Henk Smeijsters - Handboek creatieve therapie

Handboek Creatieve Therapie Henk Smeijsters

u i t g e v e r i j

c o u t i n h o

Ikdraagdit boekopaan

Anne Smeijsters ArturoBenedettiMichelangeli Eric Clapton

Handboekcreatieve therapie

HenkSmeijsters

Derde, herzienedruk

c u i t g e v e r ij

c ou t i n ho

bussum2008

Bij ditboekhoort eenwebsitemet aanvullendmateriaal.Het adres vandezewebsite is: www.coutinho.nl (ziep. 20). Hier vindtuopdrachtenomde theorieuithetboek toe tepassendoormiddel van casuïstiek.

©2000UitgeverijCoutinhob.v. Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingenmag niets uit deze uitgaveworden verveelvoudigd, opgeslagen in eengeautomatiseerdgegevensbestand, of openbaargemaakt, inenige vormof openigewijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door foto- kopieën, opnamen, of op enigeanderemanier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming vandeuitgever. Voor zover hetmaken van reprografische verveelvoudigingenuit deze uitgave is toegestaan op grondvanartikel 16hAuteurswet1912dientmendedaarvoorwettelijkverschuldigdevergoedin- gen te voldoen aan StichtingReprorecht (Postbus 3051, 2130KB Hoofddorp, www.reprorecht. nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- enReproductierechtenOrganisatie, Postbus 3060, 2130KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

Eerstedruk2000 Derde, herzienedruk2008

UitgeverijCoutinho Postbus333 1400AHBussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Opmaak: StudioPietjePrecies |bno,Hilversum Illustratieomslagenp.249binnenwerk:©PaulKlee,Vegetal-analytic, 1932,229watercolouron primedcanvas, 53,8 x 19cm,ÖffentlicheKunstsammlung,Basel,VermächtnisRichardDoetsch Benziger c/oPictorightAmsterdam2008 Noot vandeuitgever Wij hebben allemoeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraakmaken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemenmetdeuitgever.

ISBN 9789046901328 NUR 777

Voorwoord

Voorwoordbij deeerstedruk

Devisitatiecommissiedie in1997deopleidingenvoorcreatieve therapiebezocht,heeft de opleidingen behoorlijk ophun grondvesten doen schudden.Wanneer opleidingen het verwijt krijgen dat ze achter de feiten van de beroepspraktijk aanlopen, is dit een zeer ernstige constateringdie je niet naast je neermag leggen.Met name de beroeps- gerichtheidende samenhang vanhet curriculum vandrie vande vieropleidingen voor creatieve therapiezijndoorde visitatiecommissiesterkbekritiseerd. Sindsdien iserbinnendeopleidingenenvanuithet landelijkopleidingsoverlegheelveel werk verzet.Het landelijkopleidingsoverlegheeft door eenonafhankelijkonderzoeks- instituut het beroepsprofiel laten legitimeren en afsprakengemaakt over dekwalifica- tieswaaroverdeafgestudeerdemoetbeschikkenomalsbeginnendberoepsbeoefenaar het werkveld te kunnen betreden. De afzonderlijke opleidingen hebben op basis van dezeopleidingskwalificatieshuncurriculumgrondigherzien.Bij dezeontwikkelingen ben ikalsvoorzitter vanhet landelijkopleidingsoverlegenhoofdvandeopleidingvoor creatieve therapie inSittardnauwbetrokkengeweest. Daarnaastheb ikhet initiatiefgenomeneenboek teschrijvenovercreatieve therapiedat mede een antwoordkangevenopde kritiek vande visitatiecommissie. Ikhebdaartoe eerst in overlegmet het docententeam in Sittardhet zogenoemdeCT-molecuul opge- steld, dat de elementen vanhet beroep van creatief therapeut bevat. Vervolgens heb ik inde jaren 1997, 1998enhet voorjaar van 1999dezeelementen inapartehoofdstukken uitgewerkt. Omervoor tezorgendathetboekvoldoendedraagvlak indeeigenopleidingmaarvoor- al ook daarbuiten zou krijgen, heb ik besloten voor publicatie docenten en beroeps- beoefenaren te latenmeelezen. Dezewerkwijze komt overeenmet wat inhet kwalita- tieve onderzoek peer debriefing heet, het laten evalueren van de eigen gevolgtrekkingen door onafhankelijkedeskundigen.Dit gebeurde inhet najaar van 1998 enhet voorjaar van 1999.Denamen vanpersonendiehieraanhebbendeelgenomen staan vermeldop een volgendebladzijde.Het zijndocenten vandeopleiding inSittard, leden vandebe- roepenveldcommissie van deze opleiding en onafhankelijke personen die op generlei wijze aande opleiding in Sittard verbonden zijn. Ikheb geprobeerd een evenwichtige spreiding te realiseren tussendemediaende verschillendeopleidingsachtergronden. Aangezien het een enorme klus is de vele reacties te bestuderen enmet elkaar te integreren,moest ikwat betreft het aantal personennoodgedwongen een grens trek- ken. Personendie ikniet benaderdheb vraag ikombegriphiervoor. Er zijnbuitende genoemde personennog vele anderendie inde discussie eenbehoorlijk deuntje kun-

nenmeefluiten. Kenmerkend voor een steekproef is echter dat je jemoet beperken, in dehoopdat desteekproef voldoende representatief is.

Meelezen hield in: commentaar geven, aanvullingen voorstellen, suggesties doen, praktijkvoorbeeldenaanbieden. Alleopmerkingenheb ikper bladzijde en alineanaast elkaargelegd. Ikhebme tegenovermijneigen tekst zoveelmogelijkalskwalitatief on- derzoekeropgesteldennietgeprobeerdmijneigengelijk tehalen.Daarwaar inde feed- backduidelijke tendensenaanwijsbaarwaren,heb ikdezezondermeer inhetboekver- werkt.Ookopbasis vanbelangrijke individuelesuggestiesheb ikhet boekaangepast. Ikhebdemeelezers gevraagdof zij akkoordwarenmet het vermelden vanhunnaam. De vermelding van hun naam betekent niet dat zij met elk onderdeel instemmen. Ik hoopdat iker redelijk ingeslaagdbenhunopmerkingen inhet boek te integreren. Inde jaren1998en1999heb ikdelenvanhetboek inhetpropedeuseonderwijsgebruikt ennaafloop vande lessen viaeen lijstmet criteriadoorde studenten latenbeoordelen. Destudentenvandeopleidingcreatieve therapievandeHogeschoolLimburg inSittard bedank ik voorhunmondelingeen schriftelijke feedback. Ikhebgenoten vanditwerkdat voormij zeer vruchtbaarwas.Depersonendiehieraan in alle openheid enbelangeloos hebbenmeegewerktwil ik vanharte bedanken. Crea- tieve therapieheeft als ieder anderberoepeenprofessionelecultuurnodigwaarin– los van status, belang en ideologie – in alle openheid en onvoorwaardelijk standpunten met elkaar uitgewisseld kunnenworden. Ik hoop dat dit boek hiervan een illustratie kanzijn.

