Dineke Behrend en Marlies Jellema - Muzisch-agogische methodiek

u i t g e v e r ij

c

c o u t i n h o

Muzisch-agogische methodiek

Muzisch-agogische methodiek

Muzisch interveniëren in het sociaal werk

Dineke Behrend Marlies Jellema

Zesde, herziene druk

c u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

bussum 2015

© 1996/2015 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd ge- gevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektro- nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toege- staan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk ver- schuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductie- rechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 1996 Zesde, herziene druk 2015

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag en tekeningen binnenwerk: Buro Brouns, Utrecht

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0454 1 NUR 740

Voorwoord

IN DE EENENTWINTIGSTE EEUW STAAN WIJ OP DE SCHOUDERS van reuzen. Wat wij weten, wat wij kunnen, wat wij creëren en hoe wij leven is te danken aan al het voorwerk dat onze voorouders hebben verricht. Dankzij het lef en de ideeën van wetenschappers, het doorzettingsvermogen van idea- listen en het urenlang experimenteren van vele vastberaden individuen heeft onze maatschappij de huidige status quo bereikt. De kleine stappen die wij verder zetten, bouwen hierop voort. Ook dit boek staat op de schouders van reuzen. De eerste publicaties over muzisch-agogische methodiek stonden op een hoge stapel readers, leesmap- pen, intentieverklaringen en studieprofielen. Aan de schrijvers daarvan voe- len wij ons dan ook in hoge mate schatplichtig. Toen het boek eenmaal be- stond, is het in interactie met anderen verder ontwikkeld enmeegegroeidmet wat er in de maatschappij, het onderwijs en het sociaal werk is gebeurd. Dit boek is een samenvatting van allerlei grote en kleine inspirerende momenten met studenten, docenten, hoogleraren, vrienden en collega’s. Dit boek is bedoeld voor aankomende professionals in sociale beroepen die op een doelgerichte en methodische wijze met mensen willen werken. Dat geldt bijvoorbeeld voor professionals in het maatschappelijk werk, de peda- gogiek, de cultureel-maatschappelijke vorming, de verpleegkunde, de soci- aal-pedagogische hulpverlening en het pedagogisch management kinder- opvang. We gebruiken in dit boek voor de leesbaarheid de term social work , letterlijk vertaald sociaal werk. Muzisch-agogisch werken is een essentieel on- derdeel van deze beroepen. Muzisch kunnen interveniëren is ook een meer- waarde voor andere beroepen waarbij op een professionele en doelgerichte wijze met mensen wordt gewerkt. In het (basis)onderwijs kom je eveneens geregeld situaties tegen waarin pedagogische of agogische interventies wen- selijk zijn. Daarnaast zijn er specialismen, zoals creatieve therapie, psycho- motorische therapie, dramatherapie en kinderoefentherapie, die incidenteel baat hebben bij een agogische interventie met een ander middel dan binnen het specialisme valt.

In sociale beroepen probeer je hetzij (een deel van) een ongewenste situatie te veranderen, hetzij je cliënt zo te veranderen dat hij met die situatie kan omgaan. Daarbij staat de hulpvraag van de cliënt centraal. Je probeert dus als hulpverlener de hulp te geven waar de cliënt om vraagt. Alles wat je doet, doe je in overleg met en met instemming van de cliënt. Deze zesde, herziene druk van Muzisch-agogische methodiek speelt in op re- cente maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in het werkgebied van zorg en welzijn, ofwel de sociale sector. Veel sociale en maatschappelijke organisaties noemen deze tijd de tijd van transitie of kanteling. Onze wereld verandert door razendsnelle technologische en maatschappelijke ontwik- kelingen. De visie op het professioneel werken met mensen verandert daar- door. Van de huidige professional wordt een andere houding gevraagd, en hij heeft andere vaardigheden nodig dan voorheen. De sociale studies en de mu- zisch-agogische methodiek bereiden voor op het werk en bewegen mee met de hiervoor genoemde ontwikkelingen. We richten ons in dit boek op het ontwikkelen van een stevige beroepsidenti- teit, waarbij 21st century skills centraal staan, en op heldere methodische theo- rie en kapstokken die gebruikt kunnen worden binnen social work en andere sociale beroepen waarin de interactie met mensen centraal staat. We betrekken de uitgangspunten van Welzijn Nieuwe Stijl (Wmo) bij de methodiek. Vanuit de achterliggende gedachte van ‘een leven lang leren’ is het boek geschikt voor studenten, zowel voor beginners als studenten op ba- chelorniveau, maar ook voor professionals in zorg en welzijn. Het boek stimuleert de lezer om een creatieve beroepshouding te ontwikke- len en laat hem kennismaken met de muzisch-agogische methodiek. Creatie- ve vorming is onderdeel van de basishouding van de professional. In hoofd- stuk 1 wordt aandacht besteed aan de vorming van de creatieve professional. In verband hiermee krijgt de lezer in dit hoofdstuk ook een aantal reflec- tieve opdrachten voorgelegd. De andere verwerkingsopdrachten en vragen zijn voor elk hoofdstuk afzonderlijk geformuleerd in hoofdstuk 6. In hoofd- stuk 2 gaan we in op de fundamenten van het muzisch-agogisch werken, in hoofdstuk 3 zijn de methodische en agogische aspecten nader toegelicht en in hoofdstuk 4 zijn deze concreet en toepasbaar uitgewerkt. Hoofdstuk 5 richt zich op muzisch-agogisch werken op meso- en macroniveau. Het laatste hoofdstuk, hoofdstuk 7, beschrijft een aantal casussen waarbij muzisch-ago-

