Margot Scholte, Hanneke Felten en Ard Sprinkhuizen - Opgelet!

Scholte, Felten en Sprinkhuizen OPGELET! c

OPGELET! SYSTEMATISCH SIGNALEREN IN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING EN EERSTELIJNSZORG

Margot Scholte Hanneke Felten Ard Sprinkhuizen

Opgelet! Systematisch signaleren inmaatschappelijke ondersteuningeneerstelijnszorg

Margot Scholte HannekeFelten ArdSprinkhuizen

c u i t g e v e r ij c ou t i n ho

bussum2013

Webondersteuning Bij dit boekhoort eenwebsitemet de signaleringsformulierenuit bijlage 1opA4-for- maat alspdf-bestand. DeURLvandezewebsite is: www.coutinho.nl/opgelet2 .

©2007Uitgeverij Coutinhobv Alle rechtenvoorbehouden.

Behoudens de in of krachtens deAuteurswet van 1912 gestelde uitzonderingenmag niets uit dezeuitgavewordenverveelvoudigd, opgeslagen ineengeautomatiseerdge- gevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vormof op enigewijze, hetzij elektro- nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemmingvandeuitgever. Voor zover hetmaken van reprografische verveelvoudigingenuit dezeuitgave is toege- staan op grond van artikel 16hAuteurswet 1912 dientmende daarvoor wettelijk ver- schuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductie- rechtenOrganisatie, Postbus3060, 2130KB Hoofddorp,www.stichting-pro.nl).

Eerstedruk2007 Tweede, herzienedruk2013

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: SjefNix, Amsterdam

Noot vandeuitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraakmaken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op tenemenmetdeuitgever.

ISBN 9789046903575 NUR 752

Voorwoord

Halverwege de jarennegentig ontwikkelden Peter van Splunteren en ik eenme- thode voor signaleren inhetmaatschappelijkwerk. De eerstedruk vandezepu- blicatie kwam in1996 tot standonder verantwoordelijkheid vanhet toenmalige Nederlands Instituut voor Zorg enWelzijn. In 2007 is de publicatie opnieuwuit- gegevendoorUitgeverij Coutinho. Er is toen volstaanmetminimalewijzigingen. Ikdeeddaarbij debeloftedatwe indenabije toekomst over zoudengaan tot in- grijpender aanpassingen.Hiervoorwildenwedenet ingevoerdeWetmaatschap- pelijke ondersteuning (Wmo) en de dynamiek die deze wet teweeg zou gaan brengen inhetwerkveldevenafwachten. Ondertussen zijnwe zes jaar verder. Het is duidelijk geworden dat deWmo slechts de opmaat vormde voor nog veel ingrijpender stelselherzieningen. Een kleinegreephieruit: deAWBZversobert, de Jeugdzorgwordtanders ingericht, de participatiewet is ingevoerdenzovoort.Deeconomischecrisisdie in2008 inzette en nog niet ten einde is, noopt daarbij tot keuzenmet grote gevolgen voor de praktijk. Flinke bezuinigingen op zorg en welzijn laten zich voelen. De toegan- kelijkheid van voorzieningen voor iedereen is nietmeer vanzelfsprekend en het wordt steeds duidelijker dat er groepenmensen zijn die buiten de boot vallen. Bij de zoektocht naar nieuwe en vernieuwde inzet van professionals zie je dat beroepsgroepen in zorg enwelzijn naar elkaar toe groeien. Sociaal pedagogisch hulpverleners,maatschappelijkwerkers, hbo-pedagogenencultureelwerkers zit- ten steeds vaker op soortgelijke functies, waarbij ‘eropaf’, versterken van eigen krachtvan individuenenhunsocialenetwerk, enverbindenvan individuelehulp- en dienstverleningmet collectieve arrangementen sleutelbegrippen zijn. Ook is er steedsmeer overlapmet verwante en aanpalendeberoepsgroepen, zoals soci- aal raadslieden, verpleegkundig specialisten indewijkenbijdehuisarts, en (vaak) diffuse functies alsmedewerkerWmo-loket, buurtregisseur enwijkconsulent. Sa- menwerking is van groot belang, zeker om consciëntieus aan signalering tewer- ken. Omdie reden is deze publicatie ook voor deze beroepsgroepen, functiona- rissenenhunorganisaties relevant. Enomdie reden sprekenwe indezepublicatie consequent over ‘sociaal werkers’, waarmeewewillen aangevendat we de oude beroepsindeling enigszins loslaten en ons richten op alle sociale professionals in dedomeinen zorgenwelzijn. De hectiek in het huidige tijdsgewricht maakt dat systematisch signaleren van groot belang is,misschien zelfs nogwelmeer dan inde voorgaandeperiode. Het is de verantwoordelijkheid vanorganisaties enuitvoerders in zorg enwelzijnom aan de (lokale) overheid duidelijk te maken waar het gevoerde beleid onaan-

