Piet Mooren e.a. - Verborgen talenten

Verborgen talenten Jeugd- literatuurop school

PietMooren,KarenGhonem-Woets, ErnavanKoeven, JeanneKurvers, HermanVerschuren

u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

Verborgen talenten Jeugdliteratuurop school

Onder redactie van:

PietMooren KarenGhonem-Woets ErnavanKoeven JeanneKurvers HermanVerschuren

Metmedewerking van:

IdoAbram MariskaHammerstein Cees vanderKooij MarjoleinKool ChristianeNieuwmeijer HenkNotté JoséSimons WillebrorddeWinter

c u i t g e v e r ij

c ou t i n ho

bussum2012

Bij dit boekhoort eenwebsitemet extra studiemateriaal. Dezewebsite is tevin- denvia www.coutinho.nl/verborgentalenten .

Ganaar www.coutinho.nl/verborgentalenten ,maakeenCoutinho-account aan en log in.

©2012Uitgeverij Coutinhobv Alle rechtenvoorbehouden.

Behoudensde inof krachtensdeAuteurswet van1912gesteldeuitzonderingenmag nietsuitdezeuitgavewordenverveelvoudigd, opgeslagen ineengeautomatiseerdgege- vensbestand, of openbaar gemaakt, inenigevormof openigewijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of openigeanderemanier, zonder voorafgaan- de schriftelijke toestemmingvandeuitgever. Voor zover hetmakenvan reprografischeverveelvoudigingenuitdezeuitgave is toe- gestaanopgrondvanartikel 16hAuteurswet 1912dientmendedaarvoorwettelijk verschuldigdevergoedingen tevoldoenaanStichtingReprorecht (Postbus 3051, 2130KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemenvan (een) gedeelte(n) uitdezeuit- gave inbloemlezingen, readers enandere compilatiewerken (artikel 16Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot StichtingPRO (StichtingPublicatie- enReproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130KBHoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400AHBussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Zetwerk: StudioPietjePrecies | bno, Hilversum Omslag: Steef Liefting, Amsterdam Illustratieomslag:WimHofman, Vlissingen

Noot vandeuitgever Wij hebbenallemoeitegedaanom rechthebbendenvan copyright teachterhalen. Perso- nenof instantiesdieaanspraakmakenopbepaalde rechten, wordt vriendelijkverzocht contact op tenemenmetdeuitgever. Depersonenopde foto’s komenniet inde tekst voor enhebbengeen relatiemethet- geen inde tekstwordt beschreven, tenzij het anders inhet bijschrift vermeld staat.

ISBN 9789046902882 NUR 620/840

Voorwoord

Verborgen talenten helpt aanstaande leraren de expertise te ontwikkelen om voor enmet kinderen in verschillende fasen vanhunontwikkeling interessante boeken te selecterenen leert opwelkemanier jeugdliteratuur inde leskanwor- den ingezet.Dooropdezemaniermet jeugdliteratuur tewerken, kunnendever- borgen talentenvan leerlingen totuitingkomen. Ditboek is tot standgekomennaeenuitvoerigevoorbereiding.Dehoofdstuk- kenuitdeel3 (jeugdliteratuurendeschoolvakken)zijngeschrevendoorexperts opdedesbetreffendevakgebieden.Hetboek isgelezenenvancommentaarvoor- ziendoor de volgende docenten: Hugo vandenEnde (Katholieke Pabo Zwolle), Mariska Venema (Hanzehogeschool Groningen), Miranda deHei (HaagseHoge- school), Rijke deWolf (Hogeschool Edith Stein), Herbert Mouwen (Hogeschool deKempel),NikkyWessels(HogeschooldeKempel)en Jannekede Jong(Driestar Hogeschool).OnzedankgaatookuitnaardevolgendestudentenvandeDriestar Hogeschool die eenofmeer hoofdstukkenhebben tegengelezen: EliseBezemer, GerlindeAveresch, KatinkaAdriaanse,Marieke vanEldik, HeleenVisser,Marina Moree, CorinevanOmmeren, AlidavanEngelenhoveenMarijkeSchouten. Hun commentaarwaswaardevol en leiddehier endaar tot belangrijkewijzigin- gen. PietMooren KarenGhonem-Woets ErnavanKoeven JeanneKurvers HermanVerschuren mei 2012

Webondersteuning

Bij dit boekhoort eenwebsitemet extramateriaal: www.coutinho.nl/verborgentalenten

Opdezewebsite is ondermeer het volgende tevinden: 3 eenentreeper hoofdstuk 3 opdrachten 3 geannoteerde titellijstenvanaanbevolen jeugdliteratuur 3 interessante links 3 verdiepende teksten

Inhet boekwordtnaar dewebsiteverwezenmethet volgende icoontje:

Inhoudsopgave

Deel1 ■ Ter inleiding

1 Rodedraden.Onderwijs in jeugdliteratuur, jeugdliteratuur inonderwijs: een inleiding

15 16 24 27 28

PietMooren& JeanneKurvers 1.1 Meestersen juffen inkinderboeken 1.2 Rodedraden 1.3 Opbouwvanhetboek 1.4 KeuzewijzerenKennisbasis

