Hans Janssen [red.] - Samen opvoeden

Hans Janssen (red.)

SAMEN OPVOEDEN Oriëntatie op pedagogische werkvelden

SAMEN OPVOEDEN

SAMEN OPVOEDEN Oriëntatie op pedagogische werkvelden

hans janssen (red.)

met medewerking van

Léon van Lier Pauline Naber

Jan Bekker Geraldien Blokland Natasja Choinowski Heleen Driessen Marjolein Goderie Lisa van den Heuvel Josette Hoex

Dick Oudenampsen Lisette van der Poel

Le-Xuan Tran Joris van Veen

c u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

bussum 2015

Website Bij dit boek hoort online studiemateriaal. Dit is op www.coutinho.nl/samenopvoeden te vinden.

© 2011/2015 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 2011 Tweede, herziene druk 2015

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Jeanne | ontwerp & illustratie, Westervoort Binnenwerk: CO2 Premedia Foto’s omslag : © Hollandse Hoogte en © Wilbert van Woensel, Amsterdam (gymzaal) Foto's binnenwerk: © Hollandse Hoogte De personen op de foto’s komen niet in de tekst voor en hebben geen relatie met hetgeen in de tekst wordt beschreven, tenzij het anders vermeld is. Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0483 1 NUR 847

5

VOORWOORD

Voorwoord

Dit boek is bedoeld om eerstejaarsstudenten aan hogescholen en universiteiten een inkijk te bieden in het – brede – werkveld van pedagogen. In welke sectoren zou je met een opleiding pedagogiek aan de slag kunnen en wat zou je, als pedagoog, in die sector kunnen gaan doen? Een praktisch boek dat de verbinding legt tussen pedago- gische theorieën en de praktijk van het pedagogisch werk van alledag. Nu het boek, vier jaar na het verschijnen van de eerste editie, aan een nieuwe druk toe is, hebben uitgever en auteurs besloten het boek op een aantal punten te wijzigen. Sinds vier jaar is namelijk het werkterrein van professionals in het sociale domein – in dit boek kijken we in het bijzonder naar het werkterrein van pedagogen – dras- tisch gewijzigd. Dat is deels het gevolg van nieuwe wetgeving en stelselwijzigingen, zoals de decentralisatie van de jeugdzorg (enkele jaren terug waren vooral het Rijk en de provincies verantwoordelijk, sinds 2015 ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeenten), de Wmo 2015, de Participatiewet en de Wet passend onderwijs; deels komen de stelselwijzigingen ook voort uit bezuinigingen als gevolg van de financiële crisis. De opleidingen veranderen mee: niet bij alle hogescholen kun je direct aan een opleiding pedagogiek beginnen. Sommige hogescholen ontwikkelen een brede ba- cheloropleiding social work met specialisatie Jeugd. Andere hogescholen organiseren hun sociale opleidingen op een andere manier. Dit boek biedt voor alle opleidingen die studenten voorbereiden op het werken in pedagogische werkvelden, een heldere introductie op het werken met kinderen en jongeren. Het werkveld is veranderd, maar ook de kijk op het werk van pedagogen en andere professionals in het sociale domein is anders geworden. De verzorgingsstaat gaat geleidelijk over in een participatiesamenleving, waarin mensen eerst beroep doen op hun eigen kracht en op de kracht van hun netwerk voordat ze gebruikmaken van publiek gefinancierde voorzieningen. Zagen we tot voor kort pedagogen als specialisten, nu zien we pedagogen – en andere professionals in het sociale domein

