Marianne Verhallen en Ruud Walst - Taalontwikkeling op school

HANDBOEK VOOR I NT ERAC T I E F TAALONDERWI J S Taalontwikkeling op school

Marianne Verhallen RuudWalst

Taalontwikkelingopschool Handboekvoor interactief taalonderwijs

MarianneVerhallen RuudWalst

Tweede, herzienedruk

Webondersteuning DewerkbladenuitditboekzijnookbeschikbaaralsWorddocument. Kijkopwww.coutinho.nl. ©2001Uitgeverij Coutinhob.v. Alle rechtenvoorbehouden. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzon- deringenmag niets uit deze uitgaveworden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vormofopenigewijze,hetzijelektronisch,mechanisch,door fotokopieën, opnamen, of op enige anderemanier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemmingvandeuitgever. Voorzoverhetmakenvanreprografischeverveelvoudigingenuitdezeuit- gave is toegestaanop grond van artikel 16hAuteurswet 1912dientmen de daarvoorwettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stich- tingReprorecht (Postbus3051, 2130KBHoofddorp,www.reprorecht.nl). Voorhetovernemenvan (een)gedeelte(n)uitdezeuitgave inbloemlezin- gen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Repro- ductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www. stichting-pro.nl). Eerstedruk2001 Tweede, herzienedruk2011 Uitgeverij Coutinho Postbus333 1400AHBussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl Omslag: StudioPietjesPrecies | bno,Hilversum Illustraties:Roel Smit,Haarlem Noot vandeuitgever Wij hebbenallemoeitegedaanom rechthebbendenvan copyright teach- terhalen. Personen of instanties die aanspraakmaken opbepaalde rech- ten,wordt vriendelijkverzocht contact op tenemenmetdeuitgever. ISBN 9789046902547 NUR 842

Voorwoord

Bij deeerstedruk Jarengeleden ishet ideegeboren: eenboekover interactieen taalontwik- keling.Eenboekvoor leerkrachtenenpabostudenten. Leesbaar,praktisch en inspirerend. Eenboekwaarmee iederdievoordeklas staat of komt te staan direct aan de slag kan. Het heeft lang geduurd, maar dit is het re- sultaat. In samenwerkingmet elkaar enmet vele anderenhebbenwe de inhoud steedsmeeraangescherpt enverhelderd. Taal is op school een belangrijk leergebied. Taal is niet alleen een vak ophet rooster,maar tegelijkertijd eenvoorwaarde en eenmiddel voor al het leren. De talige interactie indeklas isdebasis voor communicatieen kennisverwerving. Indie context kande taal vankinderendag indag uit ontwikkeldworden. Wijdenkenbij taalonderwijsdusnietalleenaannieuwewoordenschat- programma’sen taalmethodes.Diekunnen leerlijnenaangeven,maarblij- venpapier. Uiteindelijk is het de leerkracht diehetmoet dóén. Diedaad- werkelijkde leerlingen voor zichheeft. Die elke dagweermoet inspelen opdeverschillende taalvaardigheidsniveaus vande leerlingen indeklas. Dieniet alleen tijdensde taallesmaaropelkmoment vandedag taalmet de kinderen gebruikt. Het taalonderwijs kan in de klasseninteractie op- timaal vorm krijgen. Als het gaat om verbetering van het taalonderwijs, gelovenwij dan ook vooral in de leerkrachten. Het zijn de leerkrachten die indirectcontactstaanmetdekinderen,dienaarze luisterenenmetze praten. Die kunnenhorenhoe ver de taalontwikkeling van iedere indivi- duele leerlinggevorderd is. Diemerkenwat eenkindwel enniet aankan. Inde jarendatwij indeopleidingennascholing(aankomende) leerkrach- tenhebbenbegeleid,merktenwij dat leerkrachtenover verschillende in- teractievaardighedenbeschikken.Alshet zouitkomt, zullenze inhet taal- gebruikhun leerlingenvooruithelpen. Zezijndeheledagdoor ingesprek met kinderen: individueel, in groepjes en klassikaal. Intuïtief passen ze danhun taalgebruik aan, verdelenbeurten en geven feedback. Ze herha- len, stellen vragen, corrigeren enhelpen leerlingenombeter te formule- ren. De strategieën verschillen per leerkracht en niet iedere leerkracht past ze evenbewust toe.We hebbenook gezienhoe snel leerkrachten in staat zijn om hun repertoire uit te breiden. Belangrijk is dat ze dan zelf ervaren hoe leerlingen in al die alledaagse interactiesituaties veel taal kunnen bijleren - buitende lessen vande taalboekjes om! Leerkrachten moetenvoorogenkrijgendatzemeteensystematischeaanpak leerlingen met sprongenvooruit kunnenhelpen. Het is (als bij alleonderwijsverbe-

