Freerk Teunissen & Aleid van de Vooren-Fokma - Tekststructuur

deel 1 • Expliciete structuur

Als je nog niet weet wat er op de afbeelding staat, is het lastig om dat wat je kunt zien ook daadwerkelijk te zien. Maar ontdek je wat de afbeelding voorstelt, dan is de kans groot dat je ‘aha’ zegt. Op de afbeelding kun je een vaas zien, maar ook twee gezichten. Als je beide mogelijkheden eenmaal hebt gezien, dan blijf je die ook zien. Maar je kunt de vaas of de twee gezichten niet tegelijk zien. Als je van het ene naar het andere beeld wilt switchen, moet je even met je ogen knipperen. Interpretatieprocessen Hoe kan dit? Kort gezegd plak je onbewust een etiket ‘vaas’ op de afbeelding als je de vaas eenmaal hebt gezien. Dit etiket stuurt je waarneming. Het maakt het voor de hersenen makkelijker om de informatie die via het oog binnenkomt, te sturen en te filteren. Visuele waarneming is niet alleen afhankelijk van het oog, maar ook van complexe processen in de hersenen. Daar worden de beelden gevormd. De hersenen doen actief mee aan de waarneming en sturen de ogen om beelden helderder te krijgen. Waarneming werkt dus twee kanten op. Als je ogen de zwarte en witte vlakken zien, kunnen je hersenen uit die informatie destilleren dat het om een afbeelding van een vaas gaat (bottom-up). Hebben je hersenen dit eenmaal vastgesteld, dan onderdrukken zij impulsen die met dit beeld in tegenspraak zijn. Je hersenen zoe- ken automatisch naar bevestiging en maken het lastiger om iets anders te zien (top-down). Dat dit zo is, merk je bij de afbeelding: het kost even moeite om te wisselen van vaas naar gezichten en omgekeerd. Waarneming is dus afhankelijk van zowel de ogen als de hersenen (Long & Toppino, 2004). Het nut van het aha-gevoel Het aha-gevoel kun je oproepen met wat zwart en wit en een etiketje ‘een vaas en twee gezichten’ eronder, maar je kunt het ook opwekken met letters, zinnen, alinea’s en teksten. Sterker nog: onbewust doet iedereen dat voortdurend. Het aha-gevoel is alomtegenwoordig in taal. Als je weet hoe het aha-gevoel werkt in taal, dan kan dat je veel opleveren. Je kunt daardoor ten eerste vlotter schrijven. Ten tweede zal je boodschap helderder overkomen. Ten derde kun je dan veel sneller lezen en ook beter onthouden wat je hebt gelezen. En ten vierde draagt het eraan bij dat je efficiënter leert. Voor het zover is, zijn er een paar stappen nodig. De eerste stap is dat je ontdekt hoe het aha-gevoel bij woorden werkt. Dat staat in dit hoofdstuk. We beginnen bij woorden, omdat het het makkelijkst is om het aha-gevoel daarmee uit te leggen. De tweede stap is dat je weet hoe het aha-gevoel werkt bij zinnen, alinea’s en tek- sten. Tijdens het lezen van dit hoofdstuk maak je voortdurend kleine opdrachten. Som- mige vind je waarschijnlijk voor de hand liggend, andere vind je misschien best pittig. Dat heeft een oorzaak. Als je de tekening van de vaas en de twee gezichten al

16

Made with