dr.HenkSmeijsters Zomer 1999

Voorwoordbij de tweededruk

Het verheugtmij dat het boek in vrij korte tijdaan een tweededruk toe is.Het zegt iets over het boek dat blijkbaar aan een behoefte tegemoet komt. Maar het zegt ook iets over deberoepsbeoefenaren, de creatief therapeuten, diehet inkaderen en theoretisch onderbouwen vanhet eigenberoepblijkbaar zeerbelangrijk vinden. Alhoewel tegenwoordigde term vaktherapie de term creatieve therapie overschaduwt, heb iker toch voorgekozen indit boek (nog) vast tehoudenaande term creatieve the- rapie.Ditboek Handboekvaktherapie noemenzou immerssuggererendateral voldoende helderheid bestaat op dit punt. Dit neemt niet weg dat ik een groot voorstander ben vanhetdenkenvanuitde termvaktherapieendat ikhet toejuichhoedecreatieve thera- pie en de psychomotorische therapie naar elkaar toegroeien. Een Handboek vaktherapie vraagtomeengezamenlijke inspanningvanbeideberoepsgroepen.Misschiendatzo’n inspanning indenabije toekomst vanuit de kenniskringenmogelijk is. De eerste aan- zettenzijner.TussendeNederlandseVerenigingvoorCreatieveTherapie (NVCT)ende

Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie (NVPMT) vindt regelmatig overlegplaatsenook ikben indegelegenheidmet vertegenwoordigers vandepsycho- motorische therapie voortdurend vangedachten tewisselen.

Wat isnieuw inde tweededruk?

Omdathetdenken rond ‘werkwijzen’ zichde laatste jarenontwikkeldheeft,heb ikhier extraaandacht aanbesteed.Opdeeersteplaatsdoormijneigen indeling te vergelijken metde indelingdiedoorhetTrimbos-instituut (2000)werdgebruikt. Intussenzijnvele andere termen inomloop. Inde tweededrukprobeer ik termenals theorie,beroepspro- fiel,werkwijze, product,module, interventie,werkvorm, technieknader tedefiniëren. Zo’ndefinitie is telkensweer eenheikele zaak omdat niet iedereenhet daarmee eens zal zijn. Ik ben echter vanmening dat, ter bevordering van een goede communicatie, het nodig is deze termen af te bakenen. Gebeurt dat niet, dan ligt spraakverwarring telkensopde loer.Natuurlijk iselkedefinitievoorlopig,maarhetbegin isgemaakt.De definities zijn afgestemd op de definities die zijn opgenomen in het LandelijkOplei- dingsprofiel enpublicaties vandeNVCT. Inhoofdstuk5krijgt het ontwikkelingsprofiel vanAbrahammeer aandacht. Bij de af- zonderlijke therapieën inhoofdstuk8heb ikopsommigeplekkenenkeleaanvullingen gemaakt. Zo krijgt bij dramatherapie Emunahmeer aandacht en heb ik tuintherapie toegevoegd. Aanvullingen zijn ook gemaakt in hoofdstuk 11, het hoofdstuk over het analoge-procesmodel indeafzonderlijkecreatieve therapieën. Een belangrijk deel van de aanvullingen betreft actuele ontwikkelingen met betrek- king tot ‘vaktherapie’, CBO-richtlijnen, kenniscentrum, lectoraten en kenniskringen, nascholing,differentiatie,BIG-registratie,domeinafbakening,hetherregistratietraject vandeSRCT, enzovoort. Bij een aantal vandeze zakenben ikde afgelopen jarennauw betrokken geweest. Ik ben vanmening dat deze zaken voor de creatieve therapie de deur geopendhebbennaar verdereprofessionaliseringen (praktijkgerichte) verweten- schappelijking. Ikhebde indruk dat de creatieve therapie nu, na erkend te zijn als vijfde cluster inde GGZ, dekansgebodenwordt zichopbasis vaneen stevige ‘bodyof knowledge’ verder te profileren. Het handboekmaakt deel uit van dit proces, maar het is belangrijk dat vanuit dekenniskringen, in samenwerkingmet deNVCT ende creatief therapeuten in hetwerkveld, stevigonderzoekplaatsvindt, dat uitmondt innog veelmeer publicaties die latenzienwat creatieve therapiekan.De ‘tacitknowledge’ iser,maarzijmoetgeëx- pliciteerdengeanalyseerdennaarderden toe transparant gemaaktworden.