vaardbareneveneffectenheeft voor bepaalde groepen. Daarnaast helpt zorgvul- dig en systematisch signaleren bij het reflecteren op passende hulp- en dienst- verlening en collectieve arrangementen die kwetsbare burgers helpen om zich tehandhaven en teontwikkelen inde steeds complexerwordende samenleving. Door goede afstemming en samenwerking binnen en buiten de sector kan een sociale structuur ontstaandie sober is, maar ook recht doet aandemaatschap- pelijkeverantwoordelijkheidvande samenlevingals geheel. Dezepublicatiekentandereauteursdandeeerderepublicatie(s)van Opgelet! .De basis vandemethodedie Peter van Splunteren en ik schreven is al die jarenniet veranderd, de context waarin demethode wordt toegepast des temeer. Dat is danook de kern vande aanpassingen. De laatste bewerking in 2007heb ik voor mijn rekening genomen en deze herziene uitgave is tot stand gekomenmet in- zet vanHanneke Felten enArd Sprinkhuizen. Ardheeft het voortouw genomen bij de reflectie opde huidige opdracht van sociaal werk en samenmetHanneke heefthijdemethode toegesnedenopdieopdracht.Daarbij zijnactuelevoorbeel- denverzameldenuitgewerkt. Er isgeputuitdeervaringenvanmeerdere lopende programma’s en projecten, waaronder DichtErBij, een project van het lectoraat MaatschappelijkWerk van Hogeschool Inholland, waarin de standaard intake- werkwijze voor sociaal werk herzien is, en het programma ‘Sociaal Werk in de Wijk’ (SWW). SWW is eenmeerjarig innovatief programma van tienwerkveldin- stellingen, ondersteund door het lectoraat, MOVISIE en de brancheorganisatie MOgroep. Erwordt geëxperimenteerdmet vernieuwendewerkwijzen enprofes- sionele inzet. Doordat het programma zodicht opdepraktijk zit, vormt het een rijkebronvoor signalering. Wehopendatdezenieuweuitgavegoedaansluitbij depraktijkvan sociaalwerk, zodat zij weer een aantal jarenmeekan. Omdat de publicatie in het onderwijs veel gebruiktwordt, is extra informatie voor het onderwijs te vindenopdeweb- sitevanUitgeverij Coutinho ( www.coutinho.nl/opgelet2 ).

Margot Scholte mei 2013

Inhoud

9

Inleiding

1

11

Waarom signaleren?

