Professionalisering van sociaal werk - Van Pelt

VAN SOCIAAL WERK PROFESSIONALISERING

Theorie, praktijk en debat in Nederland en Vlaanderen

Mariël van Pelt Rudi Roose

Marc Hoijtink Marcel Spierts Lisbeth Verharen (red.)

u i t g e v e r ij

c

c o u t i n h o

Professionalisering van sociaal werk

Met speciale dank aan Harry Hens aan wiens initiatief dit boek te danken is.

Professionalisering van sociaal werk Theorie, praktijk en debat in Nederland en Vlaanderen

Mariël van Pelt Rudi Roose Marc Hoijtink Marcel Spierts Lisbeth Verharen (red.)

bussum 2020

www.coutinho.nl/professionaliseringvansociaalwerk Je kunt aan de slag met het online studiemateriaal bij dit boek. Dit materiaal bestaat uit verdiepingsmateriaal, interessante links en tips om verder te lezen.

© 2020 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektro- nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toege- staan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk ver- schuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor de readerregeling kan men zich wenden tot Stichting UvO (Uitgeversorganisatie voor Onderwijslicenties, www.stichting-uvo.nl). Voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in knipselkranten dient men contact op te nemen met Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, www.stichting-pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Coco Bookmedia, Amersfoort Foto’s omslag: © iSTOCK Opmaak binnenwerk: az grafisch serviceburo, Den Haag

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0717 7 NUR 741

Inhoud

DEEL 1 THEORIE EN DEBAT

11

1

Introductie: professionalisering van sociaal werk als kwestie Marc Hoijtink, Marcel Spierts, Rudi Roose, Mariël van Pelt en Lisbeth Verharen

13

1.1 Inleiding

13 14 16 19

1.2 Professionalisering als begrip

1.3 Waarom dit boek?

1.4 Leeswijzer

2

Wat is sociaal werk in de huidige tijd? Rudi Roose, Marcel Spierts en Marc Hoijtink

23

2.1 Inleiding

23 24 28 32 34 35

2.2 De globale definitie als verbindend kader 2.3 Sociaal werk als professie én praktijk

2.4 Het sociaal werk onder druk

2.5 Professionalisering in een spanningsveld

2.6 Tot slot

3

Sociaal werk en de inzet van professioneel kapitaal

37

Lisbeth Verharen, Steven Brandt en Lies Schilder

3.1 Inleiding

37 38 42 43 43 44 49 49 50 54

3.2 Het belang van professioneel kapitaal

3.3 Professioneel kapitaal: eenheid in verscheidenheid 3.3.1 Generalistisch en specialistisch werken 3.3.2 De sociaal werker tussen cliënt en organisatie

3.3.3 Professionele perspectieven

3.3.4 Variatie in het professioneel kapitaal van sociaal werkers

3.4 Verantwoorde inzet van professioneel kapitaal

3.4.1 Vier kwaliteitscriteria voor professioneel handelen in het sociaal werk

3.5 Tot slot

4

Professionalisering van sociaal werk: een analyse Marc Hoijtink, Marcel Spierts, Mariël van Pelt en Peter Raeymaeckers

55

4.1 Inleiding

55 56 58 58 59 60 62 63 63 65 65 67 70 70 71 72 72

4.2 Beroep, professie en professionalisering

4.3 Klassieke benaderingen

4.3.1 De functionalistische benadering

4.3.2 Kenmerkenbenadering 4.3.3 Machtsbenadering

4.3.4 Hernieuwde wetenschappelijke interesse 4.4 Een dynamische benadering van professionalisering

4.4.1 Web van afhankelijkheden

4.4.2 Grenzenwerk

4.4.3 Grenzenwerk tussen professionals en vrijwilligers en burgers

4.4.4 Grenzenwerk tussen professionals

4.5 Drie niveaus van professionalisering

4.5.1 Individueel

4.5.2 Team en organisatie

4.5.3 Collectief

4.6 Tot slot

Intermezzo: het klimaat van het sociaal werk

75

Nico Bogaerts en Marcel Ham

DEEL 2 PRAKTIJK EN DEBAT

93

5

Het krachtenveld van sociaal werk

95

WimWouters en Harry Hens

5.1 Inleiding

95 96 96 97 98

5.2 Soorten organisaties

5.2.1 Gebruikers- of cliëntorganisaties 5.2.2 Steunpunten/kennisplatforms

5.2.3 Beroepsverenigingen 5.2.4 Beroepsopleidingen 5.2.5 Sociale partners

100 101 103

5.2.6 De overheid

5.3 Convergerende en divergerende belangen

106 107 109 111 113 116

5.3.1 Kwaliteit

5.3.2 Samenwerking 5.3.3 Eigenaarschap

5.3.4 Systeemverantwoordelijkheid

5.4 Tot slot

6

Professionalisering en de rol van de opleidingen sociaal werk

119

Lisbeth Verharen, Marijke van Bommel en Didier Reynaert

6.1 Inleiding

119 120 123 123 127 130 132

6.2 Het sociaalwerkonderwijs in Nederland en Vlaanderen 6.3 Professionalisering in de curricula sociaal werk 6.3.1 Werken aan de eigen professionaliteit 6.3.2 Werken aan professionalisering van het beroep

6.4 Professionalisering van de opleidingen

6.5 Tot slot

7

Kwaliteitsvol sociaal werk: drie typen strategieën

135

Koen Hermans, Jan Willem Bruins, Jurja Steenmeijer en Michelle van der Tier

7.1 Inleiding

135 137 137 139 143

7.2 Collectieve kwaliteitsstrategieën

7.2.1 Beroeps- en competentieprofielen

7.2.2 Professionele standaarden

7.2.3 Het beroepsregister als kwaliteitsborging

7.3 Kwaliteitsstrategieën op het niveau van de beroepsbeoefenaar 147 7.3.1 Het belang van het nemen en krijgen van professionele discretie 147 7.3.2 Een disciplinerende of empowerende werkomgeving 150 7.3.3 Kwaliteitsbevordering, een interne aangelegenheid 151 7.4 Democratisch professionalisme als derde weg om kwaliteitsvol werken samen te verbeteren 152 7.5 Tot slot 154

8

Praktijkontwikkeling als professionalisering in sociaal werk

157

Mariël van Pelt en Koen Hermans

8.1 Inleiding

157 157 163 165 168 168 170 171 171 172 175

8.2 Praktijkontwikkeling

8.3 Praktijkontwikkeling met behulp van casuïstiek: case‑based reasoning

8.4 Social practice development

8.5 Een derde weg in het effectonderzoek: theoriegestuurde evaluatie

8.5.1 Praktische programmaevaluatie

8.5.2 CAIMeR-model

8.6 (Academische) werkplaatsen

8.6.1 Werkplaatsen Sociaal Domein 8.6.2 Academische werkplaats

8.7 Tot slot

9

Collectieve professionalisering in sociaal werk: het belang van verenigen

177

Jan Willem Bruins en Hans Grymonprez

9.1 Inleiding

177 178 181 185 185 186 188 192

9.2 Waarom professionals zich verenigen

9.3 Op welke manieren verenigen sociaal werkers zich in Nederland? 9.4 Op welke manieren verenigen sociaal werkers zich in Vlaanderen?