dr.HenkSmeijsters Zomer2003

Voorwoordbij dederdedruk

Creatief therapeutenhebbende laatste jarenniet stilgezeten. Er zijnhandboeken voor de specifiekemedia verschenen enboekenmetmethoden, en er zijnonderzoeksresul- tatengepubliceerd inboekenenartikelen.Aandemeestehandboekenhebbenmeerde- recreatief therapeutenhunmedewerkingverleend. Ikbeschouwdatalseengoed teken, wanthetwijsteropdat veel creatief therapeutenbezigzijnmetberoepsontwikkelingen communicatieoverhet vak. Het Handboek creatieve therapie met het op het landelijk beroepsprofiel gebaseerde CT- molecuul vervult de rol van gemeenschappelijk funderend boek voor alle creatieve therapieën. Dit handboek toont dus het hele landschap van de creatieve therapie; de mediumspecifieke boeken zijn verdere uitwerkingen van de verschillende akkers van dat landschap.Het Handboek creatieve therapie ende andereboeken voor dramatherapie, muziektherapie, beeldende therapie endans-bewegingstherapie vullen elkaar dus uit- stekendaan. Het isonmogelijkom inhetbestekvandit tochalomvangrijkeboekeencompleetover- zicht te geven van alle nieuwe ontwikkelingen inbinnen- enbuitenland. Ikhebme in deze nieuwe druk daarom beperkt tot dat deel van de nieuwe body of knowledge per medium die voor de Nederlandse situatie belangwekkend is. Ik heb daarbij dus een keuzegemaakt enbepaaldezakenwel enandereniet aanbod latenkomen. Evidence basedpractice heeft eengrote vlucht genomenen isnietmeerweg tedenken.Dit betekentdatvancreatief therapeuten in toenemendematewordtverwachtdatzij aanto- nenwatwerkt bijwie enwaarom. Behandelproductenmoetenhet handelendoorzich- tigmaken, enwelke interventies inaanmerkingkomenvoor vergoedingwordtbepaald door richtlijnenwaarin staatwatwel of nietwerkt.Dedrukommet experimenteel on- derzoekaan te tonendat creatieve therapiewerktneemtdaarom toe.Dit isde redendat hethoofdstukover evidencebasedpractice is toegevoegdenhethoofdstukoveronder- zoek is uitgebreid, onder anderemet voorbeelden vanonderzoekdat sinds 2002door dekenniskringengerealiseerd is. Creatief therapeutenhebbende laatste jaren aansluitinggezocht bij succesvolle thera- pievormen zoals de cognitieve gedragstherapie, de dialectische gedragstherapie ende schemagerichte therapie, endaaromzijndiebenaderingen indenieuwedrukopgeno- men. Anders dan vroeger is bij deze aansluitinggeen sprake geweest van een eenzijdige adoptievanmethodenen technieken, endit isniet inde laatsteplaats tedankenaanhet feit dat binnendecreatieve therapie steedsduidelijkerwordtwat deeigenkracht is van hetmedium.Ook andere therapeutenkrijgen steedsmeer zicht opde rol die creatieve therapie door tewerken ‘in’ hetmedium kan vervullen daar waar de cognitieve bena- deringaanvullingbehoeft.Nadat creativiteitdevorigedecenniawat indeschaduwwas komen te staan, is de laatste jaren dan ook eenhernieuwde aandacht voor creativiteit aanwijsbaaralshetgaatomhet versterkenvanhet zelfstandigprobleemoplossendver-

mogen, het stimuleren van empowerment , de grenzen vangestandaardiseerde interven- tiesenhet belang vanervaringskennis vanprofessional encliënt.

Het analoge-procesmodel maakte een stormachtige ontwikkeling door en heeft een nog steviger basis gekregen doordat hetmogelijk bleek de ontwikkelingspsychologie vanStern te verbindenmet deneuropsychologie vanDamasio.Dederdedrukbevat de laatste stand vanzakenover analogieennieuweconcrete voorbeeldenpermedium. Andere ontwikkelingen die in deze nieuwe druk ruim aandacht krijgen zijn het ont- staan van de Federatie en – als uitvloeisel daarvan – het nieuwe beroepsprofiel dat in 2008gevalideerdwerd. Omdat dehoeveelheid informatie alsmaar toeneemt, heb ikomhet boekniet nogdik- ker temaken inde tekst vande vorigedrukzakengeschrapt dieopditmomentminder belangrijkzijn.

Ikhoopdat deze nieuwe druk eengoedbeeldgeeft vanwat creatieve therapie is ende bijdragediezij levert aandepsychischeenpsychosocialegezondheid vancliënten.

dr.HenkSmeijsters Zomer2008

Dankzegging

aandepersonendiedoormee te lezenen/of doorhet geven vanmondelingeen schrif- telijkeadviezeneenbijdragehebbengeleverdaandeeersteen/of tweededruk.

• NiekBaeten (beeldend therapeut) • drs.RenéBenneker (dramatherapeut, bestuurskundige, voormalig voorzitter NVCT, voorzitterCONOKamerVaktherapie, voorzitterwerkgroepRegisterVak- therapeutischeBeroepen) • DonBinnendijk (trainer encoachop individueel engroepsniveau, ontwikkelaar vanmuziekals trainingsmediumbij groepen) • drs. PeterBottenberg (psycholoog, psychotherapeut) • AnjaCilissen-IJsermans (docentebeeldende therapie) • drs.GéCimmermans (psycholoog, docent dramatherapie) • GorryCleven (dramatherapeute, stafmedewerkerdeskundigheidsbevordering, voormalig voorzitterNVCT) • Charles vanDommelen (muziektherapeut) • dr.KlausDrieschner (psycholoog,muziektherapeut) • drs.ClaudiaEmck (psychologe, psychomotorisch therapeute, docentepsychomo- torische therapieaanuniversiteit enhogeschool, docentemasterpsychomotori- sche therapie) • drs. Liesbeth vandenEssen-Cox (psychologe,muziektherapeute) • Marja vanHeerden (muziektherapeute, docentemuziektherapie) • IneHeijs (dramatherapeute) • Ineke vanHest-deWitte (muziektherapeute) • Prof.dr.GielHutschemaekers (hoogleraarprofessionaliseringgeestelijkegezond- heidszorg) • Nanon Janssen (dans- enbewegingstherapeute, psychomotorisch therapeute, lid KenVaK) • drs. Johannes Junker (manager, theoloog, dramatherapeut) • drs. Piet vanderKlis (manager, pedagoog, psychomotorisch therapeut) • drs. FransKochen (psychotherapeut) • HenkPenninx (psychomotorisch therapeut) • dr.MarijkeRutten-Saris (beeldend therapeute, onderzoeker) • RosemarieSamaritter (dans- enbewegingstherapeute, psychotherapeute) • drs. LuukSietsma (destijdsmanageropleidingpsychomotorische therapie&be- wegingsagogieen voortgezetteopleidingpsychomotorische therapie, voorzitter FederatieVaktherapeutischeBeroepen) • drs.HermanSmitskamp (psycholoog) • SonjaVisser-Huisman (muziektherapeute) • JaapWelten (dramatherapeut, psychodramapsychotherapistECP, docent drama- therapie, opleidingscoördinator, lidKenVaK) • PetraWernink (docentebeeldende therapie) • TruusWertheim-Cahen (beeldend therapeute) • drs. Jan-Berend vanderWijk (dramatherapeut,manager, voormaligmanager crea- tieve therapieopleidingenbestuurslidECArTE)

Inhoudsopgave

Inleiding

17

1 HetCT-molecuul

21

2 Deplekvandediagnostiek indecreatieve therapie

25 25 25 27 29 30

Inleiding

2.1 Debetekenis vandeDSM-IV voordecreatief therapeut

2.1.1 Muziektherapie 2.1.2 Dramatherapie 2.1.3 Beeldende therapie

2.1.4 Dans- enbewegingstherapie 33 2.1.5 Decorrespondenties tussen itemsuit deDSM-IVenhetmediumgedrag 35 2.1.6 Beschrijving versus interpretatie 36 2.1.7 De functie vandeDSM-IV voordecreatief therapeut 38 2.2 Het klinisch redeneerproces vandecreatief therapeut 39 Samenvatting 44