– het liefst als generalisten die mee kunnen denken over alle facetten van het welzijn van mensen. Maar pedagogen zijn daarnaast natuurlijk ook nog altijd specialisten, die zich – meer en specifieker dan andere professionals in het sociale domein – inzet- ten voor kinderen, hun opvoeding en hun ontwikkelingskansen, die kennis hebben van de ontwikkeling van kinderen en van het opvoedingsproces en zicht hebben op de risicofactoren en de beschermende factoren die min of meer bepalend zijn voor de kansen van kinderen. Die dubbele opdracht aan pedagogen – generalisme en specialisme – komt in dit boek nadrukkelijk tot uiting. Dit boek beschrijft een aantal werkvelden waarop pedagogen (met een hbo- of uni- versitaire achtergrond) actief zijn. Voor de beschrijving van elk van die werkvelden zijn experts benaderd – docenten en professionals uit de praktijk. De opdracht aan elke auteur was de eerstejaarsstudenten pedagogiek van opleidingen pedagogiek (hbo en wo) en andere sociale studies waaronder social work , sph, mwd, cmv en tp inzicht te geven in opvoedingstheorieën en de toepassing daarvan, via de beschrij- ving van een pedagogisch werkveld. Daarnaast moet het boek ook gebruikt kunnen worden in een brede bachelor waar naast sociale studies ook de lerarenopleiding deel van uitmaakt, of in een uitstroomprofiel of minor in een hoger jaar gericht op jeugd. Om een vergelijking tussen de werkvelden mogelijk te maken is elk werkveldhoofd- stuk uitgewerkt volgens hetzelfde stramien. Elke auteur is ‘gekoppeld’ aan een mee- lezer, die op zijn beurt ook vanuit het onderwijs of de praktijk met het betreffende werkveld vertrouwd is. Zo ontstonden er twaalf tandems van auteurs en meelezers, docenten en professionals, ieder met hun eigen specifieke expertise. Het resultaat van dit alles ligt voor je: een – grondig herzien – boek, getiteld Samen opvoeden . Deze titel verwijst niet alleen naar de ondersteuning die pedagogen aan ouders en kinderen bieden, maar ook naar de samenwerking die er is of zou moeten zijn tussen de verschillende pedagogische werkvelden en tussen pedagogen en pro- fessionals van andere disciplines. Wat dat betreft is het illustratief dat dit boek door meer dan een dozijn pedagogen is geschreven. Aan het begin van elk hoofdstuk lees je op welk gebied de auteur expert is en wat zijn of haar ervaringen en verdiensten daar zijn. De namen van de meelezers staan niet bij de hoofdstukken, daarom willen we ze graag hier vermelden. We bedanken: – Hans-Jan Kuipers (inleiding) – Marion van de Sande (opvoedingsondersteuning) – Anke van Keulen (kinderopvang) – Joop Berding, Gonda Woudstra, Loes Houweling en Saskia de Vocht (onderwijs) – Peter Kwakkelstein (jeugdzorg)

6

SAMEN OPVOEDEN

– Pieter Remmerswaal (jeugd-ggz) – Ike Bouma (jeugdbescherming) – Katinka Lünnemann (jeugdcriminaliteit)

– Mirjam Meyer (zieke of lichamelijk beperkte kinderen) – Annet Kapteijn (verstandelijk beperkte kinderen) en – Arjan Dieleman (jeugdonderzoek)

7

voor de tijd en energie die zij hebben gestoken in het meelezen en – zo nodig – bijsturen van de auteurs. Zonder hen en zonder de enthousiaste inzet van de auteurs was dit boek niet geworden wat het nu is. Het zou mooi zijn als dit boek je helpt om je te oriënteren en om bewuste keuzes te maken voor de invulling van jouw studieprogramma en misschien zelfs voor de periode na je studie. Met dat doel hebben wij het geschreven!

