Jakop Rigter en Malou van Hintum - Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen - Een inleiding

Jakop Rigter en Malou van Hintum

Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen

een inleiding

Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen Een inleiding

Website Bij dit boek hoort een website met extra materiaal.

Ga naar www.coutinho.nl/inleidingopp3 . Maak een Coutinho-account aan en typ vervolgens onderstaande code in. Met deze code krijg je achttien maanden exclusieve toegang tot het extra materiaal.

Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen Een inleiding

Jakop Rigter Malou van Hintum

Derde, herziene druk

c u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

bussum 2015

© 2002/2015 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbe- stand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mecha- nisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schrif- telijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toege- staan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschul- digde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofd- dorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 2002 Tweede, herziene druk 2013 Derde, herziene druk 2015

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Jeanne | ontwerp & illustratie, Westervoort Omslagillustratie: gebaseerd op aliola/Shutterstock.com Strip Sigmund:

Peter de Wit (p. 23, 38, 52, 68, 88, 113, 128, 156, 183, 213, 229, 276, 291, 332, 341 en 366)

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Perso- nen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0494 7 NUR 770

Voorwoord

De kindertijd is de gelukkigste tijd van je leven, hoor je mensen vaak zeggen. Maar voor veel kinderen is dat helemaal niet zo. Jaarlijks heeft één op de ze- ven kinderen tussen 7 en 11 jaar een psychische aandoening. Voor adolescen- ten (12-18 jaar) is dat zelfs bijna één op de vier. Jonge kinderen hebben vooral problemen met slapen, eten, zindelijk worden en zich op een veilige manier hechten aan hun ouder(s). Aandoeningen met een grote erfelijke component spelen ook al in de kindertijd, maar worden vooral een probleem als kinderen naar school gaan. Dan gaan aandoeningen als adhd en autisme de verdere ontwikkeling van het kind echt in de weg zit- ten, omdat ze het aanleren van schoolse vaardigheden en/of een normale so- ciale en emotionele ontwikkeling bemoeilijken. Op school komen bovendien mogelijke taal- en leerstoornissen aan het licht. Een groot deel van de adolescentie is voor veel jongeren een sociaal en emo- tioneel turbulente periode. Ze gaan op zoek naar hun eigen identiteit, maken zich los van hun ouders en verlaten zich vaker op het oordeel van hun vrien- den. Het is een periode waarin ze extra gevoelig zijn voor emotionele prikkels, en daarmee ook voor agressie- en angststoornissen, wisselende stemmingen en stemmingsproblemen. Meestal gaat het om problemen die gewoon bij de adolescentie horen en vanzelf weer overgaan, maar niet altijd. Of bepaald gedrag normaal is, en wanneer ouders en leerkrachten zich zor- gen moeten maken, hangt van heel veel factoren af. Kinderen hebben een ei- gen karakter en humeur, en wat bij de één normaal gedrag is, kan er bij de ander op wijzen dat er iets mis is. De ontwikkelingspsychopathologie heeft, met behulp van inzichten uit verschillende wetenschappelijke disciplines, leeftijdsfasegebonden criteria ontwikkeld voor een normale en een afwijkende ontwikkeling van allerlei soorten gedrag. Hulpverleners moeten goed naar die criteria kijken en daar allerlei andere factoren bij betrekken die (de ontwikkeling van) gedrag beïnvloeden, zoals de opvoeding door ouders, de invloed uit de sociale omgeving van het kind, en culturele en maatschappelijke opvattingen. Wat hoort, wat kan, wat mogen we van kinderen en jongeren verwachten? Op die manier kunnen hulpverleners bepalen wanneer problematisch ge- drag een aandoening wordt, en kinderen en hun ouders extra ondersteuning nodig hebben om daarmee op een goede manier om te gaan.