3 Creatieftherapeutischhandelen isbehandelen

45 45 45 48 51 54 55 55 55 56 61 61 66 71 73 73 75 76 78

Inleiding

3.1 Behandeling versusbegeleiding 3.2 Eendefinitie vancreatieve therapie 3.3 Vancreatief therapeutnaar vaktherapeut

Samenvatting

4 Creatieftherapeutischewerkwijzen

Inleiding

4.1 Werkwijzenalscategorieën vandoelstellingen

4.1.1 Overzicht vanwerkwijzen 4.1.2 Depsychologie vanhetmedium

4.1.3 Verschillendebetekenissenen indelingen vanwerkwijzen

4.2 Vanalgemene theorienaar therapeutische techniek

Samenvatting

5 Psychotherapeutischestromingen indecreatieve therapie

Inleiding

5.1 De relatie tussenwerkwijzenenpsychotherapeutische stromingen 5.2 Deproblematiek vandecliënt endepsychotherapeutischestroming

5.3 Pluriformiteit en ‘trustworthiness’

5.4 Overzicht vanpsychotherapeutischestromingen

79 80

5.4.1 Psychodynamische therapieën

5.4.2 Therapieën voortgekomenuit dehumanistischepsychologie 85 5.4.3 Gedragstherapie, cognitieve therapieendaaraan verwante therapieën 89 5.4.4 Systeemgeoriënteerde therapieën 97 5.4.5 Eclectische therapieën 99 Samenvatting 102

6 Creativiteit, het creatieveproces, spel, transitionele ruimte, expressie

103 103 104 104 106 109 111 112 112 114 121 121 123 128 128 131 134 135 135 135 137 142 143 144 145 146 148 149 149 153 154 159 160 161 167

Inleiding

6.1 Creativiteit isgeendoel

6.1.1 Het creatieveproduct indekunst: defilosofischebenadering 6.1.2 Het creatieveproduct indekunst: depsychologischebenadering

6.1.3 Creativiteit enzelfactualisatie

6.1.4 Creativiteit revisited

6.2 Het creatieveproces

6.2.1 Procesenproduct

6.2.2 Theorieënoverhet creatieveproces

6.3 Spel en transitionele ruimte

6.3.1 Spel

6.3.2 Transitionele ruimte

6.4 Expressie

6.4.1 Waaromexpressie? 6.4.2 Creatieveexpressie

Samenvatting

7 De indicatiestellingvoor creatieve therapie

Inleiding

7.1 Criteria voorde indicatiestelling

7.1.1

Voorbeeld vaneen indicatiestelling

7.1.2 Formats voorde indicatiestelling

7.2 Evidencebasedpractice

7.3 Richtlijnen

7.3.1 Niveaus vanbewijskracht

7.3.2 De impact van richtlijnenopdecreatieve therapie

Samenvatting

8 Deafzonderlijkecreatieve therapieën invogelvlucht

Inleiding

8.1 Dramatherapie

8.1.1

Methodischeuitgangspuntenen technieken

8.1.2 Dekunststromingen

8.1.3 Creativiteit

8.1.4 Depsychotherapeutische stromingen

8.1.5 Dewerkwijzen

8.1.6 Diagnostieken indicatie

168 170 171 172 177 180 181 188 189 189 191 193 197 199 207 207 209 210 215 216 218 224 225 227 228 229 231 231 231 232 233 233 234 235 236 237 237 239 239 241 243 245 247

8.1.7 Dramatherapieenpsychodrama

8.2 Muziektherapie

8.2.1 Methodischeuitgangspuntenen technieken

8.2.2 Dekunststromingen

8.2.3 Creativiteit

8.2.4 Depsychotherapeutische stromingen

8.2.5 Dewerkwijzen

8.2.6 Diagnostieken indicatie

8.3 Beeldende therapie

8.3.1 Methodischeuitgangspuntenen technieken

8.3.2 Dekunststromingen

8.3.3 Creativiteit

8.3.4 Depsychotherapeutische stromingen

8.3.5 Dewerkwijzen

8.3.6 Diagnostieken indicatie

8.4 Dans- enbewegingstherapie

8.4.1 Methodischeuitgangspuntenen technieken

8.4.2 Dekunststromingen

8.4.3 Creativiteit

8.4.4 Depsychotherapeutischestromingen

8.4.5 Dewerkwijzen

8.4.6 Diagnostieken indicatie

8.4.7 Psychomotorische therapie (PMT), korte inleidinggeschreven doorClaudiaEmck

8.5 Tuintherapie

8.5.1 Methodischeuitgangspunten 8.5.2 Kunststromingenencreativiteit

8.5.3 Psychotherapeutische stromingenenwerkwijzen

8.5.4 Diagnostieken indicatie

Samenvatting

9 Werken inhetmedium

9.1 Begripsbepaling

9.2 Kenmerken vanwerken inhetmedium 9.3 Keuze voorwerken inofmethetmedium

Samenvatting

10 Analogie

Inleiding

10.1 De invalshoek vanuit deontwikkelingspsychologie vanDaniel Stern

10.1.1 Vitalityaffect

10.1.2 Parameters vandynamischeprocessen

10.1.3 Proto-narrativeenvelope, temporal contour, presentmoment 10.2 De invalshoek vanuit deneuropsychologie vanAntonioDamasio 10.3 De invalshoek vanuit deemotion-focused therapy vanLeslieGreenberg