gisch gewerkt wordt of die als dusdanig uitgewerkt kunnen worden. In de bij- lage is een opsomming van manieren van muzisch werken per aandachtsge- bied opgenomen. In deze tijd past een stijl waarin er veel ruimte is voor het inzetten van de ei- gen creativiteit en innovativiteit. Het boek wil inspirerend en inzichtgevend zijn, niet voorschrijvend. In het boek vindt de lezer daarom vertrouwde prak- tijkgerichte beschrijvingen, vele voorbeelden en een toepasbare uitwerking van de muzisch-agogische methodiek. Er is een verbinding gemaakt met andere opleidingsvakken uit sociale stu- dies, zoals motiverende gespreksvoering, supervisie, reflectie en sociale-in- terventiekunde, en met theorieën uit de sociale wetenschappen. Daarnaast is er gebruikgemaakt van modellen of kapstokken vanuit de vaktherapieën, vertaald naar agogiek als sociale-interventiemodel. Voor deze laatste druk bedanken wij in het bijzonder Suzan Huijbers, Ruth van Lenthe, Kike de Jong, David Huntink en Ineke Vlasman voor hun waar- devolle en inspirerende feedback.

Dineke Behrend en Marlies Jellema mei 2015

Creativiteit vraagt moed. Henri Matisse

Inhoud

Inleiding 13

1

Uitgangspunten 19

1.1 Mensbeeld 21 1.2 Beleving van creativiteit 25 1.3 Meervoudige intelligentie 28 1.4 Veranderingsprocessen 29 1.5 Agogiek 33 1.6 Beroepshouding en beroepsprofiel 38 1.6.1 Professionaliteit 39 1.6.2 Toekomst 40 1.6.3 Beroepshouding 43

2 Fundamenten 49

2.1 Muzisch 49 2.2 Mechanismen 57 2.3 Manieren van muzisch werken 59 2.4 Appèlwaarden 61 2.5 Optimal arousal en flow 68

3 Muzisch-agogisch handelen 73

3.1 Observatie en analyse 73 3.2 Richtlijnen voor stapsgewijze analyse 74 3.3 Muzisch interveniëren 81

3.4 Agogisch handelen 82 3.4.1 Doelgericht 82 3.4.2 Bewust 87

3.4.3 Systematisch 88 3.4.4 Procesmatig 88

3.5 Hulpvraag 89 3.6 Muzisch-agogisch handelen in de praktijk 93

4 De voorbereiding van een muzische activiteit 99

4.1 Eigen ervaring met muzisch werken 99 4.2 Weerstanden 101 4.3 Structureren 103

4.3.1 Normen en structuren 106 4.3.2 Hanteren van structuren 107

4.4 Werkklimaat 110 4.5 Begeleidingshouding 114 4.6 Voorbereidingsmodel 122

5 Muzisch-agogisch werken op meso- en macroniveau 135

5.1 Visieontwikkeling 136 5.2 Methodiek 137 5.3 Planmatig werken 139 5.4 Muzisch-agogisch samenwerken 142

5.4.1 Vormen van overleg en begeleiding 143 5.4.2 Teamontwikkeling 148 5.4.3 Muzisch-agogisch handelingsplan binnen teams 151

6 Verwerkingsopdrachten en vragen 153

6.1 Opdrachten en vragen bij hoofdstuk 1, ‘Uitgangspunten’ 153 6.1.1 Reflectieve vragen over creativiteit 153 6.1.2 Opdrachten ter bevordering van de persoonlijke en professionele creatieve vorming 154

