Jakop Rigter - Het palet van de psychologie

JakopRigter

Stromingenenhun toepassingen inhulpverleningenopvoeding

Voor Lou-Lou,Marjan enTrudy

Het palet vande psychologie Stromingen enhun toepassingen inhulpverlening en opvoeding

JakopRigter

Vierde, herziene druk

c u i t g e v e r ij

c ou t i n ho

bussum2010

Webondersteuning Bij dit boekhoort eenwebsitemet extramateriaal. Deze is te vinden via: www.coutinho.nl/palet .

© 1996Uitgeverij Coutinhob.v. Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgaveworden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautoma- tiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming vandeuitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Post- bus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compila- tiewerken (artikel 16Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (StichtingPublicatie- enReproductierechtenOrganisatie, Postbus 3060, 2130KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

Eerste druk 1996 Vierde, herziene druk2008, tweede oplage 2010

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: StudioDienBos, Amsterdam

Noot vandeuitgever Wij hebben allemoeite gedaanom rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraakmaken op bepaalde rechten, wordt vriende- lijk verzocht contact op tenemenmet deuitgever.

ISBN 9789046900109 NUR 770

Voorwoorden

Voorwoordbij de eerste druk

Een boek schrijven is te vergelijkenmet eenwielerkoers in de bergen die bergop eindigt. Bergop gaat hetmoeizaam, heb je het idee er alleen voor te staan en be- kruipt je de neiging om op te geven. Bergaf lijkt het dat je alles aan kan.Maar je mag niet al je energie verspillen, want aan het eindemoet je nog iets ‘overhou- den’. Ondanks dat schrijven soms een eenzame strijd is, hebben velenmij gesteund door commentaar te geven, informatie aan te dragen enbelangstelling te tonen. Dankbaar ben ikRiaGeijssen,mijn vriendin. Ze steundeme, gafmede ruimte enbovenal zewas en is er. Bas de Jong is een fantastische collega. Hij bestudeerde mijn concepten, gaf nauwgezet commentaar enhield vol als ik sputterde. Van drie collega-docentpsychologen, Luuk Hogeboom, Joke Rumathé en Gert Visser, kreeg ik commentaar op eerdere concepten enmet hen voerde ik prettige gesprekken. Gerrit Keizer ben ik zeer erkentelijk. Enige jaren geleden zette hij mij op het spoor vande omgevingspsychologie. Voor dit boeknamhij nauwgezet hoofdstuk 6 en 7door en voorzagme van commentaar en casuïstiek. De collega’sLouisCrijns, BiekeDeMol enMathieuHeemelaar gaven commen- taar en/of hieldenme enigszins ‘uit dewind’ als het allemaal wat te veel werd. DedirectievandesectorG/G&MaandeHaagseHogeschool,waar ikwerkzaam ben, maakte het medemogelijk dat ik enkelemaanden ongestoord aan dit boek konwerken. Met Isabelle Langeveld van uitgeverij Coutinho was het prettig samen te wer- ken. Zij stimuleerdeme waarbij ze rekening bleef houdenmet de speciale om- standighedenwaarindit boekgeschrevenwerd. Het boek is geschreven tijdens een emotioneel zware periode voormij enmijn vriendin. Het schrijven had ook als functie dat ikmijn gedachten op iets anders kon richten. Ondanks die functie zou dit boek nooit zijn afgekomen zonder de steunvanons ‘socialenetwerk’.Al die familieleden, vrienden, vriendinnenen col- lega’s zijn enwaren een onmisbare steun. Dit boekdraag ik aanhen op.Het zijn teveel namen om te noemen. Als symbool voor hen allen staan Lou-Lou,Marjan enTrudyChabanne. Al jaren tonen zij hun vriendschap,maar demanierwaarop zij ons een jaar geledenopvingen en verzorgden is onvergetelijk.