10.4 De invalshoek vanuit desemiotiek 10.5 Analogie versus symbool enmetafoor

247 250 251 254 258 258 260 262 263 264 266 268 269 269 269 269 273 276

10.5.1 Symbool 10.5.2 Metafoor

10.6 Definitie vananalogie

10.6.1 Spel enanalogie

10.6.2 Analogie indecreatieve therapie 10.6.3 Analogieendynamic form

10.6.4 De fenomenologischebenadering vananalogie

10.6.5 Analogieencreatieve vormgeving 10.6.6 De toetsing vananalogieën

Samenvatting

11 Het analoge-procesmodel indeverschillendecreatieve therapieën

Inleiding

11.1 Analogedramatischeprocessen

11.1.1 Defictievecontext ende reëlegevoelens

11.1.2 Het evenwicht tussenoverdistancingenunderdistancing

11.1.3 Dramatherapiedoor analogie 11.1.4 Deanalogie vanmediumenpsyche 277 11.1.5 Dramatherapiebij schizofrenieenborderline-persoonlijkheidsstoornis 279 11.1.6 DevelopmentalTransformations 280 11.1.7 Analogie inpsychodrama 281 11.2 Analogemuzikaleprocessen 282 11.2.1 Overeenstemming tussenmuziektherapeuten 284 11.2.2 Theoretischeonderbouwing vanuitDaniel Stern 285 11.2.3 Morfologieendynamic form 287 11.2.4 Veranderingdoor analogie 288 11.2.5 Empirischeonderbouwing 290 11.2.6 Concrete voorbeeldenontleendaanpraktijkonderzoek 292 11.3 Analogieën inhet beeldendmedium 296 11.3.1 Symbool enanalogie 297 11.3.2 Voorbeelden vanhetwerkenmet analogie 301 11.3.3 Analogie indebeeldendekunst 304 11.3.4 Beeldelementenen vitalityaffects 306 11.3.5 Parallellen tussendeontwikkelingsfasen volgensSternende ontwikkeling inhetmedium 308 11.3.6 Beeldendwerkenenhet kernbewustzijn 313 11.3.7 Depsychologie vanhetmedium 314 11.4 Analogie indedansenbeweging 315 11.4.1 Deanalogie tussenbewegingenpsyche 316 11.4.2 Analogie, symbool enmetafoor 322 11.4.3 Vitalityaffects, effortsenkernzelf 323 11.5 Analogie inhetwerkenmet levendmateriaal 324 Samenvatting 326

12 Creatieve therapie in relatie tot anderevormenvan therapie

327 327 329 329 330 331 331 332 334 335 335 335 335 336 338 343 345 345 345 345 349 352 352 355 360 361 361 362 362 363 367 370 370 373 380 381 383 383 384 386 390

Inleiding

12.1 Creatieve therapie in relatie tot verbalepsychotherapie

12.1.1 Geleefdeervaring

12.1.2 Handelen inhetmedium

12.1.3 Niet-cognitief

12.2 Overdracht indecreatieve therapie 12.3 De taal vandecreatief therapeut

Samenvatting

13 Demaatschappelijkepositioneringvandecreatief therapeut

Inleiding

13.1 Maatschappelijkepositie

13.1.1 Werkgelegenheid

13.1.2 Aanstellingsomvangen inschaling

13.2 Depositie vandecreatief therapeut inde instelling

Samenvatting

14 Professionalisering

Inleiding

14.1 De instituties vancreatieve therapie

14.1.1 Federatie, verenigingenen instanties

14.1.2 Opleidingen

14.1.3 Lectoratenenkenniskringen

14.2 Professionalisering indepraktijk 14.3 Beroepsprofiel enopleidingsprofiel

Samenvatting

15 Onderzoek

Inleiding

15.1 Evidencebasedpracticeenpracticebasedevidence

15.1.1 Evidencebasedpractice (EBP) 15.1.2 Practicebasedevidence (PBE)

15.2 Het onderzoeksvoorstel 15.3 Kwantitatiefonderzoek

15.3.1 Experimenteel onderzoekmet groepen

15.3.2 Singlecaseonderzoek

15.3.3 Samenvatting vanenkelebelangrijke typenkwantitatiefonderzoek

15.3.4 Dataverzamelingen -analysekwantitatief

15.4 Kwalitatiefonderzoek

15.4.1 Veel gebruiktekwalitatievemethoden 15.4.2 Dataverzamelingen -analysekwalitatief

15.5 Onderzoekdoorkenniskringen

Samenvatting

391

Literatuur

425

Register

447

Overdeauteur

Inleiding

Dit boek is geen praktische handleiding, maar geeft een samenhangend theoretisch kader voor het beroep van creatief therapeut. Centraal staat wat ikhet CT-molecuul heb gedoopt:een logischeaaneenschakelingvanzakendiewatbetreftkennisenvaardighe- denhet beroep vancreatief therapeut kenmerken. Tot de ingrediënten vanhetCT-molecuul behorenondermeer kennisontleendaan verschillendemenswetenschappenenvaardighedendiehethandelenalscreatief thera- peutmogelijkmaken. Verdermoet een creatief therapeut inzicht hebben indepsychi- scheprocessendiezich inen tussenpersonenafspelen,kennishebbenvandediagnos- tiek en zich voortdurend de vraag stellenwelke creatievemethoden, waarom, hoe en metwelkresultaatbijwelkecliëntenkunnenworden ingezet.Voortsmoethij zijneigen handelenkunnenplaatsenbinneneenbrederpsychotherapeutisch,agogisch, systeem- therapeutisch,neuropsychologisch (enzovoort)referentiekaderenmoethijeenheldere visie hebben over de uitgangspunten van creatieve therapie,met namewat betreft het therapeutische gebruik vanhetmedium. Bij deze opsomming vanmet elkaar samen- hangende elementenmagniet vergetenwordendat de beheersing vanhetmedium in therapeutischezinhet zwaartepunt vormt vanhet beroep vancreatief therapeut, endat decreatief therapeut instaatwordt geachtdespecifieke therapeutischeeigenschappen vanhetmediummethodisch in tezetten. Inde verschillendehoofdstukkenwordt telkens een element vanhet CT-molecuul on- der het vergrootglas gelegd. Deweg die ik in dit boek volg, is ‘van diagnose tot crea- tieftherapeutischemethode’. Het is de weg die voert van buiten naar binnen, van de algemene elementennaar de specifieke elementen van creatieve therapie. Ik heb voor deze opzet gekozenom te benadrukkendat de cliënt centraal staat endat creatiefthe- rapeutischhandelenuitgaat vande cliënt. Ik realiseerme dat indepraktijkde creatief therapeut de cliënt inhetmedium ontmoet enhet ‘algemene’ niet voorafgaat aanhet ‘specifieke’,maar ikdenkdathetgeenkwaadkanom tebenadrukkendat cliëntenvan- uit eenhulpvraagaancreatieve therapiedeelnemen. De gekozen weg impliceert dat de eerste hoofdstukken nogal algemeen van aard zijn. Diagnostiek, werkwijzen en psychotherapeutische stromingen zijn bijvoorbeeld nogweinig specifiekcreatieftherapeutisch.Omdat decreatief therapeut niet opeenei- land leeft, zijnhandelenmoet afstemmenopdedoelstellingenenhet beleid vande in- stellingwaarinhijwerktenmoetkunnendeelnemenaanmultidisciplinairoverleg,acht ikhet evenwel noodzakelijkdezealgemene referentiekaders tebeschrijvenalvorensde specifiekekenmerken vancreatieve therapieaanbod tekunnen latenkomen. Niet alle elementen vanhet CT-molecuul komen aande orde. Een overzicht geven vande algemenemenswetenschappen endewerkvelden zoude omvang vanhet boek geweld aandoen, en voor eenbespreking vande kenmerken vande therapeutische re- latie verwijs ik graagnaar andere bronnen. Evenminwordt getracht een gedetailleerd beeld tegeven vandemethodiekendepraktijk vandeafzonderlijke creatieve therapie-