Psychische problemen en ook psychische aandoeningen ontstaan nooit door maar één oorzaak. Het gaat altijd om complex gedrag waaraan verschillende oorzaken ten grondslag liggen. Dit boek hoopt, met behulp van de uitgangs- punten van de ontwikkelingspsychopathologie, (aanstaande) hulpverleners wegwijs te maken in het ontstaan en het beloop van deze multifactoriële aan- doeningen, zodat kinderen goed begrepen en geholpen kunnen worden door hun ouders en andere betrokkenen. Begrip, behandeling en ook preventie kunnen het leven van deze kinderen hopelijk wat lichter maken. En wat misschien nog belangrijker is: hoe beter de kwaliteit van leven in de eerste levensjaren, hoe groter de kans op een po- sitieve mentale, sociale en fysieke ontwikkeling als kinderen ouder worden. Daarmee neemt de kans toe dat zij een gunstig volwassen leven tegemoet gaan, en zelf op hun beurt kwalitatief goede ouders worden. Voor u ligt de derde – bijgestelde – druk. Het doet ons deugd dat hier al be- hoefte aan is nadat de vorige druk twee jaar geleden verscheen. In vergelij- king met de vorige druk zijn alle begrippen uit de dsm-5 aangepast aan de officiële Nederlandse vertaling die in 2014 verscheen. Als wij in het boek ver- wijzen naar de dsm-5, dan bedoelen wij deze vertaling (American Psychia- tric Association, 2014). Theorievorming en onderzoek in het kader van de ontwikkelingspsychopathologie heeft de afgelopen twee jaar niet stilgestaan. Relevante nieuwe inzichten zijn dan ook in deze nieuwe druk verwerkt, waar- door het boek opnieuw zeer actueel is. Amsterdam/Leiden, zomer 2015 Jakop Rigter Malou van Hintum

Inhoudsopgave

17 17 20 24 25 26 27 27 28

Introductie 1.1 Ontwikkelingspsychopathologie 1.2 Opbouw van het boek 1.3 Hoofdstuk 1 in tien punten Belangrijke begrippen Webondersteuning

1

2.1 Inleiding 2.2 Classificatie

2

Classificatie, diagnostiek en epidemiologie

2.2.1 Definitie van classificatie 28 2.2.2 De dsm-5: een classificatiesysteem, geen diagnostisch handboek 29 2.2.3 Een dimensionale benadering van classificatie 34 2.2.4 Categoriaal en dimensionaal classificeren vergeleken 34 2.2.5 Classificatie in dit boek 35 2.3 Diagnostiek 35 2.4 Diagnostische methoden en instrumenten 37 2.4.1 Vier diagnostische methoden 37 2.4.2 Betrouwbaarheid en validiteit bij classificatie en diagnostiek 39 2.4.3 Betrouwbaarheid van de informanten 39 2.5 Epidemiologie 40 2.6 Hoofdstuk 2 in tien punten 42 Belangrijke begrippen 43 3 Theorieën over ontwikkeling 45 3.1 Inleiding 45 3.2 De bio-ecologische systeemtheorie 46 3.3 Ontwikkelingsopgaven 49 3.3.1 Vooronderstellingen bij de theorie over de ontwikkelings- opgaven 49 3.3.2 Omschrijvingen van ontwikkelingsopgaven en opvoedingstaken 50 3.3.3 Extra ontwikkelingsopgaven 52 3.4 Risico- en beschermende factoren 52 3.4.1 Groepsniveau en individueel niveau 52 3.4.2 Indeling van risicofactoren 53

3.4.3 Beschermende factoren 57 3.4.4 Effecten van en invloeden op risicofactoren en beschermende factoren 60 3.5 Ontwikkelingstrajecten 62 3.6 Hulpverlening 63 3.6.1 Classificatie en diagnostiek 63 3.6.2 Preventie 64 3.6.3 Behandeling 65 3.7 Hoofdstuk 3 in tien punten 65 Belangrijke begrippen 66 4 De invloed van zwangerschap en geboorte op de ontwikkeling van het kind 67 4.1 Inleiding 67 4.2 Ontwikkeling tijdens de zwangerschap 68 4.2.1 Fasen tijdens de zwangerschap 68 4.2.2 Erfelijk materiaal 69 4.2.3 De prenatale hersenontwikkeling 72 4.2.4 Prenatale programmering 73 4.2.5 Stress tijdens de zwangerschap 75 4.2.6 Psychische stoornissen bij de moeder 76 4.2.7 Leeftijd van de ouders 77 4.3 De geboorte 77 4.3.1 Te vroeg geboren, en te licht 77 4.3.2 Effect op vader en moeder 79 4.3.3 De post-partumdepressie 80 4.4 Preventie en hulpverlening 81 4.5 Hoofdstuk 4 in tien punten 83 Belangrijke begrippen 84 5 Slaapstoornissen en slaapproblemen 85 5.1 Inleiding 85 5.2 Wat is slaap? 85 5.2.1 Slaapstadia 86 5.2.2 Kenmerken van rem- en non-remslaap 86 5.2.3 Biologische klokken 87 5.3 De normale ontwikkeling van de slaap 88 5.4 Slaapstoornissen 90 5.4.1 Dyssomnia’s (vormen van slechte slaap) 91 5.4.2 Parasomnia’s (vormen van vreemd gedrag tijdens de slaap) 94 5.4.3 Slaapgebonden bewegingsstoornissen 95 5.4.4 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 96 5.4.5 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 97 5.4.6 Verschillen tussen jongens en meisjes 97