JakopRigter, Amsterdam juli 1996

Voorwoordbij de vierde druk

Na twaalf jaar, tweenieuwe drukken en vele bijdrukken verschijnt de vierde druk van Het palet . Ikbenblij dat dit boekzijnwegnaardeopleidingenheeft gevonden ennogsteeds ineengrotebehoeftevoorziet. In twaalf jaar isveel veranderd, zowel in de psychologie als in de opleidingenwaarvoor dit boek geschreven is. Daarom is een bijgestelde en geheel herschreven druk nodig. Ik hoop dat ook deze zijn wegweet te vindennaar de opleidingen enweer veel plezier, herkenning en ken- nis zal opleverenbij de gebruiker. Ook privé kan er in twaalf jaar veel veranderen. Demensen aanwie ik de eer- ste druk opdroeg, vormen geen gezinmeer. Maarmijn dankbaarheid blijft even groot. Daarom draag ik ook deze druk op aan Lou-Lou Chabanne, Marjan van Laarhoven enTrudyChabanne.

JakopRigter Amsterdam, januari 2008.

Webondersteuning

Bij dit boek hoort een website met extra materiaal. Deze is te vinden via www. coutinho.nl/palet . Bij de vierde, herziene druk is ervoor gekozen om de vragen, opdrachten en casuïstiek te verplaatsennaar dewebsite. Hierop vind je per hoofdstuk: - controlevragen: interactieve toetsvragen zodat je direct kunt zien of je de stof beheerst

- inzichtsvragen - discussievragen - casuïstiek - stof tot ‘verder studeren’

Voor docenten diemet het boekwerken zijn er bij ieder hoofdstuk PowerPoint– sheets beschikbaar ter ondersteuning vande lespraktijk.

Inhoud

Inleiding 12

1

Psychologie: eenpalet vol theorieën 17 1.1 Inleiding 19 1.2 Wat is psychologie? 19 1.3 Theorieën 23 1.4

Kenmerken vanpsychologische stromingen 27 1.4.1 Geschiedenis van theoretische stromingen 27 1.4.2 Mensbeeldenbij theoretische stromingen 31 Indelingen van theoretische stromingen 32 1.5.1 Mensbeelden inde psychologie 33 1.5.2 De algemene systeemtheorie 41

1.5

1.6

Samenvatting 52

2 Psychoanalyse 53

2.1 Typering vande psychoanalyse 55 2.1.1 De basisuitgangspunten 55

2.1.2 Geschiedenis vande psychoanalyse 56 2.1.3 Hetmensbeeld inde psychoanalyse 59 2.1.4 Indeling vande psychoanalyse 61

2.2 De klassieke theorie 62

2.2.1 Onbewustementale processen 62 2.2.2 De psychische structuur 66 2.2.3 Ontwikkelingsfasen (psychoseksuele stadia) 69

2.3 OntwikkelingennaFreud 72

2.3.1 Dehechtingstheorie vanBowlby 73 2.3.2 De objectrelatietheorie 76 2.4 Het verklaren vanpsychische stoornissen 79 2.4.1 Depressie 80 2.4.2 Angststoornissen 80 2.5 Toepassingen vande psychoanalyse inhulpverlening enopvoeding 82

2.5.1 Verdedigingsmechanismen 83 2.5.2 Overdracht en tegenoverdracht 88

2.6 Kanttekeningen 93 2.7 Samenvatting 94

3 Behaviorisme 95

3.1 Typering vanhet behaviorisme 97 3.1.1 De basisuitgangspunten 97

3.1.2 Geschiedenis vanhet behaviorisme 98 3.1.3 Hetmensbeeld inhet behaviorisme 100 3.1.4 Indeling vanhet behaviorisme 102

3.2 Leerprocessen 103 3.2.1 Habituatie 104

3.2.2 Klassiek conditioneren 105 3.2.3 Operant conditioneren 109 3.2.4 Model-leren 119

3.3 Nieuwe ontwikkelingen inde leerpsychologie 121 3.4 Het verklaren vanpsychische stoornissen 122 3.4.1 Depressie 123 3.4.2 Angststoornissen 124 3.5 Praktische toepassingen van leerpsychologie inhulpverlening enopvoeding 126 3.5.1 Gedragsanalyse 126

3.5.2 Registratieopdrachten 129 3.5.3 Exposuretechnieken 129 3.5.4 Beloningssystemen 130 3.5.5 Socialevaardigheidstrainingen 132