1.1 Vernieuwingvanhet sociaalwerk

11 15 17 24 27

1.2 Empowerment als basis

1.3 Signalerenvanuitdrie invalshoeken 1.4 Belemmeringenbij signaleren indepraktijk

1.5 Tot slot

2

29

Handenenvoetengevenaan signaleren

2.1 Omschrijvingvanhet begrip ‘signaleren’

29 30 33 34 36 37

2.2 Wat signaleer je? 2.3 Bijwie signaleer je? 2.4 Waar signaleer je? 2.5 Metwie signaleer je?

2.6 Overzicht

3

39

Signaleren: systematischen stapsgewijs

3.1 De zes stappenvande signaleringsprocedure 3.1.1 Stap1–Signalenactief verzamelen

40 40 45 50 55 57 63 64

3.1.2 Stap2–Beslissen: is verdereanalysenoodzakelijk?

3.1.3 Stap3–Analyseren

3.1.4 Stap4–Beslissen: is actiewenselijkenhaalbaar?

3.1.5 Stap5–Actieondernemen

3.1.6 Stap6–Evaluerenen feedbackgeven

3.2 Wiebetrek jewanneer?

4

67

Toelichtingvanhet stappenplanmetpraktijkvoorbeelden

4.1 Debibliotheekbus

67 68 69 70 71

4.2 Nieuwaanbodvoormannenmet stressklachten

4.3 Informatieover regelingen

4.4 Eenmeidenbus

4.5 Onbekendmet eigen talenten

4.6 Aande slagmet vrijwilligers

73 74

4.7 Signalerendactiveringsonderzoek indebuurt

5

77

Toepassingvan signaleren indeorganisatie

5.1 Signalerenvraagt ombeleid 5.2 Signalerenvraagt ommenskracht 5.3 Signalerenvraagt omorganisatie 5.4 Signalerenvraagt omdeskundigheid 5.5 Signalerenvraagt omhet vierenvan succes

77 79 79 80 82

83

Deessentievan signaleren

87 93

Bijlage1–Signaleringsformulieren

Bijlage2–Checklists

101

Literatuur

103

Register

107

Overdeauteurs

Inleiding

Erverandertheel veel tegelijkertijd inde inrichtingvandeverzorgingsstaat.Dever- schuivingnaar een ‘participatiesamenleving’ vande laatste jarenwordt aangeduid als de meest ingrijpende verbouwing in de samenleving sinds de overheid in de jarenvijftigvandevorigeeeuwdeAOW, debijstandswet endeAWBZ invoerdeen overheidsondersteuning van een gunst een recht werd. Mede door de economi- sche crisis, die sinds 2009het overheidsbeleid sterkdomineert, worden veel socia- le voorzieningenmoeilijker toegankelijk, zoals de begeleiding van ouderen bij het boodschappendoen, de zorg aanhuis, de vergoeding van tolken, de socialewerk- plaatsen, de jeugdzorg, deactiviteiten inhetbuurtcentrumenhetopknappenvan speelplekken.HeelveelmaatregelendiehetRijkendegemeentennemen, rakende- zelfdegroepenmensen indezelfdebuurten. Bovendienverwachtdeoverheidheel veel vandeeigenkracht, socialeveerkracht en socialevaardighedenvandeze, vaak kwetsbare, burgers om de consequenties hiervan op te vangen. In beleidsstukken vanhet Rijk zijnde gevolgen vooral te zien in complexe koopkrachtplaatjes,maar hetgaatdusomveelmeer. Eenvoorbeeld In een van de ‘krachtwijken’ in eenmiddelgrote stad zien sociaal werkers in hun dagelijks werk dat door alle veranderingen veel wijkbewoners het hoofd niet meer boven water kunnen houden. Ze steken zich steeds dieper in de schulden engrijpen soms naar illegalemiddelenom extra inkomen te verwer- ven. Bij ontdekkingvandewietplantage indekelderdreigen zij op straat gezet teworden. Jongeren hangen steeds vaker op straat rond; demotivatie om de school af temakenneemtaf. Jekomt tochnietaandebak, denkenzij.Doordat de ambulante begeleiding vanuit de ggz wordt ingekrompen, zwervenmeer mensenmetpsychiatrischeproblemengeregeldverwardover straat. De organisaties voor welzijn enmaatschappelijke dienstverlening, de politie, gemeenteende zorgorganisaties vindendathet zoniet langer kanen slaande handen ineen. Op basis van een gezamenlijke analyse van de ernstigste knel- punten indebuurt, weten zemet een intensieve investering en een gezamen- lijkeaanpakeenbelangrijkdeel vandebewonersdieafgledenweeropdebeen te helpen. Door in een sociaal team ‘erop af’ te blijven gaan, weten ze pro- blemen in een vroeg stadium op te lossen of te stabiliseren. Enhet buurthuis waarvoor sluitingdreigde, wordt geëxploiteerddoor debewoners zelf enkent weer volopaanloopdoor buurtbewoners vanallerlei pluimage.