9.4.1 De actuele roep om een beroepsvereniging 9.4.2 Een lastige relatie met een beroepsvereniging 9.4.3 Voorbij de horizon van een beroepsvereniging

9.5 Tot slot

10

Professionalisering in sociaal werk vanuit een internationaal perspectief

195

Raymond Kloppenburg en Michel Tirions

10.1 Inleiding

195 196 198 201 202 206 210 211 213

10.2 Internationalisering in praktijk en opleiding van het sociaal werk

10.2.1 Basisbegrippen

10.3 Leren en professionaliseren door internationalisering 10.3.1 Internationale professionaliseringsdoelen 10.3.2 Internationale professionaliseringsprocessen

10.4 Professionalisering door internationale samenwerking en afspraken

10.4.1 Globale definitie van sociaal werk

10.5 Tot slot

11

Theorie en kennis in het sociaal werk

215

Rudi Roose en Margot Trappenburg

11.1 Inleiding 215 11.2 De professionalisering en verwetenschappelijking van het sociaal werk 216 11.3 Sociaalwerktheorieën 218 11.4 De druk op de theoretische onderbouw van het sociaal werk 219 11.5 Het nut van theorie voor het sociaal werk 221 11.6 Evidencebased sociaal werk 222 11.7 RCT’s in het sociaal werk? 223 11.8 Alternatieven voor RCT’s? 226 11.9 De toegang tot theoretische en wetenschappelijke kennis 228 11.10 Tot slot 229 Slotbeschouwing: democratisch professionalisme als wenkend perspectief voor sociaal werk? Marcel Spierts, Marc Hoijtink, Rudi Roose, Lisbeth Verharen en Mariël van Pelt 231

12

12.1 Inleiding

231 232 238 240 243 247

12.2 De ontwikkeling van professioneel kapitaal 12.3 Verschillen tussen Nederland en Vlaanderen

12.4 Democratisch professionalisme

12.5 Macht en zeggenschap

12.6 Tot slot

Literatuur

249

Register

267

Over de auteurs

277

Deel 1 Theorie en debat

11

12

1.1 | Inleiding

1

1 Introductie:

professionalisering van sociaal werk als kwestie

Marc Hoijtink, Marcel Spierts, Rudi Roose, Mariël van Pelt en Lisbeth Verharen

1.1 Inleiding

Sociaal werkers houden zich bezig met onderwerpen waarover de media dage- lijks berichten, zoals de opvang van vluchtelingen, eenzaamheid onder ouderen of nieuwe armoede als gevolg van de coronacrisis. Deze noden en behoeften zijn vaak ook weer niet zo nieuw: al sinds het ontstaan van het moderne professionele sociaal werk aan het einde van de negentiende eeuw houden sociaal werkers zich bezig met vraagstukken rond gemarginaliseerde groepen en mechanismen van uitsluiting. Studenten die ervoor kiezen om sociaal werker te worden engageren zich ook graag met zulke maatschappelijke vraagstukken, of het nu gaat om het verlenen van acute ondersteuning en hulp aan individuen of gezinnen, om het werken met gemeenschappen en het organiseren van collectieve aanpakken, of om een combinatie daarvan. Sociaal werkers werken graag met mensen. Dat geldt hoogstwaarschijnlijk ook voor jou. Het is daarom begrijpelijk dat veel literatuur in opleidingen voor sociaal werk gaat over maatschappelijke vraagstukken, doelgroepen, benaderingen, metho- den en werkwijzen. Dat geldt voor het onderwijs in Vlaanderen en Nederland, maar gaat ook elders in Europa op (Van Ewijk, 2014). Opmerkelijk genoeg bestaat er in het onderwijs in Vlaanderen en Nederland nauwelijks toegankelijke literatuur over professionalisering in sociaal werk als zelfstandig thema. Daarover gaat dit boek. Misschien spreekt het thema je zo op het eerste gezicht minder aan dan onderwerpen als loverboys, schuldhulpverlening of opvang van vluchtelingen en nieuwkomers. Mogelijk zie je het onderwerp van dit boek zelfs als een ver-van-je- bedshow, die bovendien nogal abstract aandoet, ver verwijderd van de dagelijkse dynamiek die het sociaal werk zo boeiend voor je maakt: werken met mensen en aan maatschappelijke vraagstukken. Waarom zou je dan een boek lezen over pro- fessionalisering in sociaal werk? In deze introductie geven we een aantal argu-

13

1 | Introductie: professionalisering van sociaal werk als kwestie

menten waarom dit een belangrijk onderwerp is. Een onderwerp bovendien dat allesbehalve ver verwijderd is van het dagelijkse werk.

1.2 Professionalisering als begrip

Het ontbreken van een systematischer en samenhangender boek met up-to-date kennis over professionalisering in het sociaal werk heeft wellicht te maken met de vaagheid van de term ‘professionalisering’. Vraag verschillende mensen naar de betekenis ervan en je zult getroffen worden door de grote diversiteit aan antwoor- den en hun ambiguïteit. Erg specifiek is het begrip niet, zelfs niet als we daaraan koppelen dat het omprofessionalisering in sociaal werk gaat. Dat gaat niet alleen op voor de term ‘professionalisering’, maar ook voor aanverwante begrippen, zoals ‘professioneel’ en ‘professionaliteit’, en concepten als ‘professionele identiteit’ en ‘professional’. Een begrip als ‘professional’ is inmiddels omgeven door dermate diverse en uiteenlopende betekenissen dat sommige sociale wetenschappers, zoals Schinkel en Noordegraaf (2011), zelfs voorstellen om het maar helemaal af te schaffen. Hoewel een strakke afbakening van deze begrippen ontbreekt en het gebruik ervan aan inflatie onderhevig is − denk aan het verzoek aan vrijwilligers om ‘professioneler’ te handelen − lijkt ons dat geen reden om ze af te schaffen. Integen- deel, we zien er eerder een argument in om een poging te doen beter te begrijpen waarom ze zo populair geworden zijn. Hoe krijgen deze begrippen betekenis in de praktijk en wat kan dit ons vertellen over de ontwikkeling van een beroep als het sociaal werk? Ook daarover gaat dit boek. Stille dwang en professionele frames Het is met het oog op het waarom en waartoe van dit boek zinvol om nog iets dieper in te gaan op het begrip ‘professionalisering’ en aanverwante termen. Juist het ongerichte gebruik ervan in de dagelijkse praktijk rechtvaardigt een kritische analyse van deze begrippen door professionals in het sociaal werk zelf, zo stellen wij. Professionalisering is in het sociaal werk (net als in de zorg, het onderwijs en bij de politie) een populair begrip. Aan talloze veranderprocessen, trainingen, cursussen, richtlijnen, ontwikkeltrajecten, kwaliteitskaders en innovaties wordt de term vastgeniet. De term levert de legitimatie voor tal van uiteenlopende acti- viteiten die beloven de uitvoering van je werk ‘professioneler’ te maken of je organisatie op te stuwen naar een hoger ‘professioneel’ plan. Juist wanneer ter- men zo vanzelfsprekend gebruikt worden, is het belangrijk om scherp te beoor- delen hoe ze betekenis krijgen in jouw praktijk. Anders gezegd, waar gaat al dat ‘professionaliseren’ concreet over? Dit boek reikt je daartoe een pallet aan per- spectieven aan zodat je je daarvan een beter beeld kunt vormen, erover na kunt denken en ermee aan de slag kunt gaan. We bieden je daartoe niet alleen theore-