3.6 Kanttekeningen 134 3.7 Samenvatting 136

4 Humanistischepsychologie 137

4.1 Typering vandehumanistische psychologie enRogers 139 4.1.1 De basisuitgangspunten 139 4.1.2 Geschiedenis vandehumanistische psychologie 140 4.1.3 Hetmensbeeld indehumanistische psychologie 146 4.1.4 Indeling vandehumanistische psychologie 148

4.2 De theorie vanRogers 149 4.2.1 Persoonlijkheid 149

4.2.2 Drie grondhoudingen 152 4.2.3 De benadering vanGendlin 159 4.3 Nieuwe ontwikkelingen: uitwaaiering enpositieve psychologie 161 4.3.1 Rogeriaansehulpverlening 161 4.3.2 Positieve psychologie 165

4.4 Het verklaren vanpsychische stoornissen 167 4.5 Praktische toepassingen van rogeriaanse principes inhulpverlening enopvoeding 168 4.5.1 DeGordonmethode 169

4.5.2 Gentle teaching 172 4.5.3 Validationmethode 174 4.5.4 Motiverende gespreksvoering 175

4.6 Kanttekeningen 178 4.7 Samenvatting 181

5 Cognitievepsychologie 183

5.1 Typering vande cognitieve psychologie 185 5.1.1 De basisuitgangspunten 185

5.1.2 Geschiedenis vande cognitieve psychologie 186 5.1.3 Hetmensbeeld inde cognitieve psychologie 190 5.1.4 Indeling vande cognitieve psychologie 191 5.2.1 Waarneming en cognitieve schema’s 192 5.2.2 Geheugen 195 5.2.3 Cognitieve ontwikkeling 202 5.2.4 Persoonlijkheid 207 5.3 Nieuwe ontwikkelingen 210 5.3.1 Sociaalconstructivisme 211 5.3.2 Mindfulness 213 5.4 Het verklaren vanpsychische stoornissen 214 5.4.1 Depressie 215 5.4.2 Angststoornissen 216 5.5 Praktische toepassingen vande cognitieve psychologie inhulpverlening enopvoeding 217 5.5.1 Geven van voorlichting: psycho-educatie 217 5.5.2 Cognitieve psychotherapie 219 5.5.3 Cognitieve prothesen 222 5.2 Theorieënover cognitie 192

5.6 Kanttekeningen 224 5.7 Samenvatting 225

6 Systeemtheorie 227

6.1 Typering vande algemene systeemtheorie 229 6.1.1 De basisuitgangspunten 229

6.1.2 Geschiedenis vande systeemtheorie ende gezinstherapie 231 6.1.3 Hetmensbeeld inde systeemtheorie 235 6.1.4 Indeling vande systeemtheorie 236

6.2 Systeemtheorieën 237

6.2.1 De strategische stroming inde gezinstherapie 237 6.2.2 De ecologische systeemtheorie 247 6.3 Nieuwe ontwikkelingenna de strategische stroming 252

6.4 Het verklaren vanpsychische stoornissen 257 6.5 Praktische toepassingen vande systeemtheorie inhulpverlening enopvoeding 260 6.5.1 Hulpverleningsstrategieën en techniekenuit de strategische stroming 261 6.5.2 Expressed emotions enpsycho-educatie 263 6.5.3 Multisystemischehulpverlening 266

6.6 Kanttekeningen 268 6.7 Samenvatting 270

7 De omgevingspsychologie 271

7.1 Typering vande omgevingspsychologie 273 7.1.1 De basisuitgangspunten 273

7.1.2 Geschiedenis vande omgevingspsychologie 273 7.1.3 Hetmensbeeld vande omgevingspsychologie 275 7.1.4 Indeling vande omgevingspsychologie 276

7.2 De theorie over ruimtegebruik 277 7.2.1 Persoonlijke ruimte 277 7.2.2 Territorium 286 7.3 Nieuweontwikkelingen: verbondenheidmet omgevingenvoorwerpen 294 7.4 Het verklaren vanpsychische stoornissen 299 7.5 Praktische toepassingen vande territoriumtheorie 301 7.5.1 Hoemakenwe een stadsbuurt prettig? 301 7.5.2 Wanneer is eenhuis een thuis? 305