2 Hetbeslissendeboek.Overkansenongelijkheid, talentenen jeugdboeken

31

PietMooren& JeanneKurvers 2.1 Smakenverschillen 31 2.2 Verborgen talenten: cultuurspreidingenonderwijsstimulering 35 2.3 Verschillende talenten:meervoudige intelligentie 37 2.4 Hetbeslissendeboek 45 2.5 Talenten, lezenen leesbevordering 47 Deel2 ■ Lezen, leesbevorderingen jeugdliteratuur JeanneKurvers&PietMooren 3.1 Lezenvaneen tekst 52 3.2 Van luisterennaar zelf lezen: deontwikkelingvan leesvaardigheid 55 3.3 Welke tekstenvoorwelke lezer? 59 3.4 Tweemaal ‘zwakke’ lezers 62 3 MatildaenPuddingTarzan.Over lezers, leesvaardigheid en teksten 51

4 Marktenenmeningen.Overboekenmakers enbemiddelaars HermanVerschuren 4.1 Het gelijkvandevismarkt 4.2 Wat voorafging, invogelvlucht 4.3 Uitgevenen recenserenvankinderboeken: hetbegin 4.4 Uitgevenen recenserennu 4.5 De rol vanbemiddelaars 4.6 Institutiesenbekroningen 5 Het spinnenwebvande leesbevordering. Lezenopbeleids-, school- enklasniveau

67 67 68 70 74 80 83 85 86 87 93

PietMooren&KarenGhonem-Woets 5.1 Hetbeleidvande school 5.2 De school enandere instellingen 5.3 Deklasende leerkracht

6 Ikhouvanboeken.Hetprentenboekalskennismaking metdiversegenres PietMooren&KarenGhonem-Woets 6.1 Genresen leeshoudingen 6.2 Hetprentenboekalsparapluen springplank 6.3 Stapelverhalen 6.4 Fabels 6.5 Sprookjes 6.6 Sagenen legenden 6.7 Tekstlozeprentenboeken, stripsengraphicnovels 6.8 Liminaleprentenboeken 6.9 Intertekstueel spelmet genres PietMooren 7.1 Mijnverhaalwasnogmaarnetbegonnen 7.2 Fictieennon-fictievoorkinderen: genres 7.3 De ingrediëntenvanverhalen 7.4 Fictieennon-fictiebij JokevanLeeuwen 7.5 Non-fictieen informatieveverhalenbij andereauteurs 7.6 Werkenmet fictieennon-fictie indeklas 7 Sesamopenu.Overfictieennon-fictie

103 104 106 107 109 112 116 118 121 124 125 125 126 127 130 136 141

8 Ringel rangel ronde. Kinderrijmen, kinderverzenengedichten met eenkindperspectief

143 143 148 151 156 158 159 165 165 171 179 187 187 191 195 197 205 206 208 213 215 219

PietMooren& JeanneKurvers 8.1 Wat is (kinder)poëzie? 8.2 Deorale traditie 8.3 Kenmerkenvankindergedichten 8.4 Het kindperspectief 8.5 Bloemlezingen 8.6 Poëziealskinderspel

9 Bikkels en leessterren.Overhetbehoudvande leesbegeerte

ErnavanKoeven 9.1 Leren lezen 9.2 Beginnendegeletterdheid 9.3 Gevorderdegeletterdheid

Deel3 ■ Jeugdliteratuur ende schoolvakken

10 ‘Alles isnogonontdekt’.Versjes, liedjes enprentenboeken indevoor- envroegschoolseeducatie

JeanneKurvers&PietMooren 10.1 Spelen, zingenenvoorlezen 10.2 Ontluikendegeletterdheid 10.3 Voor- envroegschoolseeducatie (VVE) 10.4 Het ‘VVE-curriculum’ en jeugdliteratuur

11 KinderenvanAbraham.Moraal en religie inmulticultureel perspectief

KarenGhonem-Woets&PietMooren 11.1 Theorieënover religieuzeenmoreleontwikkeling 11.2 Jeugdliteratuuroverdilemma’sendeugden 11.3 Verhalenuit religieuze tradities indeklas 11.4 Rituelen inverhalenengedichten 11.5 Rituelen ronddedood

12 Als jegoedom jeheenkijkt, kun jeoveral rekenen. Jeugdliteratuur en rekenonderwijs MarjoleinKool 12.1 Rekenen lerenuit een leesboekgaatniet vanzelf 12.2 Wanneer is rekenonderwijswaardevol voorkinderen? 12.3 Gecijferdheid 13 ‘Als ikmijnogen toedoe, ben ik inHonoloeloe’. Lezenmet geografischbesef

223 223 230 233 241 242 245 252 255 259 262

HenkNotté 13.1 Geografischbesef 13.2 Ontwikkelingvanhet geografischbesef 13.3 Lezen indeaardrijkskundeles 13.4 Aardrijkskunde inde leesles