14

1.2 | Professionalisering als begrip

tische perspectieven, maar laden het begrip ook met concrete en inspirerende beelden en praktijken. Een diepere inzet van dit boek is daarnaast om je preciezer na te laten denken over professionalisering en kritisch te laten reflecteren op professionaliserings- vraagstukken. Naast de populariteit, gelaagdheid en ambiguïteit ervan is er namelijk nog iets fascinerends aan de hand met het begrip: je kunt er maar moei- lijk tegen zijn. Als beleidsmaker niet, als onderzoeker niet, als burger niet en als uitvoerend sociaal werker al helemaal niet. Op congressen, in adviesrapporten, tijdschriften, beleidsnota’s of artikelen, de boodschap is vaak: het werk kan en moet beter, transparanter, effectiever, moreel prudenter en slimmer. Kortom, zo luidt dan het finale oordeel, ‘professioneler’. De term appelleert in onze cultuur aan iets rationeels, aan iets goeds, en is daarom nastrevenswaardig. Laten we wel wezen: niemand vindt het echt leuk om in zijn werk als ‘onprofessioneel’ te boek te staan. Daarop is het sociaal werk geen uitzondering: van de term gaat een stille dwang uit (Hoijtink, 2018). Zoals de Schotse hoogleraar sociaal werk Stephen Webb (2016, p. 359) het formuleert: ‘Being labelled “unprofessional” is equiva- lent to striking the fear of God into many social work practitioners.’ Beelden die in het werk rondwaren over wat ‘professioneel’ en ‘niet professio­ neel’ is, beïnvloeden je handelen, soms zelfs zonder dat je je daarvan bewust bent. Grant en Kinman (2012) constateren bijvoorbeeld dat sociaal werkers in de jeugdzorg het onprofessioneel vinden om toe te geven dat traumatische cases hen emotioneel beïnvloed hebben. Ze schamen zich daarvoor. Je werk met je persoonlijke leven mixen, wordt gezien als onprofessioneel. We noemen zulke soms onuitgesproken en dan weer expliciete normen ook wel professionele frames : mentale interpretatieschema’s die je denken, doen en zelfs emoties sturen (Hoijtink, te verschijnen). Professionele frames kunnen echter veranderen. Een actueel voorbeeld hier- van is de verschuivende opvatting in het sociaal werk ten aanzien van het delen van persoonlijke ervaringen met cliënten, patiënten of burgers; kortom, met de mensen met wie je werkt. Tot voor kort kreeg je dan al snel het verwijt niet pro- fessioneel te zijn. Onder invloed van een beweging die het belang van ervarings- kennis van zowel cliënten als professionals benadrukt, verandert het perspectief daarop in het sociaal werk. Het delen van persoonlijke ervaringen met je doel- groep is niet langer automatisch onprofessioneel (en daarmee iets wat je als sociaal werker moet nalaten). In het sociaal domein vat zelfs meer en meer het idee post dat in een prudente inzet daarvan een nieuw type professionaliteit schuilt dat waardevol is in het contact met cliënten. Volgens Weerman en col­ lega’s (2020) zouden opleidingen sociaal werk daaraan ook nadrukkelijk aan- dacht moeten besteden. De betekenis van ‘professioneel’ of ‘niet professioneel’ is kortom geen vast- staand, objectief feit, maar is veranderlijk en afhankelijk van de specifieke

15

1 | Introductie: professionalisering van sociaal werk als kwestie

beroepscontext. Dat betekent niet dat elke claim van professionele kennis of elke professionele norm altijd en overal in vergaande mate gerelativeerd kan worden. Noch beweren we dat er in de loop der tijd geen breder gedeelde criteria ontwik- keld zijn om na te denken over de vraag wat goed sociaal werk is en om daarover – bijvoorbeeld op casusniveau – te kunnen oordelen. Zoals we ook in dit boek zullen zien, is dat zeker het geval. Wel stellen we vast dat serieus reflecteren op professionaliseringsvraagstukken op zijn minst begint met een zekere sensitivi- teit en een zeker kritisch vermogen ten aanzien van een al te vanzelfsprekend gebruik van een term als ‘professionalisering’ en categorieën als ‘professioneel’ versus ‘niet professioneel’. Ook willen we laten zien dat het onderwerp van dit boek dus allesbehalve een ver-van-je-bedshow is. Met beelden over wat goed sociaal werk is en wat daarin ‘professioneel’ en ‘niet professioneel’ is, heb je voortdurend te maken. Inderdaad, soms dus zonder dat je dat in de gaten hebt. Waarom is het eigenlijk opmerkelijk dat er in het onderwijs geen toegankelijk en actueel boek over dit belangrijke thema bestaat? Om te beginnen is het bevorde- ren van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling van het beroep een kern- taak, en professionalisering van sociaal werk een van de kennisbouwstenen van de Nederlandse bacheloropleiding Social Work (Vereniging van Hogescholen, 2017). Hoewel je professioneel handelen ontwikkelt binnen een formele oplei- ding, is het sociaal werk geen stilstaand gegeven − met ‘ingesleten’ kennis alleen komt een sociaal werker er immers niet (Sennett, 2010). Bovendien is het een onderwerp waarover in het werkveld al veel langer nagedacht wordt. Het bestrijkt een breed en rijk terrein aan theorieën, debatten en praktijken. Wie zich verdiept in professionaliseringsvraagstukken in het sociaal werk, stuit al snel op de gelaagdheid van het thema. In dit boek willen we de rijkdom hiervan voor het voetlicht brengen en deze kennis toegankelijk voor je maken. Het is geen toeval dat dit boek nu verschijnt. Er verandert veel in de praktijk van het sociaal werk. En dan hebben we het niet alleen over de gevolgen van de coronacrisis of de digitalisering van de samenleving. Soms is bij wijze van spre- ken de inkt van nieuw beleid nog niet droog of de opdracht en de werkwijze ver- anderen weer. Veel van deze veranderingen komen in dit boek aan de orde, omdat ze ook op het vlak van professionalisering tal van nieuwe vraagstukken opwerpen en soms bestaande opvattingen uitdagen. Ze leiden in de pluriforme praktijk van het sociaal werk tot inspirerende vernieuwingen, maar tegelijkertijd ook tot ver- warring bij professionals en zorgen over de inhoud en de organisatie van het werk (Bredewold et al., 2018), of tot de verplaatsing van taken van professionals naar vrijwilligers (Trappenburg & Van Beek, 2017). Om dat te illustreren stip-

