Aletta G. Dorst, Bert Weltens en Mike Hannay - Van tekst naar text

Van tekst naar text tekst text Van tekst naar text Aletta G. Dorst, Bert Weltens, Mike Hannay Taal- en vertaalvaardigheid Engels

u i t g e v e r ij

C

c o u t i n h o

Van tekst naar text Taal- en vertaalvaardigheid Engels

Aletta G. Dorst, Bert Weltens & Mike Hannay

c u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

bussum 2014

© 2014 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbe- stand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mecha- nisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schrif- telijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toege- staan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschul- digde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofd- dorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Steef Liefting, Amsterdam

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Perso- nen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 6215 2 NUR 632

Inhoudsopgave

8

Overzichtstabel

11

Inleiding

15

Before we start: wat is vertalen eigenlijk?

1

Nieuwsberichten

25 25 28 32 33 35 38 40 43 44 46 52 52 53 56 56 59 60 61 61 64 68 74

1.1 Wat is kenmerkend voor nieuwsberichten? 1.2 Lexico-grammar: het gebruik van werkwoordstijden

1.3 Tekstkenmerken

1.3.1 Krantenkoppen: een schreeuw om aandacht 1.3.2 De juiste toon: declassified, crushed, beaten, defeated of outmanoeuvred? 1.3.3 Verwijzingen en citaten: aldus Van Rijsselberghe

Eindopdracht

2

Ingezonden brieven en columns

2.1 Je persoonlijke mening geven

2.2 Lexico-grammar: synoniemen en connotaties

2.3 Tekstkenmerken

2.3.1 Randvoorwaarden voor ingezonden brieven 2.3.2 Idiomatische en figuurlijke uitdrukkingen kiezen 2.3.3 Bijwoorden vertalen: altijd best wel lastig

Eindopdracht

3

Formele correspondentie

3.1 Wat is formeel? 3.2 Lexico-grammar

3.2.1 Vaktermen 3.2.2 Passieven

3.3 Tekstkenmerken

Eindopdracht

4

Academische teksten

75 75 77 77 80 84 85 86 88 89 89 91

4.1 Teksten over wetenschap 4.2 Lexico-grammar

4.2.1 Vaktermen

4.2.2 Complexe naamwoordgroepen

4.3 Tekstkenmerken

4.3.1 Passieven versus personificaties

4.3.2 Naamwoordstijl

Eindopdracht

5

Reglementen en opschriften

5.1 Wat is kenmerkend voor reglementen? 5.2 Lexico-grammar: het gebruik van modale werkwoorden

5.3 Tekstkenmerken

100 100 102 106 107 108 109 113 116 117 117 118 119 120 121 122 125 125 131 131 132 133 135

5.3.1 Beleefdheid

5.3.2 Juridisch taalgebruik

Eindopdracht

6

Toerisme

6.1 Tekstsoorten binnen toerisme 6.2 Lexico-grammar: bijwoorden

6.3 Tekstkenmerken

6.3.1 Handhaving 6.3.2 Leenvertaling 6.3.3 Benadering 6.3.4 Omschrijving 6.3.5 Kernvertaling 6.3.6 Weglating 6.3.7 Adaptatie Eindopdrachten

7

Recensies

7.1 Subtiele mix van objectief en subjectief

7.2 Lexico-grammar

7.2.1 Onvolledige zinnen 7.2.2 Werkwoordstijden

7.2.3 Bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden 7.2.4 Vaktermen, slang en leenwoorden

7.3 Tekstkenmerken

136 137 138 140 143 143 144 144 145 146 146 147 148 148 150 151

7.3.1 Vaste uitdrukkingen

7.3.2 Positieve en negatieve connotaties

Eindopdracht

8

Reclame

8.1 Vrij spelen! 8.2 Lexico-grammar

8.2.1 Imperatieven 8.2.2 Vraag en antwoord 8.2.3 Beweringen 8.2.4 Woordspelingen 8.2.5 Onvolledige zinnen

8.3 Tekstkenmerken

8.3.1 Vormgeving

8.3.2 Engelse woorden in Nederlandse advertenties

Eindopdrachten

153

Illustratieverantwoording

155

Bibliografie

157

Vertaalwoordenregister

161

Register

In deze tabel kun je zien welke lexico-grammar-onderwerpen en tekstaspecten in welke hoofdstukken behandeld worden en op welke pagina. Ook wordt per hoofdstuk aangegeven welke onderwerpen in de Hulpmiddelen-, Tips & Tricks- en Meer weten?-kaders behandeld worden. H Teksttype p Lexico- grammar p Tekstkermerken p Hulpmiddelen p Tips & Tricks p Meer weten? p 1 ■ Nieuws­ berichten 25 ■ Werkwoords­ tijden 28 ■ Koppen ■ Toon ■ Citaten 33 35 38 ■ Doelgroep ■ Bronvermelding ■ Plaatsnamen ■ Hoofdletters 32 35 38 39 ■ Onderzoek: ontwikkeling van de media 33 2 ■ Ingezonden brieven en columns 43 ■ Synoniemen ■ Connotaties 46 46 ■ Randvoor- waarden ■ Idiomatische uitdrukkingen ■ Bijwoorden (vervolg: hoofd- stuk 6) 51 53 56 ■ Extra info in woorden- boeken ■ Online woorden­ boeken 49 51 ■ Zoektips Google 50 ■ Equivalent effect ■ Ambiguïteit 47 48 3 ■ Formele correspon­ dentie 59 ■ Vaktermen ■ Passieven (vervolg: hoofd- stuk 5) 61 64 ■ Zakelijke stijl ■ Vaste formu­ leringen ■ Aanhef & afsluiting ■ Titulatuur ■ Extra opdracht: CV 60 68 70 72 74 ■ Online voorbeeld­ zinnen en voor- beeldbrieven 69 ■ Schrijfwijze datum ■ Problemen met passieven ■ Aanspreek­ vormen 64 67 72 ■ Modulaties & transposities ■ False friends ■ Discussiefora op internet ■ Titulatuur 67 70 71 72

8 Overzichtstabel

78

80

82

88

91

102

109

114

150

■ Corpora in

translation studies

■ Wetenschaps- journalistiek

■ Style manuals

■ Online schrijf- wijzers

92 ■ Modale werk- woorden

■ Politeness theory

■ Google Images 118 ■ Domes­ tication & foreignization ■ Typisch Nederlands 128 140