Voorwoord

Hans Janssen, januari 2015

9

INHOUDSOPGAVE

Inhoudsopgave

Leeswijzer

15

1 Het werkveld van de pedagoog

18

Hans Janssen

1.1 Inleiding

19 20 35 39 45 45 46 47 48 48 49 53 54 58

1.2 Begrippenkader

1.3 Opvoeden in een veranderende samenleving 1.4 Obstakels, hindernissen en tegenvallers

1.5 De rol en taak van pedagogen

1.5.1 Opvoedingsrelaties versterken 1.5.2 Opvoedingsrelaties herstellen 1.5.3 Samenhang in de opvoeding

1.6 Ontwikkelingen

1.6.1 Maatschappelijke ontwikkelingen

1.6.2 Wijzigingen in wetgeving

1.6.3 Verantwoordelijkheid gemeenten

1.7 Reflectie

1.8 Opdrachten

2 Preventieve opvoedsteun

62

Het werkveld opvoedingsondersteuning Geraldien Blokland

2.1 Inleiding in het werkveld 2.2 Profiel van de gebruikers

64 67 70 72 76

2.3 Functies in de opvoedingsondersteuning

2.4 Werkvormen en methoden

2.5 Praktijkervaringen

2.6 Ontwikkelingen

79 80 81

2.7 Reflectie

2.8 Opdrachten

3 Partnerschap in opvangen en opvoeden

86

Het werkveld kinderopvang Josette Hoex

10

3.1 Inleiding in het werkveld 3.2 Profiel van de gebruikers 3.3 Functies in de kinderopvang

88 92 94 94 96 97 97

3.3.1 Maatschappelijke functies

3.3.2 Rol van medewerkers in de kinderopvang

3.4 Werkvormen en methoden

3.4.1 Werkvormen en methoden voor kinderen 3.4.2 Werkvormen en methoden voor ondersteuning van professionals

SAMEN OPVOEDEN

100 101 103 105 106

3.5 Praktijkervaringen 3.6 Ontwikkelingen

3.7 Reflectie

3.8 Opdrachten

4 Passend onderwijs

110

Het werkveld onderwijs Natasja Choinowski

4.1 Inleiding in het werkveld 4.2 Profiel van de gebruikers 4.3 Functies in het onderwijs

112 115 117

4.3.1 Maatschappelijke functies 117 4.3.2 Passend onderwijs: uitbreiding van verantwoordelijkheden 117 4.4 Werkvormen en methoden 120 4.5 Praktijkervaringen 123 4.6 Ontwikkelingen 124 4.7 Reflectie 126 4.8 Opdrachten 128

5 It takes a village to raise a child Het werkveld van de buurtpedagoog Lisette van der Poel en Pauline Naber

132

5.1 Inleiding in het werkveld 5.2 Profiel van de gebruikers

134 139 141 141 145 147 148 150

11

5.3 Functies van pedagogisch buurtwerk

5.4 Werkvormen en methoden

5.5 Praktijkervaringen 5.6 Ontwikkelingen

Inhoudsopgave

5.7 Reflectie

5.8 Opdrachten

6 Problemen met opgroeien en opvoeden

154

Het werkveld jeugdhulp bij het opgroeien en opvoeden Joris van Veen

6.1 Inleiding in het werkveld 6.2 Profiel van de gebruikers

156 162 165 167 169 170 172 173

6.3 Functies in de jeugdhulp bij het opgroeien en opvoeden

6.4 Werkvormen en methoden

6.5 Praktijkervaringen 6.6 Ontwikkelingen

6.7 Reflectie

6.8 Opdrachten

7 De geest van de jeugd van tegenwoordig

178

Het werkveld geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren Heleen Driessen

7.1 Inleiding in het werkveld jeugd-ggz

180 183 186 188 191 193 195 198

7.2 Profiel van de gebruikers 7.3 Functies in de jeugd-ggz 7.4 Werkvormen en methoden

7.5 Praktijkervaringen 7.6 Ontwikkelingen

7.7 Reflectie

7.8 Opdrachten

8 Beschermd tegen wil en dank Het werkveld jeugdbescherming Le-Xuan Tran

202

8.1 Inleiding in het werkveld 8.2 Profiel van de gebruikers

204 208 211 213 216 220 222 223

12

8.3 Functies in de jeugdbescherming 8.4 Werkvormen en methoden

8.5 Praktijkervaringen 8.6 Ontwikkelingen

8.7 Reflectie

8.8 Opdrachten

9 In de fout

228

Het werkveld aanpak jeugdcriminaliteit Marjolein Goderie

SAMEN OPVOEDEN

9.1 Inleiding in het werkveld 9.2 Profiel van de gebruikers

230 234 238 241 244 245 247 247

9.3 Functies in de aanpak van jeugdcriminaliteit

9.4 Werkvormen en methoden

9.5 Praktijkervaringen 9.6 Ontwikkelingen

9.7 Reflectie

9.8 Opdrachten

10 Hoezo beperkt?

252

Het werkveld zorg voor chronisch zieke kinderen en kinderen met een lichamelijke beperking Dick Oudenampsen