14 Kleverigedraden. Lezenomdenatuurbeter tekennen

JoséSimons 14.1 Debetekenissenvandenatuur 14.2 Leerlijnenbij oriëntatieopdenatuur 263 14.3 De toepassing: lezen indenatuurlesennatuuronderwijs inde leesles 269 15 Verhalenovervroeger.Historische jeugdliteratuur en geschiedenisonderwijs 277 Cees vanderKooij 15.1 Geschiedenisonderwijs 278 15.2 Historische jeugdliteratuur 286 15.3 Criteriavoorhistorischekinderboeken 288

16 ‘Ieder zingt zijneigen lied’. Jeugdliteratuur enmuziek ChristianeNieuwmeijer&HermanVerschuren 16.1 Muzikaleontwikkeling ineennotendop 16.2 Zingenen taalverwerving 16.3 Lerenzingen 16.4 Luisteren 16.5 Zingenenbewegen WillebrorddeWinter 17.1 ‘Tekenen is lezenen schrijven tegelijk’ 17.2 Verbeelding inopeenvolgende stadia 17.3 Kinderen latenkijken PietMooren& JeanneKurvers 18.1 Het vakEngelsopdebasisschool 18.2 Boekenen (tweede)taalverwerving 18.3 Prentenboekengebruiken indeEngelse les 18.4 Graded readers en early readers 18.5 OorspronkelijkeEngelseverhalen lezen 18 Mine’s thebest. Jeugdliteratuurbij deEngelse les indeEngelse les 19 Stoeremeidenenpantoffelhelden. Sociaal-emotionele verhoudingen in jeugdliteratuur 17 Tekenen, kijkenenprentenboeken.Overdevruchtbare verhoudingvanwoordenbeeld

297 298 299 308 312 313 317 318 322 329 337 338 339 341 349 352 357 359 361 377

ErnavanKoeven&PietMooren 19.1 Leesvoorkeuren 19.2 Helden in soortenenmaten 19.3 Het effect vanhoofdpersonen

20 Het is feest!Vierenendelen indeklas MariskaHammerstein&KarenGhonem-Woets 20.1 Soorten feesten 20.2 Kenmerkenenbetekenisvan feesten 20.3 Vierenen informeren 20.4 Verjaardagen 20.5 Lichtfeesten

381 382 383 384 386 392 401 401 403 407 410 423

21 ‘SterrekinderenenAchterhuizers’.Holocaust, burgerschap en jeugdliteratuur

PietMooren& IdoAbram 21.1 Deherdenkingvan4en5mei 21.2 De Jodenvervolging indeTweedeWereldoorlog 21.3 De Jodenvervolging inde (jeugd)literatuur 21.4 Holocaust enhetherdenkenop school

Literatuur

Register

452

Overdeauteurs

462

Deel1 Ter inleiding

Deel1 Ter inleiding

14

Rodedraden Onderwijs in jeugdliteratuur, jeugd- literatuur inonderwijs: een inleiding Slaapkindje slaap, daarbuiten loopteen schaap .Voorveelkinderenvormenvers- regelsalsdezedeeerste inwijding indeorale literatuur.Niet veel latermakenze ook kennis met de dichterlijke vrijheden die de volkscultuur zich permitteert: Slaapkindje slaap. Jevader is eenaap. Jemoeder is eenbaviaan,… Slaap-, spring- enhuppelliedjes enprentenboeken vormenhet begin vande literaireontwikkelingvankinderen. Daarmeebiedenzevoorberoepsmatigeop- voeders enonderwijzers tevens de eerstemogelijkheidom inopvoeding enon- derwijsgebruik temakenvan jeugdliteratuur: het zout indepap. Heel wat jaren later, tegen het einde van de basisschool, leren de leerlingen andere tijdenen landenkennenenwordenzedoorauteursalsElsPelgrom,Wil- lemWilmink, JanTerlouwofElsBeertenaanhetdenkengezet, bijvoorbeeldover het onrechtdatmensen inoorlogstijdwordt aangedaan. Inde tussentijdhebbendekinderenookzelf leren lezenaandehandvanon- dermeerde spannendeverhalenoverHaasenVosenhebbenzekennisgemaakt met een grote variatie aan genres. Om in de stijl van Han Hoekstra’s dans- en springliedjes (zie hoofdstuk 16) te blijven: kijkboeken, weetboeken, sprookjes- boeken, dierenboeken, meisjes- en jongensboeken, avonturenboeken, reisboe- ken, dagboekenennogveelmeer. Ergens indieperioderakenveel kinderenverzotopverhalendiezichafspelen in dewereldwaarzij eengrootdeel vanhun tijddoorbrengen: dievandeschool en deklas,met allepestkoppen, opscheppers, nerds endromerswaar ze inde loop vanhun schooltijdmeekennismaken. Ookdemeesters, juffen en lio’s vandieklassenworden indie verhalenveel- vuldig bespot en gewraakt, bejubeld en bezongen. Daarmee houden jeugdboe- kenschrijvers de (toekomstige) professionals een aardige spiegel voor: de hu- moristische stuntel Mees Kees, de aartstwijfelaar in Mijn avonturen door V. Swchwrm , dewrede juffrouwKachel, dekinderhaatsterBulstronk, deprettigge- stoordeMeester Jaapdieeengruwelijkehekel heeft aanpesten, of Pompelmoes, diezichaltijdgesteundweetdoor zijnGeleerdeKater. Dit boek gaat over het gebruik van kinderboeken (bij de verschillende vakken) in het basisonderwijs in relatie tot de grote variatie aan talenten en interesses 1 PietMooren& JeanneKurvers