5.5 Culturele en maatschappelijke invloeden 5.5.1 Culturele normen 98 5.5.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 98 5.6 Risico- en beschermende factoren 99 5.6.1 Risico- en beschermende factoren voor insomnia 99 5.6.2 Slaapproblemen als risicofactor voor verdere ontwikkeling 100 5.7 Preventie en behandeling van slaapstoornissen 101 5.7.1 Psycho-educatie: het bevorderen van slaaphygiëne 101 5.7.2 Registratie en diagnostiek 102 5.7.3 Behandeling van insomnia met behulp van gedragstherapie 102 5.7.4 Medicatie bij slaapproblemen 103 5.7.5 Interventies bij slaapwandelen en pavor nocturnus 104 5.8 Hoofdstuk 5 in tien punten 104 Belangrijke begrippen 105 6 Voedings- en eetstoornissen bij jonge kinderen 107 6.1 Inleiding 107 6.2 De normale ontwikkeling van voedingspatronen bij baby’s en jonge kinderen 108 6.2.1 De zoog- en zuigfase 108 6.2.2 De overgangsfase 110 6.2.3 Mee-eten met wat de pot schaft 111 6.2.4 Factoren die een rol spelen bij het leren eten 111 6.3 Voedings- en eetstoornissen 113 6.3.1 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 115 6.3.2 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 115 6.3.3 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 115 6.3.4 Verschillen tussen jongens en meisjes 116 6.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 116 6.4.1 Culturele normen 116 6.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 117 6.5 Risico- en beschermende factoren 117 6.5.1 Risico- en beschermende factoren voor voedings- problemen en -stoornissen 117 6.5.2 Voedingsproblemen en -stoornissen als risicofactor voor verdere ontwikkeling 119 6.6 Preventie en behandeling van voedings- en eetstoornissen op jonge leeftijd 120 6.6.1 Pedagogische adviezen voor preventie van voedings- en eetproblemen 120 6.6.2 Behandeling 121 6.7 Hoofdstuk 6 in tien punten 122 Belangrijke begrippen 123 98

125 125 126

7 Gehechtheid en hechtingsstoornissen 7.2 De normale ontwikkeling van gehechtheid 126 7.2.2 Hechtingsprocessen vóór de geboorte, en in de eerste twee levensjaren 128 7.2.3 Gehechtheid na het tweede jaar: cognitieve vermogens worden belangrijker 130 7.3 Indelingen van gehechtheid en hechtingsstoornissen 131 7.3.1 Indelingen van gehechtheid 131 7.3.2 De hechtingsstoornissen 135 7.3.3 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 136 7.3.4 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 138 7.3.5 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 139 7.3.6 Verschillen tussen jongens en meisjes 139 7.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 139 7.4.1 Culturele invloeden 139 7.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 140 7.5 Risico- en beschermende factoren 141 7.5.1 Risico- en beschermende factoren voor gehechtheids- problemen en hechtingsstoornissen 141 7.5.2 Gehechtheidsproblemen en hechtingsstoornissen als risicofactor voor verdere ontwikkeling 142 7.6 Preventie en behandeling van onveilige gehechtheid en hechtings- stoornissen 143 7.6.1 Preventie 143 7.6.2 Behandeling 145 7.7 Hoofdstuk 7 in tien punten 146 Belangrijke begrippen 147 8 Autismespectrumstoornis 149 8.1 Inleiding 149 8.2 De normale ontwikkeling van sociaal gedrag tot het vijfde jaar 150 8.3 Autismespectrumstoornis 153 8.3.1 Algemeen 153 8.3.2 Kenmerken van het gedrag 153 8.3.3 Vijf theorieën om ass te ‘verklaren’ 159 8.3.4 Subgroepen binnen het autistisch spectrum 161 8.3.5 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 164 8.3.6 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 164 8.3.7 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 167 8.3.8 Verschillen tussen jongens en meisjes 168 7.1 Inleiding 7.2.1 Kenmerken en functies van gehechtheid