10.1 Inleiding in het werkveld

254 255 257 258 258 263 265

10.1.1 Zorg voor kinderen met een beperking 10.1.2 Onderwijs voor kinderen met een beperking

10.2 Profiel van de gebruikers

10.2.1 Zieke kinderen

10.2.2 Kinderen met een lichamelijke beperking 10.2.3 Kinderen met een auditieve beperking

10.2.4 Kinderen met een visuele beperking 10.2.5 Kinderen met doofblindheid

265 266

10.3 Functies in de zorg voor zieke kinderen en kinderen met een beperking

267 268 270 271 272 273

10.4 Werkvormen en methoden

10.5 Praktijkervaringen 10.6 Ontwikkelingen

13

10.7 Reflectie

10.8 Opdrachten

Inhoudsopgave

11 Je bent zo mooi anders dan ik

276

Het werkveld zorg voor kinderen met een verstandelijke beperking Lisa van den Heuvel

11.1 Inleiding in het werkveld 11.2 Profiel van de gebruikers

278

280 11.3 Functies in de zorg voor kinderen met een verstandelijke beperking 284 11.4 Werkvormen en methoden 288 11.5 Praktijkervaringen 291 11.6 Ontwikkelingen 292 11.7 Reflectie 294 11.8 Opdrachten 296

12 Ieder kind telt mee

300

Het werkveld jeugdbeleid Jan Bekker

12.1 Inleiding in het werkveld 12.2 Profiel van de gebruikers 12.3 Functies van het jeugdbeleid 12.4 Werkvormen en methoden

301 307 309 313 315 316 318 319

12.5 Praktijkervaringen 12.6 Ontwikkelingen

12.7 Reflectie

12.8 Opdrachten

13 Is meten echt weten?!

324

Het werkveld jeugdonderzoek Léon van Lier

13.1 Inleiding in het werkveld 13.2 Profiel van de gebruikers

326 331 333 339 342 343 345

14

13.3 Functies in het jeugdonderzoek 13.4 Werkvormen en methoden

13.5 Ontwikkelingen

13.6 Praktijkervaringen en reflectie

13.7 Opdrachten

Register

349

SAMEN OPVOEDEN

15

LEESWIJZER

Leeswijzer

Ben je net begonnen met een studie en heb je nog geen duidelijk beeld van de mogelijkheden die je hebt om straks als pedagoog aan de slag te gaan? Dan sta je waarschijnlijk niet alleen. Veel beginnende studenten die met kinderen en jongeren willen werken weten nog niet precies wat zij later willen gaan doen met hun studie en op welke terreinen zij aan de slag kunnen. Misschien hebben zij een globaal beeld: ‘iets met kinderen’. Of misschien hebben zij al concretere plannen: ‘jongeren helpen die in de knel zitten’. Om een weloverwogen keuze te kunnen maken, is een scherper beeld nodig. Om je te kunnen oriënteren, om je voorkeur te kunnen bepalen en een richting te kunnen kiezen is overzicht over de werkvelden waarop pedagogen actief zijn, een voorwaarde. In dit boek maak je kennis met werkterreinen waarop pedagogen actief zijn. Een reeks pedagogen biedt je een kijkje in hun ‘keuken’. De pedagogen die in dit boek aan het woord komen, beschikken niet alleen over een ruime – sommigen een rond- uit indrukwekkende – praktijkervaring op uiteenlopende werkterreinen, enkelen van hen zijn ook docent aan een universiteit of hogeschool.

DE OPBOUW EN OPZET VAN DIT BOEK

Dit boek begint met een korte, algemene inleiding in de pedagogiek: waar houdt de pedagoog zich – in hoofdlijnen – mee bezig, welk begrippenkader hanteert hij*, van welke terreinen moet de pedagoog in het algemeen kennis van zaken hebben en hoe verhoudt zich het werk van de pedagoog tot dat van andere professionals in het sociale domein?

* Een pedagoog kan natuurlijk een man of een vrouw zijn. Om te voorkomen dat we telkens weer lelijke taalconstructies zoals ‘pedago(o)g(e)’ en ‘hij of zij’ moeten gebruiken, spreken we in dit boek eenvoudigweg over ‘de pedagoog’, wetend dat ‘hij’ evengoed een ‘zij’ kan zijn.