7.6 Kanttekeningen 311 7.7 Samenvatting 312

8

Biologischepsychologie 313 8.1 Typering vande biologische psychologie 315 8.1.1 De basisuitgangspunten 315

8.1.2 Geschiedenis vande biologische psychologie 315 8.1.3 Hetmensbeeld inde biologische psychologie 320 8.1.4 Indeling vande biologische psychologie 320 8.2 Biologische theorieënover erfelijkheid enhersenen 322 8.2.1 Erfelijkheid 322 8.2.2 Hersenen 331 8.3 Het verklaren vanpsychische stoornissen 349 8.3.1 Depressie 349 8.3.2 Angststoornissen 350 8.4 Praktische toepassingen vande biologische psychologie inhulpverlening enopvoeding 351 8.5 Kanttekeningen 357

8.6 Samenvatting 359

9 Epiloog 361

9.1 Eenpalet vol theorieën enmethoden 363 9.2 Een theorie kan ‘blind’maken 364 9.3 De ondergang vanmonolithischdenken 367

9.3.1 Evidence based-benaderingen 367 9.3.2 Integratie tussende stromingen 368 9.3.3 Gemeenschappelijke of non-specifieke factoren 369

9.4 Betekenis voor hulpverlening enopvoeding 371 9.4.1 Eclectischwerken 372 9.4.2 Meersporenbeleid 374 9.5 Samenvatting 375

Bijlage Overzicht van de verschillende psychologische stromingen naar mensbeeld en biopsychosociaalmodel 377

Glossarium 380

Geraadpleegde literatuur 385

Register 404

12

Inleiding Het palet van de psychologie is een studieboek over stromingen in de psychologie. De doelgroep van Het palet bestaat uit hogerejaars studenten van praktijkgerich- te hbo-opleidingen zoals social work, pedagogische academies en verpleegkun- dige opleidingen,maar het boekkanook in andere opleidingengebruiktworden. Omdat Het palet is geschreven voor studenten van praktijkgerichte opleidingen, wordt stelselmatigaangegevenhoe inzichtenuit eenstromingzijn terug tevinden inmethoden van opvoeding en hulpverlening. De eerste druk van Het palet ver- scheen in 1996, deze vierdedruk verschijnt in2008. In twaalf jaar heeft het boek zijnwegnaardeopleidingengevondenenwordt het veelvuldigvoorgeschreven in Nederland enVlaanderen. De opzet blijkt een succesvolle formule te zijn. Omdat er in twaalf jaar echter veel is veranderd indepsychologie, demethodenvanhulp- verlening en opvoeding en de opleidingenwas een herziene en verbeterde druk hardnodig.Hieronderwordt aangegevenwelkevisies tengrondslag lagenaanhet schrijven vandezeherdruk enhoehet boekgebruikt kanworden. Zeven lantaarnpalen Bij depresentatie vande eerstedruk in 1996 vergeleek een referent Het palet met zeven stevige lantaarnpalen die geplaatst zijn langs een donkere weg. Daarmee sloeghij de spijker op zijn kop. Indit boekwordt nadrukkelijkniet gekozen voor het aanbrengen van een hiërarchie tussen verschillende stromingen. Elke stro- ming heeft zijnwaarde en beperkingen. Om de weg in het donker te vinden, is het handig gebruik temaken van het licht van alle lantaarnpalen. Menselijk ge- drag is complex en dit heeft ertoe bijgedragen dat er verschillende theorieën zijn die (delen van)menselijkgedragproberenbegrijpelijk temaken. Al die theorieën zijnwaardevol,maarookeen inperkingendaardoor eenzijdig. Een theoriebelicht meestal slechts een deel vanhetmenselijk gedrag. Een opvoeder of hulpverlener zal in zijn (toekomstige) praktijk veelvuldig in situaties verkerenwaarin de ken- nis vanmeerdere stromingen zinvol is. Hij zal daarbij moeten lerenmotiveren welk theoretisch referentiekader enwelkemethode inwelke situatie de voorkeur verdienen.Omhet anders te formuleren, hij zal bewust bekwaam moetenworden. Daartoemoet hij de inzichten en toepassingen uit de verschillende stromingen kunnen vergelijken. Een voorbeeld: de stoornis van Gilles de la Tourette wordt gekenmerkt door onvrijwillige motorische en vocale tics. Vooral de vocale tics vallen op, doordat de inhoud ervan soms bestaat uit obscene woorden. In de loop der jaren is deze stoornis op verschillendemanieren verklaard en ‘behandeld’. Aan het einde van denegentiendeenbeginvande twintigsteeeuwwerdzevooral gezienalseenmo- reel-sociaal probleem.Depatiëntwerd vanuit dat perspectief benaderd.Hijmoest proberenzijn ticsonder controle tekrijgenenalshij ze tochuitteof vertoonde, lag een straf voor de hand. Vanaf de jaren twintig van de vorige eeuwwerd de stoor- nismeer vanuit het psychoanalytisch referentiekader bekeken. De inhoud vande