■ Online reclame 148 ■ Engels in Nederlandse advertenties

■ Modale werk-

woorden: ver-

schillen Neder- lands-Engels

139 ■ Plaatsnamen

■ Namen van

Nederlandse

personen en dergelijke

80

80

84 86 ■ Specialistische woorden­ boeken 85

■ Online

resources

■ Bronnen voor recensies

100

103

113

113

125

131

138

147

148

150

137,

■ Formele eisen ■ Recap : vaste

■ IMRAD

■ Passieven vs.

personificaties

■ Naamwoord­ stijl

91 ■ Beleefdheid ■ Juridisch

taalgebruik

6 ■ Toerisme 107 ■ Bijwoorden 109 ■ Cultuurge- bonden

begrippen ■ Realia:

strategieën

■ Objectief vs. subjectief

uitdrukkingen, connotaties

■ ‘Pakkende’ stijl ■ Vormgeving ■ Engels in

Nederlandse reclame

77

80

83

131

135

147

144,

7 ■ Recensies 125 ■ Onvolledige zinnen ■ Recap : tenses ,

75 ■ Vaktermen

■ Samenstel- lingen

■ Betrekkelijke bijzinnen

89 ■ Modale werk- woorden

bijwoorden,

vaktermen,

leenwoorden, slang

8 ■ Reclame 143 ■ Zinspatronen:

onder andere

imperatief en

onvolledige zinnen

4 ■ Weten-

schappelijke teksten

5 ■ Reglemen­ ten en

opschriften

9

Inleiding

Dit boek vormt een praktische inleiding in het vertalen van het Nederlands naar het Engels. Veel studenten Engels doen al tijdens hun studie ervaring op met vertalen, bijvoorbeeld door ‘vertaalklussen’ te doen voor familie en vrienden, maar als afgestudeerd anglist krijg je er zéker mee te maken. Daar- om is het goed om al vroeg in je studie in aanraking te komen met de uitda- gingen waarmee je te maken krijgt als je een tekst in de ene taal wilt omzetten in een tekst in een andere taal. Wat houdt dat allemaal in? Dit boek geeft je daar inzicht in, aan de hand van een bespreking van de belangrijkste proble- men en valkuilen die komen kijken bij het vertalen van verschillende soorten teksten. Hoe zit dit boek in elkaar? Dit boek bestaat uit acht hoofdstukken en dit inleidende gedeelte. Daarin be- handelen we het vertaalproces in het algemeen: waar begin je? Welke stappen kun je onderscheiden? Wat zijn de belangrijkste valkuilen? Daarna bespreken we de talige competenties van de beginnende professionele vertaler. Daarbij gaan we kort in op de kwestie van het ‘moedertaalprincipe’. Tot slot leggen we uit waarom leren vertalen een uitstekende manier is om te werken aan vreemde-taalvaardigheid in het algemeen en waarom een goed ontwikkel- de vertaalvaardigheid een essentieel onderdeel is van de toolkit van een lan­ guage professional. In de hoofdstukken staat steeds één tekstsoort centraal, zoals nieuwsberich- ten, reclameteksten, wetenschappelijke teksten, recensies, formele brieven, et cetera. Aan de hand van de kenmerkende eigenschappen van de tekstsoort worden veelvoorkomende vertaalproblemen besproken en geïllustreerd met korte tekstfragmenten en hun (mogelijke) vertalingen. Daarnaast krijg je per hoofdstuk korte teksten ter oefening aangeboden. De uitdagingen liggen ofwel op het terrein van de grammatica en woor- denschat (lexico-grammar), ofwel op tekstniveau. In de overzichtstabel op pagina's 8-9 kun je zien welke aspecten er in elk van de hoofdstukken aan de orde komen. We behandelen alleen de relevante contrastieve grammatica, uitsluitend vanuit een vertaalperspectief; dit boek is niet bedoeld als cursus Engelse grammatica. Qua niveau is dit een cursusboek voor beginnende ver- talers, zoals het Handboek voor de vertaler (Lemmens & Parr, 1995) bedoeld is voor meer gevorderde vertalers.

11

Van tekst naar text

Naast de gedetailleerde behandeling van de hoofdthema’s worden in aparte tekstkaders een aantal andere mogelijke aandachtspunten aangestipt. Deze kaders bieden een mogelijkheid voor differentiatie: hiermee kun je verder aan de slag met het betreffende teksttype. De kaders ‘Meer weten?’ verwij- zen naar andere publicaties die meer achtergrond bieden bij het betreffende thema; vaak zijn dat verwijzingen naar onderzoek op dat gebied. In het twee- de type tekstkader, Hulpmiddelen, wordt verwezen naar online bronnen en publicaties waarin je meer gedetailleerde informatie kunt vinden. In ‘Tips & Tricks’ worden speciale ‘handigheidjes’ besproken voor het oplossen van be- paalde hardnekkige problemen. We hebben nadrukkelijk gekozen voor een thematische aanpak: er wor- den thema’s behandeld die ofwel min of meer specifiek zijn voor het gebruik- te materiaal, ofwel zich het beste lenen voor een bespreking aan de hand van een bepaald teksttype. Deze thema’s zijn echter vaak ook relevant voor ande- re tekstsoorten, soms zelfs voor alle tekstsoorten. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van de werkwoordstijden, het kiezen van de juiste toon, woorden- boekgebruik, en omgaan met technische termen. We hebben ons bij de keuze van de tekstsoorten vooral laten leiden door de mate waarin ze vóórkomen in de actuele beroepspraktijk van afgestu- deerde studenten Engels, namelijk het schrijven, redigeren en/of vertalen van bijvoorbeeld krantenberichten, wetenschappelijke teksten en recensies. Daarnaast besteden we ook aandacht aan tekstsoorten met heel specifieke conventies, zoals formele correspondentie en cv’s. We wensen je veel plezier met dit boek! Aanwijzingen voor de docent Dit boek kan op verschillende manieren worden ingezet als cursusboek. Het hier beschreven model is slechts één mogelijke aanpak, gebaseerd op jaren- lange ervaring met vertaalonderwijs. We gaan uit van collegeblokken van elk twee uur. Startpunt is dat de stu- denten elke week voorafgaand aan het college individueel een tekst vertalen. De studenten worden in het college twee aan twee gekoppeld en beoordelen elkaars vertalingen aan de hand van beoordelingsformulieren of checklisten die je als docent zelf opstelt. Dergelijke checklisten zijn direct af te leiden uit de overzichtstabel op pagina's 8-9, maar je kunt hier uiteraard van afwijken, al naar gelang de gehanteerde leerdoelen en aandachtspunten. De bedoeling is dat de studentkoppels in ongeveer een uur tot een gezamenlijke vertaling komen. Bij hun onderhandeling moeten ze gebruikmaken van alle mogelij- ke online bronnen en woordenboeken. Dit boek geeft hiervoor op meerdere plaatsen concrete suggesties.