Daarna beschrijven twaalf pedagogen twaalf verschillende pedagogische werkterrei- nen. We volgen daarbij een duidelijke lijn. We beginnen dicht bij huis: bij de alle- daagse opvoeding en de vragen waarvoor veel ouders zich bij de opvoeding geplaatst zien. En zoals de wereld van het kind geleidelijk aan groter wordt, kijken we ook in dit boek steeds verder: via kinderopvang naar onderwijs, en via jeugdwerk in de buurt naar jeugdhulp en jeugdbescherming en naar meer gespecialiseerde vormen van zorg, zoals de zorg voor kinderen met een beperking. Tot de ernstigste proble- men behoort jeugdcriminaliteit. Ook de rol van pedagogen daarbij komt ter sprake. Pedagogen hebben in hun werk lang niet altijd direct contact met kinderen (of ouders); zij kunnen ook terecht- komen in managementbanen, als leidinggevende bijvoorbeeld, of in beleidsfuncties. Doordat gemeenten meer verantwoordelijkheden hebben gekregen, is de vraag bij gemeenten naar beleidsmakers met kennis van jeugd en jeugdproblematiek toege- nomen. Daarom sluiten we dit boek af met werkvelden die, althans op het eerste gezicht, wat verder af liggen van de dagelijkse praktijk met kinderen: (lokaal) jeugd- beleid en jeugdonderzoek. Bij dat alles gaan we uitgebreid in op de nieuwe kaders die sinds 1 januari 2015 bepalend zijn voor het jeugdstelsel: de (nieuwe) Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet passend onderwijs en de Participa- tiewet. Daarnaast komen in verschillende hoofdstukken nog enkele andere wetten aan de orde. Voor een student die zich wil oriënteren op mogelijke werkvelden, is het belangrijk dat die werkvelden onderling vergeleken kunnen worden. Daarom is aan alle peda- gogen die in dit boek aan het woord komen, gevraagd om hun werkterrein langs eenzelfde lijn te beschrijven. Elk hoofdstuk begint met een interview met een prak- tijkwerker die al enige tijd werkzaam is op het betreffende terrein. De ervaringen van die pedagogen kunnen beginnende pedagogiekstudenten helpen om zich van dat werkterrein een realistisch beeld te vormen. Dat interview wordt gevolgd door een inleiding in het betreffende werkveld: waar gaat het om in deze sector, wat speelt er? Vervolgens worden de functies en de doelgroep (of doelgroepen) van het werk- veld en de specifieke methoden die in dat werkveld worden toegepast, beschreven. Dat gebeurt globaal, want voor een verdere verdieping in de methoden zijn heel wat andere boeken beschikbaar; in dit boek gaat het om een eerste kennismaking, ter oriëntatie. Elk hoofdstuk sluit af met een paragraaf ‘reflectie’ waarin de volgende vraag centraal staat: is dit werkveld iets voor jou en wat heb je concreet nodig – aan kennis, vaardigheden en houding – om op dit terrein succesvol en met plezier aan de slag te kunnen?

16

SAMEN OPVOEDEN

KADERTEKSTEN

In elk hoofdstuk dat een werkterrein beschrijft, zijn kaderteksten opgenomen over dezelfde onderwerpen. – Wie met of voor kinderen werkt, moet weten waar kinderen (en ouders) recht op hebben. In elk hoofdstuk tref je daarom een kader aan waarin wordt uiteengezet aan welke rechten van kinderen het betreffende werkveld appelleert. Daarbij is voor bijna alle auteurs in dit boek het verdrag Rechten van het Kind dat in 1989 door de Verenigde Naties werd aangenomen, het uitgangspunt. – Wie het over kinderen heeft, heeft het per definitie over jongens en meisjes. Soms is dat een wereld van verschil. Bij de werkvelden wordt beschreven of en hoe er met de verschillen tussen jongens en meisjes ( gender ) rekening wordt gehouden. – Hetzelfde geldt voor kinderen en ouders met verschillende culturen: wat is daar- van te merken in al die sectoren en waar moeten pedagogen op inspelen? – In elk werkveld – zelfs het repressiefste – streeft men preventieve doelen na. Pe- dagogen werken immers toekomstgericht en preventie is dat ook. Daarom vind je in elk hoofdstuk een kader over preventie. – Vertrekpunt voor zorg en ondersteuning is – zeker sinds de invoering van de nieu- we Jeugdwet en de Wmo (2015) – steeds meer de eigen kracht van burgers, jong en oud. Bij dat geloof in de eigen kracht past vertrouwen in de kijk van cliënten op de ondersteuning die zij – zo nodig – van professionals krijgen. Daarom is in bijna elk hoofdstuk in dit boek een kadertekst over participatie ingevoegd. – Samenwerking tussen sectoren en disciplines wordt steeds belangrijker. Op elk werkveld werken pedagogen samen met professionals uit heel andere disciplines, die vaak werkzaam zijn bij andere instanties. Ook werken pedagogen uit ver- schillende werkgebieden steeds meer samen. Over samenwerking zijn er daarom ook kaderteksten te vinden. Tot slot geeft elk hoofdstuk je een paar opdrachten of vragen mee, die je kunnen helpen om je – alleen of samen met jaargenoten – nog beter te oriënteren op het beschreven werkterrein. Het pictogram geeft aan dat er op de website (via www.coutinho.nl/samenopvoeden) meer informatie te vinden is, zoals interessante links, aanbevolen literatuur en websites, en een handige lijst met adressen.

