Wim van Beek en Marianne Verhallen - Taal een zaak van alle vakken

GEÏNTEGREERD TAAL- EN ZAAKVAKONDERWIJS OP DE BASISSCHOOL

Taal

een zaak van alle vakken

Wim van Beek Marianne Verhallen

Webondersteuning

Bij dit boek hoort eenwebsitemet: • eenmultimediaal programmawaarmeehet lesmodel in verschillende voorbeeldlessen in beeldwordt gebracht • videoregistraties • lesmaterialen

Dewebsite is te vinden op www.coutinho.nl/taalzaakvakken .

Ganaar www.coutinho.nl/taalzaakvakken ,maak eenCoutinho-account aan en log in.

Taal, een zaak van alle vakken Geïntegreerd taal- en zaakvakonderwijs op de basisschool

Wim vanBeek enMarianneVerhallen (red.)

M.m.v.M. Blankman, B. vanDam enB. deHaan

Tweede, herziene druk

c u i t g e v e r ij

c ou t i n ho

bussum2012

© 2004Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgaveworden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomati- seerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enigewijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover hetmaken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16hAuteurswet 1912 dientmen de daarvoor wette- lijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- enReproductierechtenOrganisatie, Postbus 3060, 2130KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 2004 Tweede, herziene druk 2012

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslagontwerp: StudioMouche, Bussum Bewerking omslag: Studio Pietje Precies | bno, Hilversum Tekeningen: Roel Smit, Haarlem

Noot van de uitgever Wij hebben allemoeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraakmaken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemenmet de uitgever.

ISBN 978 90 4690332 2 NUR 842

Voorwoord

Er is eengezegde inhetNederlandsdat luidt ‘tweemensenwetenmeer dan één’. Misschien is het zelfs zo dat twee mensenmeer weten dan twéé. Wij hebben dat in ieder geval direct ervaren toen we collega’s werden en samen gingen werken op de Pabo Haarlem. Komend uit twee totaal verschillende werelden, natuuronderwijs en taalontwikke- ling: wie had kunnen vermoeden dat er meer dan tien jaar later een boek zou verschijnenwaarin beide vakgebieden samenkomen? Het gemeenschappelijke startpunt was ‘verbetering van onderwijskan- sen’. Kinderen uit lagere sociale milieus en kinderen die het Neder­ lands als tweede taal leren blijven achter bij hun meer taalvaardige klasgenootjes.Zeprofiterenniet voldoende vande les. Lerenen taal: op school kunnendie tweeelementenniet gescheidenworden.Onzegeza- menlijke inspanning was dan ook om ze zo snel mogelijk zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. We begonnenmet simpele voorbeeldlesjes, aan de hand van een tekst uit het leerboek over elektriciteit. Het bleek tewerken: leerkrachten en leerlingenwerden enthousiast. Er gingniet één,maar een groot aantal lampjes branden: De leerkrachten: • kregen een andere kijk op de rol van taal bij zo’n zaakvakles; • zagenwaar de kinderen bij het lezen van de tekst tegenaan liepen; • werden zich bewust van de voordelen van een koppeling van taal- en zaakvakonderwijs; • zagenhoe in een les hetmes aan twee kanten kan snijden. De leerlingen: • konden allemaalmeedoen; • warenmeer betrokken enhadden zichtbaarmeer plezier; • bouwden daardoor zelfvertrouwen op; • leerden taal terwijl ze met stroom, geleiding en verbindingen bezig waren.