15

Deel1 Ter inleiding

vankinderen. Omde lezersvandit boek, (aanstaande) leerkrachten, alvast inde sfeer te latenkomenpresenterenwe inparagraaf1.1eenkleinecollagevan leer- krachten die figureren in kinderboeken. Vervolgens gevenwe in paragraaf 1.2 (‘Rodedraden’) een toelichtingopdeuitgangspuntenvanditboek, gevolgddoor eenuitlegoverdeopbouwvanhetboek(paragraaf1.3).Wesluitendit inleidende hoofdstukafmetdeparagraafwaarinditboekwordt gerelateerdaandeKennis- basiseneenKeuzewijzer. van JohnBurningham is vande oude stempel: fantaseren is uit denboze en strafregels zijn eenprobaatmiddel om dat af te leren. BastiaanBoezeman gaat opweg omwijzer teworden, maar raakt onderwegnaar school indeproblemenenkomt te laat. ‘BastiaanBoezeman, jebent te laat. Enwaar is jehandschoengebleven?’ ‘Ikben te laatmeneer, omdat er onderwegeenkrokodil uit een sloot opdookdie mijn schooltasprobeerdeaf tepakken, enhijwouniet loslaten totdat ikmijn handschoennaar hem toegooide. Dieheefthij toenopgegeten.’ ‘Er zittenhier helemaal geenkrokodillen inde sloot. Jeblijft vanmiddagnaom strafregels te schrijven. 300keer: Ikmaggeen leugens vertellenen ikmagniet mijnhandschoenkwijtraken.’ Dus bleef Bastiaan ’smiddagsnaen schreef 300keer Ikmaggeen leugens vertel- lenen ikmagnietmijnhandschoenkwijtraken. (uit De jongendie altijd te laat kwam van JohnBurningham, 1988, z.p.)

1.1 Meesters en juffen inkinderboeken Demeester in De jongen die altijd te laat kwam

Illustratievanauteur JohnBurningham in De jongendie altijd te laat kwam (1988, z.p.)

16

Rodedraden 1 Eenvolgendekeer stuit Bastiaanop een leeuwdie eenhapuit zijnbroekneemt enmoet hij indehoek staanen400 strafregelshardop zeggen, endaarnawordt hij onderwegnaar school overvallendoor eenvloedgolf diehemop500 strafre- gels komt te staan (‘Er zijn hier helemaal geen gevaarlijke vloedgolven’) tot hij eenseenkeerop tijdkomt.Danblijktdatzijnmeester indeproblemen isgeraakt enkanBastiaanhemeenkoekjevaneigendeeggeven: ‘BastiaanBoezeman, ikwordhier inde lucht vastgehoudendoor eengrote gevaarlijkegorilla. Helpmeonmiddellijknaar beneden.’ ‘Er zijnhier helemaal geengrotegevaarlijkegorilla’s,meneer.’ (idem, z.p.) Iets soortgelijks overkomt Kareltje Jonas in het klassieke prentenboek Ze lopen gewoonmetmemee vanMargarethMahy. Kareltjewordtopwegnaarschool dag na dag door steedsmeer nijlpaarden gevolgd. Bij dit prentenboek hebben Elle vanLieshout enErikvanOseenapart liedgeschreven (wat zeoverigensookde- denbij De jongendie altijd te laat kwam en andereprentenboeken). Stel jevoor, schrijven ze, dat er gewoon eennijlpaardmet jemeeloopt, of een koe, een kan- goeroeof chimpansee: Zou ze zeggen: ‘Kommaar binnen neemhetnijlpaardmaar op schoot bieddekangoeroeeen stoel aan geef dekoewat van jebrood en leer de chimpansee het abc.’ (uit Het grote prentenboekenliedjesboek vanVanLieshout&VanOs, 2007, p. 80) Lang voordat de spellingcontrolewas uitgevonden (erwaren nog geen compu- ters), hadMeesterPompelmoes, deschoolmeester ineenheleserieschoolverha- lenvanHansAndreus, eral eentje. Meester Pompelmoes vindt schoolmeester zijnwel eenheelmooi vak, maar hij heeft een hekel aan huiswerk nakijken. Joachim de Geleerde Kater probeert hemeerstnogopanderegedachten tebrengen (‘Diearmekinderenmoeten toch ookhunhuiswerkmakenendus ishetnietmeerdaneerlijkdatuallesnakijkt.’), maar besluit dandat er niets anders opzit dan eennakijkmachineuit te vinden. Zogezegd zogedaan: zebestudereneenmassaboekenover alle soortenmachi- nes die ooit zijn uitgevonden en kopenmateriaal in de legerdump. Nadat hun Wat zou je juffrouw zeggen als jeaankomt ophetplein? Zegt zedatdatniet kan of zou zedolgelukkig zijn?