1.3 Waarom dit boek?

16

1.3 | Waarom dit boek?

pen we hier kort enkele veranderingen aan die elders in het boek uitgebreider aan bod komen. Zo zijn sociaal werkers in hun dagelijkse werk veel meer gaan samenwerken met professionals uit andere disciplines en collega’s met een afwijkende professi- onele achtergrond. In Nederland zien we dat bijvoorbeeld terug in de vele sociale wijkteams die daar sinds de decentralisering in 2015 van de Jeugdwet, de Partici- patiewet en de Wmo ontstaan zijn (Van Arum et al., 2020). Ook in Vlaanderen is de overgang naar multidisciplinair werken ingezet, bijvoorbeeld in de ontwikke- ling van eerstelijnszones gezondheidszorg (Vandekinderen et al., 2018). Deze intensivering van de samenwerking is niet uniek voor het sociaal werk, maar ken- merkend voor veel publieke professionals die zich in de frontlinie van de samen- leving begeven en daarin vaker dan voorheen in verschillende samenwerkings- verbanden opereren, en zich daarin op professioneel vlak betekenisvol tot elkaar moeten verhouden (De Waal, 2018). Een tweede voorbeeld is de ontwikkeling naar en oproep tot een intensiever samenspel in de hulp- en dienstverlening tussen professionals en vrijwilligers en burgerinitiatieven. Of dit begrepen moet worden in de politieke context van een terugtredende overheid, waarbij minder professionele hulp en meer civiele inzet gevraagd wordt, of als een beweging van onderop, of als een combinatie van beide, laten we in het midden. Een gevolg hiervan is hoe dan ook dat grenzen tussen professioneel en niet-professioneel werk in het sociaal werk vloeiender worden (Van Bochove et al., 2016). We kunnen gemakkelijk nog een handvol andere relevante ontwikkelingen beschrijven, en dat gebeurt zoals aangegeven ook op verschillende plekken in dit boek. Het punt is in het licht van het centrale thema van dit boek echter dat het belangrijk is om hierbij stil te staan, omdat het je eigen professionaliteit en vragen over professionalisering van sociaal werk ver- der aanscherpt. Bovendien, in het sociaal werk verandert veel, maar het onderwijs en de weten- schap staan ook niet stil. Zo zijn inNederland de bacheloropleidingen omgevormd tot brede bachelors sociaal werk en opereren er in het veld steeds meer masters sociaal werk. Ook in Vlaanderen zijn de opleidingen sociaal werk in beweging. Actueel bijvoorbeeld door de integratie van de hbo-5-opleidingen (associate degrees) aan de hogescholen. Sinds de millenniumwisseling is daarnaast een her- nieuwde wetenschappelijke interesse voor professionalisering ontstaan: de poli- tieke belangstelling voor publieke professionals, zoals docenten, verpleegkundigen en ook sociaal werkers, is op de academische agenda’s beland van universiteiten, onderzoeksinstituten en lectoraten van hogescholen (Noordegraaf &Steijn 2013). Anders gezegd, de afgelopen decennia is er over professionaliseringsvraagstukken in het sociaal werk veel nieuwe kennis ontwikkeld. Tegen deze achtergrond constateren we dat er in het onderwijs en het werk- veld veel behoefte bestaat aan ankers die houvast bieden en aan nieuwe perspec-

17

1 | Introductie: professionalisering van sociaal werk als kwestie

tieven op professionalisering in sociaal werk. In dit boek brengen we dit terrein op een meer systematische en toegankelijke manier voor je in kaart en geven we het onderwerp de aandacht die het verdient. Dat maakt dit boek uitermate geschikt voor het onderwijs, maar ook voor de praktijk zelf en in het algemeen voor iedereen die zich bij het centrale thema ervan betrokken voelt: van mana- gers en beleidsmakers tot betrokken burgers en onderzoekers. Eigenaarschap Er is nog een reden waarom professionalisering een belangrijk onderwerp is voor sociaal werkers. In de literatuur (McClelland, 1990) wordt onderscheid gemaakt tussen professionalisation from within , dat verwijst naar professionalisering van inhoud en vorm door de beroepsgroep zelf, en professionalisation from above , dat duidt op een inhoud en een vorm die sterk bepaald worden door andere actoren dan de beroepsgroep zelf, zoals de overheid of cliëntorganisaties. Het is in dit verband relevant om op te merken dat onderzoek zichtbaar maakt dat de uitvoer- ders in het publieke domein − zoals leraren, verpleegkundigen en politiemensen − bij bestuurlijke veranderingen vaak buitenspel stonden (Tummer, 2013). Met alle nadelige gevolgen van dien voor de professionaliteit en de kwaliteit van de dienstverlening. Ook over het sociaal werk zijn kritische publicaties verschenen. Zo schreven Duyvendak, Van der Laan en Veldboer met betrekking tot opbouw- werk en maatschappelijk werk al in 2003 over ‘onteigening in tijden van vraag­ sturing en accountability’ (naar de titel van de publicatie), waarmee zij onder meer doelden op een ontwikkeling waarin sociaal werkers steeds minder in staat waren om zelf vorm en inhoud te geven aan hun beroepsuitoefening. Tonkens (2008) sprak zelfs over ‘getemde professionals’ en de noodzaak tot herwaarde- ring van de professionele logica in het publieke domein. Meer empirisch maken diverse onderzoeken ook duidelijk dat uitvoerders in het sociaal werk maar mondjesmaat betrokken werden bij het initiëren, organiseren en vormgeven van professionaliseringsvraagstukken (Hoijtink & Oude Vrielink, 2007; Spierts, 2014). Van der Lans (2010) en ook Schilder (2014) pleiten er daarom al langer voor ommeer professioneel eigenaarschap te creëren in de vele ontwikkel-, leer- en professionaliseringstrajecten die in de dagelijkse praktijk van sociaal werk ingezet worden. In dit verband is het hoopgevend dat, zoals we ook in dit boek zullen zien, het belang van eigenaarschap inmiddels onderkend en breed omarmd wordt. We zien inspirerende lokale initiatieven en publicaties waarin sociaal werkers hun eigen professionaliseringsproces en dat van hun beroep ferm ter hand nemen (Brok & Volbracht, 2016). De innovatiekracht van sociaal werkers krijgt histo- risch gezien misschien niet altijd de aandacht die ze verdient. Wist je bijvoor- beeld dat sociaal werkers ‘uitvinders’ zijn van een scala aan vernieuwingen, zoals dorps- en buurthuizen, bibliotheken, buurtbemiddeling en poppodia? Tegelij-