12

Inleiding

In het tweede college-uur presenteren enkele tweetallen hun bevindingen. Wat ging er goed? Wat ging er mis? Welke verrassende oplossingen hebben de studenten gevonden en waar hebben ze die gevonden? Welke (extra) bron- nen hebben ze gevonden en op welke punten waren ze nuttig? Voor het volgende college gaan de studenten individueel opnieuw aan de slag met de vertaling die ze in het college samen hebben gemaakt, gewapend met de kennis die ze hebben opgedaan in het college. De eindvertaling die hieruit voortkomt kan desgewenst worden ingeleverd, en worden becom- mentarieerd en/of beoordeeld. Daarnaast bereiden de studenten weer een nieuwe vertaling voor, waarna de cyclus zich herhaalt. We willen graag de referenten van het eerste (proef )hoofdstuk bedanken voor hun positieve reacties en hun nuttige feedback. Onze speciale dank gaat uit naar de honderden studenten die door de jaren heen vertaalcursussen bij ons hebben gevolgd en die ons in talloze ‘vertaal-lab-sessies’ inzicht hebben gegeven in hun werkwijze én in de problemen die je daarbij als beginnende vertaler tegenkomt. We hopen dat we erin geslaagd zijn om die ervaring te vertalen in dit boek. We houden ons uiteraard aanbevolen voor opmerkingen en suggesties voor verbetering.

13

Before we start: wat is vertalen eigenlijk?

Met dit praktische cursusboek vertalen Nederlands-Engels leg je de basis voor het ontwikkelen van vertaalvaardigheid op professioneel niveau, dat wil zeggen: vertalen in het algemeen en ook vertalen specifiek naar de vreemde taal toe. Als je de hoofdstukken van het boek hebt doorgewerkt, zul je een eerste praktische ervaring hebben opgedaan met wat er zoal speelt als je van- uit het Nederlands naar het Engels vertaalt. Maar voordat je begint, is het verstandig om je een duidelijk idee te vormen van wat er allemaal bij vertalen komt kijken. In dit inleidende gedeelte bespreken we eerst de kernonderdelen van het vertaalproces. We geven een overzicht van de talige competenties van de be- ginnende professionele vertaler. Vervolgens gaan we kort in op vertalen naar een vreemde taal en de kwestie van het zogenoemde ‘moedertaalprincipe’. Dit principe schrijft voor dat professionele vertalers eigenlijk alleen zouden moeten vertalen vanuit de vreemde taal naar hun moedertaal. Maar het is een complexe kwestie, en lang niet iedereen is het met het moedertaalprin- cipe eens. Als je afgestudeerd bent in een vreemde taal, en je hebt inzicht in het vertaalproces, dan kun je je echt ontwikkelen tot professionele vertaler, ook naar de vreemde taal toe. Tot slot staan we stil bij de gedachte dat leren vertalen – los van de voor- en nadelen van het moedertaalprincipe – een uitstekende manier is om te werken aan je taalvaardigheid in de vreemde taal. Je zult zien dat een goed ontwikkelde vertaalvaardigheid een essentieel onderdeel is van de toolkit van een language professional. Wat is vertalen? Vertalen gaat in essentie over het omzetten van een tekst in een specifieke taal, de brontaal, naar een tekst in een andere taal, de doeltaal. (Voor een korte uiteenzetting van verschillende soorten vertalen, zie Munday, 2009a: 5.) Als je begint met vertalen, merk je al snel dat het om een heel complex proces gaat dat veel van je vraagt. Om te beginnen moet je het leuk vinden om keer op keer lastige taalpuzzels op te lossen, waarbij enige creativiteit ze- ker geboden is. Je moet zeer gedetailleerd te werk gaan en je moet bijzonder nauwkeurig kunnen lezen. Wat onderzoeksvaardigheden betreft, moet je het internet handig en slim kunnen gebruiken, en ten slotte moet je gewoon goed kunnen schrijven.

15

Van tekst naar text

Het vertaalproces kan worden onderverdeeld in een aantal deelprocessen die in theorie op elkaar volgen, maar die in de praktijk vaak tegelijk spelen en ook verschillende keren doorlopen worden. Het begint met de opdracht zelf. Wat wil de opdrachtgever – en dat kan ook je docent zijn – dat je doet? Moet je de tekst snel vertalen en je voornamelijk richten op de inhoud en niet zozeer op de stijl? Of moet je je juist wel met de stijl van de brontekst bezighouden en die proberen aan te houden in de vertaling? En hoe zit het met onhandig- heden en fouten in de brontaal? Moet je die in de vertaling wel of niet over- nemen? Hoe je met dit soort vragen omgaat, hangt vooral af van het antwoord op de vraag hoe de vertaling uiteindelijk gebruikt gaat worden. Wat is het doel van de vertaling en wie zijn de lezers? Aan het begin van de rit moet je de randvoorwaarden bepalen voor de vertaling die je gaat leveren. Nord (1997: 21) merkt in dit verband op dat de eerste rol van de vertaler die van ‘receiver of the translation brief ’ is; dat wil zeggen dat de opdrachtgever aan de verta- ler meldt wat het communicatieve doel van de vertaling is. De verleiding kan best groot zijn om de tekst snel te lezen en gewoon aan de slag te gaan, maar het is echt de moeite waard om eerst een globaal idee te hebben van wat je gaat produceren, en van wat je lezer nodig heeft, voordat je begint. Wat de brontekst zelf betreft, is je eerste taak uiteraard een leestaak. Je moet de vormelijke en inhoudelijke eigenschappen van de brontekst probe- ren te begrijpen en interpreteren als uiting van het communicatieve doel van de schrijver. Hierbij zul je misschien wéér in de verleiding komen om meteen aan de slag te gaan en de tekst zin voor zin te vertalen zonder de hele tekst door te nemen en erover na te denken in het licht van de opdracht. Toch is het verstandiger om de tekst eerst zorgvuldig door te nemen. Zo kun je bij- voorbeeld alvast noteren of er onduidelijkheden zijn in het Nederlands, of er woorden en uitdrukkingen zijn die je in ieder geval zult moeten opzoeken, en of er woorden, uitdrukkingen en zinsstructuren in de tekst staan die in stilis- tische zin opvallen en de tekst een retorische kleur geven. Al met al krijg je op deze manier een goed beeld van de tekst als brontekst en kun je een soort plan opstellen van hoe je de vertaling gaat aanpakken. Je bent nu (lees: nu pas!) klaar om de eerste stappen te zetten naar de doeltekst. In deze fase gaat het om een soort transfer van de betekenis van de brontekst naar eerste formuleringen in de doeltaal. Die transfer kan op woordniveau en op zinsniveau veel problemen opleveren, en je zult daar- bij veel moeten opzoeken en vervolgens beslissingen moeten nemen. Wat je opzoekt, kan van allerlei aard zijn: van technische termen en idioom tot grammaticale informatie en inhoudelijke achtergrondinformatie over het on- derwerp. Belangrijk hierbij is dat je leert welke bronnen er voor vertalers beschikbaar zijn en hoe je ze het beste kunt gebruiken. Bij het gebruiken van belangrijke bronnen als monolinguale (eentalige) en bilinguale (tweetalige) woordenboeken moet je uit een lemma alles weten te halen wat er in zit. Je