tering) vooral een kwestie van bewust worden, uitproberen en oefenen. Tothet een tweedenatuur isgeworden. Wehebbendemiddelenwaarmee leerkrachtenopelkmomentvandedag de taalgroei vanhun leerlingenkunnenbevorderen inditboekverzameld enopeen rij gezet. Voor sommigen zal het een feest vanherkenning zijn, anderen biedt het nieuwe inzichten. In elk geval vindt ieder in dit boek eenuitgebreidehoeveelheidhandreikingen en actiepuntenomde kwali- teit vanhet eigen interactieve taalonderwijs teverhogen. Metditboek indehandkunnen lezersontdekkenwathunsterkekanten zijnenwaarnogwat teverbeterenvalt. Het gaat eromdemiddelendoel- gerichter, systematischer en consequenter te leren inzetten. Om daarbij behulpzaam te zijn gevenwe concrete aanwijzingen voor de toepassing indeklas, inallerleimogelijkesituatiesencontexten. Inditboekzijnzelfevaluatieformulieren tevindenomdeeigenvaardighedenendepersoon- lijke interactieroutines inkaart tebrengen. Daarbij zijnoefeningengefor- muleerdom interactief taalonderwijsbeter indevingers tekrijgen. Ieder maakt daarbij zijn eigen keuze. Het boek is zo opgezet dat leerkrachten hun interactievaardighedenbeetjebij beetjekunnenverbetereneneffec- tieverkunnen inzettenvoorde taalontwikkelingvanhun leerlingen. Dat dit boek kon uitgroeien tot zo’n praktisch instrument is mede te danken aan al die studenten en leerkrachtenmetwiewij zo langhebben samengewerkt.WebedankenvooralFemke,SylviaenMargriet, leerkrach- tendiezovriendelijkzijngeweestomcommentaar te leverenopverschil- lendeonderdelenenopdeoefeningen inhet bijzonder. Ookonze studen- tenwillenwenatuurlijknoemen. Zij hebbenons laten zienwelke ideeën en voorstellen gemakkelijk overdraagbaar waren enwaar extra aanwij- zingenmoesten komen. Soms hebbenwe op grond van hun ervaringen andereaccentengelegdenoefeningenbijgesteld. Tenslottebedankenwij Betty, Bart,Wim, Sylvia, Marian enDirkje, collega’s vande pabo inHaar- lem, die steedsweer bereidwaren ommee te denken en gul warenmet waardevolle aanwijzingen en kritische kanttekeningen bij het gedachte- goedachterdezepublicatie. Zonderhunniet-aflatende interesseensteun haddenwenooit opdezemanierditboekkunnen schrijven. Metdit boekhopenweonze lezersdicht opdehuid tezittenen te laten ervaren: ‹‹ hoe leuken spannendhet isomde taal vandekinderen tedoorzien; ‹‹ hoe intrigerendhet isomde taalontwikkelingvankinderen tevolgen; ‹‹ hoebevredigendhet isomdaaraanopeensimpele, natuurlijkemanier een steentje tekunnenbijdragen. Alswedaarin slagen, heeftditboekzijndoel bereikt.