18

1.4 | Leeswijzer

kertijd zijn er zoals aangegeven ook zorgen. Niet in de laatste plaats over eige- naarschap. Bij het ontwikkelen van eigenaarschap is een aantal factoren cruciaal (Brown et al., 2014). Eén element is zeggenschap. Hoe meer invloed, hoe groter het gevoel van eigenaarschap. Een tweede factor is ruimte om er energie en tijd in te steken, en een derde element is de mogelijkheid om een onderwerp van dicht- bij te leren kennen. Een gevoel van eigenaarschap bij professionaliseringsvraag- stukken is een cruciale voorwaarde voor het verlevendigen van het thema en voor de betrokkenheid bij de inhoud, de ontwikkelingsrichting en de organisatie ervan. Dit boek wil aan deze sense of ownership bijdragen en zet daarbij vooral in op het derde element: het onderwerp professionalisering van dichtbij leren ken- nen vanuit een betrokken en kritisch perspectief. Professionalisering van sociaal werk is domweg te belangrijk en te uitdagend om over te laten aan mensen die zich er weliswaar mee bezighouden, maar zelf niet met de poten in de klei staan. Dit boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel bespreken we een aantal meer fundamentele kwesties rond professionalisering binnen het sociaal werk. We starten in hoofdstuk 2 met de vraag wat sociaal werk in de huidige tijd is en staan stil bij het onderscheid tussen sociaal werk ‘als professie’ en ‘als praktijk’. De term ‘sociaal werk’ heeft altijd opengestaan voor verschillende invullingen en inter­ pretaties, en staat dat nog steeds. Enerzijds is dit een kracht van het sociaal werk, omdat het sociaal werkers toestaat zich steeds opnieuw te positioneren ten aan- zien van maatschappelijke veranderingen. Anderzijds houdt deze openheid een risico in, omdat sociaal werk zo tot speelbal zou kunnen worden van externe fac- toren en maatschappelijke verwachtingen, die kunnen maken dat sociaal werkers zich instrumenteel inzetten voor doelen die mogelijk haaks staan op de missie van het sociaal werk. Daarom is het belangrijk dat je nadenkt over de oriëntatie, de eigenheid en de identiteit van sociaal werk in de huidige samenleving. In hoofdstuk 3 staat de vraag centraal waarom we eigenlijk professionals in sociaal werk nodig hebben. Het is niet zomaar dat de samenleving ervoor kiest om professioneel kapitaal in te zetten voor sociaalwerkpraktijken. Wat is profes- sioneel kapitaal en waarom is het belangrijk? Kennis hierover is ook van belang met het oog op de positie en de legitimiteit van de professie in de samenleving. Misschien kun je het je nu niet voorstellen, maar de legitimiteit van sociaal werk als professioneel beroep heeft in verschillende perioden in de geschiedenis ter discussie gestaan, mede onder invloed van kritische theorieën over professiona- lisering van beroepen in de samenleving. Daarover lees je meer in het vierde hoofdstuk. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen klassieke en dynamische benaderingen van professionalisering.

1.4 Leeswijzer

19

1 | Introductie: professionalisering van sociaal werk als kwestie

Bovendien ontrafelen we enkele essentiële termen. Wat is het verschil tussen een ‘beroep’ en een ‘professie’? En wat betekenen aanverwante begrippen als ‘profes- sional’, ‘professioneel’ en ‘professionaliteit’, termen die − zoals we gezien heb- ben − gemeengoed geworden zijn in ons dagelijks taalgebruik? We eindigen dit hoofdstuk met een driedeling die duidelijk maakt dat professionalisering op drie niveaus kan plaatsvinden: het individuele niveau, het niveau van het team en de organisatie, en het collectieve niveau, dat wil zeggen de beroepsgroep. Deze indeling vormt de opstap naar het tweede deel van dit boek, waarin je ideeën en modellen worden aangereikt om zelf actief aan de slag te gaan. Voordat het tweede deel over praktijken start, sluiten we het eerste deel af met een inter- mezzo over het maatschappelijk klimaat waarin professionalisering in het sociaal werk zich afspeelt. Aan bod komen maatschappelijke thema’s als politisering, polarisering, digitalisering en werken met moeilijk bereikbare groepen in de samenleving. Het zijn voorbeelden van enkele belangrijke ontwikkelingen waar- toe sociaal werk zich steeds moet verhouden en het maakt zichtbaar hoe profes- sionalisering ook verweven is met actuele maatschappelijke vraagstukken. Het tweede deel richt zich op praktijken en begint in hoofdstuk 5 met een ana- lyse van het Vlaamse en het Nederlandse krachtenveld waarbinnen professiona- lisering in het sociaal werk vorm krijgt. Het hoofdstuk maakt zichtbaar welke partijen en actoren allemaal invloed hebben op professionalisering van het sociaal werk in Vlaanderen en Nederland. In het zesde hoofdstuk gaan we in op waar een basale en tegelijk cruciale vorm van professionalisering plaatsvindt: de opleidingen. Alhoewel elk leren ontegenzeglijk een persoonsgebonden en indivi- duele ervaring is, vindt het ook plaats in de collectieve gemeenschap van een opleiding waarbinnen – samen met andere toekomstige beroepsgenoten – speci- fieke beroepsinhouden (zoals waarden en kennis) en professionele standaarden (wat doorgaat voor ‘goed werk’) geïnternaliseerd worden. Die inhouden en stan- daarden worden vastgesteld door opleidingen in wisselwerking met het werk- veld, beroepsorganisaties en andere stakeholders. In het zevende hoofdstuk verleggen we de focus naar de vraag hoe kwaliteit in de dagelijkse praktijk van sociaal werk gerealiseerd kan worden. We onderschei- den drie strategieën van sociaal werkers om in te zetten op kwaliteitsverbetering: kwaliteitsstrategieën op het niveau van de individuele beroepsbeoefenaar en collectieve kwaliteitsstrategieën, en ten slotte democratisch professionalisme als een derde weg. Hoofdstuk 8 richt zich vervolgens op het niveau van team en organisatie. Hier draait het om de vraag hoe je professionalisering samen met je collega’s op de werkvloer kunt vormgeven, anders dus dan via opleiding en training. Praktijk­ ontwikkeling gaat over het verbeteren van de uitvoeringspraktijk in relatie tot een maatschappelijk vraagstuk. Vier vormen van praktijkontwikkeling worden