17

Deel1 Ter inleiding

eersteontwerpennogwatkinderziektesvertonen(demachinegeeftalleenmaar tienen, of alleenmaarnullen) ishetdaneindelijkzover. Dekinderen indeklas vanMeester Pompelmoesmerktenal gauwdat er ietsniet meer zowas als vroeger.Want als zevroeger hunnagekekenwerk terugkregen, dan stondener indekantlijndeaantekeningendieMeester ermet een rode balpenhadneergeschreven, bijvoorbeeld: Jantje, Jantje, zodomben jenuook weer niet!Of: Elsje, jehebtmeer verbeeldingdan ijver!Maar inde schriftendie zenu terugkregen, stondniets vandat alles. Daar zagen zealleenkeuriggedrukte streepjes onder iedere foutdie zehaddengemaakt eneenkeuriggedrukt kruisje, samenmetdekeuriggedrukteverbetering, náástde fout. Enonderaan stonddan, ook inkeurige lettertjes, het aantal foutenendaarna volgdehet cijfer dat zehaddengehaald. (uit Meester Pompelmoes koopt eenauto vanHansAndreus, 1965, p. 32) De kinderen beginnen het door te krijgen: het is nietmeer demeester die hun huiswerknakijkt (nergensmeer vandiekwadekrassen als zehet ergbont heb- ben gemaakt), maar eenmachine. De klas zint opwraak ende vader vanErnst, eenverstrooide ingenieur,wordt ingehuurdomeenhuiswerkmachineuit tevin- den. Eenpaarweken later zeimeester Pompelmoes opeenavond tegen Joachim: ‘Ik snaper niets van. Heb ikdekinderenechtmoeilijke sommenopgegevenals huiswerk. Ikdacht: als zedehelft goedhebben, ben ikallangblij en ikwas ook niet vanplanomde cijfers te latengeldenvoor het rapport. Ikwoualleenmaar wetenhoevèr zekondenkomenmet rekenen.Maar nu laat ikdienakijkmachine deheleboel nakijkenenwat zie ik?Geenenkel kindheeft ookmaar één fout, alle kinderenhebbeneen tien! Dat kanniet. Dat is absoluut onmogelijk. Er deugt iets nietmetdenakijkmachine!’ (idem, p. 35-36) Volgens Joachim iserniksmismetdemachine; hijwil de sommenweleenszien. Meester Pompelmoes reikte Joachimde schriftenmet sommen; deGeleerdeKa- ter keekde schriftendoor enbegon ineenshard te lachen. ‘OMeester,Meester Pompelmoes!’ lachtehij. ‘Diekinderenvan tegenwoordig! Die zijnwel duizendkeermoderner dandegrotemensendie zograagmodern doen! Diekinderenwetenàlles vanmodernemachines envandenieuwsteuit- vindingen…’ ‘Waar heb jehet over?’ vroegMeester korzelig. ‘Daarwil ikmee zeggen, dat zehunhuiswerkdoor eenhuiswerkmachinehebben latendoen! KijktUmaar…’ (idem, p. 36-37)

18

Rodedraden 1 Het slot van het verhaal is dat de kinderen (die de opmerkingen van de meester in de marge toch wel een klein beetje missen) weer gewoonhun eigenhuiswerkmaken en datdemeesterweerevenzuchtendalsvroe- gerhethuiswerknakijkt. Het verschijnsel vanmeesters en juffen die af en toemoeten zuchtenbij het zienvande lees- enschrijfprestatiesvan leerlingenblijft beslist niet beperkt tot de fictieve leerkrach- ten in kinderboeken. De beroemdste echte schoolmeester in de Nederlandse letteren, TheoThijssen, beschrijft in Degelukkigeklas (gebaseerd op zijn feuilletons in het week-

IllustratievanBabs vanWely in Meester Pompelmoes koopt eenauto vanHansAndreus (1965, p. 30)