6.2 Opdrachten en vragen bij hoofdstuk 2, ‘Fundamenten’ 157 6.2.1 Muzische activiteiten 157 6.2.2 Doelgericht werken 158 6.2.3 3RCE 158 6.2.4 Appèlwaarden 159 6.2.5 Flow en optimal arousal 159 6.3 Opdrachten en vragen bij hoofdstuk 3, ‘Muzisch-agogisch handelen’ 160 6.3.1 Ontwikkelingsgebieden 160 6.3.2 Doelen formuleren 161 6.4 Opdrachten bij hoofdstuk 4, ‘De voorbereiding van een muzische activiteit’ 161 6.4.1 Begeleidingshouding 161 6.4.2 Opdrachten aan de hand van casuïstiek bij de hoofdstukken 3 en 4 161 6.5 Opdrachten bij hoofdstuk 5, ‘Muzisch-agogisch werken op meso- en macroniveau’ 167

7 Voorbeelden van muzisch-agogisch werken 171

7.1 Casus Wim, 30 jaar, revalidatie 171 7.1.1 Aanvullende informatie 172

7.1.2 Hulpvraag en visie op hulpverlening 175 7.1.3 Agogisch plan 176 7.1.4 Muzisch-agogisch activiteitenplan 178 7.2 Casus Ayhan, 17 jaar, justitieel 185 7.3 Casus Maaike, 9 jaar, jeugd en gezin 187 7.4 Casus Mark, 14 jaar, diagnostiek en de wijk 188

Bijlage: overzicht van aandachtsgebieden 190

Literatuur 195

Register 198

Logica brengt je van A naar B , verbeelding brengt je overal. Albert Einstein

Inleiding

Melle is een knul van 5 jaar die sinds kort naar een medisch kleuterdagverblijf gaat. Op een ochtend botst een groepsgenootje tegen Melle aan, waardoor die valt. De schade en de pijn vallen enorm mee, maar Melle huilt hartverscheurend en eist dat hij naar huis mag. Als hem verteld wordt dat dat niet gaat, lopen zijn emoties nog hoger op en vervalt hij in een dramatische huilbui waar geen eind aan lijkt te komen. Jantine, een van de leidsters, probeert hem te troosten. In eer- ste instantie spreekt ze Melle streng toe. Als dat niet werkt, probeert ze hem met argumenten redelijk te benaderen, maar ook dat helpt niet. Dan zegt ze: ‘Ken jij eigenlijk het verhaal van Kleine Beer?’ Melle kijkt wat wantrouwend, maar is duide- lijk geïnteresseerd. Jantine begint te vertellen, Melle luistert en vergeet zijn boos- heid en verdriet. Bij leefgroep De Berk, voor jongeren met gedragsproblemen, wordt na het eten altijd buiten gevoetbald met iedereen die zijn huiswerk af heeft. De jongeren raken zo hun energie kwijt en komen mentaal tot rust door de buitenlucht en de afwis- seling van prikkels van de natuur. Daarnaast oefenen ze met samenwerken, samen een doel bereiken en omgaan met de gevoelens die bij verliezen horen. In een grote stad heeft het jongerenwerk kunstenaars en kinderen van 10 tot 15 jaar uit een wijk samengebracht om gezamenlijk een fietstunnel op te knappen. De kunstenaars helpen de kinderen om hun ontwerp op de wanden van de tunnel te schilderen. De gemeente financiert het project, dat is bedoeld om de veilig- heidsbeleving van alle inwoners van de stad te vergroten. De kinderen genieten zichtbaar van de activiteit, leren elkaar kennen en zijn bijzonder trots op hun eigen fietstunnel in hun eigen wijk. Een ggz-agoog begeleidt een echtpaar waarbij sprake is van huiselijk geweld. De man en de vrouw krijgen de opdracht om gezamenlijk met al het aanwezige ma- teriaal een zo hoog mogelijke toren te bouwen. Door middel van een bodyscan en lichaamsgerichte oefeningen leren de echtelieden tijdens het samenwerken bij zichzelf en elkaar gevoelens van boosheid te signaleren en naar elkaar uit te spre- ken, waardoor de spanningen tussen hen minder hoog oplopen.