20

1.4 | Leeswijzer

beschreven: case-based reasoning , social practice development , theoriegestuurde evaluatie en de (academische) werkplaats. In hoofdstuk 9 verplaatst de aandacht zich naar professionalisering op het niveau van de beroepsgroep sociaal werk. Als sociaal werkers niet alleen werken aan hun individuele professionalisering of die van hun team op de werkvloer, maar ook aan de professionalisering van de beroepsgroep als geheel, noemen we dat collectieve professionalisering. Daarvoor kunnen sociaal werkers zich op ver- schillende manieren verenigen, zo laten we in dit hoofdstuk zien. In Nederland hebben beroepsverenigingen van sociaal werkers een rijke traditie en ligt de focus op het versterken van de beroepsgroep en het agenderen van maatschappe- lijke kwesties. In Vlaanderen ligt de nadruk meer op sociaal werk als maatschap- pelijk project. Wat is het verschil daartussen en wat kunnen beide praktijken van elkaar leren? Hoofdstuk 10 gaat in op de waarde en het belang van een internationaal per- spectief op professionalisering in het sociaal werk. Al sinds de pionierstijd van sociaal werk in Vlaanderen enNederland bestaat er internationale samenwerking in de sociaalwerkgemeenschap, en dat is niet voor niets. Centraal staan de vragen waarom internationalisering belangrijk is en hoe dit kan bijdragen aan professio- nalisering van sociaal werk. Hoofdstuk 11 stelt de rol van theoretische kennis in je werk centraal. Als pro- fessioneel sociaal werker word je verondersteld daarover te beschikken en er in de praktijk gebruik van te maken. Dit is best een spannende verwachting, omdat er nog weleens wordt gesteld dat sociaal werk vooral gericht moet zijn op empa- thie en het vermogen om goede relaties op te bouwen met kwetsbare groepen. Daarnaast is de verwachting dat je theoretische kennis kunt hanteren ook span- nend, omdat er veel verschillende theoretische kaders bestaan. Welke kennis- bronnen bestaan er nog meer en hoe verhoudt kennis zich in meer algemene zin tot professionalisering? Een wenkend perspectief? In het afsluitende hoofdstuk 12 blikken we terug op de voorgaande delen. We maken de balans op, vatten enkele centrale thema’s uit deel 1 en praktijken uit deel 2 samen, en verkennen een perspectief op professionalisering dat een ant- woord biedt op historische kritieken, de eigenheid van het sociaal werk erkent en de nadruk legt op de democratische aard en inzet ervan: democratisch professio­ nalisme. We willen je in dit laatste hoofdstuk uitnodigen om te reflecteren op de vraag of dit een wenkend perspectief is voor professionalisering van sociaal werk in de eenentwintigste eeuw. Meer in het algemeen willen we je uitdagen om na te denken over de bijdrage die jij als (aankomende) professional wilt leveren aan de professionalisering van het sociaal werk. Over het centrale onderwerp van dit boek is namelijk het laatste woord nog niet gesproken. Zolang het sociaal werk

21

1 | Introductie: professionalisering van sociaal werk als kwestie

bestaat, is professionalisering immers al een punt van discussie. Dat is het nog steeds. En dat zal het waarschijnlijk blijven. Omwille van de leesbaarheid hebben we ervoor gekozen om steeds ‘hij’ te gebruiken wanneer het over de sociaal werker gaat, ondanks het feit dat we ons ervan bewust zijn dat de meeste sociaal werkers vrouwen zijn. Ook gebruiken we cliënten, bewoners of mensen die ondersteuning ontvangen door elkaar, afhan- kelijk van de specifieke context en de traditie waarin de aanduidingen gebruikt worden. Vanzelfsprekend zijn deze termen inwisselbaar.

22

2.1 | Inleiding 2

2 Wat is sociaal werk in de huidige tijd?

Rudi Roose, Marcel Spierts en Marc Hoijtink

2.1 Inleiding

Je hebt het misschien al opgemerkt. De afgelopen jaren is de term ‘sociaal werk’ aan een indrukwekkende opmars bezig. Zo veranderde de naam van de Neder- landse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) in de Beroepsvereni- ging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW). Er verschijnen steeds meer boe- ken, artikelen en beleidsnota’s waarin gesproken wordt over ‘sociaal werk’. Ook het onderwijs in Nederland is veranderd in brede bachelors Social Work, er zijn sinds 2008 masters Social Work aan de hogescholen geïnstalleerd, en in een belangwekkend advies sprak de Gezondheidsraad eerder over het belang van een solide kennisbasis van het ‘sociaal werk’ (Gezondheidsraad, 2014). In Vlaande- ren veranderden de opleidingenmaatschappelijk werk ook in opleidingen sociaal werk, en sinds 2004 worden academische masters sociaal werk ingericht aan de universiteit. Hoe vertrouwd de term ‘sociaal werk’ inmiddels ook is, de term heeft altijd open- gestaan voor verschillende invullingen en interpretaties − en staat dat nog steeds. Wat sociaal werk precies is, wat nastrevenswaardige doelen, idealen en waarden zijn, en welke kennis professionals moeten bezitten, is door de geschiedenis heen altijd onderwerp van discussie geweest. Enerzijds is dit een mogelijke kracht van het sociaal werk, omdat het sociaal werkers de kans biedt zich steeds opnieuw te positioneren ten aanzien van maatschappelijke veranderingen. Anderzijds houdt deze openheid een risico in, omdat sociaal werk zo tot speelbal zou kunnen wor- den van externe factoren. Sociaal werkers kunnen dan instrumenteel ingezet worden voor doeleinden die mogelijk haaks staan op de missie van het sociaal werk. Dit is een belangrijke reden om als sociaal werker na te denken over de oriëntatie en eigenheid van de professie. We willen je daartoe graag uitnodigen. In het eerste deel van dit hoofdstuk gaan we in op de globale definitie van het sociaal werk als referentiekader omna te denken over professionalisering. Daarna staan we stil bij sociaal werk als professie, de praktijk en academische discipline

23

2 | Wat is sociaal werk in de huidige tijd?

en de opvatting van het sociaal werk als open professie. We geven in de volgende paragraaf aan hoe deze open benadering momenteel onder druk staat, om ten slotte te duiden dat de opdracht tot professionalisering steeds een spannend gebeuren is en moet zijn.