16

Before we start: wat is vertalen eigenlijk?

moet weten hoe je een monolinguaal vreemdetaalwoordenboek (in dit geval: een Engels-Engels woordenboek) gebruikt om de informatie die je uit het bi- linguale woordenboek haalt te controleren en verder te specificeren. En bij het raadplegen van internetbronnen moet je optimaal van de bron gebruik weten te maken door goed te kijken naar bijvoorbeeld collocaties (veelvoor- komende combinaties van woorden) maar ook door te letten op de gevaren van frequentiegegevens en websites van niet-Engelstalige landen; je moet we- ten wanneer je meer verfijnd internetonderzoek moet doen. Maar er speelt hier veel meer, en in hoofdstuk 4 gaan we verder in op het gebruik van woor- denboeken, het internet en andere bronnen. De laatste fase is het voltooien van een tekst die aan de ene kant in ver- schillende opzichten een bepaalde ‘equivalentie’ vertoont met de brontekst, uiteraard afhankelijk van de aard van de opdracht, maar aan de andere kant ook als een natuurlijke tekst leest in de doeltaal. Je mag ervan uitgaan dat een succesvolle vertaling in de regel een mooie combinatie is van betekenisover- dracht en natuurlijkheid. In deze laatste fase van het vertalen ben je schrijver en redacteur geworden – je bent bezig de grammatica en interpunctie van je eigen Engelse tekst te controleren, maar je zult ook de laatste beslissingen nemen om ervoor te zorgen dat je eindproduct een stilistisch consistente en vloeiende idiomatische tekst is. Overigens is equivalentie een kernbegrip in de theoretische vertaalliteratuur waarvan de waarde zeer omstreden is. Voor een korte uiteenzetting en verdere verwijzingen naar relevante literatuur, zie Munday (2009b: 185). Wat heb je dan eigenlijk nodig om vertaalvaardig te zijn? Het gaat in dit verband niet om de algemene taalvaardigheden die vanzelfsprekend een cru- ciale rol spelen bij het produceren van een correcte doeltekst, maar om de vertaalvaardigheden zelf. Deze vertaalvaardigheden hebben te maken met de slag die nodig is om een natuurlijke doeltekst te produceren zonder in- terferentie, dat wil zeggen: zonder zichtbare invloed van de Nederlandse brontekst. Die interferentie kan lexicaal zijn, of bestaan op het niveau van de zinsstructuur, of bijvoorbeeld ook te maken hebben met cultuurspecifieke aspecten. Het is in ieder geval belangrijk om bij het vertalen los te komen van de brontekst, maar wel recht te doen aan de betekenis van die tekst. Leren vertalen gaat eigenlijk voor een aanzienlijk deel over het leren van een reeks strategieën. Aan de ene kant gaat het om het oplossen van proble- men met betrekking tot de inhoud en stijl van de brontekst, aan de andere kant om aanpassingen met betrekking tot de zinsstructuur. In de praktische en theoretische literatuur over vertalen worden veel inhoud- en stijlgerela- teerde vertaalstrategieën genoemd die je kunt inzetten om allerlei soorten problemen op te lossen. Zo kun je overwegen informatie toe te voegen als je weet dat de beoogde lezer van de doeltekst niet beschikt over bepaalde ken- nis. Maar je kunt ook informatie weglaten, bijvoorbeeld als details worden gegeven die niet relevant zijn voor je doelgroep, of wanneer je van mening

17

Van tekst naar text

bent dat de brontekst onnodige herhalingen bevat. Het kan ook handig zijn de informatie in een tekst anders te ordenen. Zo kun je van één zin twee zin- nen maken als de doeltekst daardoor lekkerder loopt, of juist andersom: je kunt van twee zinnen één zin maken als daarmee de betekenisrelatie tussen de zinnen duidelijker naar voren komt. Ten slotte zul je bij het vertalen heel vaak merken dat een letterlijke vertaling van een uitdrukking niet werkt; wat je ook probeert, het is net alsof de brontaaluitdrukking je te veel in de weg staat. Het kan in een dergelijke situatie nuttig zijn om de zin eerst anders te formuleren in het Nederlands, en de alternatieve formulering vervolgens te vertalen naar het Engels. Vaak levert dat meer mogelijkheden op. Al deze strategieën brengen ook een gevaar met zich mee: je moet veel oefenen om het benodigde inzicht te krijgen in de vraag hoever je mag gaan, en te weten wanneer een bepaalde strategie geschikt is en wanneer niet, zoals duidelijk wordt uit de behandeling van de vertaling van bitterballen in hoofdstuk 6. Structurele problemen ontstaan bij het vertalen als de letterlijke vertaling van bijvoorbeeld een specifieke grammaticale constructie tot een weliswaar grammaticaal correcte, maar toch niet idiomatische formulering in de doel- taal leidt. In het Engels zeg je sommige dingen anders dan in het Nederlands, en vaak zijn er patronen in te ontdekken. Als een voor het Nederlands ken- merkende structuur het beste vertaald kan worden met een andere structuur in het Engels, dan noemen we dat een omzetting (een vertaling van het En- gelse woord shift). Een goed voorbeeld zijn zinnen die beginnen met hiermee, hierdoor, daaruit enzovoort, zoals de zinnen 1a-3a: 1a Hiermee is Van Persie topscorer van de Premier League geworden . 2a Hierdoor zou de indruk kunnen ontstaan dat Boris Johnson met Lon- den geobsedeerd is geraakt. 3a Daaruit blijkt dat het tegenovergestelde waar is. Als je deze zinnen in structureel opzicht vrij letterlijk vertaalt, levert dat wel grammaticaal correcte zinnen op: 1b With this Van Persie has become the top scorer in the Premier League. 2b As a result of this one might get the impression that Boris Johnson has become obsessed by London. 3b From that it becomes apparent that the opposite is true. Maar deze zinnen zijn niet onproblematisch in het Engels. Zin (1b) klinkt niet idiomatisch vanwege de uitdrukking with this aan het begin. Zin (2b) is weliswaar een prima zin, maar kan veel compacter, en voor zin (3b) is er een gebruikelijkere variant, die in bijvoorbeeld wetenschappelijke teksten de standaardformulering zou zijn. Vergelijk zin 1b-3b nu met de alternatieve, meer compacte en meer idiomatische zinnen 1c-3c.