8.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 8.4.1 Culturele normen 168 8.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 169 8.5 Risico- en beschermende factoren 169 8.5.1 Algemene risico- en beschermende factoren 169 8.5.2 ass als risicofactor voor verdere ontwikkeling 170 8.6 Ondersteuning en begeleiding van kinderen met autisme 170 8.6.1 Inleiding 170 8.6.2 Vroege detectie 171 8.6.3 Samenwerken met, begeleiden en adviseren van het gezin 172 8.6.4 Praktische adviezen voor ondersteuning bij opvoeding 172 8.6.5 Trainingen 175 8.6.6 Nieuwe ontwikkelingen 175 8.7 Hoofdstuk 8 in tien punten 176 Belangrijke begrippen 176 9 Zindelijk worden en stoornissen in de zindelijkheid 177 9.1 Inleiding 178 9.2 Normale ontwikkeling van zindelijkheid 178 9.3 Stoornissen in de zindelijkheid 180 9.3.1 Inleiding 180 9.3.2 Enuresis: stoornis in de zindelijkheid voor urine 180 9.3.3 Encopresis: stoornis in de zindelijkheid voor ontlasting 181 9.3.4 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 182 9.3.5 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 182 9.3.6 Prevalentie en verschillen tussen jongens en meisjes 183 9.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 184 9.4.1 Culturele invloeden 184 9.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 185 9.5 Risico- en beschermende factoren 186 9.5.1 Risicofactoren 186 9.5.2 Beschermende factoren 189 9.5.3 Stoornissen in de zindelijkheid als risicofactor voor verdere ontwikkeling 190 9.6 Preventie en behandeling van stoornissen in de zindelijkheid 190 9.6.1 Algemeen 190 9.6.2 Preventie: adviezen aan opvoeders 190 9.6.3 Behandeling 192 9.7 Hoofdstuk 9 in tien punten 194 Belangrijke begrippen 195 168

197

10 10.1 Inleiding 197 10.2 Normale ontwikkeling van taal, geletterdheid, leren en rekenen 198 10.2.1 De ontwikkeling van taal en geletterdheid 198 10.2.2 Ontwikkeling van rekenen 204 10.2.3 Ontwikkeling van het leren 204 10.3 Taal-, spraak- en leerstoornissen 205 10.3.1 Het verschil tussen taal- en leerstoornissen, en taal- en leerproblemen 205 10.3.2 De indeling en criteria uit de dsm-5 206 10.3.3 Taalstoornis 207 10.3.4 Specifieke leerstoornis: dyslexie en dyscalculie 208 10.3.5 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 210 10.3.6 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 210 10.3.7 Prevalentie: hoe vaak komen taal-, spraak- en leer- stoornissen voor? 211 10.3.8 Verschillen tussen jongens en meisjes 211 10.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 212 10.4.1 Culturele normen 212 10.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 213 10.5 Risico- en beschermende factoren 213 10.5.1 Risicofactoren voor taal-, spraak- en leerstoornissen en/of -problemen 213 10.5.2 Beschermende factoren voor taal-, spraak- en leer- stoornissen en/of -problemen 215 10.5.3 Taal-, spraak- en leerstoornissen als risicofactor voor verdere ontwikkeling 216 10.6 Preventie en behandeling van taal-, spraak- en leerstoornissen 216 10.6.1 Vroegtijdige signalering 216 10.6.2 Psycho-educatie 217 10.6.3 Preventie van algemene taal-, spraak- en leerstoornissen 217 10.6.4 Behandeling van taal-, spraak- en leerstoornissen 218 10.7 Hoofdstuk 10 in tien punten 219 Belangrijke begrippen 220 11 Zelfregulatie en de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteits- stoornis 221 11.1 Inleiding 221 11.2 Normale ontwikkeling van zelfregulatie en executieve functies 222 11.2.1 Zelfregulatie 222 11.2.2 Executieve functies 225 11.3 Aandachtsdeficiëntie-/ hyperactiviteitsstoornis 227 11.3.1 Inleiding 227 Taal-, spraak- en leerstoornissen