9

Opgelet!

Deze situatiebeschrijving is natuurlijk een ideaalplaatje van hoe sociaal werkers degevolgenvanallerlei ingrijpendeoverheidsmaatregelenen -bezuinigingenzou- denmoeten opvangen, door voortdurend alert te blijven op de consequenties hiervan inhet dagelijks leven van (kwetsbare) burgers. Een ideaalplaatjedat veel gemeentenoverigenswel voor ogenhebben,maar datnoggeen realiteit is. Signaleren is, zeker in deze razendsnel veranderende werkelijkheid, een be- langrijke taak voor het sociaal werk. Bij het doorbladeren van nota’s van instel- lingen enoverhedenvalt dezeopvattingvaak te lezen, enook ingesprekkenmet hulpverleners enmanagerswordt diemening veelvuldig geuit.Maar wie vervol- gensdemoeiteneemt zich teverdiepen indepraktijkvan signaleren, zietdathet vaakbij goede intenties blijft. Enookde literatuur over signaleren is beperkt. Een paar boeken, wat artikelen, een paar leertrajecten van hogescholen: meer is het niet. Navraag leertdatmenigehulpverlener, stafmedewerker enmanagermoeite heeft om ‘signaleren’ indepraktijk tebrengen. Hoedoe jedat precies?Wat is de moeitewaard om te signaleren?Wat betekent een signaal? Dit boek biedt hier- voor handvatten. Ditboek isalsvolgtopgebouwd: hoofdstuk1geefteenbeknoptoverzichtvande achtergronden enhet belang van signaleren onder de huidigemaatschappelijke opdrachtendieuit de veranderendewet- en regelgeving (zoals deWmo) volgen. Datmondt inhoofdstuk2uit ineennadereomschrijvingvan signaleren, zoalsdat inhet sociaal werk toegepast wordt. Hoofdstuk 3werkt de begripsomschrijving concreet uit in een beslismodel bestaande uit een aantal stappen en beschrijft verschillende techniekendie tijdens signalerenkunnenwordengebruikt. Hoofdstuk4 laataandehandvanpraktijkvoorbeeldenzienhoedegeschetste procedure er inde praktijk uit kan zien. Hoofdstuk 5 gaat over de invoering van signaleren in de organisatie. Wat is daar minimaal voor nodig, en hoe kunnen medewerkersgestimuleerdwordenbij hetuitvoerenvan signaleringsactiviteiten? Tot slot is er eenoverzicht vande kern van signalerenopgenomenonder de kop ‘Deessentievan signaleren’. Debijlagenbevatten verschillende formulieren en checklists. Bijlage 1bevat drie signaleringsformulierendiealsvoorbeeld fungeren. Bijlage2bestaatuitchecklists diealshulpmiddelengebruiktkunnenwordenbij de stappenuithetbeslismodel. Eenwerkschemavoor signaleren is tevindenopdeflapaanhet omslag.