18

Before we start: wat is vertalen eigenlijk?

1c This makes Van Persie top scorer in the Premier League. 2c This might give the impression that Boris Johnson has become obsessed with London. 3c That shows that the opposite is true. In deze zinnen is het oorspronkelijke bijwoordelijke element aan het begin doorgaans vertaald met this of that, dat tegelijkertijd als grammaticaal on- derwerp fungeert. Hoewel het zeker goed mogelijk is een Engelse zin te be- ginnen met een ander element dan het subject, bijvoorbeeld een bijwoorde- lijke bepaling, wordt het Engels toch gekenmerkt door constructies waarbij specifieke informatie als subject wordt geformuleerd, anders dan in het Ne- derlands. De Engelse formuleringen mogen dan niet altijd bijzonder logisch klinken, zoals in 7b en 8b hieronder, maar ze zijn wel zeer idiomatisch: zo zeg je het in het Engels. Hier volgen enkele voorbeelden:

4a Waarom? Daarom . 4b Why? That ’s why. 5a En daarmee was de tragedie van Bergkamp compleet. 5b And that made Bergkamp’s tragedy complete.

6a In figuur 3 zien we de correlatie. 6b Figure 3 shows the correlation.

7a In de tekst staat duidelijk dat dit verboden is. 7b The text clearly states that this is forbidden. 8a In dit bed kunnen vier mensen slapen. 8b This bed sleeps four.

Er zijn veel meer van deze zogenoemde omzettingen, en hoe meer omzettin- gen je beheerst als onderdeel van je vertaaltrukendoos, hoe beter je in staat zult zijn om een tekst in het Engels te produceren die echt Engels klinkt. Al met al: goede vertalers hebben een reeks algemene strategieën en structuuromzettingen tot hun beschikking en kunnen goed beoordelen wel- ke strategieën relevant zijn voor het oplossen van een specifiek probleem, en wat het communicatieve effect is van die strategieën. Door het hele boek heen besteden we aandacht aan vertaalstrategieën. Begintermen voor de professionele vertaler We kunnen nu het belang van de kernonderdelen van het vertaalproces, zo- als hierboven geschetst, goed in kaart brengen door te kijken naar de for- mele eindcompetenties van studenten aan vertaalopleidingen. De hbo-ver-

19

Van tekst naar text

taalopleidingen in Nederland zijn eindcompetenties overeengekomen die als begintermen gelden voor de beginnende professionele vertaler. Deze begin- termen hebben ook een rol gespeeld bij het ontwikkelen van de toetsen die het Bureau Beëdigde Tolken (Bureau btv, zie www.bureaubtv.nl) gebruikt om toelating tot het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) te bepalen. De eindcompetenties zijn samengebracht in een profieltekst. Daarin wordt ver- meld dat de afgestudeerde student vertalen in staat is om: 1 [vertaalcompetentie] a in de praktijk voorkomende domeinspecifieke bronteksten van uiteenlo- pende soort, moeilijkheidsgraad en mate van specialisatie uiterst nauwkeu- rig en consistent te vertalen met behulp van een scala aan vertaaltechnie- ken en met inachtneming van volledigheid, de cultuurbepaalde eigenheid van bron- en doeltekst en de eisen van de opdrachtgever; b bij het vertalen van dergelijke teksten problemen op het gebied van tekst- begrip en -productie te onderkennen en op te lossen en voorts, met ge- bruikmaking van de hiervoor gangbare metataal, de gekozen oplossingen naar collega’s en revisoren toe te verantwoorden, alsmede opdrachtge- vers een verantwoording te geven van de toegepaste vertaalstrategieën en -technieken; c oplossingen te bedenken voor vertaalproblemen waarvoor geen pasklare oplossingen bestaan; d eigen vertaalproducten aan actuele vertaalkundige inzichten te toetsen en gemaakte keuzes te kunnen motiveren tegenover opdrachtgevers, alsmede geleverde eigen diensten te meten aan in de vertaalbranche gangbare in- zichten; d door andere vertalers vertaalde domeinspecifieke teksten van uiteenlopen- de tekstsoorten te reviseren op basis van vergelijking tussen bron- en doel- tekst; b de doeltaal correct en consistent te gebruiken – met inachtneming van on- der andere spelling, grammatica, interpunctie, woordkeuze en terminolo- gie; c de tekstuele conventies van de doeltaal consistent toe te passen - met in- achtneming van onder andere tekstsoort, tekstfunctie, medium en vormge- ving; d een vertaalde tekst van domeinspecifieke aard te reviseren en de eindredac- tie ervan te verzorgen met uiterste nauwkeurigheid en zorgvuldigheid en met inachtneming van het voorgaande; 2 [linguïstische en tekstuele competentie] a de brontekst te begrijpen;

20

Before we start: wat is vertalen eigenlijk?