Bij de tweededruk Eenboekover taalontwikkelende interactievoorziet ineenbehoefte. Dat blijktuitdeverschillendereactiesdiewe inde loopder jarenhebbenont- vangen.Wewilden ‘een inspirerend, goed leesbaar en opde praktijk ge- richt boek’ schrijven, enwe zijnblij temerkendat dit is gelukt. Veel leer- krachtenenstudentengebruikenhetennoemenhet ‘heelbruikbaar inde klas’. Maar het werd natuurlijk wel tijd voor een update; de ideeënvorming rond taalontwikkelende interactie heeft uiteindelijk niet stilgestaan. Het verzoekvandeuitgever eenherzienedruk te verzorgenkwamons daar- omgoedvanpas.Wezijnaandeslaggegaanenhebbenhetboekgeactua- liseerd, aangevuldenaangescherpt. Nieuw is dat wij ons in deze druk niet alleen richten op basisschool- leerkrachten en pabostudenten , maar ook op (aankomende) leidsters vanpeuterspeelzalen, kinderdagverblijven ende voorschool.We hebben voorbeelden toegevoegduit depraktijkvan jongekinderen en specifieke opmerkingengemaakt voor (aankomende) leidsterswaar dat nodigwas. Ookvoorde leidsters ishetbelangrijk tewetenwatde taalgroeimiddelen inhoudenenhoezijdie ingesprekkenmetpeuterskunnengebruiken.Het isnodigdat leidsters juist bij deallerkleinstende taalontwikkeling inten- sief stimuleren om te voorkomen dat deminder taalvaardigen al in een vroeg stadiumachteropraken. Alswe inde tekst hetwoord leerkracht gebruiken, verwijzenwe daar- meenaar leerkrachtenen leidsters. In opleiding en nascholing hebben we nauw samengewerkt met leer- krachten, studentenenpabodocentendiemethetboekwerkten. Zijgaven aanwaar indepraktijknoghobbels liggenenwaar extraaanvullingenof voorbeeldennodig zijn. Zokregenwij scherp zicht opdewensenvanhet veld.Aldezebevindingenhebbeneenplekgekregen indezenieuwedruk. Ideeën, actiepunten en handreikingen uit de eerdere versie hebben we waarnodigverduidelijkt enaangevuld. Wij bedankenal degenendiehunervaringenmetonswildendelen. Even- als bij de vorige druk hebbenwe collega’s, werkzaam in het basisonder- wijs, gevraagdmee te lezen en commentaar te leveren op deze nieuwe versie.Wedankenmet nameAnneloes, Gabriëlla enDebbie voor hun re- acties. SpecialedankaanElja, eendierbarevriendinencollega, die redac- tioneleondersteuningenmenig stilistischadviesgaf.

Wehopendatde lezersmetditboek (nog)beterzicht krijgenophet taal- ontwikkelingsproces, dat zij plezier zullenbelevenaandeveledialoogjes diehetbelangvan ‘interactie indeklas’ illustrerenendat zijmetdeprak- tische tipshun (taal)didactisch repertoirezullenuitbreiden. MarianneVerhallenenRuudWalst april 2011

Inhoud

11 11 13 15 15 16 17 19 19 21 35 35 36

1.1 Taal als startpunt of struikelblok? 1.2 Eennieuwperspectief 1.3 Het taalgroeipakket 1.4 Depraktijkalsbegin- eneindpunt 1.5 Deopbouwvanditboek 1.6 Hoeditboek tegebruiken? Weetwat jemoetweten 2.1 Hetwondervande taalontwikkeling 2.2 Taal thuisalseen startblok

1

Taalontwikkelende interactie: eennieuwperspectief

2

2.2.1 Taal verwervenvandag totdag 21 2.2.2 Verklaringvanhet taalverwervingsproces: drie theorieën 23 2.2.3 Factorenvoor succesvolle taalverwerving 32 3.1.2 Veel kinderen indeklas 40 3.1.3 Veel verschillende thema’sen/of vakkenophet rooster 43 3.2 Drie taalgroeimiddelen 46 3.2.1 Taalgroeimiddel 1: taalaanbod 47 3.2.2 Taalgroeimiddel 2: taalruimte 51 3.2.3 Taalgroeimiddel 3: feedback 52 3.3 Het complete taalgroeipakket 56 4 Pas taalgroeimiddel 1 toe: taalaanbod 57 4.1 Taalaanboden taalproductie 57 4.2 DedrieB’svangoed taalaanbod 60 4.2.1 B1: betrokkenheid 60 4.2.2 B2: begrijpelijkheid 67 4.2.3 B3: bovenniveau 76 4.3 Zelfevaluatie 82 3 Weetwat jemoetdoen 3.1 Wat gebeurt er indeklas? 3.1.1 Schooltaal en thuistaal

85 85 86 92 102 105 105 106 108 114 118 120 123 125 125 125 136 139 140 140 142 149 151 175 190 201 203 210 214 218 220 222