13

Muzisch-agogische methodiek

In de gemeenschappelijke ruimte van een woonvorm voor een groep demente- rende ouderen wordt muziek opgezet om associaties met een vertrouwd verleden op te roepen. De ouderen worden zichtbaar meer ontspannen dankzij de muziek uit hun jeugd. IN DEZE VIJF VOORBEELDEN IS SPRAKE VAN EEN CREATIEVE, ervaringsgerichte of belevingsgerichte benaderingswijze van social work (zie hoofdstuk 2). Wanneer deze benaderingswijze doelgericht wordt ingezet in een professionele agogische context, spreken we vanmuzische interventies of van muzisch-agogische methodiek. Dit boek laat zien hoe muzische interventies kunnen worden toegepast in het werkveld van sociale beroepen, bijvoorbeeld door de social worker, de jeugd- zorgwerker en de ggz-agoog. De opleidingen voor deze beroepen, waarin het professioneel en doelgericht werken met mensen centraal staat, vallen veelal onder het domein gezondheid en welzijn en maken gebruik van het theore- tisch fundament van de sociale wetenschappen. We beschrijven een ontwerp voor het professioneel en doelgericht inzetten van muzische interventies. De theorie van het muzisch interveniëren leer je toepassen in de praktijk en kun je oefenen aan de hand van casussen, in stages tijdens je opleiding en in je loopbaan daarna. Door te reflecteren op de erva- ringen die je opdoet naar aanleiding van deze theorie, ontwikkel je je eigen deskundigheid in het muzisch interveniëren. De modellen in dit boek zijn dan ook bedoeld als kapstok en hulpmiddel. Elk model brengt het risico met zich mee dat het een keurslijf wordt. Wanneer dat voor jou sterk zo voelt of irritaties oproept, scheur de betreffende pagina dan desnoods uit het boek. De context van je werk, je professionele persoonlijkheid, de problematiek van je cliënten en hun mogelijkheden bepalen, naast jouw expertise als pro- fessional, de keuze van het middel en de werkwijze. Dat houdt in dat je soms met middelen werkt die je persoonlijk niet zo aanspreken, maar die wel aan- sluiten bij de doelgroep en het moment. Je kunt muzische middelen benutten tijdens kleine dagelijkse momenten, zoals in een crisisopvang bij een 6-jarig jongetje dat weerstand laat zien bij het tandenpoetsen. Misschien durft hij aan een handpop wel te vertellen dat het poetsen thuis hardhandig ging en pijn deed. De handpop helpt hem over zijn angst heen door samen te poetsen. Ook bij grote projecten kunnen muzische

14

Inleiding

middelen nuttig zijn, zoals bij een training buitensport waarbij de deelnemers oefenen met sociale vaardigheden. Om tot muzisch interveniëren te komen ofwel muzisch-agogisch te werken, zijn naast kennis en durf meerdere basisvaardigheden van belang. Verschil- lende van die vaardigheden liggen waarschijnlijk dicht bij je natuur of eerder ontwikkelde vaardigheden, maar ook de andere vaardigheden kun je ontwik- kelen. In dit boek gaan we in op de mogelijkheden daartoe. Daarnaast lees je welke mogelijkheden middelen zoals bewegen, beel- dend, muziek, taalexpressie of drama bieden bij interventies en hoe je met zo’n middel een agogisch doel kunt bereiken. Muzische (creatieve) vakken zoals muziek, drama, beeldend, bewegingsagogiek en taalexpressie hebben afzonderlijk veel te bieden, maar maken deel uit van een groter geheel: het muzisch interveniëren of muzisch-agogisch werken . Dit geheel bestaat uit crea- tieve, expressieve, kunstzinnige en ervaringsgerichte activiteiten (zie hoofd- stuk 2). Muzische vakken opereren niet in een vacuüm, maar reiken middelen aan waarmee professionals behandeling, hulpverlening, training, coaching en begeleiding vorm en inhoud kunnen geven. De professional die doelgericht met mensen werkt, maakt daarbij voortdurend afwegingen om tot de effec- tiefste interventie te komen binnen het ontwikkelingsproces van de cliënt. Gespreksvoering en muzisch interveniëren en andere methodieken wisselen elkaar daarbij af en vullen elkaar aan. Werken met creatieve, expressieve en ervaringsgerichte middelen als drama, beeldend of bewegen is mogelijk op vier niveaus (Van der Ploeg, 2011):

ӹӹ recreatief ӹӹ vormend ӹӹ agogisch ӹӹ therapeutisch

Dit boek richt zich met name op het agogisch niveau, waarbij het aanzetten tot verandering het doel is van de professional. Waar relevant worden ook het vormend en het therapeutisch niveau behandeld. Voor het niveau recrea- tief werken is dit boek niet bedoeld; hiervoor zijn uitstekende andere boeken te vinden. De professional met een bachelordiploma werkt voornamelijk op agogisch niveau. Door middel van specifieke trainingen en workshops kan