17

Leeswijzer

Het werkveld van de pedagoog Hans Janssen

1

OVER DE AUTEUR Hans Janssen studeerde sociale pedagogiek in Amsterdam. Hij heeft ruime er- varing op het terrein van opvoedingsondersteuning, werkte onder meer jaren- lang als stafmedewerker bij de toenmalige Stichting Spel- en Opvoedingsvoor- lichting (de voorloper van het huidige NJi) en presenteerde de Teleac-cursus Peuters en Kleuters . Bij een van de Haagse Riaggs was hij hoofd van de af- deling Preventie en Voorlichting. Daar specialiseerde hij zich in preventieve jeugd-ggz en ontwikkelde hij, samen met collega’s, een aantal (toen nieuwe) methoden zoals Opvoeden: Zó! en Spel aan Huis . Daarna heeft hij de over- stap gemaakt naar de rijksoverheid: eerst als beleidsadviseur bij de directie Jeugdbeleid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en ten slotte als programmamanager Huiselijk Geweld bij het Ministerie van Justitie. Hij schreef een aantal boeken voor ouders (onder andere Kinderen vragen om duidelijkheid en Als kinderen niet luisteren , beide uitgegeven bij Boom) en voor professionals (onder andere Als praten bij je werk hoort , uitgave Boom, en Basisboek huiselijk geweld , uitgave Coutinho).

1.1 INLEIDING

Wat doet een pedagoog precies? Waaruit bestaat zijn werkterrein, wat is daar zijn op- dracht en van welke instrumenten kan hij gebruikmaken? Dit boek laat de vele werk- terreinen van pedagogen in de praktijk zien. Pedagogen zijn werkzaam in uiteenlopen- de functies op zeer diverse gebieden. Maar ze hebben allemaal één ding gemeen: ze zetten zich – direct of indirect – in voor kinderen en voor hun ontwikkelingskansen, voor opvoeders en voor opvoedingsrelaties. Pedagogen met een hbo-opleiding werken bijvoorbeeld in de jeugdhulp, voor kinde- ren en ouders in de problemen. Zij zetten zich in voor kinderen en jongeren die in hun ontwikkeling worden bedreigd – kinderen met gedrags-, leer- of ontwikkelings- problemen – of voor kinderen en ouders tussen wie de opvoedingsrelatie dreigt vast te lopen of al is vastgelopen. Hbo-pedagogen spelen ook een rol bij het bestrijden van overlast en criminaliteit door jongeren. Maar zij zijn evengoed werkzaam op terreinen waar ze kinderen en ouders tegenkomen die niet in de problemen zitten, zoals de kinderopvang en de buitenschoolse opvang, het onderwijs, het jeugdwerk, sport- en spelactiviteiten en opvoedingsondersteuning. Er werken pedagogen op kinderafdelingen van ziekenhuizen en in instellingen voor kinderen met een ver- standelijke of lichamelijke beperking. Een aantal afgestudeerde hbo’ers kiest ervoor om door te leren en zich te specialiseren. Sommige volgen na hun hbo-opleiding een universitaire studie, bijvoorbeeld orthopedagogiek. Gespecialiseerde pedagogen en orthopedagogen kom je onder andere tegen in de geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren. Een toenemend aantal pedagogen kiest ervoor om bij een ge- meente, provincie of het Rijk te gaan werken als beleidsmedewerker jeugdbeleid, of om zich te specialiseren in onderzoek naar de leefwereld van kinderen en jongeren. Wat hebben al die pedagogen en al die werkvelden gemeen? Wat bindt hen zodanig dat je toch kunt spreken van één beroepsgroep? En welke raakvlakken hebben al die verschillende werkterreinen onderling? Is er een verband tussen, kun je spreken van één ‘jeugdsector’ of van één ‘jeugdstelsel’? In dit hoofdstuk gaan we op zoek naar een eerste antwoord op die vragen, als inleiding op de beschrijving van de afzonder- lijke werkterreinen waarop pedagogen actief zijn en die in de volgende hoofdstukken aan bod komen. Die zoektocht begint met een verkenning van de begrippen die als een rode draad fungeren in het werk van alle pedagogen. Dat zijn alledaagse en minder alledaagse begrippen zoals ‘opvoeden’, ‘socialisatie’ en ‘pedagogiek’. Maar we gaan ook na wel- ke leeftijdsgroep we bedoelen als we spreken over ‘kinderen’, ‘jongeren’ of ‘jeugd’.