Wij zelf: • zagen hoe leerkrachten en leerlingen geïnspireerd raken door een goede voorbeeldles; • merkten dat ze daarnawillenwetenhoe ze verdermoeten; • ontdekten dat ermeer nodig is dan een voorbeeldles voor leerkrach- ten om taal- en zaakvakonderwijs samen te brengen. Wat bleken de leerkrachtennodig te hebben?Niet één enkel voorbeeld uit één enkel vakgebied, maar verschillende voorbeeldlessen voor ver- schillende jaargroepen. Een didactisch model, dat houvast geeft voor het koppelen van taal- en zaakvakonderwijs. Een stappenplan om zelf mee aande slag tegaan,met een lijst tips en aandachtspunten, getoetst aan de praktijk. Dát is het instrumentarium omniet incidenteel, maar structureel tewerken aan geïntegreerd taal-zaakvakonderwijs. Dit alles konniet zomaar tussen de bedrijven door ontwikkeldworden. Er kwamen middelen, van het hbo-innovatiefonds, de Hogeschool Haarlem en de Universiteit van Amsterdam, om een groot project te starten. Met een wisselend team van mensen (collega-pabodocenten, onderzoekers, leerkrachten en studenten) zijn we aan de slag gegaan. Tweemensenwetenmeer dan één,maar tien, twintig, dertigmensen... Iedereen die in de loop der jaren een bijdrage heeft geleverd aan het totstandkomen vanhetmateriaal zijnwe veel dank verschuldigd: • aanRuudWalst, die inhet begindirect betrokkenwas bij het ontwik- kelen van ideeën en het opzetten van het project, een tijdlang op de achtergrond heeft meegedacht en in de slotfase een prachtige demon- stratievideo heeft gemaakt; • aanRenéAppel, Henk Snoeken enAnke vanKampen, die vanuit de Universiteit van Amsterdam aan het ontwikkelen van het materiaal hebbenmeegewerkt; • aanMarianBlankman, Bart deHaan enBetty vanDam, die als leden vanhet projectteammet niet-aflatende inspiratie en ijver hebbenmee- gewerkt aanhetuitwerkenvanhet didactischmodel enhet ontwikkelen van voorbeeldlessen.Marian trokde lijnendoornaar aardrijkskundeen verkeer, Bart en Betty hebben zich vooral op de taalkant geconcen- treerd. Al die vrijdagochtenden: het isniet zomoeilijkomgoedmateri- aal voor leerkrachten temaken als jemet zulke fantastische docenten samenwerkt. • aan alle leerkrachten die de lesopzetten enmaterialen in de praktijk hebben uitgeprobeerd, én aan hun leerlingen die enthousiast wilden lerenover tijgers, dewind,magneten, files, botjes enwat al nietmeer...

Bij dit boek hoort een website. Voor het maken enmonteren van de videofragmenten die hierop staan bedanken we Cees de Vos, die niet alleen alles op beeld vastlegde en bij elkaar bracht, maar ook inhoude- lijkmeedacht. De oorspronkelijke versie van het programma Win-win-model in beeld , ook op de site, is gemaakt doorMarcel Gaasterbeek, samenmet Betty vanDam enBart deHaan.Wewillendemensen vanCoutinho bedan- ken voor hun creatievehulpbij deuitgave vandit boek.Hetzelfde geldt voor Roel Smit, die er weer in geslaagd is om de ingewikkelde ideeën helder in beeld te brengenmet speelse tekeningen. Het boekwordt er niet alleen leuker,maar ook duidelijker door. We hopen dat (aankomende) leerkrachtenmet veel plezier en enthousi- asme aan de slag gaan met het boek en de bijbehorende materialen. Want uiteindelijk zullen zij het in de klas moeten doen. Als taal- en zaakvakonderwijs danmeer bij elkaar komen, als kinderen tegelijker- tijd taal leren en kennis opbouwen, als ook de zwakkere leerlingen komen tot betere onderwijsprestaties, dan is ons gezamenlijk doel bereikt.

Wim vanBeek &Marianne Verhallen

Leeswijzer

Dit is een boek voor leerkrachten, voor leerkrachten-in-opleiding en voor iedereendie zichbezighoudtmet onderwijs.Het isniet alleen een boek om te lezen, maar ook ommee aan de slag te gaan. We willen leerkrachten graag instrumenten in handen geven waarmee ze hun eigen onderwijs daadwerkelijk kunnen verrijken. Het gaat hier niet alleen om het begrijpen, maar vooral ook om het leren toepassen, van een didactischmodel. Met behulp van dit model kunnen ze de koppe- ling van taal- en zaakvakonderwijs tot stand brengen. De onderwijs- praktijk is dus het begin- en eindpunt van dit boek. • In dit boek geven we eerst een beschrijving van geïntegreerd taal- zaakvakonderwijs en we introduceren het didactische model, het Win-win-model (hoofdstuk 1 t/m 3). Dit model wordt in beeld gebracht in het multimediale programma Win-win-model in beeld ,