11.3.2 Kenmerken van kinderen met adhd 11.3.3 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 11.3.4 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 11.3.5 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 11.3.6 Verschillen tussen jongens en meisjes 11.4.1 Culturele normen 237 11.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 238 11.5 Risico- en beschermende factoren 239 11.5.1 Risico- en beschermende factoren voor adhd 239 11.5.2 adhd als risico voor verdere ontwikkeling 242 11.6 Preventie en behandeling van adhd 242 11.6.1 Inleiding 242 11.6.2 Preventie 243 11.6.3 Behandeling van adhd 243 11.7 Hoofdstuk 11 in tien punten 248 Belangrijke begrippen 249 12 Agressie en gedragsstoornissen 251 12.1 Inleiding 251 12.2 Normale ontwikkeling: agressie, gehoorzaamheid en moraliteit 252 12.2.1 Algemeen 252 12.2.2 Ontwikkeling van agressie 254 12.2.3 Ontwikkeling van gehoorzaamheid 255 12.2.4 Ontwikkeling van prosociaal gedrag en moraliteit 256 12.3 Gedragsstoornissen 257 12.3.1 Algemene kenmerken van kinderen met gedragsstoornissen 257 12.3.2 Kenmerken van beide gedragsstoornissen afzonderlijk 258 12.3.3 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 263 12.3.4 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 264 12.3.5 Prevalentie 264 12.3.6 Verschillen tussen jongens en meisjes 265 12.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 265 12.4.1 Culturele normen 265 12.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 267 12.5 Risico- en beschermende factoren 267 12.5.1 Risico- en beschermende factoren voor gedragsstoornissen 267 12.5.2 Gedragsstoornissen als risico voor verdere ontwikkeling 274 12.6 Preventie en behandeling van gedragsstoornissen 274 12.6.1 Preventie 274 12.6.2 Ambulante behandeling 275 12.6.3 Residentiële behandeling 280 12.7 Hoofdstuk 12 in tien punten 280 Belangrijke begrippen 281 229 234 234 236 237 237 11.4 Culturele en maatschappelijke invloeden

283 283 284 285 287 287

13 Angst en angststoornissen 13.2 De normale ontwikkeling van angst 13.2.2 Kinderen met een handicap 13.1 Inleiding 13.2.1 Leeftijdsontwikkeling van angst 13.2.3 Wanneer moet je je zorgen maken? 13.3 Angststoornissen 288 13.3.1 Algemene kenmerken van kinderen met angststoornissen 288 13.3.2 Beschrijving van angststoornissen 290 13.3.3 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 296 13.3.4 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 296 13.3.5 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 297 13.3.6 Verschillen tussen jongens en meisjes 297 13.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 298 13.4.1 Culturele normen 298 13.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 299 13.5 Risico- en beschermende factoren 299 13.5.1 Risico- en beschermende factoren voor angststoornissen 299 13.5.2 Angststoornissen als risico voor verdere ontwikkeling 303 13.6 Preventie en behandeling van angststoornissen 303 13.6.1 Inleiding 303 13.6.2 Preventie 303 13.6.3 Behandeling 304 13.7 Hoofdstuk 13 in tien punten 307 Belangrijke begrippen 308 14 Stemming en stemmingsstoornissen 309 14.1 Inleiding 309 14.2 Normale ontwikkeling van stemming en emotie 310 14.3 Stemmingsstoornissen 314 14.3.1 Inleiding 314 14.3.2 Depressieve stoornis 314 14.3.3 Verklaringen van de depressieve stoornis 317 14.3.4 Beloop en indeling van de ernst van een depressieve stoornis 317 14.3.5 Bipolaire stoornis 318 14.3.6 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 319 14.3.7 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 320 14.3.8 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 321 14.3.9 Verschillen tussen jongens en meisjes 321 14.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 322 14.4.1 Culturele normen 322 14.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 323