13

Inleiding

vocale tics stimuleerde de veronderstelling dat aan de stoornis een (onbewust) seksueel conflict ten grondslag lag. De hulpverlening die opdeze visie gebaseerd was, ‘genas’ geen enkele patiënt. Sinds de jaren zestig staat een neurologische verklaring op de voorgrond. De stoornis zou gebaseerd zijn op een aangeboren hersendysfunctie.Al deze verklaringenzijnwellicht tendele juist,maar belichten maar een enkel aspect. Voor een volledig begrip is een combinatie vanmeerdere gezichtspuntennodig. Opzet en inhoud vanhet boek Inhoofdstuk 1 wordt ingegaan op de vraagwat psychologie is enwordt aandacht besteedaankenmerken, geschiedenisvanenmaatschappelijke invloedenop theo- retische stromingen. Erworden twee indelingenbehandeldwaarmee stromingen onderlingkunnenworden vergeleken:mensbeeldendie tengrondslag liggen aan stromingenenhet biopsychosocialemodeluit dealgemenesysteemtheorie.Beide indelingenkeren in elkhoofdstuk terug enworden als rode draadgebruikt. De volgende hoofdstukken handelen over de psychoanalyse (hoofdstuk 2), het behaviorisme en de leerpsychologie die daarop voortbouwt (hoofdstuk 3), de hu- manistische psychologie met vooral aandacht voor de benadering van Rogers (hoofdstuk 4), de cognitieve psychologie (hoofdstuk 5), de systeemtheorie met vooral aandacht voor het gezinsinteractiesysteem (hoofdstuk 6), de omgevings- psychologiemet onder andere de territoriale benadering (hoofdstuk 7) en de bi- ologische psychologie waarin vooral erfelijkheid en hersenen besprokenworden (hoofdstuk8). De hoofdstukken kennen een chronologische volgorde. De oudste stroming wordt als eerste en de jongste als laatste behandeld. Door deze volgorde aan te houden, wordt duidelijk gemaakt hoe de verschillende stromingen op elkaar rea- geren. Inhoofdstuk9 (epiloog)wordt teruggekekenopde eerderehoofdstukken.Hier worden integratieve benaderingen besproken en zal nogmaals aangegeven wor- dendat geen enkele strominghet alleenrecht heeft. Opbouw vandehoofdstukken Dehoofdstukken2 tot enmet 8hebben een vrijwel uniforme opbouw. Elkhoofd- stuk startmet een casus en leerdoelen . De casus heeft tot doel omde aandacht van de lezer tevestigenop iets ‘ongewoons’ datmetde tebehandelen theorieverklaard kanworden.Met de leerdoelenwordt de lezer instaat gesteldzich teoriënterenop de tekst en zijnkennis later te controleren. In paragraaf 1 wordt de strominggetypeerdaandehandvandebasisuitgangspun- ten, de geschiedenis van de stroming, hetmensbeeld enhet biopsychosociale model. In paragraaf 2 worden theoretische begrippen en opvattingen van een stroming behandeld.Meestal betreft het de behandeling vande klassieke – oorspronke- lijke – theorie.