15

Muzisch-agogische methodiek

een bacheloragoog zich specialiseren in therapeutische technieken op een specifiek vlak. In Nederland kennen we vaktherapieën die zich richten op de specifieke therapeutische mogelijkheden van afzonderlijke disciplines, zoals creatieve therapie, danstherapie, psychomotorische therapie of dramathera- pie. Muzische vaardigheden maken deel uit van je beroepshouding. Tijdens je opleiding breid je de vaardigheden uit die je al hebt, en leer je ze op een pro- fessionele en doelgerichte manier toe te passen. Dit boek is bedoeld om je te ondersteunen bij het leren bewust en doelgericht muzisch te interveniëren. Bij een aantal opleidingen wordt het muzisch werken zeer expliciet ge- oefend, in trainingen en bijvoorbeeld aan de hand van casussen of stageop- drachten. Dat kan onnatuurlijk overkomen: een casus is geen realiteit, een stageopdracht lijkt geforceerd. Het is echter niet haalbaar en wenselijk om de doelgroep alle lesuren te gebruiken als ‘trainingsmateriaal’. De oefeningen werken als simulator, ze helpen bij het verwerven van vaardigheden. Je wilt natuurlijk meer dan oefenen in een lessituatie. Pas in je stage krijg je de kans om te experimenteren in de praktijk; dan gaat het muzisch werken deel uit- maken van je grondhouding. Dit boek geeft handreikingen voor het muzisch interveniëren in de praktijk. Ons uitgangspunt is dat ieder mens een creatief wezen is. De mate waarin mensen hun creativiteit kunnen inzetten, heeft veel te maken met omgevings- factoren, ervaring en vertrouwen. Met dit boek kun je je eigen creativiteit en inventiviteit trainen. Verder kun je je diversiteit in denken en je probleemop- lossend vermogen vergroten. Ook jij bent een creatief persoon en dit boek heeft als doel je te leren om je creativiteit in te zetten voor het bedenken van doelgerichte professionele interventies. Je werkt hiermee aan je persoonlijke professionele basishouding (beroepshouding), waarvan creativiteit een be- langrijk onderdeel is. Daarnaast leer je doelgericht en methodisch werken. Door met de theorie te werken in de praktijk en tijdens je lessen ontwikkel je je analyserend en methodisch vermogen, wat betekent dat je kunt inschatten wat de situatie vraagt en hoe je je doel kunt bereiken. Hierbij gebruik je ook de kennis die je opdoet bij andere vakken, zoals psychologie en sociologie, en andere vaardigheden waarin je je voor je opleiding oefent, zoals gespreks­ technieken.

16

Inleiding

Kortom: lees en bekijk kritisch wat je nodig hebt uit dit boek. Het boek van voor naar achter lezen hoeft wat ons betreft niet; je kunt ook alleen de hoofd- stukken lezen die je nodig hebt of die je aanspreken. Alleen de schema’s bekij- ken mag ook. Je mag ook achterin beginnen, alleen de oneven pagina’s lezen of het boek op zijn kop lezen. En ben je het ergens echt niet mee eens, dan streep je het gewoon door. Hoewel in de agogische sector veel meer vrouwen dan mannen werkzaam zijn, hebben we na beraad toch de mannelijke vorm gekozen, omdat dit nu eenmaal in studieboeken de meest gebruikte vorm is. Dit geldt ook voor de ‘cliënten’. Iedereen wordt uitgenodigd om op de plaats waar ‘hij’ staat ‘zij’ te lezen.’ De schema’s in dit boek zijn bedoeld als middel om te oefenen. Kijk wat voor jou werkt, wat past bij je leerstijl en wat je prettig vindt. Concreet kan dat be- tekenen dat je eerst oefent met uitgebreide schema’s, zoals je die in hoofdstuk 3 en 4 tegenkomt, waardoor je als afgestudeerd professional veel sneller en bijna intuïtief muzisch-agogisch werkt. Het is ook mogelijk dat je nu intuïtief werkt en dat je de schema’s bij je stage gebruikt om aan te tonen dat je mu- zisch-agogische middelen professioneel en doordacht inzet. Uiteindelijk is het net als met autorijden: je denkt na verloop van tijd niet altijd meer over alle stappen en handelingen na en je kunt en durft steeds meer te improviseren. Een derdejaarsstudent kon aan het eind van haar stage- jaar dan ook zeggen: ‘Muzisch interveniëren gaat automatisch.’ Je vermogen in dit opzicht ontwikkelt zich door reflectie op wat werkt en wat niet, welke activiteiten aanslaan en wat voor resultaten je ermee behaalt. Door die re- flectie ontwikkel je een nieuwe activiteit niet alleen voor die ene cliënt, maar wordt deze een middel dat je later ook kunt inzetten voor andere cliënten. Zo bouw je een breed arsenaal aan muzische middelen op. Dit boek wordt logischerwijs vaak ingezet bij specifieke trainingsvakken (methodiek) gericht op het ontwikkelen van muzische en methodische vaardigheden en bij vakken waar de creatieve basishouding van de professi- onal wordt ontwikkeld. Ook bij vakken die zich richten op je ontwikkeling als professional, zoals bij sommige bachelors studieloopbaanbegeleiding of coaching, en bijvoorbeeld bij vakken die zich richten op reflectievaardighe- den, is het boek behulpzaam. Met dit boek kan verder goed gewerkt worden in de stages en de voorbereiding daarop. Aan de hand van de theorie en het