5.1 Taalruimte 5.2 Zelfevaluatie

5

Pas taalgroeimiddel 2 toe: taalruimte

5.1.1 Beurtruimte 5.1.2 Onderwerpsruimte

Pas taalgroeimiddel 3 toe: feedback 6.1 Feedbacken taalaanbod 6.2 Soorten feedback 6.2.1 Verbeteren 6.2.2 Helpenverhelderen 6.2.3 Hertalen 6.2.4 Positief bevestigen 6.3 Zelfevaluatie 7.1 Verschillendegroeperingsvormen 7.2 Taalgroeimiddelen indegrotegroep 7.3 Taalgroeimiddelen indekleinegroep 7.4 Gespreksvormen 7.4.1 Hetpersoonsgerichtegesprek (pg) 7.4.2 Het zaakgerichtegesprek Oefeningenenwerkbladen 7.3.1 Degroteenkleinegroepafgewisseld

6

7

De taalgroeimiddelen ingroeperings- engespreksvormen

Oefeningenbij hoofdstuk4 Oefeningenbij hoofdstuk5 Oefeningenbij hoofdstuk6

Uitwerkingen Uitwerkingenvandeoefeningenbij hoofdstuk4 Uitwerkingenvandeoefeningenbij hoofdstuk5 Uitwerkingenvandeoefeningenbij hoofdstuk6 Inschattingsschalen taalniveaus

Literatuur

Register

1 1

Taalontwikkelende interactie: eennieuwperspectief

Taal is belangrijk!Mensenpraten, luisteren, lezenen schrijvenwat af: thuis, ophetwerk, op straat, ophet schoolpleinén indeklas.Overal klinkt taal; dit boek staat ookvolmet taal. Taal staat centraal inhetdagelijks levenénbij het leren. Kinderendie taalminder goedkunnenhanteren, lopenop school algauw tegenproblemenaan: taalachterstand zal bijnaaltijduitmonden in leerachterstand. Het isdus absoluutnoodzakelijk in te zettenopgoed taalon- derwijs. Door nogmeer extra lesjes of oefeningetjes?Wewetenuit ondervin- dingdatdat alléénniet voldoendeoplossingbiedt. Veel leidsters of leerkrach- ten zoekennaar nieuwewegenomde taalvaardighedenvankinderenopeen hoger plan tebrengen. Zij vragenniet omnogmeer oefeningenen invullesjes, maar denkenaaneenmeer fundamenteleaanpak. Hetmoet anders, het kanbeter! Er zijnmogelijkheden teover omkinderen te stimuleren inhun taalverwerving, niet alleenbinnenmaar ookbuitende taalles. De sleutel is ‘taalontwikkelende interactie’. Indit inleidendehoofdstuk leggenweuitwat taalontwikkelende interactie inhoudt engevenweeen schets vandeopzet vandit boek. 1.1 Taal als startpuntof struikelblok? Wij zijnaanditboekbegonnenomdatwij inonswerk steedsweerkinde- ren, studenten, leidsters en leerkrachtenontmoetendie taal als eenpro- bleemervaren.Sommigeuitsprakenzullen jewellichtbekendvoorkomen: ‘Ik heb het idee dat bepaalde kinderen gewoon een kwart van de les niet begrij- pen. Het gaat allemaal het ene oor in en het andere uit. Ik leg iets uit en vervol- gens begrijpen ze nognietwat zemoetendoen.’ (pabostudent)

‘Sommige kinderenpratennogmaar heel weinig. Je komt ermoeilijk achterwat er in ze omgaat.’ (leidster vande voorschool)

‘Fatima is eenmeisje dat volgensmij heel wat zou kunnen, maar ze heeft zoveel moeitemetNederlands. Zehangt ermaar eenbeetjebij indeklas en ikweet niet hoe ikhaar beter zou kunnenhelpen.’ (leerkracht uit groep 5)

‘Wehebbenop school eennascholingscursus gevolgdeneennieuwe taalmethode aangeschaft, maar taal blijft een probleem: we zijn een school in een achter-