14

Het palet vandepsychologie

In paragraaf 3 worden recente ontwikkelingenbinnen een stromingbesproken. In paragraaf 4 wordt beschrevenwelke verklaringen een stroming biedt voor het ontstaan en blijven voortbestaan van psychische stoornissen. Er is gekozen voor het bespreken van stemmingsstoornissen (vooral depressie) en angst- stoornissen (vooral fobieën).Dit zijndemeest voorkomendepsychische stoor- nissen en bijna alle stromingen hebben een visie ontwikkeld over deze stoor- nissen. In paragraaf 5 worden technieken enmethoden besproken die hunwortels heb- ben ineenbepaalde stromingéndie relevant zijn voordeopvoedings- of hulp- verleningspraktijk. In paragraaf 6 wordt kort een aantal kanttekeningen bij een stroming geplaatst. In deze paragraaf wordt ook iets gezegd over ´bewezen effectiviteit’ van een stromingof toepassing. In paragraaf 7 staat een samenvatting vanhet hoofdstuk. Studieboek Het palet van de psychologie is een studieboek. Om dit zo toegankelijkmogelijk te maken ende gebruiker voor te bereiden op de eisendie aanhem gesteldworden als student en toekomstigeprofessionelehulpverlenerof opvoeder ishet volgende toegepast: Elk hoofdstuk start als gezegdmet een casus en leerdoelen zodat de gebruiker zichkan oriënteren enmotiveren . Elke paragraaf en soms subparagraaf start met een inleiding. Ook hiermee wordt de gebruiker in staat gesteld zich te oriënteren opde tekst en zijn eventueel al aanwezige kennis over het onderwerp te mobiliseren . Leuke, denieuwsgierigheidprikkelende, voorbeeldenof juist andere visieswor- den in aparte kaders gepresenteerd die qua opmaak duidelijk te onderscheiden zijn vande gewone tekst. Belangrijke (theoretische) begrippenworden cursief weergegeven als zij voor de eerstekeer inde tekst gebruiktworden. Inhet geval vanopsommingenwordenze ook inhet blauwgedrukt. Inhet tekstblokwaarde cursivering staatwordtmeestal ook de uitleg gegeven. De gecursiveerde begrippen zijn allemaal opgenomen in het register, zodat zemakkelijk opgezocht kunnenworden. Een aantal begrippen dat eenuitgebreide toelichting vergt, is opgenomen inhet glossarium. Elke paragraaf en elk hoofdstukworden afgeslotenmet een samenvatting . Ook dit onderdeel onderscheidt zich qua opmaak van de gewone tekst en is gemar- keerdmet eenpictogram.Hiermeewordt degebruiker in staat gesteldom te con- trolerenof hij de belangrijkste kernpuntenuit eenbetoogheeft onthouden. Om vergelijkingen tussende stromingen te kunnenmaken, zijn er vier criteria of rode lijnendie in elkhoofdstuk terugkeren: 1 Bij elke stromingwordt aangegevenopwelkmensbeelddezegebaseerd is (pa- ragraaf 1).