dat te vinden is op de website www.coutinho.nl/taalzaakvakken . In de hoofdstukken verwijzen we geregeld naar lesfragmenten in dit programma, in de vorm van kijkopdrachten. Zo krijgt de theorie direct een vertaling naar de praktijk. • In dit boek beschrijvenwe vervolgens stap voor stap hoe hetmodel gehanteerdmoet worden (hoofdstuk4). Dit wordt geïllustreerdmet een videoregistratie van drie integrale praktijklessen op de site. De oplettende lezerherkent inde foto’svanhoofdstuk4de situatiesvan de praktijklessen op de site. • Het boekbevat tot slot als bijlage een zestal compleet uitgeschreven lessen, verdeeld over onderbouw, middenbouw en bovenbouw. Hiermeekunnen (aankomende) leerkrachtenhetWin-win-model in de eigen lespraktijkuitproberen en samenmet hun leerlingen erva- renhoehetmodel indepraktijkwerkt.Opde site zijnmaterialen te vinden die in deze lessen gebruikt worden. Als het goed is, zul je merkenhoe snel je eigen leerlingen leren enhoe je aan tweekanten winst kunt behalen. Niet alleen het zaakvakonderwijs verbetert, maar er wordt tegelijkertijdheel veel taal geleerd. Het boek is dus niet geschreven om van de eerste tot de laatste blad- zijde te lezen. Het is de bedoeling dat het flexibel wordt gebruikt. Je kunt er om te beginnen wat doorheen bladeren, alvast wat de lesfrag- menten op de site aanklikken of de praktijklessen op de site bekijken, en weer terugkeren naar het boek. De hoofdstukken laten zich apart lezen. Dat heeft tot gevolg dat er in de tekst soms wat overlap is. De lezer die het boek vanhoofdstuk 1 tot 4doorwerkt, kande passages die bekend voorkomen snel doorlezen of overslaan. Geïntegreerd taal-zaakvakonderwijs is iets wat je als leerkracht moet uitproberen. Als je dit boek hebt gelezen en de voorbeeldlessen hebt gezien, kun je er eenbeginmeemaken. Jekunt je eigen lessenontwik- kelenof de voorbeeldlessengeven,maar jekunt ook ‘kleiner’ beginnen. Het belangrijkste is dat je na het bestuderen van dit materiaal in je eigen klas met geïntegreerd taal-zaakvakonderwijs aan het werk gaat. Daarmee is de eerste stapnaar beter onderwijs gezet. Webondersteuning De website www.coutinho.nl/taalzaakvakken bevat lesmaterialen, videoregistraties en eenmultimediaal programmawaarmeehet lesmo- del in verschillende voorbeeldlessen in beeldwordt gebracht. Ganaar www.coutinho.nl/taalzaakvakken ,maak eenCoutinho-account aan en typ vervolgens de unieke code in van bladzijde 2 van dit boek. Met deze code krijg je exclusieve toegang tot hetmateriaal.

Inhoud

1

Taal- en zaakvakonderwijs: winst boeken aan twee kanten 11

1.1 Taal op school 11 1.2 Taalontwikkeling en kennisverwerving 14 1.3 De rol van de leerkracht als taalleerkracht 16 1.4 Zaakvakken leren 19 1.5 De rol van de leerkracht als taal-zaakvakleerkracht 22 1.6 Van eenmin-min-situatie naar eenwin-win-situatie 25

2 Schoolboekteksten: van struikelblok naar startblok 29

2.1 Schooltaal als struikelblok 29 2.2 Een praktijkvoorbeeld 30 2.3 De cognitieve belasting 32 2.4 De contextuele inbedding 34 2.5 Van struikelblok naar startblok 35 2.6 De cognitieve complexiteit verkleinenende context vergroten 36

3

HetWin-win-model: de opbouw van geïntegreerd taal-zaakvakonderwijs 41

3.1 HetWin-win-model 41 3.2 Een voorbeeld 45 3.3

Stap 1, de doelformulering 45 3.4 Stap 2, de invulling vanhetmodel 48 3.5 Het instrumentarium 51 3.6 HetWin-win-model voor de lessen 1 tot enmet 3 58

4 HetWin-win-model: de uitvoering in de klas 63

4.1 Les 1: ervaringscontext aanbrengen 72 4.2 Les 2: tekst behandelen 75 4.3 Les 3: laten toepassen vanhet geleerde 77 4.4 Interactie in de verschillende fasen vanhetWin-win-model 78 4.5 Aanwijzingen voor het uitvoeren van de lessen 79

Bijlage:

Voorbeeldlessen 87

1 De Tijger 88 2 DeWind 96 3 Magnetisme 104 4 Drukte in deRandstad 112 5

Grondstoffenuit de Tropen 120

6 Het Geraamte 130

Literatuur 139

Register 141

1 Taal- en zaakvakonderwijs:

winst boeken aan twee kanten

• We beginnen bij de rol van taal op school (par. 1.1). • Daarna richten we de aandacht op taalontwikkeling en kennisverwer- ving (par. 1.2). • We kijken naar het leer aspect: hoe leren kinderen taal op school en hoe leren ze de zaakvakinhouden?We zullen zien dat de leerkracht hier demeest bepalende factor is (par. 1.3). • Nadat we het leren in de zaakvakken nader hebben bekeken, bren- genwe alle lijnen samen (par. 1.4). • We bespreken de rol van de leerkracht bij het realiseren van geïnte- greerd taal-zaakvakonderwijs (par. 1.5), zodat een min-min-situatie omslaat in eenwin-win-situatie (par. 1.6). In de klas klinkt de hele dag door taal. Op school zijn leerkrachten en leerlingen doorlopend bezigmet praten, luisteren, lezen of schrijven. Taal ismeer dan alleen een vakophet rooster; taal speelt een rol in alle vakken. Of het nu gaat om biologie, geschiedenis, aardrijkskunde of rekenen, in alle lessen doenwe een groot beroep op de taalvaardigheid van leerlingen. Kinderen die teweinig taalbagage hebben, zullenmin- der goed kunnenmeedraaien in de les. Dat merken we in de onder- bouwbijvoorbeeldbij lezenvanprentenboeken, dekring- enonderwijs- leergesprekken, of het werken in de hoeken. In de middenbouw zien we dat bijvoorbeeld bij het leren lezen en het bespreken van de reken- opgaven. Indebovenbouw ervarenwedat als dekinderen een zaakvak- Indit hoofdstuk besprekenwe de rol van taal in de klas.Wemaken duidelijk dat je taal- enzaakvakonderwijs niet los van elkaar kanzien; taal is niet een opzichzelfstaand vak. Je leert taal op school, maar je hebt die taal tegelijker- tijdnodig om op school te kunnen leren.Deze dubbele rol van taal heeft twee kanten.Denegatieve kant is: als kinderenproblemenhebbenmet taal, zullen zeminder goedmeekomen in andere vakken en ze leren daar dan ook weer minder taal bij. Maar we kijken liever naar de positieve kant: als kinderen voldoende taalvaardig zijn, zullen ze goed kunnen presteren in de andere vakken en daar veel nieuwe taal bijleren. In dit eerste hoofdstuk zullen we beide kanten belichten. 1.1 Taal op school

12

Taal, een zaak van alle vakken

tekst gaan lezen en de inhoud daarna met elkaar moeten bespreken. Veel kinderen haken dan inmeerdere ofminderemate af als ze strui- kelen over demoeilijkewoorden ende complexe zinnen.Het lijkt erop dat de (taal)problemen inde loop vande jarenniet kleiner,maar eerder groter worden.

Vooral kinderen die het Nederlands als tweede taal leren, of leerlingen vanwie de thuistaal minder aansluit bij het taalge- bruik op school, verkeren in eenmoeilijke positie. Zij beschikkenniet over voldoende taalvaardigheid om de mondelinge uitleg van de leerkracht goed te begrijpen of de moeilijke teksten in de schoolboeken geheel te bevatten. En als ze de taal van de

Een leerkracht van groep 7 - een klas met tachtig procent allochtone leerlingen - omschreef de situatie treffend: ‘De kinderen staan van het begin af aan niet goed inde les: als ikdebiologieboeken tevoorschijn haal, zie ik de gordijnen al voor hun ogen zakken.’

13

Taal- en zaakvakonderwijs: winst boeken aan twee kanten

boekenende taal vande leerkracht die ietsuitlegt, niet helemaal begrij- pen, zullen ze niet goed vooruitkomen. Dit staat wel heel ver af van een optimale onderwijsleersituatie! Kinderen zijn niet geïnteresseerd en betrokken, maar bij voorbaat al ontmoedigd. Zowel leerlingen als de leerkracht gaan tegen de lessen opzien, in plaats van dat ze er enthousiast aan beginnen. De taalbar- rière die elke keer genomen moet worden, vormt een steeds grotere hindernis. In de klaswordt taal niet eenmiddel om iets te leren,maar een struikelblok. Moetenwe de boeken danmaar in de kast laten staan enproberen om met zoveelmogelijk visueelmateriaal enmet zoweinigmogelijkmoei- lijke taal kinderen toch iets te leren? In principe is dat eenmogelijk-