17

Muzisch-agogische methodiek

voorbereidingsmodel kan een opzet voor activiteiten gemaakt worden. Acti- viteitenplannen, zoals die in een dagdeelstage of blokstage gebruikt worden, kunnen met behulp van het voorbereidingsmodel geëvalueerd worden. In de jaarstage kunnen handelingsplannen opgezet en geëvalueerd worden aan de hand van het model.

18

1 Uitgangspunten

DE MENS IS EEN CREATIEF EN CREËREND WEZEN: DEZE MENSVISIE is het uitgangspunt van dit boek. De reuzen die we noemden in de inleiding zijn allen mensen geweest die iets nieuws hebben bedacht, die een idee had- den om iets op een andere, betere manier aan te pakken. Ze hebben mogelijk- heden gezien. Zij hebben geëxperimenteerd, fouten gemaakt, doorgezet en opnieuw geprobeerd. Ze zijn creatief en inventief geweest. ‘Creativiteit is de grootste gave van de menselijk intelligentie’, schrijft Ken Robinson, hoogleraar op het gebied van creativiteit, cultuur en onderwijs (Robinson, 2013). Hij stelt dat we in een steeds complexere wereld leven, waarin het belang van creativiteit toeneemt. Creativiteit is van grote invloed op ons welzijn: ‘De relatie tussen denken en voelen ligt in de kern van het cre- atieve proces, op alle gebieden.’ In gezondheid en welzijn neemt het voelen een belangrijke plaats in. Problemen uiten zich vaak in emotie en in gedrag dat gevoed wordt door emotie. Als professional in de sociale sector kun je daar niet omheen. Creativiteit beïnvloedt de menselijke beleving en is derhal- ve een onmisbare tool in ons werk. Creatief werken is een proces waarbij denken, voelen en handelen samenko- men. Het innerlijke proces ontstaat uit gedachten en emoties – een moment van verbeelding, een behoefte, een verwondering. Vanuit een gevoel ontstaat een gedachte, een beeld of een idee. Creativiteit heeft te maken met emoties en onbewuste processen die concreet kunnen worden gemaakt. Het creatief proces is een interactief proces: als we ons ontspannen voelen, komenwe vaak tot meer ideeën, en ook als we geïnspireerd worden door onze omgeving, borrelt er meer op. Hoogleraar Mihaly Csikszentmihalyi heeft na langdurig onderzoek naar welzijn het begrip flow geïntroduceerd, dat een state of mind weergeeft waarbij men zich goed, ontspannen en alert voelt, volledig opgaat