10

1.1  Vernieuwingvanhet sociaalwerk

1 Waarom signaleren?

Door de grotemaatschappelijke veranderingen van de laatste jaren, is signaleren als taak steeds belangrijker geworden in het sociaal werk. In dit hoofdstukwordt toegelichtdat signalerenopverschillendeniveausplaatskanvinden: op individueel niveau enhet niveau vanhet sociaal netwerk (micro), ophet niveau vandekwali- teit en toegankelijkheid van voorzieningen (meso) en op sociaal-maatschappelijk niveau (macro).Ookwordendrieverschillende invalshoekenvansignalerenbinnen het sociaalwerkbehandeld: alseerste fasevanpreventie, alsaanvullingophulp- en dienstverleningenalsprofessiegebonden taak.

1.1

Vernieuwingvanhet sociaalwerk

Het sociaal werk is de afgelopen jaren, enmet name sinds de invoering van de Wetmaatschappelijkeondersteuning (Wmo) op 1 januari 2007, vaakhet onder- werp van debat geweest. Pittige discussies over het nut en de noodzaak zijn op verschillende plekken gevoerd. Hierdoor heeft er een verschuiving plaatsgevon- denvanopdracht, doelgroepenaanpakvanhet sociaalwerk. Opdracht Sociaalwerkheeftaltijdeen tweeledigeopdracht. Indeeersteplaatsondersteunt sociaal werk burgers die op de een of andere manier in de knel zitten, om de aansluitingbij de samenlevingweer terug te vinden. Indemissie vandebranche Welzijn enMaatschappelijkeDienstverlening is te lezendat sociaal werk ‘de zelf- redzaamheid en sociale omgeving van burgers en buurten versterkt, en burgers stimuleert om zich in te zettenvoor anderen’. Deze opdracht ligt in het verlengde van die andere maatschappelijke op- dracht, die wordt geformuleerd vanuit de wet- en regelgeving door de rege- ring, het parlement en in toenemende mate ook door lokale overheden. Deze opdracht is met name verwoord in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in2007werd ingevoerd.Deessentievandezewet isdat iedereburger meedoet inde samenleving en zo veelmogelijk de verantwoordelijkheidneemt voor zichzelf en zijn (directe) omgeving. Pas ophetmoment dat het niet (meer) zelf ofmet vrijwilligers lukt om bijvoorbeeldproblemen rond eenzaamheid, op- voeding, toegang tot een voorziening, het invullen van een formulier, overlast