Naast deze taalgerichte vaardigheden zelf wordt ook een technische com- petentie en een zakelijke en ondernemingsgerichte competentie onderschei- den. De technische competentie heeft betrekking op zaken als het gebruik van hulpmiddelen, het evalueren van software, en de elektronische levering van vertalingen. De zakelijke en ondernemingsgerichte competentie heeft te maken met inzicht in de eigen vaardigheden, efficiëntie, het omgaan met probleemsituaties, en de gedragscode van de vertaler. Vertalen naar de vreemde taal toe Vaak hoor je dat je eigenlijk alleen maar naar je moedertaal moet vertalen, want die ken je het beste en je bent dan veel beter in staat om goede taal- keuzes te maken. Het gaat hier om het zogenoemde ‘moedertaalprincipe’. In vertaalkringen is de laatste jaren in Nederland veel gediscussieerd over dit principe. Vertaalbureaus mogen bij aanbestedingen bijvoorbeeld niet (meer) zeggen dat ze dit principe toepassen. Hoewel het in het verleden werd gepre- senteerd als een soort kwaliteitsgarantie, houdt het eigenlijk een vorm van discriminatie in. Je mag iemand namelijk niet uitsluiten van de gelegenheid om een tekst te vertalen uitsluitend op grond van het argument dat hij of zij geen native speaker van de doeltaal is. Iemand die een vreemde taal uitste- kend beheerst en bijvoorbeeld gespecialiseerd is in het vertalen van een spe- cifieke tekstsoort over specifieke onderwerpen, kan zeker het niveau van een native speaker halen als het om vertalen gaat. Er zijn andere redenen waarom het moedertaalprincipe niet langer zo strikt wordt nageleefd. Ten eerste valt er veel te zeggen voor een dubbele deskundigheid bij het vertalen. In de meeste professionele vertaalprocessen wordt zowel een vertaler als een revisor ingezet. Daarbij kunnen sprekers van beide betrokken talen een rol spelen. Als de vertaler een native speaker is van 3 [zoekstrategieën en onderzoekscompetentie] a lacunes in de eigen kennis te erkennen en op snelle en efficiënte wijze addi- tionele relevante linguïstische en domeinspecifieke kennis te verwerven die nodig kan zijn om een brontekst te begrijpen en te vertalen of te reviseren; b om te gaan met de gangbare hulpmiddelen om gegevens te verzamelen en kennis te vergaren en strategieën te ontwikkelen om deze hulpmiddelen op efficiënte wijze te gebruiken; c de effectiviteit van gekozen oplossingsstrategieën te beoordelen. (Bron: Landelijk profiel van eindcompetenties vertalen hbo-opleidingen Vertalen en Tolken Nederland (december 2009). Vastgesteld door het OVN (Overleg van Vertaalopleidingen Nederland) en bekrachtigd door PSTEVIN (Platform Sector Tolken en Vertalen in Neder- land))

21

Van tekst naar text

de doeltaal, dan kan een native speaker van de brontaal met veel kennis van de doeltaal het beste worden ingezet om te controleren of het Nederlands correct en toepasselijk is weergegeven in de Engelse vertaling. Maar anders- om kan ook een goede aanpak zijn: met een brontaalspreker als vertaler en een doeltaalspreker als revisor die vooral let op de natuurlijkheid en idioma- ticiteit van de doeltekst. Ten tweede speelt de functie van de doeltekst een rol: als de tekst gepubli- ceerd wordt, en voor een groot publiek bedoeld is, kan het nuttig zijn de tekst door een native speaker van de doeltaal te laten vertalen, maar als de tekst een niet bijzonder permanent karakter heeft en vooral gewoon goed begre- pen moet worden, dan kan een Nederlandstalige vertaler uitkomst bieden. Bovendien kan het gaan om pure noodzaak. Er is veel vertaalwerk in Neder- land, in het bijzonder vanuit het Nederlands naar het Engels. Maar het is niet altijd makkelijk om een Engelstalige vertaler te vinden die het Nederlands goed genoeg beheerst om een vertaling van hoge kwaliteit te leveren. Nood breekt wetten, of in dit geval principes. En ten slotte, last but not least, hebben we te maken met een vrij recent, opmerkelijk verschijnsel rond de status van de native speaker van het Engels. Tegenwoordig bestaat de doelgroep van veel vertaalde teksten namelijk uit niet-moedertaalsprekers van het Engels. Deze lezers zullen niet altijd goed bekend zijn met de brede woordenschat van de native speaker, en ze zullen het niet altijd makkelijk vinden om een tekst met veel complexe zinnen snel te begrijpen. Ze hebben dus specifieke behoeftes. Het Engels van de gevor- derde Nederlandstalige vertaler kan dan juist veel dichter staan bij het inter- nationale Engels dat in dergelijke teksten gevraagd wordt, terwijl het Engels van de native speaker het gevaar loopt minder goed begrepen te worden. Laten we deze situatie samenvatten. Een non-native speaker-vertaler met kennis van zaken kan wel degelijk een vertaling leveren die in kwaliteit niet te onderscheiden is van die van een native speaker. Een non-native speaker- vertaler kan een belangrijke specifieke rol spelen in het vertaalproces. Een non-native speaker-vertaler is broodnodig in de commerciële beroepsprak- tijk, vanwege een tekort aan native speaker-vertalers. En ten slotte kan de non-native speaker-vertaler een tekst leveren die beter aan de behoeftes van de doeltekstlezer voldoet. Zo komt het moedertaalprincipe in een totaal an- der daglicht te staan. De conclusie kan niet anders zijn dan dat het leren vertalen naar de vreemde taal toe (in ieder geval voor de combinatie Ne- derlands-Engels) een nuttige en waardevolle bezigheid is (zie bijvoorbeeld Weatherby, 1998). Vertalen en het ontwikkelen van taalvaardigheid Zoals we aan het begin van dit inleidende gedeelte hebben vermeld, is dit boek in eerste instantie bedoeld om de basis te leggen voor het ontwikkelen

22

Before we start: wat is vertalen eigenlijk?