19

1

Uitgangspunten

in de activiteit en creatief en vaak doelgericht bezig is. Mensen die gedurende hun dagelijkse bezigheden meer flow ervaren, blijken gelukkiger en gezonder te zijn dan mensen die minder flow ervaren (Csikszentmihalyi, 2011). Creativiteit hangt onomstotelijk samen met ons welzijn: als we ons goed voelen, zijn we creatiever en als we creatief (kunnen en durven) zijn, voelen we ons goed. We ervaren de flow van het proces en de successen en trots van het resultaat, terwijl de hindernissen en frustraties in het proces ons helpen groeien als we ze kunnen verwerken. Zelfontplooiing en zelfexpressie dragen bij aan ons welzijn en onze ontwikkeling en zijn nodig om autonomie te ont- wikkelen en te behouden. De mens is een communicatief wezen dat creativiteit gebruikt om zich te la- ten zien aan de wereld. Als soort heeft de mens de unieke behoefte om zich te uiten. Om te communiceren is het noodzakelijk emoties te uiten. Mensen zijn expressief en dat zien we terug in hun omgeving – van rotstekening tot toneelstuk, van muziek tot schilderijen, van Instagram tot dans. De manier waarop je jezelf creatief uit, je wijze van communiceren, je eigen unieke keu- zes die je daarin maakt, bepalen gedeeltelijk je identiteit. Met de recente technologische ontwikkelingen zien we de creatieve mo- gelijkheden en uitingen van mensen floreren, zoals op Pinterest, Tumblr en YouTube. Het delen met en inspireren van elkaar is nog nooit zo eenvoudig en grenzeloos geweest. Ook in het social work zien we de invloed van de technologie terug, bijvoor- beeld met de opkomst van de online hulpverlening (e-coaching, e-hulp) en van digitale tools als apps met een timer om kinderen te helpen hun taken te structureren, een ‘eetmeter’ om inzicht te krijgen in wat je allemaal binnen- krijgt en de app ‘Verbeter je leven in één app’ om te leren positief te denken. Er komen voortdurend nieuwe trainingen, methoden en producten op de markt, waarvan sommige zeer effectief blijken te zijn. Dit zijn allemaal voor- beelden van creatieve en innovatieve initiatieven die ons werk beïnvloeden en verbeteren. De mens is een creatief wezen. Creativiteit heeft een functie in het vormgeven van het eigen bestaan. De mens gebruikt creativiteit om zich al communicerend te laten zien aan de wereld.

20

1.1 Mensbeeld

Werken met mensen vraagt voortdurende unieke, persoonlijke en aangepaste oplossingen. Iedereen is uniek en elke interactie is dan ook een unieke inter- actie. Elke grote en kleine innovatie heeft haar oorsprong in een creatief pro- ces. Elke verandering in een leven, elke aanpassing aan een nieuwe situatie en elke oplossing voor een probleem doet een beroep op ons creatief vermogen. In het werken met mensen dat gericht is op verandering, zoals in sociale be- roepen, kunnen we dan ook niet zonder. Zich verwonderen is menselijk en leuk. Probeer het volgende maar eens: maak verschillende foto’s van wat je ziet als je naar boven kijkt. Of maak een aantal foto’s van momenten waar je blij van wordt en van momenten waarover je je verwondert. De manier waarop jij als professional mensen tegemoet treedt, waarop je mensen behandelt en dus waarop je hulp verleent of begeleiding geeft, heeft te maken met jouw visie op mens en maatschappij. Een keuze voor een muzi- sche interventie, waarbij je creatieve middelen gebruikt, heeft dan ook direct te maken met de manier waarop je naar mensen kijkt – met je eigen mens- beeld. Wat is jouw mensbeeld? Dat beschrijven is soms lastig. Als het niet goed lukt, kun je in plaats van woorden te gebruiken ook een kunstwerk zoeken dat aansluit bij jouw mensbeeld, of jouw mensbeeld zelf verbeelden: hoe kijk jij tegen mensen aan? De mens is onlosmakelijk verbonden met creativiteit, en andersom is creati- viteit een unieke menselijke eigenschap. Het woord creativiteit is afgeleid van het Latijnse creare , dat ‘scheppen’ betekent. Scheppen, iets nieuws maken, kan inhouden dat je iets maakt wat nog nooit eerder gemaakt is of dat je een variatie maakt op iets bestaands zodat dat beter bij jou past of beter aansluit op wat nodig is. Dit proces, dat je dagelijks meermalen toepast, is iets heel bijzonders. Creativiteit en het vermogen tot innovatie maken onze ontwikke- ling mogelijk, stellen ons in staat om te creëren en geven ons het aanpassings- vermogen dat ons als individu en als soort in stand houdt. Mensbeeld

