type. Het impulsieve type verlaat zijn woning in verwarde toestand op zoek naar eenwillekeurig slachtoffer, dat zowel een volwassene als een kind kan zijn.Hij plantdemoordniet, in tegenstelling tothetmethodische type, dat veel

24

1.1 Afwijkendgedrag

intelligenter te werk gaat en zijn delict soms jarenlang voorbereidt. Als niet snelwordt opgetreden, kaneen impulsief type veel slachtoffersmaken. Bron: deVolkskrant , 22mei 1999 /Hutsebaut, 1997

Parsons onderscheidt acht typenvanafwijkendgedrag: 1 Overheersing . Deoverheersendepersoon zal er steeds opuit zijn–kanniet anders dan – anderen te overheersen. Hij zet gesprekken naar zijn hand, luistert niet en probeert gelijk tekrijgen. 2 Agressie . De agressieve persoon bejegent anderen agressief op een persoonlijke manier. De ‘frustratie’ is onder deoppervlakte somsdirect voelbaar. 3 Dwangmatigheid . Iemand met dwangmatig gedrag legt zijn eigen normen aan anderen op; hij becommentarieert en bekritiseert het gedrag van anderen voort- durend. Als een soortmoraalridder wil iemand het juiste conformistische gedrag ende juisteetiquetteafdwingen. 4 Onverbeterlijkheid . Dezepersoon is eenperfectionist: alles is tot indepuntjes gere- geld. Een superperfectionist laat niets aanhet toeval over. Een toonbeeld vanper- fectie indeogenvananderen. Bij deze eerste vier groepen van afwijkend gedrag zijn de aandacht, de handelingen naar buiten gericht, op de buitenwereld, op anderen. De volgende vier vormen van afwijkendgedrag zijnmeer naar binnengericht, eerder passief georiënteerd. 5 Onderwerping . Depersoon stelt zichonderdanigen slaafsopnaar anderen. Primair is iemandgericht en ingesteldopwat anderen zeggenenaangeven. 6 Dwangmatige onafhankelijkheid . Halsstarrig en eigenzinnighoudt iemand vast aan eigen (on)hebbelijkhedenenweerstaat elkekritiekenverandering. 7 Dwangmatig naleven vannormen . Klakkeloos en rigide volgt iemand elke gedrags- regel vanuitdeomgevingofmaatschappij. 8 Ontwijken van normatieve relaties . Mensen doen geenmoeite (meer) om gewone relatiesaan tegaan, omdatdieanderen tochwelweeronmogelijkeeisenzullen stel- len.

In schema:

actief

passief

nadrukop personen

nadrukopnormen nadrukop personen

nadrukopnormen

(1) overheersing

(3) dwangmatig opleggen van normen

(5) onderwerping

(7) dwangmatig naleven vannormen

conformisme

25

1  Het structureel functionalisme: desysteembenadering

(2) agressie t.a.v. personen

(4) onverbeterlijkheid

(6) dwangmatige onafhankelijk- heid

(8) ontwijken van normatieve relaties

vervreemding

Bron: Keulartz, 1987, p. 26

Het verschil tussen conformistisch en vervreemdend gedrag is vooral een accentver- schil engebaseerdopheteerdergenoemdeonderscheid tussenhet sociale systeemen het persoonlijkheidssysteem. Bij conformisme is het gedragspatroonop eenoverdre- venmanier ontleend aande heersende omgangsvormen. Bij vervreemding komt het gedragspatroonmeervanuitdepersoonzelf.De identiteitofpersoonlijkheid is sterker ontwikkeld,met koppigheid en geldingsdrang als overheersende karaktereigenschap- pen. S tressalsafwijkendgedrag Burn-outen stressbeschouwtParsons indezemoderne tijdvooral alseenmaatschap- pelijk onaanvaarde uitdrukking van dwangmatige onafhankelijkheid . Halsstarrig en dwangmatig eigenzinnig vasthouden aan eigen (on)hebbelijkheden, niet openstaan voor kritiekenveranderingen zijndeonderliggende (re)actiepatronen.Het ‘oppotten’ en ‘binnenvetten’ eisenhun tol inde vorm vanpsychosomatische ziektenof sympto- menmet eenpsychischeachtergrond. Dergelijk ziektegedrag isdemeest voorkomendevormvanafwijkendgedrag ineen samenleving die steeds meer zelfstandigheid en onafhankelijkheid vanmensen eist. Alsmensende eveneens bij hetmoderne levenbehorende afhankelijkheidsgevoelens onderdrukken, kan hun gedrag dwangmatig worden en nemen ziekte en probleem- gedrag toe. Volgens Parsons zal de omgeving het gedrag ervaren als hinderlijk, lastig, ziekma- kend en storend, en adviseren de huisarts te raadplegen. Huisartsen zullen op hun beurtdoorverwijzennaar hetmaatschappelijkwerk, eenpsycholoogof deRiagg. 1.1.4 Artsenenhulpverlenersalsagentenvansocialecontrole Werd in vroeger tijden afwijkend gedrag vooral bestredenmet berisping, straf en iso- latie, tegenwoordig is er eenvoorkeur voormedischeen therapeutische invalshoeken: een verschuiving vanharde naar zachte technieken .Mensen lerenmet sociale vaardig- heden en gedragstherapeutische trainingen hun afweermechanismen, die leiden tot afwijkend gedrag, aan te passen en te verzachten. Blokkades en stress zettenmensen en hun directe omgeving vast. Motiveren en coachen zetten henweer in beweging. Huisartsen, hulpverleners en therapeuten zijndenieuwe ‘agenten’ vande socialecon- trole. Mensenmet stress, adhd, obesitas, anorexia, depressiviteit en verslavingen leren zelf deverantwoordelijkheidvoorhun ziekte tenemenenveranderingenaan tebren- gen inhun situatie.Nietblijvenhangen inklachtenenproblemen, niet terugtrekken in eenklaagcultuur,maar oplossingsgericht aanpakken.

26

Made with