14.5 Risico- en beschermende factoren 323 14.5.1 Risico- en beschermende factoren voor depressie en bipolaire stoornis 323 14.5.2 Stemmingsstoornissen als risico voor verdere ontwikkeling 329 14.6 Preventie en behandeling van depressie 330 14.6.1 Inleiding 330 14.6.2 Preventie 330 14.6.3 Behandeling 330 14.7 Hoofdstuk 14 in tien punten 333 Belangrijke begrippen 334 15 Eetstoornissen 335 15.1 Inleiding 335 15.2 Normale ontwikkeling van gewichtsgroei en lichaamsbeeld 336 15.3 Eetstoornissen 339 15.3.1 Inleiding 339 15.3.2 Vijf eetstoornissen 339 15.3.3 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 342 15.3.4 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 343 15.3.5 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 344 15.3.6 Verschillen tussen jongens en meisjes 346 15.4 Culturele en maatschappelijke invloeden 346 15.4.1 Culturele normen 346 15.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 347 15.5 Risico- en beschermende factoren 347 15.5.1 Risico- en beschermende factoren bij eetstoornissen 348 15.5.2 Eetstoornissen als risico voor verdere ontwikkeling 353 15.6 Preventie en behandeling van eetstoornissen 354 15.6.1 Inleiding 354 15.6.2 Preventie 354 15.6.3 Behandeling 356 15.7 Hoofdstuk 15 in tien punten 359 Belangrijke begrippen 360 16 Middelengebruik en middelenmisbruik 361 16.1 Inleiding 361 16.2 Normale ontwikkeling van middelengebruik 362 16.2.1 De adolescentie 362 16.2.2 Middelengebruik bij jongeren 363 16.3 Stoornis in middelengebruik en gokverslaving 368 16.3.1 Inleiding 368 16.3.2 Het vierfasenmodel 368 16.3.3 De stoornissen zoals omschreven in de dsm-5 369

16.3.4 Differentiaaldiagnose: waar lijkt het op? 16.3.5 Comorbiditeit: waarmee gaat het vaak samen? 16.3.6 Prevalentie: hoe vaak komt het voor? 16.3.7 Verschillen tussen jongens en meisjes 16.4.1 Culturele en maatschappelijke normen 374 16.4.2 Wisselwerking tussen ouderlijk handelen en kindgedrag 375 16.5 Risico- en beschermende factoren 375 16.5.1 Risico- en beschermende factoren voor stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis 375 16.5.2 De stoornis als risico voor verdere ontwikkeling 379 16.6 Preventie en behandeling van middelenmisbruik en verslaving 380 16.6.1 Inleiding 380 16.6.2 Preventie 381 16.6.3 Behandeling 382 16.7 Hoofdstuk 16 in tien punten 385 Belangrijke begrippen 386 Literatuur 387 Register 419 Over de auteurs 432 371 371 372 373 374 16.4 Culturele en maatschappelijke invloeden

1 Introductie We begrijpen ze vaak niet. De kinderen die panisch zijn voor de tandarts, wei- geren om naar school te gaan, om schijnbaar niets in huilen uitbarsten of om zich heen gaan meppen, of zichzelf uithongeren of beschadigen. Kinderen die klieren in de klas, steeds een leuk spelletje verstoren, of die amper een woord spreken en hysterisch worden wanneer de gebruikelijke route naar school niet gevolgd kan worden vanwege werkzaamheden aan de weg. Het zijn allemaal kinderen met psychische problemen waar zijzelf, en vaak ook hun omgeving, last van hebben. Wat is er met hen aan de hand? Hoe is dat zo gekomen? Hoe kunnen we hen helpen? In dit boek proberen we een antwoord te vinden op die vragen. Vanaf hoofdstuk 5 bespreken we verschillende psychische aandoeningen waar kin- deren aan kunnen lijden. We beschrijven steeds eerst de normale ontwikke- ling op een bepaald gebied, zoals slapen, zindelijk worden, leren spreken en schrijven. Daarna leggen we uit wat er misgaat als een kind een psychische stoornis heeft, en zetten we op een rijtje welke rol erfelijke factoren, opvoe- ding en andere omgevingsfactoren daarbij spelen. Vervolgens brengen we in kaart hoe stoornissen behandeld kunnen worden, en hoe opvoeding en om- geving kunnen worden ingezet om er op een goede manier mee om te gaan. Ook vertellen we hoe het kinderen met een bepaalde aandoening gemiddeld gezien vergaat. Ontwikkelingspsychopathologie Dit boek is geschreven vanuit het perspectief van de ontwikkelingspsycho- pathologie : de wetenschappelijke discipline die onderzoekt hoe psychische stoornissen ontstaan en zich ontwikkelen. (Ontwikkelings)psychopathologie is iets anders dan psychiatrie. De psy- chiatrie is een medische discipline die zich bezighoudt met onderzoek, diag- nose en behandeling van psychische stoornissen. Omdat zo veel verschillende factoren een rol spelen bij het ontstaan en het beloop van psychische stoornissen, gebruikt de ontwikkelingspsychopatho- logie de inzichten van verschillende disciplines:

1.1

17

1 ■ Introductie

■ ■ de ontwikkelingspsychologie (de normale ontwikkeling); ■ ■ de klinische psychologie (de afwijkende ontwikkeling); ■ ■ de pedagogie (de opvoeding); ■ ■ de kinderpsychiatrie (psychiatrische ziekten); ■ ■ de biologie (erfelijkheid en lichamelijke rijping); ■ ■ de sociologie (maatschappelijke processen); ■ ■ de antropologie (culturele normen en waarden); ■ ■ de epidemiologie (het vóórkomen van ziekten en stoornissen onder de be- volking). We spreken in dit boek over psychische stoornissen en niet over psychiatrische, omdat ‘psychiatrisch’ vaak in verband wordt gebracht met opnames in een in- stelling en het slikken van medicatie. Kinderen met psychische aandoeningen hebben op een aantal vlakken moeite om zich ‘normaal’ te gedragen, maar de meesten hoeven niet naar een kliniek en hoeven ook geen pillen te slikken. We zetten, net zoals in de vorige zin, ‘normaal’ vaak tussen aanhalingste- kens omdat we met elkaar afspreken wat normaal is: gedrag dat volgens de Nederlandse normen, waarden en verwachtingen niet te veel afwijkt van het gemiddelde. ‘Normaal’ is, anders gezegd, een tijd- en plaatsgebonden begrip. In andere tijden en andere landen wordt vaak anders over normaliteit ge- dacht dan hier en nu in Nederland. Voor het gemak gebruiken we meestal de begrippen ‘kinderen’ en ‘jonge- ren’. Soms zijn we specifieker, en hebben we het over baby’s (0-2 jaar), peu- ters (2-4 jaar), kleuters (4-6 jaar), de schoolleeftijd (6-12 jaar), pubers (11-13 jaar), jongeren of adolescenten (12 jaar en ouder). Hierna lichten we drie belangrijke thema’s uit de ontwikkelingspsychopatho- logie toe. 1 Vroeger en nu Iemands gedragsmogelijkheden worden in de loop van zijn leven complexer: een 17-jarige kan meer dan een 4-jarige (al kan hij misschien niet meer zo gemakkelijk een teen in zijn mond steken). Hoe ouder kinderen worden, hoe meer vaardigheden ze gaan beheersen. Zo worden hun impulsbeheersing en emotieregulatie beter, en gaan ze beter nadenken, plannen en de gevolgen van hun gedrag overzien. Bij het veranderen en complexer worden van hun gedrag spelen niet al- leen de actuele verwachtingen en eisen die aan hen worden gesteld een rol, maar ook vroegere ervaringen. De jongen die op de basisschool is gepest, zal op de middelbare school een vriendelijk bedoeld plagerijtje eerder negatief interpreteren dan de jongen die altijd veel plezier heeft gemaakt met zijn klas- genoten. Wordt de gepeste niet meer gepest, of leert hij dat niet al het pesten als pesten bedoeld is maar ook een plaagstootje kan zijn, dan kan hij anders terugkijken op zijn verleden. Herinneringen beïnvloeden namelijk de waar- dering van bepaalde ervaringen, maar andersom beïnvloeden ervaringen ook

18

1.1 ■ Ontwikkelingspsychopathologie

weer herinneringen: het is een in principe eindeloze wisselwerking. Zo kan een jong kind nog niet alle factoren overzien die het gedrag van zijn ouder(s) beïnvloeden. Als 5-jarige kan hij teleurgesteld zijn over het sinterklaascadeau dat hij minder vindt dan wat zijn vriendjes krijgen. Maar als 18-jarige kan hij trots zijn op zijn ouders, omdat hij weet dat zij ondanks hun armoede altijd goed voor hem hebben gezorgd. Hulpverleners kunnen daarvan gebruikma- ken door mensen een andere kijk op hun verleden aan te reiken.