van vertaalvaardigheid van het Nederlands naar het Engels. Daarbij gaan we ervan uit dat het boek gebruikt zal worden in een vreemde-taalcurriculum. Dit mag misschien klinken als een weinig interessante uitspraak, maar toch is een toelichting op zijn plaats. Niet al te lang geleden, ongeveer 35 jaar, had het vertaalonderwijs in Nederland helemaal niet het doel de vertaalvaar- digheid te bevorderen. Het traditionele doel van dat vertaalonderwijs, waar- bij uitsluitend naar de vreemde taal toe werd vertaald, was om de vreemde taal te leren. Het was een overblijfsel van de zogenoemde grammar-trans- lation method die nog tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw hoogtij vierde maar in de zeventiger jaren op middelbare scholen plaatsmaakte voor de communicatieve methode. Op universiteiten ‘overleefde’ het traditionele vertaalonderwijs echter wel. Sinds die tijd is de status van het vertaalonderwijs drastisch veranderd. Men is gaan inzien dat vertalen een heel speciale, zogenoemde ‘mediating skill’ is: de rol van de vertaler is die van intermediair tussen twee communi- cerende partijen (Council of Europe, 2001: 87). Het ontwikkelen van vertaal- strategieën is centraal komen te staan, en het uitbreiden van de persoonlijke woordenschat en beheersing van de grammatica zijn minder belangrijk ge- worden dan het vermogen de benodigde informatie te vinden en een natuur- lijke, stilistisch consistente tekst te leveren. Het gevolg was ook dat het verta- len een andere rol kreeg in het vreemde-taalcurriculum aan de universiteit. Maar als docenten Engels zijn wij ervan overtuigd dat het vertaalonder- wijs niet alleen goed is voor het ontwikkelen van vertaalvaardigheid maar ook een heel speciale rol kan en moet spelen in het taalcurriculum als geheel. Naast het werken aan woordenschat en grammatica in tekstueel verband kun je als student essentiële ervaring opdoen met close reading en met het produ- ceren van teksten van verschillende soorten. Het lezen dat nodig is voor vertaalwerk is anders dan het begrijpend le- zen van een cursusboek of wetenschappelijk artikel, en het is anders dan het lezen van een roman voor je plezier. Het lijkt eigenlijk meer op het lezen van een gedicht met de bedoeling de betekenis van elk woord, elke woordgroep, elke zin te achterhalen, en de betekenis van de tekst als geheel. Deze gedetail- leerde vorm van lezen vergroot de kans op een precieze vertaling. Hoe een gedachte in de brontekst geformuleerd is, doet er écht toe. Je moet dus heel goed weten wat je aan het vertalen bent. Vaak kun je ogenschijnlijke ondui- delijkheden in de tekst juist ophelderen door ook de context nauwkeurig te bestuderen. Dit betekent overigens niet dat vertalen een proces is waarbij je woord voor woord de brontekst omzet in een doeltekst. Integendeel, een dergelijke ‘letterlijke’ vertaling zal in veruit de meeste vertaalsituaties een onnatuurlijk klinkende tekst opleveren die niet goed zal functioneren voor de doeltaalle- zers. Wat je wel nodig hebt, is een nauwkeurig beeld van de betekenis van elk woord en ook van de verschillende betekeniseenheden in een zin: vaak moet

23

Van tekst naar text

je juist niet het woord als vertaaleenheid nemen, maar hele woordgroepen of deelzinnen. Door de systematische analyse en vergelijking van teksten krijg je inzicht in de eigenheid van verschillende teksttypes en van de (culturele en talige) verschillen tussen Engelse en Nederlandse teksten. Als je vertaalt, kun je je specialiseren, maar de meeste vertalers houden zich (noodgedwongen of uit eigen keuze) bezig met veel verschillende tekstsoorten. De uitdagingen zijn ook voor elke tekstsoort anders. Zo vraagt een krantenbericht om een vlot leesbare, neutrale stijl en is de keuze van de juiste verb tenses vaak lastig. Door te oefenen met verschillende tekstsoorten krijg je inzicht in deze verschillen en zul je inzien dat er niet één Engels is, maar veel zogenoemde ‘Englishes’. Je werkt dus echt aan een verbreding en tegelijk verdieping van je taal- vaardigheid in de zin dat je voor een hele reeks communicatieve gebeurte- nissen, die ieder hun eigen eisen kennen, gepaste taalproductiebeslissingen neemt. Vertalen is, kortom, een fantastische manier om met taal bezig te zijn en zowel je moedertaal als een vreemde taal echt te leren beheersen. Als je een goede vertaler bent, dan kun je spelen met taal. Je kunt op deze manier een liefde voor taal ontwikkelen, maar in praktische termen leg je ook de ba- sis voor een toekomst als taal- en communicatiespecialist.

24

1 Nieuwsberichten

Stel je voor: je bent redacteur bij een krant of bij een tijdschrift en je krijgt de taak om Nederlandstalige berichten te vertalen voor de Engelstalige editie. Of je hebt een eigen tekst- en vertaalbureau en je krijgt de opdracht om korte nieuwsberichten in het Engels te schrijven. Of je werkt bij de Nederlandse ves- tiging van een multinational en je maakt elke week een knipselkrant voor de buitenlandse werknemers. Wat zijn de specifieke tekstkenmerken waar je op moet letten en voor welke uitdagingen sta je wat betreft grammatica en woor- denschat?

1.1 Wat is kenmerkend voor nieuwsberichten?

Na een weekje scharrelen al verloofd kopte de voorpagina van de Volkskrant op 2 oktober 2012 onder een grote foto van een glimlachende Diederik Sam­ som en Mark Rutte. De kop verwijst naar het snelle akkoord tussen PvdA en VVD over de begroting van 2013. De vergelijking met twee geliefden die zich hals over kop in een relatie storten en zich langdurig aan elkaar willen binden, is niet te missen. Een licht sceptische, wellicht spottende ondertoon

25

hoofdstuk 1  Nieuwsberichten

lijkt uit te gaan van de gekozen formulering. Misschien verwacht de lezer zoiets niet van een kwaliteitskrant. Bij het doel van nieuwsberichten denken de meeste mensen toch aan een zo objectief mogelijke verslaggeving van be- langrijk nieuws in binnen- en buitenland. Hoewel de toon en stijl van kranten door de jaren heen veranderd is onder invloed van sociale en technologische ontwikkelingen – denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen papieren en on­ line berichten – vinden de meeste mensen nog steeds dat kranten in principe feiten moeten rapporteren en zo objectief mogelijk moeten zijn. Kijk in dit verband naar de twee nieuwsfragmenten in tekst 1.