2.2 De globale definitie als verbindend kader

Sociaal werk definieren is niet eenvoudig. In de literatuur komen we verschil- lende betekenissen tegen. Soms staat de term voor één specifiek beroep, dan weer wordt verwezen naar een verzameling van verschillende beroepen. Soms wordt met sociaal werk verwezen naar praktijken van sociaal werk die niet per definitie door beroepskrachten worden vormgegeven, dan weer staat de term voor een specifieke opleiding die grotendeels verantwoordelijk is voor de kwali- ficering die toegang geeft tot de arbeidsmarkt. Ten slotte wordt aan sociaal werk ook de betekenis van een kennisdomein gegeven, met name de verzameling van theorie en praktijkkennis van en over sociaal werk. Het is dus belangrijk een gemeenschappelijk uitgangspunt te definieren (Vandekinderen et al., 2018). Het vertrekpunt van dit boek vormt de globale definitie van het sociaal werk, zoals in juli 2014 aangenomen door de International Federation of Social Wor- kers (IFSW) en de International Association of Schools of SocialWork (IASSW). In deze definitie wordt gewezen op de oriëntatie van het sociaal werk opmensen- rechten, sociale rechtvaardigheid en solidariteit. Sociaal werk is een praktijk-gebaseerde professie en een academische discipline die sociale verandering en ontwikkeling, sociale cohesie, empowerment en bevrijding van mensen bevordert. Principes van sociale rechtvaardigheid, mensenrechten, collectieve verantwoordelijkheid en respect voor diversiteit staan centraal in sociaal werk. Onderbouwd door sociaalwerktheorieen, sociale wetenschappen, menswetenschappen en inheemse en lokale vormen van kennis, engageert sociaal werk mensen en structuren om levensuitdagingen en problemen aan te pakken en welzijn te bevorderen (IFSW, 2014). De globale definitie duidt aan waarvoor sociaal werk staat en wat de maatschap- pelijke opdracht van sociaal werkers is. In vergelijking met eerdere definities staan het verdedigen, handhaven en verspreiden van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid als motivatie en rechtvaardiging voor sociaal werk sterker cen- traal (Ornellas et al., 2018). Sociaal werkers ondersteunen individuen, gezinnen, De Nederlandse vertaling van deze definitie luidt als volgt:

24

2.2 | De globale definitie als verbindend kader

(kleine) groepen en gemeenschappen, maar worden ook gedreven door een oriëntatie om structurele omstandigheden die bijdragen aan marginalisering, sociale uitsluiting en onderdrukking te agenderen en te veranderen. Sociaal werk staat dus ook voor sociale verandering en is daarmee zelfs nauw verweven, zowel in proactieve als meer reactieve zin. Dat zien we op verschillende momenten terug in de geschiedenis van het sociaal werk. Historische excursie I Historici en sociologen hebben zichtbaar gemaakt hoe het sociaal werk zich ont- wikkelde als respons op diepe maatschappelijke veranderingen die zich in de negentiende eeuw in Europa voltrokken (De Swaan, 2004; Waaldijk, 1996). De industrialisering bracht in het Europa van de negentiende eeuw ingrijpende sociale veranderingen met zich mee, zoals de opkomst van fabrieksarbeid en een scheiding tussen wonen, werken en gezinsleven, maar ook grote armoede, die zich vaak con- centreerde in de grote steden. In de fabrieken waren de arbeidsomstandigheden slecht, met lange werkdagen en gevaarlijk, ongezond werk tegen lage lonen. Een deel van de elite trok zich de miserabele omstandigheden van arbeiders aan. Deze groep mensen organiseerde materiële steun en ging zich met de sociale problemen van de arbeidersklasse bezighouden. Verschillende kapitaalkrachtige burgers richt- ten bijvoorbeeld verenigingen op voor betere woningen (de latere woningcorpora- ties). Een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van het moderne sociaal werk in Nederland en België waren de oprichting van de eerste school voor maatschap- pelijk werk in Amsterdam in 1899 (de Opleidingsinrichting voor Socialen Arbeid) en de introductie van de eerste opleidingen voor maatschappelijk werk in Brussel in 1920. Alhoewel het bevoogdende gezicht van sociaal werk later uitgebreid gedo- cumenteerd is (De Regt, 1984), zien we meer dan honderd jaar geleden al sporen van een oriëntatie op sociale rechtvaardigheid, mensenrechten en solidariteit. Een passage van Marie Muller-Lulofs uit 1916 in het voorwoord van het klassieke werk Van mensch tot mensch illustreert dat mooi: Iedere armenzorg, die niet doordringt tot de diepste bronnen, waaraan armoede ontwelt, en de kern van ’t wezen der armoede onaangevochten laat voortbestaan; iedere armenzorg, die slechts lenigend en niet tevens voorbehoedend werk praesteert, d.w.z. niet is aan te treffen in de voorste gelederen van hen, die daadwerkelijk deelnemen aan den arbeid der sociale hervorming: aan verbetering der volkshuisvesting, bestrijding der tubercu- lose, beteugeling van het drankmisbruik, bevordering van ’t vakverenigings- leven, verhooging van ’t peil van ons volksonderwijs, bestrijding van den woeker, opleiding van huisvrouwen en moeders, verbetering van de genees- kundige armenpraktijk, is mede schuldig aan de minachting, waaraan de armenzorg in ’t algemeen, ondanks de grote evolutie, die ze in de laatste

25

2 | Wat is sociaal werk in de huidige tijd?

dertig jaar heeft ondergaan, nog altijd is blootgesteld. Armenzorg zonder sociaal-politiek zal nooit haar hoogste doel: de reclassering, de opheffing van den arme in den verst-reikenden zin, verwezenlijkt kunnen zien. (Muller-­ Lulofs in Van der Linde, 2016)

Deze historische excursie illustreert een fundamenteel uitgangspunt van sociaal werk: het idee dat vraagstukken en problemen van mensen, families, gemeen- schappen en samenlevingen niet los staan van de bredere samenleving waarin ze geproduceerd worden. De actualiteit en het belang hiervan kunnen juist in de huidige ‘onsociologische’ tijden – met een preoccupatie met de biologie en de psychologie van het individu – niet genoeg benadrukt worden (Duyvendak, 2015; Van Ostaijen, 2018). Kinderen die wonen in een buurt met een concentra- tie van armoede ontwikkelen meer psychische problemen en gezondheidsklach- ten dan kinderen uit rijke buurten. De gezondheid van mensen uit lagere sociaal-­ economische groepen is gemiddeld genomen slechter dan die van mensen uit hogere sociaal-economische groepen. Wist je bijvoorbeeld dat mensen die alleen de basisschool gevolgd hebben, gemiddeld maar liefst zeven jaar korter leven dan mensen met een hbo- of universitaire opleiding (Bruggink, 2012)? De econoom Mullainathan en de psycholoog Shafir (2013) ontdekten dat armoede zoveel stress oplevert dat mensen hierdoor minder verstandige keuzes maken. Beslissin- gen hangen kortom in sterke mate af van de context waarin ze genomen worden. Maar niet alleen mensen die leven in armoede zijn slechter af. Ongelijke samen- levingen leiden tot meer angst, meer psychische problemen, meer stress en een groter gevoel van onveiligheid, ook bij het rijke(re) deel van de samenleving (Wilkinson & Pickett, 2009). Het zijn maar enkele voorbeelden die de sociale aard van vraagstukken en problemen benadrukken. Het idee dat individuen maatschappijen vormen en dat maatschappijen indivi- duen vormen, is terug te vinden in de positionering en theorievorming van en over het sociaal werk (Hoijtink & Spierts, 2017). In de historie van het sociaal werk verschilt de mate van aandacht voor het individu of de maatschappij, maar deze oriëntatie zien we ook terug in beroepsprofielen, beroepscodes, methodie- ken en voor het sociaal werk relevante theorieën. Bertje Jens (1972) formuleerde in een verhandeling over de beroepscode van maatschappelijk werk de implica- ties van ‘het sociale’ voor de beroepsuitoefening als volgt: ‘Maatschappelijk werkers dienen niet naar de persoon te kijken als een geïsoleerd individu, maar deze te zien als een subject van de situatie’ (p. 44). Ook recentelijk zien we deze oriëntatie nadrukkelijk terug in pleidooien om in het sociaal werk oog te hebben voor maatschappelijke structuren waarin vraagstukken en problemen ontstaan en in stand worden gehouden (Scholte, 2018). De aandacht voor mensenrechten