18

 Handboekcreatieve therapie

ën–erzijnvoldoendeandereboekendiehierinvoorzien.Deverwijzingenendeaandit boek toegevoegde uitgebreide literatuurlijst kunnenbehulpzaam zijnbij de keuze van de verdiepende theoretischeenpraktische literatuur. Behalvedatwordt ingegaanopdeafzonderlijkeelementen vanhetCT-molecuul, ishet de bedoeling de samenhang te laten zien tussen de diagnose van de cliënt enwat de creatief therapeut doet. Het boek weerspiegelt het klinische redeneerproces waarin achtereenvolgens de vol- gende vragenaandeordekomen: • Wat isermet decliënt aandehand? (observatie/diagnostiek) • Moet gekozenworden voorbehandeling? Enzo ja: • Welke strategiekomthieraanhet beste tegemoet? (werkwijzen) • Bijwelke therapeutischeachtergrondkandecreatief therapeuthetbesteaansluiten? (psychotherapeutische stromingen) • Vanwelkealgemenekenmerkenvancreatieve therapiekandecreatief therapeutge- bruikmaken? (creativiteit, het creatieve proces, spel, transitionele ruimte, expres- sie) • Hoeweet de creatief therapeut dat een cliëntmogelijkbaat heeft bij een specifieke vorm vancreatieve therapie? (indicaties) • Vanwelkemethodischeuitgangspunten vanhet eigenmediumkande creatief the- rapeut uitgaan (creatieve therapie in vogelvlucht)? Meerderehoofdstukkenhandelenoverhetzogenaamde analoge-procesmodel datdoormij ontwikkeld werd als theorie van de creatieve therapie met de bedoeling de creatieve therapie een eigen plaats toe te kennen tussen de psychotherapie, ortho(ped)agogie, systeemtherapie, neuropsychologie, enzovoort enerzijds enniet-therapeutischemedi- umactiviteitenanderzijds. Het analoge-procesmodel beschrijft demediumactiviteit van de cliënt als een psy- chisch, psychomotorisch en/of interactief fenomeen.Daardoor ontstaat een integratie vanmedium en psyche enwordt een brug geslagen tussen de psychologische taal en demediumtaal.Het analoge-procesmodel is niet bedoeld ter vervanging vanbestaan- de theoretischemodellen, zoals bijvoorbeeld de creatief-procestheorie en de kunstanaloge stroming , die zowel wat betreft theorievorming als toepassingsgebied ieder hun eigen waardehebben. Ik heb het analoge-procesmodel afgestemd op de eigenheid van de verschillende media vandecreatieve therapie. Indehoofdstukkendievolgenophet analoge-procesmodelwordt ingegaanopcre- atieve therapie in relatie tot andere hulpverlenende beroepen en komende elementen vanhetCT-molecuul aanboddie verwijzennaarhet functionerenbinnende instelling, professionaliseringenonderzoek. Aansluitendbij desituatie inHeerlen leg ikhet zwaartepuntbij demedia drama,muziek, beeldend en dans enbeweging .

19

Inleiding

Het boek is in eerste instantiebedoeld voor studenten indepostpropedeutische en af- studeerfase vandeopleidingen voor creatieve therapie. Evaluatieheeft echter uitgewe- zen dat bepaalde onderdelen van het boek ook in de propedeuse bruikbaar zijn,mits ondersteuning indevormvanhoorcollegesenresponsiecollegesplaatsvindtende tekst wordt aangevuldmetpraktijkvoorbeelden.MetnamehetCT-molecuulgeeftdestudent vanaf het begin van de opleiding een samenhangend beeld van het beroep. Het blijkt mogelijk studenten reeds in een vroeg stadium te trainen inhet herkennen vande ele- mentenvanhetCT-molecuul. Inde latere fasevandeopleidingkandoorhetbestuderen vande inde literatuurverwijzingengenoemdebronnen verdiepingplaatsvinden. Zetmenhet boek aldus op verschillendemanieren in, aangepast aande uitgangs- situatie vande student, dankanhet fungerenalsbasisdocumentwaaropde student tij- dens zijnopleidinggeregeld teruggrijpt.Opdezewijzeneemt gedurendedeopleiding deprofessionaliteit vande student concentrisch toe.Het boek isalshetwareeen land- kaartwaarop studentendeelementen vanhet beroepkunnen intekenen. Omdathetboekeenoverzichtgeeftvandespecifiekeenniet-specifieke factorenvan het beroep van creatief therapeut, kan het als centraal en geïntegreerd uitgangspunt dienen voormeerdere vakken indeopleiding tot creatief therapeut.

In tweede instantiebiedtde tekstaancreatief therapeuteneensamenhangendkaderdat depraktijk vanalledag vaneenwetenschappelijkeonderbouwingkan voorzien.

Inderde instantiewordtmethetboekbeoogd therapeutendiemet creatief therapeuten samenwerkendemogelijkheid tegeven ietsmeer teweten tekomenoverhetwerk van huncollega.

Opdrachten

Docenten en studenten vandeCT-opleidingenkunnenbij het bestuderen vandit boek gebruikmaken vanhet aanvullend studiemateriaal opdewebsite bij Handboek creatieve therapie . Uit ervaring blijkt dat het leereffect het sterkst is als de hoofdstukken uit het boekworden toegepast opeenconcretecasus vanhet eigenmedium. Dezeopdrachten zijnbedoeld voor bachelorstudenten inhet eerste jaar vandeCT- opleiding.De studentenmakenzichmet behulp van vragen en instructiesde volgende hoofdstukken eigen: observatie endiagnostiek, de (psycho)therapeutische referentie- kaders, de indicatiestelling, de werkwijzen en de creatieftherapeutische methoden, werkvormen en technieken. Speciale aandacht krijgt het ‘klinisch redeneerproces’ dat ervoor zorgt dat de verschillendeonderdelenaansluitenbij deproblematiek vande cli- ënt enopelkaar. De opdrachtenworden sinds de eerste druk van Handboek creatieve therapie met succes gebruikt door docenten en studenten vande opleidingCT vandeHogeschool Zuyd in Heerlen. Ze zijn voor deze derde druk zodanig aangepast dat ze los van elkdidactisch systeem toepasbaar zijn.