O O 1.1

21

1

Uitgangspunten

Mensen kunnen mogelijkheden zien, ondernemen, dromen, ontwerpen en plannen maken, en daarover communiceren met anderen. Mensen kunnen hun plannen en dromen proberen te realiseren, samen of alleen. Ze kunnen vervolgens verbeteringen doorvoeren of accepteren dat iets niet volgens plan werkt. De mens heeft in die zin altijd de vrijheid om zijn leven naar eigen in- zicht vorm te geven. Dit vraagt voortdurende afwegingen en keuzes en brengt de verantwoordelijkheid met zich mee om deze afwegingen en keuzes in har- monie met de omgeving te maken. Elke ontwikkeling – of het nu gaat om de eerste pijl-en-boog, de nieuwste iPhone of een alternatieve behandelmethode voor verslaafden – komt voort uit een behoefte of ideaal, is begonnen met een idee, gegroeid tot een ont- werp en uiteindelijk – waarschijnlijk na veel experimenteren, falen en volhar- dend doorzetten – geworden tot een product. Dat kan een tastbaar product zijn, maar ook een training sociale vaardigheden of een andere interventie. Als je dat proces begeleidt, lever je een (professionele) dienst. Uiteraard kennen we opvallende ontwerpers, kunstenaars en muzikanten met veel gevoel voor esthetiek, en zijn er vakmensen met unieke ambachtelij- ke en technische vaardigheden die van hun vaardigheden hun beroep hebben gemaakt. Hun creativiteit valt meer op, maar elke sociale professional is crea- tief. Het creatief proces zegt niet altijd wat over het product. Een uiterst crea- tief proces kan een uiterst onfunctioneel, oninteressant of ondergewaardeerd product voortbrengen. Van Gogh werd in zijn tijd niet gewaardeerd, maar wordt nu juist geroemd om zijn creatieve en kunstzinnige producten. Het creatief proces en het resultaat daarvan worden beïnvloed door ruim- te, (zelf)vertrouwen en omgeving. De persoon die zijn eigen gedachten en ideeën in een vroeg stadium afkeurt, komt niet ver, en een omgeving die zich vooral richt op de eisen is dodelijk voor het creatieve proces. Het al of niet gewaardeerd worden van zijn kunst had gelukkig geen invloed op het interne proces bij Van Gogh. Het uiteindelijke product, of dat nu in de kunst of in de sociale sector ontstaat, heeft baat bij betrokkenheid, volharding en oefening. Creativiteit is een eigenschap die in aanleg aanwezig is en een vaardigheid die je (weer meer) kunt leren toepassen.

22

1.1 Mensbeeld

Het vormgeven van je eigen bestaan is een unieke, persoonlijke en crea­ tieve daad.

vrijheid verantwoordelijkheid Het wegvallen van kaders en de toegenomen vrijheid brengen een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Om het samen goed te hebben, is ten eerste het nemen van sociale verantwoordelijkheid van belang. De gedachte van de participatiesamenleving stoelt op dit gevoel van sociale verantwoor- delijkheid. Ten tweede geeft de vrijheid om ons eigen leven vorm te geven ons de verantwoordelijkheid om hieraan te werken. De wereld verandert ra- zendsnel en we staan met zijn allen voor grote maatschappelijke en mondiale uitd gingen. Hoe de complexiteit van de toekomst ons leven zal b ïnvloe en, is niet exact te voorspellen (Robinson, 2013). Om flexibel in te spelen op deze ontwikkelingen, om mogelijkheden te zien en inventief te zijn ten aan- zien van de uitdagingen waarvoor de toekomst ons plaatst, zijn creativiteit, verbeeldingskracht en innovatie onmisbare tools. Het vraagt een stevige ba- sishouding om de wereld open en vragend tegemoet te treden, en een lerende en verantwoordelijke houding in verbinding en interactie met elkaar. Vast- omlijnde kennis, vaststaande methodieken en ongedeelde ideeën helpen ons daarbij niet altijd verder, zeker niet in het complexe werken met mensen. Het uiten van je gevoelens is uniek, persoonlijk en creatief, zeker als je daar- bij gebruikmaakt van muzische activiteiten. Door vorm te geven aan je eigen bestaan geef je vorm aan de wereld. Als mensen staan we onvermijdelijk met elkaar en met onze omgeving in verbinding. Een unieke individuele identiteit kan alleen bestaan in contact met anderen. Hoe dit contact eruitziet, verandert met de jaren. We komen uit een tijd van individualisme, waarin instituten als religie en cultuur onze identiteit niet langer bepaalden en waarin veel ruimte was voor individuele ontplooiing, en zijn op zoek naar nieuwe vormen om verbinding te houden met elkaar en onze omgeving. Onze fysieke en sociale vrijheid is toegenomen: we zijn nog nooit zo mobiel geweest en de sociale structuren schrijven onze toekomst niet langer voor. In onze maatschappij beschikken we bovendien over een grote mate van vrijheid van meningsuiting en dat heeft invloed op de vrijheid van onze gedachten.

23

1

Uitgangspunten

24

Made with