26

2.2 | De globale definitie als verbindend kader

als richtinggevend principe voor het sociaal werk is hiervan een belangrijk ele- ment (Hermans et al., 2019; Nachtergaele et al., 2017). Zoals je reeds las, zet de globale definitie van het sociaal werk in op mensenrech- ten, sociale rechtvaardigheid en solidariteit. Mensenrechten vormen een wezen- lijk element van de strijd tegen sociale ontwikkelingen die uitmonden in mis- standen, uitbuiting en marginalisering van (groepen) mensen. Ze zijn ook onmisbaar bij het garanderen van onvervreemdbare waarden, het bevorderen van de waardigheid van alle mensen en het verdedigen van de rechten die daar- mee gemoeid zijn. Sociale rechtvaardigheid verwijst naar de opdracht van sociaal werkers zich te richten op een gelijke verdeling van middelen, bestrijding van (negatieve) discriminatie en erkenning van etnische en culturele diversiteit. Tevens werken sociaal werkers in solidariteit en bestrijden ze onrechtvaardig beleid en onrechtvaardige uitvoering van beleid (Blok, 2009). Mensenrechten zijn ook belangrijk om te denken voorbij empathie (Devisch, 2017), met andere woorden om solidariteit en rechtvaardigheid te claimen ten aanzien van mensen met wie of problemen waarmee we ons minder of niet kunnen vereenzelvigen. Misschien dat woorden als mensenrechten en sociale rechtvaardigheid je abstract voorkomen, maar in het dagelijkse werk van sociaal werkers krijgen deze noties vaak heel concreet betekenis, ook in het werken met individuen en gezin- nen, al blijven ze vaak impliciet (Hoijtink, 2015). Lies Schilder, voormalig direc- teur van de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk in Nederland, geeft een mooi persoonlijk voorbeeld van een ontmoeting met een maatschap- pelijk werker die haar als kind inspireerde, een treffen dat alles te maken had met het bevorderen van zeggenschap als onderdeel van emancipatie en mensenrech- ten. Bevrijdende gesprekken Op mijn vijftiende ontmoette ik voor het eerst een maatschappelijk werker. Deze kwammet ons gezin praten vanwege problemen van mijn vijf jaar oudere zus Aleid. Dat gezinsgesprek was voor mij een openbaring. Voor het eerst in mijn leven stelde iemand met gezag de opvoedingspraktijken van mijn ouders openlijk ter discussie. Het was een gesprek dat ik nooit eerder zo in ons gezin had meegemaakt. Waarin we angsten en verlangens uitwisselden in plaats van kant-en-klare meningen over wat hoort en niet hoort. En het was een gesprek dat zeggenschap herverdeelde: mijn vader wat minder en mijn zus wat meer. (…) Er was (…) iets gebeurd dat ik als bevrijdend ervoer, maar [waaraan ik] pas later woorden kon geven. Deze maat- schappelijk werker en in zijn kielzog Aleid waren de strijd aangegaan met een heel weerbarstig soort macht: de macht van de vanzelfsprekendheid. Dat is macht die onzichtbaar is en waarvan degene die de macht ondergaat maar ook de machtheb-

27

2 | Wat is sociaal werk in de huidige tijd?

ber zelf, zich vaak niet eens bewust zijn. De woorden van de machthebber leggen echter, ongeacht de inhoud, meer gewicht in de schaal omdat hem automatisch op grond van zijn positie gezag wordt toegekend dat hij niet eerst hoeft te verdienen. Die onzichtbaarheid maakt het ook heel lastig om deze ongelijke machtsverhou- ding te bestrijden. De ervaring met dit gezinsgesprek heeft mij dus op het spoor van het maatschap- pelijk werk gezet en dat spoor heb ik nooit verlaten. Dit beroep sprak mij aan en dat doet het nog steeds. Het maatschappelijk werk is een beroep dat werk maakt van mensenrechten. Soms expliciet, vaak ook impliciet. Het helpt mensen vrijer te worden en hun zeggenschap te versterken. Zeggenschap als belangrijk onderdeel van emancipatie en mensenrechten. (Schilder, 2019). Sociaal werk wordt ook wel als een mensenrechtenpraktijk (Nachtergaele et al., 2017) of als een sociale rechtvaardigheidspraktijk (Hubeau, 2018) gedefinieerd. Waarden als opkomen voor het zwakste belang, inclusie en ruimte maken voor verschillende stemmen, vormen belangrijke pijlers van werk dat op uiteen­ lopende manieren en op verschillende niveaus dagelijks verricht wordt om zulke abstract klinkende waarden te realiseren (Spierts, 2019). Een vraag die zich daar- bij opdringt, is of sociaal werk een beroep is of toch vooral als een praktijk gedefinieerd moet worden. De vraag of sociaal werk een beroep is of bijvoorbeeld een verzameling van methodieken die iedereen kan gebruiken, een praktijk, wordt in de globale defi- nitie getrancheerd in een dubbele omschrijving: sociaal werk is zowel een op de praktijk gebaseerde professie als een academische discipline. Het verbindende element bij deze indeling is de praktijk. Een praktijk die zeer verscheiden is en die zich kan situeren op het vlak van individuele hulpverlening, groepswerk, jeugdwerk, personeelswerk, sociaal-cultureel werk, maatschappelijke dienst­ verlening en samenlevingsopbouw, maar ook onderzoek. Centraal staat daarbij de verhouding individu-samenleving: wat wordt binnen een bepaalde context gedefinieerd als sociaal probleem en hoe verhouden individuele ontplooiing en maatschappelijke verwachtingen zich tot elkaar? Zo geformuleerd is sociaal werk geen exclusieve zaak van mensen met een diploma sociaal werk. Een diversiteit aan professionals kan erbij betrokken zijn: praktijkwerkers zoals jeugdwerkers, hulpverleners, straathoekwerkers, bemidde-

2.3 Sociaal werk als professie én praktijk

28

Made with FlippingBook Ebook Creator