Deopdrachtenzijn te vindenopdewebsite vanUitgeverijCoutinho via: www.coutinho.nl .

1

HetCT-molecuul

Dithoofdstukgeefteengrafischoverzichteneeneerstebeschrijvingvandeverschillende elementen vanhet CT-molecuul. Door de inbedding van creatieve therapie in een alge- meen behandelingskader lijkt het misschien alsof de creatieftherapeutische theorie en behandelingvanondergeschiktbelangzijn.Metdezegrafischevoorstellingwordtechter uitsluitendbeoogdeen samenhangendeopsomming tegeven vandeelementenwaarde creatief therapeutmee temakenkrijgt. Alle elementenkomenbij de cliënt aande orde, maarde verantwoordelijkheid vande verschillendebehandelaars tenaanzien vandeele- menten is anders. Zozal de creatief therapeut bijvoorbeeldbij deobservatie endiagnos- tiekde informatie vande hoofdbehandelaar aanvullen, terwijl de eindverantwoordelijk- heidvoordekeuzevandecreatieftherapeutischemethodiekbijdecreatief therapeut ligt.

1 2

3 4 5 6 7 8

Taakgebied 1

9

9

9

9

10

10

10

10

11 12 13

Taakgebied2  & Taakgebied3

Figuur 1.1  HetCT-molecuul

22

1  HetCT-molecuul

Legenda 1 Algemenemenswetenschappen die inzicht geven in de normale psychosociale en psychomotorische ontwikkeling van demens, dewijzewaarop deze ontwikkeling dooropvoedingondersteundkanwordenendemaatschappelijkecontextwaarinde mens zich bevindt (algemene psychologie, ontwikkelingspsychologie, cognitieve psychologie, sociale psychologie, klinische psychologie, psychotherapie, psychia- trie, pedagogiek,maatschappijwetenschappen,filosofie, enz.). 2 De werkvelden en instellingenwaarin creatief therapeutenwerkzaam zijn: intra-, semi- en extramurale instellingen voor geestelijkegezondheidszorg, algemenege- zondheidszorg en zorg voormensenmet beperkingen, voor kinderen, jeugdigen, volwassenenenouderen,hetspeciaalonderwijs,de jeugdhulpverleningendeprivé- praktijk. 3 Deobservatieendiagnostiek:debinnendeafzonderlijkewerkveldenvoorkomende psychische stoornissen en/of handicaps (psychosen, neurosen, psychomotorische handicaps, verstandelijkehandicaps, autisme, dementie, afasie, enz.). 4 Dewerkwijzen die binnen de psychotherapie, ortho(ped)agogie, systeemtherapie, neuropsychologie (enzovoort)onderscheidenwordenendie toepasbaarwordenge- achtbij bepaaldediagnoses (b.v. ortho(ped)agogisch, supportief, palliatief, re-edu- catief, reconstructief, steunend, structurerend, klachtgericht, ontdekkend, losma- kend, verrijkend, verwerkend, focaal inzichtgevend, openleggend inzichtgevend). 5 Psychotherapeutische, ortho(ped)agogische, systeemtherapeutische en neuropsy- chologische stromingen die binnen dewerkwijzen gehanteerd kunnenworden en waaraan de creatieftherapeutische methoden, werkvormen en technieken gekop- peldkunnenworden (b.v. gedragstherapie, cognitieve therapie, psychoanalyse, ro- geriaanse psychotherapie, gestalttherapie, relatie- en gezinstherapie, groepspsy- chotherapie, biologischepsychiatrie, enz.). 6 Kenmerkenvande therapeutische relatie: empathie, afstand-nabijheid,overdracht- tegenoverdracht, enz. 7 Algemene theoretischeuitgangspunten vande creatieve therapie, zoals creativiteit, creatieveproces,spel, transitioneleruimte,expressie,analogie,enz. ‘Algemeen’be- tekent dat deze uitgangspunten van toepassingworden geacht op de gehele crea- tieve therapie, endusniet zijn voorbehoudenaanhet specifiekemedium. 8 De criteriaopbasiswaarvanbepaaldwordtwaarom creatieve therapiegeïndiceerd is endewijzewaarop indit verbandhet effect vancreatieve therapiewordt vastgesteld. 9 Eigenschappenen techniekenvanhet aandebijbehorendekunstvormontleendeme- diumdiezich lenenvoorhetgebruik in therapeutischesituaties,ditwilzeggengerela- teerdkunnenwordenaandediagnostiek,dewerkwijzen,de therapeutischestromin- gen,de therapeutische relatieendealgemeneuitgangspuntenvancreatieve therapie. 10 De therapeutischemethodiek vanhet specifiekemedium: therapeutischemethoden, werkvormenen techniekendieopbasisvande indicatiestellingaansluitenbijdediag- nostiek, de opde diagnostiek gebaseerdewerkwijzen, de daarbij behorende psycho- therapeutische,ortho(ped)agogische, systeemtherapeutischeofneuropsychologische stroming,deaardvande therapeutische relatie,dealgemeneuitgangspuntenvancre- atieve therapieendespecifiekeeigenschappenen techniekenvanhetmedium. 11 Het functionerenbinnende instelling:organisatieleer,werken inmultidisciplinaire teams, rapportage, enz.