blad School en huis ) vanuit een grote betrokkenheid bij zijn leerlingenwat hij zoalmeemaakt. Neem nou Fok, die is wel heel streetwise , maar niet zo ‘schoolknap’ en hij heeft aanvankelijkmoeiteommee tekomen. Fokmocht eenkeerzelf eendictee- zinverzinnenenkwam toenmet: ‘Onsschool heeft zesklassen’. Toendemeester vroegwaarom hij nu juist die zin koos, zei Fokwreed grijnzend ‘Datte de ezels klasen schrijven inplaats van klassen’ (p. 191). Datmeekomen lukt gaandeweg steedsbeter: volgensdemeester schittert hij inmiddels indeomgangmet land- kaarten en hoort hij bij rekenen bij de goede leerlingen. Alleen dat lezen. Er is volgens demeesterwaarschijnlijkmaar éénding indewerelddat Fok griezelig vindt:hardopmoeten lezen.Demeestervindthetafen toepijnlijkhemeenbeurt temoetengeven, vooral ookomdat hijweet dat Fokdaneen stemkrijgt alsof hij ‘velletjes inzijnkeel heeft’. Vanmorgen leest iehet zinnetje: ‘Het kwameropaandevijandvóór te zijn.’ Hij maaktdaarvan: ‘Het kwamer óp—aandevijandenvoor te zijn.’Metnogeen extranadrukop ‘zijn’. Ik laathem stoppen. Denknatuurlijk: daar snapt-ie tochklaarblijkelijkniets van. Ikvraag: ‘Watmoesten zenu?’ ‘Devijandvóór zijn,’ zegt Fok, ‘d’r eerder zijndanhij.’ ‘Wasdat ergnodig?’ vraag ik. ‘Nou, natuurlijk,’ zegt Fokglimlachend. ‘Zo, hoeweet jedat?’ ‘Het staat er.’ ‘Wat staat er dan?’ ‘Dathet eropánkwam.’ ‘Precies,’ zeg ikheel voldaan. ‘Nou, begindannog ’s.’

19

Deel1 Ter inleiding

Ikhadwerkelijkweer ’shoopdathet zinnetjenubeter zougaan.Maar Fok las weer, als ’nvolslagen idioot: ‘Het kwamer óp—aandevijandenvoor te zijn.’ Hilletje zuchtteduidelijkmetmemee. (uit DeGelukkige klas vanTheoThijssen, In: VerzameldWerk , 1995, p. 249) Meester Jaap van Jacques Vriens is waarschijnlijk voor veel kinderen een ver- trouwde figuur met zijn grappen en grollen, zijn harkerig gedrag (als hij toch eenkeer gymmoet geven), zijnprettige gestoordheid, dehekel diehij heeft aan pestenofdiscriminerenenhet theaterdathij zelfsvansaaie rekenlessenweet te maken: ‘Vandaagga ik ietsuitleggenover kubiekedecimeters,’ zegtmeester Jaap. Christiaankreunt: ‘Onee.’ ‘Ik zal het leukmaken,’ belooftdemeester. Dekinderengaaner eens goedvoor zitten. Meester Jaapheeft vastweer iets geks bedacht. Hij trekt een streepjeophet bord. ‘Dit zijn tien centimeters. Datnoem jeookwel eendecimeter.’ Dan loopthij naar dekast enhaalt er eenplasticbakjeuit eneenmelkfles. Hij geefthet bakjeaanMustafa. Diemoet opmetenhoe lang, breedenhooghet is. Alles is tien centimeter. ‘Dus alles aandit bakje is tien centimeter,’ steltdemeester vast. Jelle reageertnietbijsterenthousiastmaarmeester Jaapgaatdoor. ‘Jekuntdus ook zeggendat alles eendecimeter is.’ ‘Nog leuker,’ zegt Jelle. ‘Als allematengelijk zijn, noem jehet eenkubus, endaaromheetdit: eenkubieke decimeter. ‘Ik rol vanmijn stoel vanhet lachen,’ zegt Jelle. Meester Jaapkijkthemboos aan. ‘Numoet jeophouden.’ ‘Jamaar, je zei dathet leuk zou zijn.’ Meester Jaap zucht. ‘Jullie zijnverwend. Jemoet tegenwoordigalsmeester opde kopgaan staan, anders letniemandmeer op.’ ‘Doen, doen!’ roeptdehelegroep. (uit Meester Jaapmaakt er eenpuinhoop van van JacquesVriens, 2011, z.p.) Maar meester Jaapweet iets beters. Hij sluit eenweddenschap af met de kin- derendat een literwater in zijn geheel in eenbakje van een kubieke decimeter past. Daar geloven de kinderen niets van: zo’n hele fles in zo’n klein bakje? En wat blijkt?Demeester heeft gelijk. Numaghij het bakjewater omkiepenboven het hoofd van Jelle. Gelukkig slaagt die erinomookdemeester zijndeel vande koudedouche tegeven.