19

1.1 Inleiding

Die woorden worden niet altijd consequent gebruikt. Elke beroepsgroep is gebaat bij een helder begrippenkader en bij eenheid van taal. Dat geldt ook voor pedagogen die te maken hebben met kinderen in verschillende fasen van hun ontwikkeling en in zeer uiteenlopende situaties. Omdat die ontwikkelingsfasen zo belangrijk zijn voor het werk van de pedagoog, schetsen we hier eerst – in hoofdlijnen – de ontwikkeling die kinderen doormaken. Daarna staan we kort stil bij de maatschappelijke context waarin opvoeding en het werk van pedagogen plaatsvinden. De waarden en normen, die bij opvoeding een belangrijke rol spelen, zijn aan het veranderen; het gezinsleven verandert en met de komst van nieuwe bevolkingsgroepen verandert er veel in onze cultuur – ook in de jeugdcultuur. Vervolgens gaan we in op de obstakels die zich bij de opvoeding kunnen voordoen, vooral omdat veel pedagogen in hun werk met gevolgen van opvoed- en ontwikke- lingsproblemen geconfronteerd worden. Uiteindelijk komen we dan uit bij de vraag op welke terreinen pedagogen precies werkzaam zijn en wat hun rol en takenpakket op die terreinen inhouden. We gaan daarbij uitvoerig in op de veranderingen, met name in de wetgeving, die bepalend zijn voor het actuele jeugdstelsel. Daarmee leiden we de volgende hoofdstukken in, waarin experts een aantal werkterreinen beschrijven waarop pedagogen actief zijn. Een eerste verkenning van begrippen uit de vaktaal van pedagogen betekent meteen een eerste verkenning van het vakgebied. Iedere beroepsgroep heeft belang bij een helder begrippenkader. Dat maakt het gemakkelijker om onderling – met colle- ga’s – en in contacten met andere professionals te communiceren en voorkomt mis- verstanden. De belangrijkste begrippen hebben, in dit verband, betrekking op het vakgebied (pedagogiek); de ‘doelgroep’ of liever gezegd de kinderen, jongeren en ouders met wie pedagogen te maken hebben; en het doelgebied: de opvoeding en ontwikkeling, en alle problemen die zich daarbij kunnen voordoen. Pedagogiek Om te beginnen: waar komt het woord ‘pedagoog’ vandaan? Dit woord is afgeleid van twee Griekse woorden: pais en ago of agein . ‘Pais’ betekent letterlijk ‘kind’. In de Griekse cultuur van ruim tweeduizend jaar geleden bedoelde men daarmee: alle kinderen en jongeren die nog niet de volwassen leeftijd hebben bereikt. In die tijd werden jongeren eerder als volwassen beschouwd dan nu, zo rond een jaar of zestien. Vaak had men jongvolwassenen, dat wil in dit geval zeggen: jonge mannen, al op

20

1.2 BEGRIPPENKADER 1 HET WERKVELD VAN DE PEDAGOOG

Made with