11

1  Waarom signaleren?

van jongerenof het in standhouden van een speeltuintje op te lossen, kanmen eenberoepdoenophulp- endienstverleningdoormaatschappelijkeorganisaties en socialeprofessionals. Daarbij wordt er eerst gekekenof er oplossingen zijnop ‘collectief’ niveau (dusgeenmaaltijdaanhuisbezorgenbij eenoudere,maar aan- sluitenbij eenbuurtrestaurant alsRestoVanHarte). Pas in laatste instantiewordt individuelehulpverleningaangeboden. Naast deze veranderingen in de inrichting van de ‘verzorgingsstaat’, waarbij dus veel meer een beroepwordt gedaan op de individuele en de onderling ge- organiseerde zelfredzaamheid van de burger (er wordt wel gesproken over een ‘verschuiving van de verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving’), wordt ookde tweedelijnszorgmindermakkelijk toegankelijk.Het gaatombijvoorbeeld de AWBZ (voor ouderen en psychiatrisch patiënten), de Jeugdzorg en beschut- te arbeid (sociale werkplaatsen). De overheid is vanmening dat deze zorg veel te duur is geworden. Bovendien stijgen deze kosten snel door onder andere de vergrijzing.Ookvindtdeoverheiddatburgersdie tweedelijnszorgkrijgen, veel te afhankelijkwordenvanhulp.Metprofessionelehulpuitde ‘eerste lijn’worden ze aangemoedigd zo veel mogelijk zelf te doen voordat ze professionele hulpverle- ners uit de gespecialiseerde ‘tweede lijn’ inschakelen. Dat betekent dat cliënten die eerst eenberoepdedenof kondendoenopbijvoorbeeldbehandeling ín een instelling, nudezorgaanhuiskrijgenof ambulantwordenbegeleid.Hetbetekent ook dat kwetsbare burgers, bijvoorbeeldmet ernstige psychische problematiek, vaker ineengewonewijkwonenennietmeer ineen intramurale setting.Omdit te kunnen realiserenmoet de rol die de eigen sociale netwerken en het sociaal werk spelen, onherroepelijkgroterworden. Doelgroep In de jaren negentig van de vorige eeuw richtte het sociaal werk zich vooral op de burger die hulp zocht. Nu richtmen zich steedsmeer op kwetsbare burgers die niet in staat zijn zelf gerichte hulp te vragen (Jehoel-Gijsbers, 2004; Van Re- genmortel, 2008; Hoijtink, 2008; Linders, 2010; Scholte, 2010). Het gaat meest- al om burgers met een reeks aan problemen, die in elkaar grijpen en elkaar in standhouden. Sommigenhebbenhun vertrouwen in instanties enprofessionals verloren, anderen beheersen de regels van het sociale verkeer niet voldoende, waardoor hun vaakde deurwordt gewezen: vandewerkvloer enhet ziekenhuis tot aande socialedienst. Dezeburgershebbenweinigcontacten,weinig toegang tot hulpbronnen inhun eigenomgeving en lopengrotekans geïsoleerd te raken. Hans van Ewijk (2010) spreekt in dit kader van het belang van het begeleiden vanmensen die sociaal onhandig zijn, juist in een tijdwaarin een groot beroep wordt gedaanop sociale vaardigheden en sociaal functioneren in een complexe omgeving. Belangrijkomtebenadrukken isdatookdeze ‘kwetsbareburgers’ capaciteiten enkrachtenbezittenwaarmeezezichkunnen redden.Het iseenvandekernkwa-

12

1.1  Vernieuwingvanhet sociaalwerk

liteiten van sociaal werk om die capaciteiten te herkennen, te onderkennen en aan te spreken. Een andere kernkwaliteit van sociaal werk is om de zwakke en sterkeelementen ineen samenleving (eenbuurt, een school, eengroepouderen, jongeren)met elkaar te verbinden en zo eengroepmensen sterker temaken. Te- gelijkertijd ishetookeenkernkwaliteitomkwetsbareburgersniet als eenhomo- gene groep tebenaderen,maar omoog tehebben voor dediversiteit onder hen. Denkbijvoorbeeldaanverschillen incultureleherkomst, gender, religie, (verstan- delijkeen fysieke)vermogens, seksuelevoorkeuren leeftijd. Eenpersoonsgerichte benadering van kwetsbareburgers komt hierdoor dichterbij.Met deherwaarde- ring van deze kernkwaliteiten keert het sociaal werk deels terug naar een oude en vertrouwdebasis. Sociaalwerk (maatschappelijkwerk, opbouw- en jongeren- werk, sociaal juridische dienstverlening en sociaal pedagogische hulpverlening, enmet name het brede en generalistische sociaal werk) is weer hard nodig om kwetsbare groepen te ondersteunen omhun eigen kracht te organiseren, omde negatieve spiraal van inelkaar grijpendeproblemen tedoorbrekenenomkwets- bare burgers te ondersteunen bij het verwerven en handhaven van een stevige materiëlebestaansbasis (wonen, werk, inkomen). Aanpak:WelzijnNieuweStijl (WNS) Van het sociaal werk wordt dus onder de veranderende omstandigheden een ander soort inzet gevraagd. Die andere aanpak is voor het eerst in samenhang neergelegd in het programmaWelzijn Nieuwe Stijl (Ministerie van VWS, 2010) enuitgewerktdoor verschillendeauteurs in zijn consequenties voor sociaalwerk (Scholte, 2010; Vander Lans, 2010; Van Ewijk, 2010). Erworden inWNS acht ba- kens benoemddie richting geven aanhet handelen vande ‘nieuwe’ sociale pro- fessional: 1 Gericht op de vraag áchter de vraag: het gaat om het breder kijken naar de achterliggendeproblematiek.Wathebbenmensennodigomhunproblemen zelf aan te pakken? Dit gaat dus verder dan ‘vraaggericht werken’. De essen- tie is dat hetwerk juist ‘dialooggestuurd’ is. Heeft de burger die scootmobiel écht dehele tijdnodig, of kanhij hemdelenmet anderen en is er een andere manieromervoor te zorgendathij kanblijvenparticiperen?Het gaatomeen gedeelde verantwoordelijkheid van burgers én overheid om sobere en doel- treffendemaatregelen tenemen. 2 Gebaseerdopdeeigenkracht vandeburger: het gaat ommeer oogvoorwat burgers zelf kunnen doen, of met hulp uit de directe sociale omgeving (het sociale netwerk ). Het gaat eromburgers niet alleen teondersteunennaar zelf­ redzaamheid , maar ook om samenredzaamheid te versterken: het vermogen vanmensenommet elkaar tegenslagenop tevangen. 3 Direct eropaf: sociaal werkers gaan zich meer dan voorheen richten op de burgers diede zorgmijden, die afgehaakt zijnof dewegnaar hulp- endienst- verleningnietweten tevinden. Het gaatomde zogenoemdekwetsbaregroe-