15

Inleiding

2 Bij elke stromingwordt aangegevenhoedeze zich verhoudt tot het biopsycho- socialemodel (paragraaf 1). 3 Bij elke stroming wordt aangegeven hoe binnen deze stroming psychische stoornissen verklaardworden (paragraaf 4). 4 Bij elke stromingwordt aangegeven hoeveel bewijs er is dat toepassingen uit deze stroming effectief zijn (paragraaf 6). Alswekijkennaarwat er in twaalf jaar veranderd is binnendeopleidingendan is opvallenddat de eisen aanhet verantwoorden van bronnen strenger zijngeworden. Dit studieboekprobeerthierineenvoorbeeld tezijn.Dit betekent dat allebronnen zo veel alsmogelijk volgens de officiële richtlijnen (‘APA’) verantwoord worden. In de eerste drukwerd vooral naarNederlandstalige bronnen verwezen, dit is bij devierdedrukveranderd. Engelstalige (meestal oorspronkelijke) bronnenworden nuookweergeven.Dit heeftwel tot gevolgdat inde tekstmeer verwijzingen staan dan in de eerste druk.Maar dit is in lijnmet de huidige ontwikkelingen in de ei- sendie aanproducten van studentengesteldworden. In de eerste druk stonden studieopdrachten, controlevragen, casuïstiek en ad- viezen voor verder studeren nog in het boek. Bij de vierde druk is dat allemaal opgenomen op een website ( www.coutninho.nl/palet ). Hier kan de gebruiker zijn kennis trainenmet vragen, controlerenmetmultiplechoicetoetsen enoefenenop praktijkcasuïstiek. Ook zijnhier suggesties voor aanvullende literatuur te vinden en linksnaar relevantewebsites. Inhoudelijke keuzen Bij de opzet en het schrijven van het boekmoest een compromis gevondenwor- den tussen strevennaar volledigheidenhethandhavenvaneen (quaomvang) stu- deerbaar boek voorhbo-studenten.Niet alleskanbehandeldworden. Bij de vierde druk is de opzet vandehoofdstukken vrijwel gelijkgebleven. Vernieuwingen zijn vooral te vinden indeparagraafwaarinnieuwe ontwikkelingen van een stroming beschreven worden en in de paragraaf waarin toepassingen staan. Een nieuwe stromingzoalsdepositievepsychologiewordt kort beschrevenalsnieuweontwik- keling vande humanistische psychologie. Deze stroming ontwikkelt zich snel en zal wellicht inde toekomst een apart hoofdstuk verdienen. Vanwege de eisen aan de omvang wordt de evolutiepsychologie niet behandeld, omdat deze stroming (nog) lastig te vertalen isnaar praktijktoepassingen. Bij de keuzen die gemaakt werden op het niveau van de hoofdstukkenwerden net zoals bij de eerstedruk twee criteria gebruikt. Enerzijdsmoetende onderwer- pen die behandeldworden een praktijkrelevante betekenis hebben, anderzijds is gekozen voor onderwerpendie aansluitenopopvoeding enontwikkeling vankin- deren. In veel boeken over stromingen in de psychologie wordt weinig aandacht besteed aan dat laatste aspect, terwijl dat voor de opleidingen juist van zo’n groot belang is. Dit heeft ertoe geleid dat er bij de behandeling van recente ontwikke- lingen in de psychoanalyse aandacht wordt besteed aan de hechtingstheorie van

16

Het palet vandepsychologie

Bowbly en de objectrelatietheorie. En om dezelfde redenwordt bij de humanisti- schepsychologiedemethode vanGordon voor pedagogische situaties besproken, bij de cognitievepsychologiede theorie vanPiaget enbij debiologischepsycholo- gie de rijping van (kinder)hersenen. Indit boekhanteer ik voor dehelderheiddemannelijke schrijfvorm.Maar overal waar hij, hulpverlener of opvoeder staat wordt ook zij, hulpverleenster of opvoed- ster bedoeld.

17

1

Psychologie: eenpalet vol theorieën

Alcoholisme is een groot maatschappelijk probleem. Dronkenschap wordt in westerse maatschappijen ge- associeerd met controleverlies. Te veel drinken maakt het ‘beest’ in demens wakker. In de genuttigde alcohol wordt als het ware het geweten vande drinker opgelost. Hij kan gedrag gaan vertonen waarvan hij later wel- licht spijt krijgt, zoals agressiviteit of seksuele ontrem- ming. Opvallend is dat hoewel elke maatschappij zijn alcoholhoudende dranken kent, het dronken gedrag niet overal hetzelfde is. Ontremd gedrag bij dronken- schap schijnt typisch ‘westers’ te zijn (Vines, 1994). Nog opvallender is het dat mensen ‘dronken’ kunnen worden terwijl ze geen alcohol nuttigen. Een ‘gewoon- tedrinker’ kan aangeschotenworden als hij een avond- je met vrienden doorbrengt in de kroeg. Terwijl zijn vrienden zoals gewoonlijk bier drinken, laten we hem (buiten zijnmedeweten) de hele avond alcoholvrij bier drinken. Aanhet einde vande avondzal hij zich–net als zijn vrienden – aangeschoten gedragen. De enige voorwaarde is dat hij nietmerkt dat hij alcoholvrij bier drinkt (Jansen, Merckelbach & Van der Hout, 1992). In dit hoofdstukwordt duidelijk hoe dit te verklaren is.