20

1

Rodedraden

Het hoofd vande school in Matilda vanRoaldDahl heet Bulstronk. Die naambe- looft niet veel goeds, maar gelukkig is zij niet de juf vanMatilda; dat is juffrouw Engel,dieheelwatmeerhartheeftvoordekinderen.MaarBulstronkkomtwel re- gelmatigdeklasbinnenom tecontrolerenofdekinderenwel ietsgeleerdhebben: ‘Ikkan zulkekleintjesnietuitstaan,’ zei hetHoofd. ‘Kleinemensjes zoudenuit het gezichtmoetenwordengehouden. Ze zoudenonzichtbaarmoetenworden opgeborgen indoosjes, net alshaarspeldenenknopen. Ikkanonmogelijk inzien waaromkinderener zo langovermoetendoenomgroot teworden. Volgensmij doen zehet expres.’ Eenander buitengewoondapper jongetjeopdevoorste rij deed zijnmondopen. Hij zei: ‘Maarubentvroeger tochookeenkleinkindgeweest, juffrouwBulstronk?’ ‘Ikbennooit eenkleinkindgeweest!’ snauwde ze. ‘Ikbenmijnhele levengroot geweest en ik zieniet inwaaromanderendatniet ookkunnen.’ ‘Maar umoet tochookals eenbaby zijnbegonnen?’ vroegde jongen. ‘Ik? Eenbaby?’ schreeuwdedeBulstronk. ‘Hoedurf je zoiets teveronderstellen?’ (uit Matilda vanRoaldDahl, 2006, p. 130) AlsErik, zoheet de jongen, even later ooknoghetwoord ‘wat’ tot tweekeer toe verkeerd spelt, staat ze ineenpaar stappenachterhem: ‘Hetwas fout!’, blaftedeBulstronk. ‘In feite lijk jijmenethet soort giftigepestbuil dat altijdalles foutdoet! Jij zit fout! Jij kijkt fout! Jij praat fout! Jij bent fout inalles! Ik zal jenogeenkans gevenhet teverbeteren. Spel “wat”!’ Erikaarzelde. Toen zei hij heel langzaam ‘Het isnietW…A…D, enhet isnietW… A…A…D. Ikweethet al. Hetmoet W…A…A…T zijn.’

Achter Erik strektedeBulstronkhaar armenuit enpaktede jongenbij zijn oren, inelkehandéén, enkneep ze fijn tussenduimenwijsvinger. ‘Au!’ riepErik. ‘Au, udoetmepijn!’ ‘Ikbennogniet eens begonnen’, zei hetHoofdkordaat. Zegreep zijn oren stevigvast, tildehem zouit zijn stoel enhieldhem inde lucht. Net alsRobert krijsteErikals een speenvarken. Vanachter indeklas riep juffrouw Engel: ‘JuffrouwBulstronk! Nietdoen! Alstublieft, zethemneer. Straks laten zijnoren los!’ (idem, p. 131-132)

IllustratievanQuentinBlake in Matilda vanRoaldDahl (2006, p. 131)

21

Deel1 Ter inleiding

Toon Tellegen is een schrijver die graag bespiegelt en danweleens alsmoeilijk wordtervaren,maardieopanderemomentenhilarischdespelregelsophunkop weet te zettendie de kinderennet geleerdhebben (zie ookBoonstra, 2009). In het kinderboekenweekgeschenk Mijn avonturen door V. Swchwrm speelt hij een spelmetdealledaagsewerkelijkheidvandeklaszelf, bijvoorbeeld indepassage waarindeonderwijzeralles in twijfel trektwaarhij dagelijks lesovergeeft: Opeendagbegonmijnmeester aanalles te twijfelen. Wehaddenbiologie. Ikweethetnoggoed. Hij zei: ‘Ikdenkdat eennijlpaardeen zoogdier is.’ Toen iemandvroegof eennijlpaardookeen insect kon zijn, zei hij: ‘Misschien wel.Maar ikachtdatwelminderwaarschijnlijk.’ Hetwerd stil indeklas. ‘Wat is eenkraai?’ vroegdemeester. ‘Ikvermoedeenvogel,’ zei eenmeisje. ‘Ja,’ zei demeester. ‘Dat vermoed ikook.’ Hetwas eenwarmedag inhet voorjaar. De ramen stondenopenendemeester ging steeds voor devensterbank staanen leundenaar buiten. ‘Horen julliedat,’ vroeghij. Wehoordenniets. ‘Ikdenkdathet een lijster is,’ zei hij. Bij rekenengaathet al net zo: Demeester zei: ‘Acht keer acht iswaarschijnlijkvierenzestig.’ We luisterdenenwewistenniet goedwatwemoestendenken. Negenkeer negenwaswellicht eenentachtig, verteldehij, endat tienkeer tien honderdwas behoorde totdemogelijkheden. Zonoemdehij dat. Hij gingachter zijn tafel zitten,met zijnhanden in zijnhaar, stondweer open keekweer naar buiten. Bij het vakgeschiedenisvonddewatersnoodramp ‘misschien’ in1953plaats, en begon de TweedeWereldoorlog ‘waarschijnlijk’ in 1940. Het duurt niet lang of het schoolhoofdkomtpoolshoogtenemen: Devolgendedag twijfeldehij opnieuwaanalles, wistweer niet zeker of acht keer acht vierenzestigwas en zei dat eenhagedis een reptielwas. ‘Maarmisschienook iets anders.’ Halverwegedeochtendkwamhethoofdvande school indeklas envroegons: ‘Hoeveel is acht keer acht?’

Wekekennaar demeester en zeiden: ‘Misschienvierenzestig.’ Hethoofdkeeknaar demeester envroeg: ‘Hebben zedat vanu?’ ‘Ikdenkhetwel,’ zei demeester.