13

1  Waarom signaleren?

pendievaakniet omondersteuningdurvenofwillenvragen, terwijl zeal lan- ger kampenmetmeervoudige problematiek, of die dreigen inde problemen tekomen. Sociaalwerkers gaan eropaf .Dit kanoverigensookdevormkrijgen van ‘present zijn’ in de buurt. Voordeel is dat sociaal werkers dan ook goed signalenover krachtenenkansen indebuurt inhet zicht krijgen. 4 Formeel en informeel inoptimale verhouding: het gaat om eenoptimale ver- houding tussenwat mensen onderling in informeel verband zelf kunnen en wat sociaal werkers en andere professionals moeten doen. De inzet van so- ciale netwerken, vrijwilligersinitiatieven enwijkverbandenwordt veel sterker in stelling gebracht dan nu vaak het geval is. Daarbij gaat het overigens ook nadrukkelijkompositieve initiatievendiede veerkracht vannetwerkenof de omgevingkunnenversterken. 5 Meer collectief dan individueel: een individueel probleem behoeft niet au- tomatisch een individuele oplossing. Collectieve aanpakken zijn niet alleen goedkoper, maar bieden ook vaak een betere oplossing, bijvoorbeeld omdat burgers hierdoor onderling contact krijgen. Op deze manier wordt de kans dat oplossingen eenduurzaamkarakter krijgenook groter. Het is niet gezegd dat collectieveoplossingen altijd voorgaanop individuelehulpverlening. Het gaat om het vinden van de juiste balans tegen de achtergrond van het pro- bleemdatmoetwordenaangepakt. 6 Integraalwerken: problemendiemet elkaar samenhangen,moetenook in sa- menhangworden aangepakt. Dit baken heeft twee kanten: aan de ene kant hangenproblemenbij burgers vanuit een leefwereldperspectief vaakmet el- kaar samen (denk aan schulden en opvoedingsproblemen) en horen daar- om inde leefwereld vandeburger (enhet netwerk) in samenhangopgepakt teworden. Aan de andere kant dienen oplossingen ook tussenprofessionals in samenhang teworden ingezet. Sociaal werkers kunnen niet op een eiland opereren,maarmoetennauw samenwerkenmetelkaarenmetandereprofes- sionals. Ditwordt ookwel een integraleof ketenaanpakgenoemd. Deze inte- graleaanpakwordtvaakgeorganiseerd ineen specifiekenafgebakendgebied, zoals eenwijk, buurt of gemeente. In dat verbandwordt ookwel gesproken van integraal en gebiedsgerichtwerken . 7 Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht: over de ondersteuning aan burgers wordenconcreteafsprakengemaakt.Doelenworden inmeetbare termenge- formuleerd.Dezedoelenmoetenniet alleenperspectief biedenopde langere termijn, maar zich ook richten oppraktische, snelle resultaten. Zomoet een gezondemix van korte- en langetermijndoelenontstaan. Bij dit baken speelt ook het thema van evidencebased werkeneen rol: hulp- en dienstverlening moet zoveelmogelijkgebaseerd zijnop ‘bewezeneffectievemethoden’.Hier- bijpastdekanttekeningdateen socialeprofessionalde inzetvandezemetho- denplaatst inde socialecontextwaarindezewordtgebruikt (pasthet indeze buurt, indit socialenetwerk, bijdezecliënt?).Het reflectievevermogenvande professional ishierbijminstens evenbelangrijkalsde in te zettenmethode.