heid. Je kunt kinderen een heleboel laten zien.De video’s vanKlokhuis zijndaar een prachtig voorbeeld van: veel beelden, gekoppeld aan eenvoudige uitleg en geen moeilijke teksten meer. Kinderen hebben daar op het eerste gezicht veel aan. Op het eerste gezicht, dat is waar. Maar als we kijken op lange termijn, dan biedt dit geen oplossing.Kinderenkrijgen inhun verdere onderwijsloopbaan uiteindelijk toch te makenmet die ingewikkelde schoolse tek- sten. We kunnen er niet voor weglopen en hel- pen leerlingen niet door informatieve tek- sten te schrappen. Laten we het eens van een andere, meer positieve kant benade- ren. Laten we taal eens als kans zien; een kans voor goed onderwijs voor álle kinde- ren in de klas. Taal speelt een rol in alle vakken. Dat is niet problematisch: het biedt juist kansen. Taal klinkt de hele dag door in alle vakken. Hetmooie is dat eendubbel probleem kan omslaan in een dubbele kans. Als we het goed organiseren, zijn er nieuwe kansen voor het taalleren én voor het leren in andere vakken. In de volgende paragraaf

Kijkopdracht

Bekijk op de site de aardrijks- kundelesoverde file. Klik inhet

Win-win-model op het plaatje van De Randstad. Inhet fragment ‘les 2: voor’ zie je hoe de leerkracht het complexe fenomeen randstad aan de kinderen uitlegt. De leer- kracht vertelt dat Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag aan de rand van het Groene Hart liggen en samen de randstad vormen. • Is dit voor de kinderen moeilijk taalge- bruik? • Welkemoeilijkewoordengebruiktde leer- kracht indit fragment? • Als leerlingennietwetenwaardegenoem- deplaatsen liggenendeabstractebegrip- pen als ‘rand’, ‘Randstad’ (is dat ook een plaats?) en ‘Groene Hart’ niet kennen, kunnen zedeuitlegdanbegrijpen? • Alsdekinderende taal nietbegrijpen,wat hebben zedangeleerd? • Welke kennis moeten de leerlingen al hebbenomdeze informatie goed te kun- nenbegrijpen?

14

Taal, een zaak van alle vakken

zullenwe ons licht laten schijnen op die nieuwe kansen door te kijken hoekinderen taal- énzaakvakinhouden leren.Waar ligt deoverlap?Wat zijnde raakvlakken?Webekijkende taal en zaakvakken eerst afzonder- lijk. Te beginnenbij het leren van taal: welke principes zijndaarbij aan de orde?

1.2 Taalontwikkeling en kennisverwerving

De hele dag door zijn kinderen op school met taal bezig; dus op elk moment, in iedere les kan de taalontwikkeling nieuwe impulsen krij- gen. Taal leer je niet uit een boekje,maar taal leer je vooral door taal te gebruiken . Dat geldt voor kleine kinderen, die thuis de dagelijkse taal leren en voor oudere kinderen, die inde klas schooltaal leren. Al doen- de - al pratend, luisterend, lezend, schrijvend - kan de taalvaardigheid steeds op eenhoger planworden gebracht. Alswenaar de taalverwerving vanheel jonge kinderenkijken, dan zien we dat ouders en opvoeders er niet voor gaan zitten om taallesjes te geven. Ouders weten intuïtief de goede toon te treffen om hun kinde- ren steeds een stapje vooruit te helpen. Ze passen ‘onbewust’ de drie principes van taalontwikkelende interactie toe: 1 Ze geven een goed passend taalaanbod , afgestemd op het taalniveau vanhet kind. 2Zegevenhet kind veel ruimte om terug tepraten, zodat het uitgebreid met taal kan oefenen en experimenteren. 3 Ze luisteren goednaarwat de kinderen bedoelen te zeggen en geven opnatuurlijkewijze feedback op de uitingen vanhet kind.

Deze drie principes werken als taalgroei- middelen. Taal ontwikkelt zich niet vol- gens een vast programma, maar groeit spelenderwijs in dagelijkse gesprekjes. Hiernaast zien we hoe ouders, in gewone alledaagse interacties, de taalontwikkeling van hun kinderen stimuleren. Ze geven ongemerkt een precies passend taalaanbod, waarmee de kinderen verder kunnen. Ze reiken de juiste woorden/zinsconstructies aan, en kinderen krijgen alle ruimte om terug te praten en zelf met taaluitingen te

Vader: kijk daar, de eendjes, mamma- eend en kuikentjes Kind: eentes, eentes beebie-eentes Vader: baby-eendjes? Ja, kuikentjes, lief, hè? Daar ismamma-eend en daar de kuikentjes. Kijk, lieve kuikentjes... (pauze) Kind: kui... kuikes, lief, kuikes... Vader: ja lieve kuikens, én een lieve grote eend.

Made with