23

HetCT-molecuul

12 Professionele aspecten vanhet beroep: vereniging, register, intervisie,maatschap- pelijkepositie, ethischecode, enz. 13 Wetenschappelijkeaspecten vanhet beroep: literatuurstudie, onderzoek, enz. Toelichting Het CT-molecuul geeft, zoals gezegd, een overzicht van alle elementenwaarmee een creatief therapeut rekeningmoethouden. Deelementen9en 10zijn vertakt omdaarmeeaan tegevendat er sprake is van vier media: drama, muziek, beeldend, dans en beweging ( tuin ). Mijn intentie is om duidelijk te latenziendat naast degemeenschappelijkeuitgangspunten van creatieve therapieook de specifiekekenmerken vanhetmedium vanbelangzijn. Er kan vanuit verschillende invalshoeken naar het CT-molecuul gekekenworden. De eerstemanieromernaar tekijken isdematewaarindeelementenalgemeenofspecifiek van aard zijn. ‘Specifiek’ verwijst naar het eigene van creatieve therapie, terwijl ‘alge- meen’betrekkingheeftopeigenschappendienietspecifiekzijnvoorcreatieve therapie. Deelementen 1 en2zijn vanalgemeneaardenniet specifiekcreatieftherapeutisch.Dit geldt voor eenbelangrijkdeel ook voorde elementen3 tot enmet 6, diehandelenover diagnostiek,werkwijzen, stromingen ende therapeutische relatie.Maar ook al leunen dezeelementensterkop referentiekadersdieniet specifiekzijnvoor creatieve therapie, zij vindenbinnendecreatieve therapieeenvertalingnaarspecifiekekenmerkenvanhet medium. De elementen 7 tot enmet 10 zijn specifiek voor creatieve therapie. De ele- menten 11, 12en 13zijn voor eenbelangrijkdeel algemeen vanaard. Een tweedemanier om naar het CT-molecuul te kijken is vanuit de relatie die de elementenhebbenmet de taakgebiedenuit het beroepsprofiel. De elementen 3 tot en met 13 omvatten de taakgebieden van het beroepsprofiel van de creatief therapeut, te weten: Taakgebied-1: Behandeling van cliënten (de elementen 3 tot enmet 10), Taakge- bied-2: Organisatie (element 11), Taakgebied-3: Professionele ontwikkeling (element 12) en Taakgebied-4: Onderwijs en onderzoek (element 13).De elementen 1 tot enmet 13zijn in- grediënten die in de opleiding van een student tot creatief therapeut aan bodmoeten komen. MenkanhetCT-molecuul vanbovennaarbenedenofvanbenedennaarboven lezen.Van boven naar beneden leest menwelke problemen er in het leven van eenmens kunnen voorkomen die een normale ontwikkeling onmogelijkmaken. Met het doel mensen te ondersteunen zijn er, toegespitst opde aard vandeproblemen, voorzieningenontstaan dieworden aangeduid alswerkvelden. Binnendezewerkveldenbehandelen enbegelei- denhulpverlenersmensenopbasis vanhun specifieke probleem. De creatieve therapie draagt haar steentje daartoe bij door de therapeutische activiteiten inhetmedium af te stemmenopdeproblemenvandecliënt enhet voordecliëntontworpenbehandelplan. Een voorbeeld:

Eenbejaarde vrouw is verwardenkanzich steedsminderherinneren. Ditwijkt af vandenormale veroudering (1).

Zewordt opgenomen ineen verpleeghuis voorpsychogeriatrischepatiënten (2). Wat iserpreciesaandehand?Vanwelkstadiumenwelkevormvandementie issprake? (3).

24

1  HetCT-molecuul

Voordementiebestaaner verschillendebenaderingswijzen (bijvoorbeeldde ‘ondersteu- nende’ ende ‘inzichtgevende’ benaderingswijze) (4). Model inhet verpleeghuis staat de ‘validation’ als vorm van ‘ondersteunende’ benade- ringswijze (5). Opdezemanierwerkenmetdebejaardemevrouw impliceerthetopbouwenvaneen the- rapeutische relatiemet alskenmerkenbegrip, empathieendirectebevestiging (6). In het verpleeghuis bestaat het aanbod creatieve therapie als vorm van expressieve en communicatieve therapie (7). Omdatmevrouwergonrustigenangstig is, ismuziektherapiegeïndiceerd,waarvanbe- kend isdat zij agitatiebij dementeouderenkan verminderen (8). Muziek roeptherinneringenop,maaktgevoelens losenstimuleert totcommunicatie (9). Inde individuelemuziektherapiewordenbekende liederenuit dekinder- en jeugdjaren vanmevrouwgezongen (10). Demuziektherapeutemaakt een tussentijds verslagdat inhetmultidisciplinair overleg besprokenwordt (11). Demuziektherapeute is lid van deNederlandse Vereniging voor Muziektherapie en de WerkgroepMuziektherapie indePsychogeriatrie (12). Demuziektherapeutemaakt eenmeervoudige gevalsanalyse over de effecten vanmu- ziektherapie op de agitatie, de stemming en de communicatie bij patiënten in een ge- vorderd stadium vandementie (13). (VandenEssen-Cox&Smeijsters, 1998) LeestmenhetCT-molecuul vanbeneden (beginnendbijpunt 10)naarboven,dankrijgt meneen indrukwaaraanmendemethoden,werkvormenen techniekendiebinneneen specifiekmediumbeschikbaarzijnmoet relaterenomervoor tezorgendatdecliënteen optimale creatieftherapeutische behandeling krijgt. De creatieftherapeutischemetho- den,werkvormen en techniekenmoetengeïndiceerd zijn, ditwil zeggen: eenbijdrage kunnen leverenaandebehandeling. Veelal ishetmogelijk specifiekemethoden,werk- vormenen technieken te relaterenaaneenbepaaldewerkwijzeeneenbepaaldpsycho- therapeutischof ortho(ped)agogisch referentiekader.Daarwaar hetmediumkwalitei- tenbezitdieverdergaandande intra-en interpsychischeprocessendiewe terugvinden in de psychotherapeutische en ortho(ped)agogische stromingen, is het noodzakelijk dat de creatief therapeut deze mediumprocessen beschrijft als psychische processen endeze beschrijving relateert aande diagnose, de doelstelling vande behandeling en dewerkwijze. Ermoet in ieder geval sprake zijn vande afstemming vanhet specifieke creatieftherapeutischeaanbodopdealgemenebehandelvisie. Inde volgendehoofdstukkenga ikuitgebreid inopde elementen3 t/m 13 vanhet CT- molecuul,met uitzondering vanelement 6 (de therapeutische relatie).Aandekenmer- ken van de therapeutische relatie wordt in verschillende hoofdstukken gerefereerd, maar ikbesteedergeenafzonderlijkhoofdstukaan.Dealgemenemenswetenschappen (element 1)blijvenbinnenditbestekbuitenbeschouwing.Voor eengedetailleerdover- zichtvandewerkveldenwaarbinnencreatief therapeutenwerkzaamzijn (element2)zie het Profiel van de Vaktherapeutische Beroepen (FVB, 2008) en de publicatie vanNeijmeijer, VandeWijgert&Hutschemaekers (1996).

Made with