14

1.2  Empowerment alsbasis

8 Gebaseerdop ruimtevoor deprofessional: inaansluitingophet vorigebaken moeten sociaal werkers voldoende professionele ruimte krijgen om zelfstan- dig te handelen op basis van een ruime, vrije beslissingsruimte. Het gaat er ookomdeprofessional niet tebeknotten inhetprofessioneel handelendoor ditdicht te timmerenmetprotocollenenverantwoordingssystemen. Deze acht bakens hebben als inzet dat sociaal werk veel dichter dan voorheen opde leefwereld van (kwetsbare) burgers opereert. Sociaal werkers zullen actief aanwezigmoeten zijn enhunogen enorenopenmoetenhouden voor signalen waar het verkeerddreigt te gaan, maar ookwaar kansen liggen.Waar nodig zul- len zij zelf, soms letterlijk, aan de bel moeten trekken bij kwetsbare burgers en vroegtijdig, licht en gericht ingrijpen om zodoende zwaardere problematiek te voorkomen (Scholte, 2010). De accenten dieworden gelegd in het sociaal werk gaanook sterk uit vanhet versterken vande eigen kracht vanburgers. Deze be- nadering grijpt deels terug opde zogenoemde ‘empowermentbenadering’. Deze werkenweverder uit indevolgendeparagraaf. In de zogenoemde ‘empowermentbenadering’ zijn veel van de fundamenten te- rug te vindendie ten grondslag liggen aande nieuwemanier vanwerken (Jacobs, 2001; Jacobs et al., 2008; VanRegenmortel, 2008, 2011; Engbersenet al., 2008). Inte- ressant aandeze benadering is ook dat zij haarwortels heeft inuitgebreidweten- schappelijkonderzoek.Deempowermentbenaderinggaatuitvanhetbouwenaan een tweeledigversterkingsproces: het individuen zijnnetwerkworden zelf sterker, kunnenhun eigen situatie beter aan.Maar tegelijkertijd verwerven ze controle, of macht, over hun (persoonlijke) omstandigheden (Engbersen et al., 2008; Jacobs et al., 2008). In dit proces worden de negatieve aspecten van een situatie verbeterd door actief op zoek tegaannaar positieve zaken, om zoal doendedeeigendraag- kracht teversterken (ProjectgroepDichterbij, 2012). Watbetekent empowerment? Empowerment isnieteenvoudig tevertalen. Begrippendieertegenaan liggenzijn bijvoorbeeld ‘eigenmachtigworden’, ‘zelfsturing’, ‘versterking vandemaatschap- pelijkeweerbaarheid’. VanRegenmortel (2011) omschrijft empowerment inhaar Lexicon van empowerment als: ‘eenproces vanversterkingwaarbij individuen, organisaties en gemeenschappen greepkrijgenopde eigen situatie enhunomgevingviahet verwervenvan controle, het aanscherpenvankritischbewustzijn enhet stimulerenvanparticipatie.’ Empowerment alsbasis

1.2

15

Made with