22

Rodedraden 1 ‘Maar alshetnietmeer vaststaatdat acht keer acht vierenzestig iswat staat er dannogwel vast?’ vroeghethoofd,met eeneigenaardigehoge stem. Hetwas even stil. Ikdacht over dievraagna.Maar ikbegreephemniet. ‘Het levenmisschien?’ zei demeester. Het leven?? dacht ik.Wat isdát voor antwoord?Wathaddatnoumet rekenen te maken? ‘Zokomenweniet verder,’ zei hethoofd. ‘Misschienniet,’ zei demeester. Zijn stemklonk schor. Hethoofdkrabdeachter zijnoor, kneepeven zijnogendicht engingdeklasuit. Vervolgens komt de inspecteur op school om rapport op temaken. En ook de ouders komen inactie: Eendag later sprakendeeersteoudersdemees- ter aan. ‘Maar acht keer acht is tochvierenzestig?’ vroe- gen ze. ‘Waarschijnlijkwel,’ zei demeester. ‘Waarschijnlijkwel??’ zeiden ze. ‘Dat staat toch als eenpaal bovenwater?’ ‘Ikweethetniet,’ zei demeester. Eenpaar dagen later stonden zemet een span- doekvoor de school: 8×8=64! DAT ISZOZEKERALS1+1=2! Enerkomennieuwe spandoeken: 8×8WAS64, IS64ENZALALTIJD64BLIJVEN (uit MijnavonturendoorV. Swchwrm vanToonTellegen, 1998, p. 72-74) In JuffrouwKachel , ookvanToonTellegen, gaat het over een juffrouwdie inTelle- gensgeboorteplaatsBriellewerkelijkvoordeklasheeftgestaanendaarnogsteeds eenheelslechtenaamheeft.Oud-leerlingenherinnerenzichnogalsdedagvangis- terenhoezijmethaarringkinderenhardophethoofdsloegenveleanderewrede dingendeedomhen testraffen.Daarmoest iemandwel ooit eenboekoverschrij- ven,want zoveel kinderleedhadBriellebespaardmoetenblijven. ToonTellegenheeft diehandschoennamens alleoud-leerlingenopgepakt en kennelijk langgebroedopdemeest effectievestraf,wanthij vertolkthunwraak- gevoelensop tallozeuitgekooktemanieren.Hij schuwtdeoverdrijvingnietende gefantaseerdewraakwordt steedserger.Het zalhaareens flink ingepeperdgaan wordenwat zeallemaalmisdaanheeft. Of zoalsde schrijver zelf zegt:

IllustratievanMarcTerstroet in Mijnavonturendoor V. Swchwrm vanToonTellegen (1998, p. 74)

23

Deel1 Ter inleiding

‘Ze zal het berouwen.’ Dat vind ik zulkebijzonderewoor- den. Diedenk ikheel vaak indeklas. Enals ikvan school naar huis loop zeg ik zehardop. ‘Ze zal het berouwen.’ Eigenlijkmoet je jevinger erbij zwaaien. ‘Dat zal jeberouwen,man- netje!’ Ikgametmijn linkerwijsvinger zwaaienenmetmijn rechterhand heel langzaamhier opschrijven: ‘U zulthet berouwen, vrouwtje!’ (uit JuffrouwKachel vanToonTellegen,

1981, p. 52) Straf zal zij krijgen, eenstrafdiehaar lang zal heugen, even lang als haar gemene praktijken die de leerlingen zijnbijgebleven. En zokomt de ene keer een cowboymet zijn lassode klas bin- nenomhaardaarmeeuitdeklas te sleuren, enkruipt eenanderekeereenwesp inhaar jurk.Maarallewraaknemingenwegennauwelijksop tegendekwellingen die zedekinderenheeft aangedaan, en evenminmaken ze alle snot goeddie ze, althans volgens illustrator Harrie Geelen, uit haar neus op de hoofden van kin- deren liet lopen. InbeideboekenvanToonTellegensluithet absurdistischeaanbij deschoolwer- kelijkheid. In MijnavonturendoorV. Swchwrm omdateenschoolmeesteraanheel deschoolwerkelijkheid fundamenteel isgaan twijfelen; in JuffrouwKachel omdat de schooljuffrouwmet losse handjes barre werkelijkheid was. Kennelijk heeft ToonTellegen er plezier inom leerlingen vandebasisschool een spiegel vande schoolwerkelijkheidvoor tehouden. Er figurerennogveelmeermeestersen juffen in jeugdboeken, endanhebbenwe hetnognieteensgehadover lio’s.Deberoemdste lio in jeugdboekenland isMees KeesvanMirjamOldenhave.Hemzullenwe inenkelehoofdstukkenvanditboek nog tegenkomen. 1.2 Rodedraden Weschrevenhierbovenal dathetontwikkelingsperspectief eenvande rodedra- denvormt inditboek.Andererodendradenzijn ‘verbreding’naaranderevakken en ‘diversiteit’ tussenkinderen. IllustratievanHarrieGeelen in JuffrouwKachel vanToon Tellegen (1981, p. 51)

24

Made with