TEKST 1 ■ twee nieuwsfragmenten

Universiteiten bieden scholen helpende hand Van onze verslaggever Sander van Walsum

amsterdam. De Nederlandse universiteiten steken basis- en voorgezet onderwijs de helpende hand toe. Ze gaanmeer docenten opleiden en scholen helpen bij het oplos- sen van onderwijsvraagstukken. Dat zijn de hoofdpunten van de Academische Lera- renagenda die de organisatie van universiteiten VSNU vandaag presenteert. (Bron: de Volkskrant , 14-11-2013)

Aantal laaggeletterden onder 45-plussers stijgt onrustbarend Van onze verslaggever Robin Gerrits

In deze nieuwsfragmenten vind je een tekststructuur die sinds jaar en dag ge- bruikt wordt aan het begin vanNederlandse nieuwsberichten, met name waar het gaat om een bericht over iets wat iemand gezegd of geschreven heeft. In deze tekststructuur wordt de inhoud van de boodschap voorop gesteld. Pas aan het eind van de alinea wordt de brenger van de boodschap vermeld. Vaak zie je dan dat het niet om een feit gaat, maar om een mening of een claim van een deskundige. Toch hebben we hier te maken met een vorm van objectieve berichtgeving waarin het nieuws zelf voorop staat, en niet de mening van de journalist. Als je dergelijke teksten naar het Engels vertaalt, moet je vooral amsterdam. Het aantal laaggeletterden onder 45-plussers stijgt onrustbarend. Dit zal over een jaar of vijf grote tekorten op de arbeidsmarkt tot gevolg hebben. Dat zeggen deskundigen op het gebied van taalvaardigheid naar aanleiding van de jongste cijfers over laaggeletterdheid in Nederland. (Bron: de Volkskrant , 13-11-2013)

26

1.1  Wat is kenmerkend voor nieuwsberichten?

letten op de structuren die in Engelstalige nieuwsberichten worden gebruikt om de bron en de inhoud van het nieuws-item te presenteren. Subjectieve meningen van de journalist zelf verwachten we als lezer ei- genlijk alleen in redactionele commentaren (editorials), columns en opinie- stukken. Als we een bericht lezen over aanslagen in de Gazastrook, dan vin- den we (in principe) niet dat de krant openlijk partij mag kiezen voor Israël of de Palestijnen. Er zijn echter allerlei manieren waarop schrijvers toch – subtiel of minder subtiel, bewust of onbewust – hun mening (kunnen) laten doorschemeren, zoals in de vergelijking tussen politici en een verliefd stelle- tje. Maar denk ook aan bijvoorbeeld het verschil in woordkeuze tussen ge- dood, omgekomen, vermoord en afgeslacht wanneer een bericht verslag doet van een aanslag, ongeval, vergeldingsactie of slachtpartij. Of het verschil tus- sen de minister legde uit dat de voorgenomen bezuinigingen noodzakelijk zijn en de oppositie maakte duidelijk dat de beoogde bezuinigingen volstrekt over- bodig zijn als twee manieren waarop dezelfde bespreking tussen een minister en de oppositie beschreven kan worden. Het zal duidelijk zijn dat het belangrijk is om in de vertaling rekening te houden met de toon en stijl van de brontekst. Een aantal factoren beïnvloedt in hoeverre je die toon en stijl kunt overnemen in je vertaling. Allereerst moet je rekening houden met verschillen tussen de broncultuur (Nederland) en de doelcultuur (bijvoorbeeld Groot-Brittannië). Nederlanders staan over het algemeen bekend als liberaal, Britten als conservatief. Dit kan van in- vloed zijn op wat de lezer van de vertaling wel en niet gepast zal vinden. Naast culturele normen en waarden in algemene zin heb je ook te maken met normen en waarden die gelden voor het specifieke genre nieuwsberichten. Er zijn belangrijke verschillen tussen de dagbladpers in Nederland en die in Groot-Brittannië, een land dat bekend staat om het grote verschil tussen de kwaliteitskranten, de broadsheets, en de sensatiekranten, de tabloids. Hoewel dit onderscheid ook in Nederland lijkt te bestaan, is het belangrijk dat je be- seft dat zelfs de Telegraaf en de Spits niet te vergelijken zijn met het niveau van een tabloid als The Sun. De stijl van de Telegraaf en de Spits is misschien meer sensatiebelust of populistischer dan de stijl van het NRC, maar het zijn nog altijd betrouwbare kranten. Je kunt de Britse tabloids beter vergelijken met de Nederlandse roddelpers van bladen als Story of Privé. Ook hebben Britse kranten een duidelijkere politieke oriëntatie. Het is belangrijk dat je eerst goed kijkt uit wat voor soort krant de brontekst afkomstig is en wat de kenmerken van deze krant zijn voordat je met vertalen begint. Vervolgens vergelijk je deze kenmerken met de kenmerken van de krant waarvoor je de vertaling maakt. Naast culturele verschillen en verschillen in genreconventies, zijn er ui- teraard ook duidelijke verschillen tussen de brontaal (Nederlands) en de doeltaal (Engels) wat betreft het gebruik van grammaticale structuren. Denk bijvoorbeeld aan verschillen in het gebruik van bepaalde werkwoordstijden,

27

hoofdstuk 1  Nieuwsberichten

woordvolgorde, passieve en onpersoonlijke constructies (Er is gisteren weer geprotesteerd in Caïro). Je zult je steeds moeten afvragen of er bepaalde talige structuren in de brontekst voorkomen die je moet vermijden in je vertaling. Bij nieuwsberichten zijn vooral de werkwoordstijden (tenses) een bekend probleemgebied in het vertalen van het Nederlands naar het Engels. De be- langrijkste verschillen zullen behandeld worden in de volgende paragraaf. In paragraaf 1.3 komt een aantal tekstuele kenmerken van nieuwsberichten aan bod. In nieuwsberichten wordt vaak een groot aantal verschillende werkwoord- stijden (tenses) gebruikt, omdat het in die berichten meestal gaat over ge- beurtenissen of situaties in heden, verleden en/of toekomst. Dit zie je terug in zowel tekst 1 als 2. De tenses leveren bij het vertalen vaak problemen op omdat de regels voor het gebruik van de werkwoordstijden in het Engels niet helemaal hetzelfde zijn als in het Nederlands én omdat het Engels enkele extra vormen heeft die het Nederlands niet kent. Bij het vertalen van werk- woordstijden kom je grofweg twee problemen tegen: (1) het Engels is strikter in het gebruik van tenses dan het Nederlands, en (2) het Engels heeft meer werkwoordsvormen ter beschikking.

1.2 Lexico-grammar: het gebruik van werkwoordstijden

TEKST 2

Dorian houdt ook van Texel Windsurfer van Rijsselberghe deklasseert concurrentie en wint vroegtijdig goud Antal Crielaard

weymouth. Om de hals had hij een Nederlandse vlag ge- knoopt, de touwtjes schuur- den langs de gebronsde huid. Hij grapte dat hij de vlag na de openingsceremo- nie niet meer had losgelaten. Windsurfer Dorian van Rijs- selberghe is de strijd om de olympische titel in het En- gelse Weymouth ijzersterk begonnen: hij wist gisteren al dat hij morgen een gou-

28

Made with