Hoofdstuk 1

Leerdoelen Na bestudering vandit hoofdstuk: • kun je de casus opde voorafgaande pagina verklaren; • kun je ‘de psychologie’ omschrijven (§ 1.2); • kun je een drietal functies vanwetenschappelijke (psychologische) theorieën aangeven (§ 1.3); • kun je tweekenmerken vanpsychologische theorieënbeschrijven: degeschie- denis enhetmensbeeld (§ 1.4); • ken je tweemanierenwaaroppsychologische theorieënmet elkaar zijn te ver- gelijken (§ 1.5); • ken je driemensbeelden die in de psychologie gebruikt worden en ken je de hoofdkenmerken ervan (§ 1.5.1); • ken je de uitgangspunten van de algemene systeemtheorie en het biopsycho- socialemodel (§ 1.5.2); • weet je globaal hoe je met de mensbeelden en de algemene systeemtheorie kuntwerken (§ 1.5).

Oefenen Raadpleeg voor controlevragen, oefenvragen, opdrachten en ‘verder studeren’ de website: www.coutinho.nl/palet .

19

1.1 Inleiding

In paragraaf 1.2 zal ingegaanworden op de vraagwat psychologie is. Een duide- lijke definitie blijkt echter niet mogelijk te zijn. Om de psychologie toch te type- ren, wordt in paragraaf 1.3 aandacht besteed aan de verschillende theorieën in de psychologie. De begrippen stroming en referentiekader staandaarbij centraal. Ookde functies van theorieënkomenhier aande orde. Inparagraaf 1.4wordt be- toogddat stromingen altijd een geschiedenis en een visie opdemens (hetmens- beeld) hebben. Inparagraaf 1.5–dehoofdmoot vandit eerstehoofdstuk–worden twee ordeningen besproken waarop psychologische stromingen zijn in te delen enmet elkaar te vergelijken. Deze ordeningenworden in dit boek als rode draad gebruikt. Elke behandelde stromingwordt op basis hiervan ingedeeld. Allereerst wordt besprokenhoe de eerder genoemdemensbeelden zijn te onderscheiden in drie hoofdvormen. Hierbij zal aandacht besteed worden aan de samenhang tus- senmensbeelden enwetenschappelijke enhulpverleningsmethoden. Ten tweede wordt dealgemenesysteemtheoriebesproken.Deze theoriekenthet biopsychoso- cialemodel waarin benadrukt wordt dat elk gedrag beïnvloedwordt door biologi- sche, psychischeen socialeaspecten.Met ditmodelwordt de lezer in staat gesteld om te kijken inhoeverre psychologische stromingenmet al deze invloeden reke- ninghouden.Het hoofdstuk sluit afmet een samenvatting (1.6). Onenigheid over de definitie Als de vraag gesteld wordt wat de kenmerkende eigenschappen van een weten- schap zijn, dan stelt men de vraag wat die wetenschap bestudeert. Het studie- onderwerp van eenwetenschapwordt het object genoemd. Bij demeeste weten- schappen ishet object goed te formuleren enbestaat er, zowel intern (binnen een wetenschap) als extern (vanuit andere wetenschappen), overeenstemming over. Makkelijk ishet alshet object al indenaamvandewetenschapbesloten ligt, zoals bij kunstgeschiedenis enwiskunde.Ookover bijvoorbeeld scheikunde ismenhet snel eens: die bestudeert chemische processen. Maar bij wetenschappen die ‘de mens’ bestuderen (mens- of socialewetenschappen), zoals de psychologie, (delen van) de psychiatrie, de sociologie en de culturele antropologie ligt de zaak inge- wikkelder.Bij depsychologie iserzowel internalsexterngeeneenduidigheidover het object. De psychologischewetenschap bestaat ongeveer 130 jaar en kende en kent intern verschillende theoretische stromingen.Deze verschillen inhunkeuze vanhet object. Zowordt inde ene stroming voor het onbewustegekozen en inde andere voor gedrag of cognities. Daarmee samenhangend verschilt vaak ook de methodewaarmee kenniswordt verworven. Depsychologieisexternnietgoedafgebakendvanandere(mens)wetenschappen. Bijna alle psychologische onderwerpenwordenook in anderewetenschappenbe-

1.2 Wat is psychologie?

Made with