Actuele ervaringen

Geschiedenis (ervaringen uit het verleden)

Figuur 1.1 Geschiedenis beïnvloedt ervaringen en ervaringen beïnvloeden de geschiedenis In dit boek nemen we de theorie van de ontwikkelingsopgaven als uitgangs- punt om de ontwikkeling van kinderen en jongeren te beschrijven. Het gaat daarbij om leeftijdsfasegebonden ‘opgaven’ zoals een veilige gehechtheid met de ouders en het leren omgaan met leeftijdgenoten. Daarvoor zijn bepaalde vaardigheden nodig. Heeft een kind die niet (goed) ontwikkeld, dan kan dat later tot problemen leiden. Of het lukt om die ontwikkelingsopgaven tot een goed einde te brengen hangt natuurlijk niet alleen van het kind af – zeker niet bij jonge kinderen. Ook de opvoedingsvaardigheden van de ouders, nodig voor het uitvoeren van wat we hun opvoedingstaken noemen, zijn belangrijk (zie hoofdstuk 3). 2 Een dynamisch gezichtspunt Wie ‘ontwikkeling’ benadrukt, zegt daarmee ook dat je afwijkend gedrag of een psychische stoornis niet wel of niet hebt, maar dat je er in wisselende mate en onder verschillende omstandigheden meer of minder last van hebt. Ook kan gedrag dat in een bepaalde leeftijdsfase normaal is, op latere leef- tijd abnormaal worden. We vinden het bijvoorbeeld normaal als een 1-jarige bang is om van zijn ouders te worden gescheiden, maar we vinden het abnor- maal als een 10-jarige moord en brand schreeuwt als hij zijn moeder in de supermarkt even niet ziet. Omgekeerd vinden we een 1-jarige zonder schei-

19

1 ■ Introductie

dingsangst ook abnormaal, iets wat kan voorkomen bij kinderen met autisme (zie hoofdstuk 8). Of we gedrag normaal of wenselijk vinden, hangt dus samen met de ont- wikkelingsopgaven die een kind op een bepaalde leeftijd heeft. 3 Een uniek individu met unieke ervaringen Verschillende factoren beïnvloeden op verschillende momenten zowel het ontstaan als het beloop van gedrag (Cicchetti, 2006). Het gaat dan om: A kindgebonden factoren zoals sekse, leeftijd, intelligentie en impulsbeheer- sing; B ouder- en gezinsgebonden factoren zoals opleiding, inkomen, opvoedings- vaardigheden en (lichamelijke en geestelijke) gezondheid; C maatschappij- en omgevingsgebonden factoren zoals sociale (on)gelijk- heid, welvaart, onderwijs, televisie en sociale media, culturele normen en waarden. Alles heeft invloed – dat klinkt als een open deur. Maar niet alles heeft bij iedereen invloed, en bovendien is die invloed niet bij iedereen even groot. Hoe ernstig een stoornis wordt en hoe sterk een kind en/of zijn omgeving eronder lijden, is afhankelijk van verschillende factoren. Het gaat dan om de levensfase waarin kinderen iets negatiefs meemaken, de intensiteit van die ervaring, de mate waarin er mensen waren om hen te steunen of juist niet, en de (compenserende) vaardigheden die ze zelf hebben kunnen ontwikkelen om met hun aandoening om te gaan. Kinderen en jongeren zijn unieke individuen met unieke ervaringen. Een psychische stoornis kan het leven van mensen enorm tekenen, maar toch is dat nooit het enige. Ze doen ook altijd nog andere ervaringen op. Daarom heb- ben we het in dit boek niet over ‘adhd’ers’ of ‘autisten’, maar over kinderen met adhd of autisme. 1.2 Opbouw van het boek Na dit inleidende hoofdstuk komt in hoofdstuk 2 het classificeren (herkennen en onderscheiden) en het diagnosticeren (verklaren van het ontstaan van psy- chische stoornissen) aan de orde. In hoofdstuk 3 bespreken we een aantal belangrijke theoretische uitgangs- punten van dit boek die het mogelijk maken de verschillende invloeden op het gedrag van het kind te structureren en te begrijpen. Hoofdstuk 4 gaat over de prenatale ontwikkeling van het kind en de fac- toren die daarbij een rol spelen, zoals de leefstijl van de ouders. We beste- den aandacht aan de erfelijke voorbereiding van gedrag: de manier waarop ie- mands erfelijke aanleg onder invloed van omgevingsfactoren tot uitdrukking komt (Diekstra, 2003). Ook komt de prenatale programmering aan de orde:

20

Made with