11

1  Taalontwikkelende interactie: eennieuwperspectief

standswijk en voor onze kinderen zijn de leerboekjes gewoon veel temoeilijk. U kunt wel zeggen: alle onderwijs is taalonderwijs, nou, ga er maar aan staan op deze school.’ (schoolleider) Citaten als dezemakenduidelijk dat taal vaak als struikelblokwordt ge- zien. In elke groep blijken kinderen te zitten diemoeite hebbenmet het Nederlands. Zij hebben een extraduwtjenodig. Er zijn zelfs kinderendie aan zo’n duwtje alleen niet genoeg hebben: zij hebben behoefte aan een permanente en stevige ruggensteun. Uiteindelijk is taal de belangrijkste factorvoor succesop school. KinderendiehetNederlandsmindergoedhanterenzijnslechtafomdat taal zo’ncentraleplaats inneemt inhetonderwijs.Rekenen, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, noemmaarop, er isgeenvakof erkomt taal aan tepas. Voormeertaligeen taalzwakke leerlingengeeftdatmoeilijkheden. Ze snappen een instructieniet, zebegrijpeneenuitlegmaar half, zekun- neneen tekst niet helemaal doorgrondenenhet beantwoordenvan lasti- gevragen ishelemaal eenprobleem. Zoworstelenzezich inde les steeds weer door een brij heen van gesproken en geschreven taal die ze niet of onvoldoendebeheersen. Het is dus niet zo vreemd dat leerkrachten en leerlingen taal vaak als problematisch ervaren. Taalleren is dan geenuitdagende, speelse aange- legenheid,maareenmoeilijk (somszelfsonoverkomelijk)probleem. (On- der leerkracht(en) verstaanwe inhet vervolg ook leidster(s) voor zover dezeniet apart genoemdworden.) Als leerkrachtwil je taalzwakkerekinderennatuurlijkhulpbieden.Maar hoe geef je de noodzakelijke ruggensteun? Je probeert onbekendewoor- den te verduidelijken enmoeilijke begrippen uit te leggen. Als je denkt datdekindereneen tekstniet zelfstandigkunnen lezenenbegrijpen, lees je hem zelf maar voor, of je laat stukken tekst weg en vertelt in je eigen woordenwaar het om gaat. Op diemanier probeer je de taal beter af te stemmenophetniveauvandekinderen. Técryptischevragenenoefenin- gensla jeover. Jeprobeertde taligestruikelblokken teontwijkenof ruimt zeuit deweg. Alsdeklasaanhetwerk is, bied jeextrahulpaandekinde- ren die iets niet begrijpen of kunnen verwoorden. Je helpt kinderen die gestruikeld zijn over taalhobbelsweer op de been! Ondanks al die extra inspanningenkrijg jenooithet gevoel dat erwezenlijk ietsverandert.Het voelt alsof je achter onoplosbare problemen aanholt. Maar dat betekent nietdatal jouw inspanningenoverbodigzijn. Integendeel,dekinderenom wiehet hiergaat kunnenniet zonder jouwhulp. Het betekentwel dat het hiermeestal omhulp achteraf gaat: de kinderen zijn eigenlijk al gestrui- keldenachteropgeraakt. Jeprobeert steedsdepijn teverzachtenmet een zalfjeof eenpilletje.

12

1.2  Eennieuwperspectief

Eigenlijk heb je een preventief middel nodig, een aanpak die je op elk moment kunt inzetten en die erop gericht is de taal van de kinderen te ontwikkelen en hun zelfvertrouwen te versterken. Dat lukt niet met de doorsneetaalmethodes. Dekinderenomwiehet hier gaat hebbenaan in- vullesjes, tekstvragen en steloefeningenniet genoeg. Kinderen leren taal niet uit een boekje!Wat je nodig hebt, is een aanpakwaarmee je op een natuurlijke, vanzelfsprekendemanierde taal van je leerlingenopeenho- gerplankuntbrengen. 1.2 Eennieuwperspectief Met een aanpakwaarmee je de taalontwikkelingskansen in elke les kunt benutten, is taal niet langereenstruikelblokmaareenstartblokvoorver- dereontwikkeling.Zo’naanpakhelptkinderencontinueenstapjevooruit, en maakt van alle onderwijs taalonderwijs. Het is natuurlijk zonde om taalonderwijs te beperken en in te kaderen tot een vakophet rooster. Je kuntdeheledagdoor, inallerleinatuurlijke, functionelesituatieshet taal- lerenvankinderenvergroten.

Of jenu frontaal instructiegeeft of inkleinegroepjes laatwerken: jekunt op elkmoment vandedagwerken aan taalvaardigheid, ongeacht je klas- senorganisatie . Of jenu een les geeft over de lente in eenpeuter- of kleu- tergroepofeenrekenlesoverprocenten ingroep8: jekuntopelkmoment van de dagwerken aan taalvaardigheid, ongeacht de lesinhoud . Of je nu projectmatigofmeer vanuitmethodeswerkt: jekunt opelkmoment van de dagwerken aan taalvaardigheid, ongeacht je onderwijsvisie . Wemoe-

13

Made with