Anja Valk, Martijn Baalman, Mariken van der Laan en Vita Olijhoek - Actief met taal in de zaakvakken

hoofdstuk 4

Werkvorm in stappen 1 Geef elke leerling een blad met de plaatjes. Zorg ervoor dat elke leerling een pen bij de hand heeft. Laat het blad ook op het digibord zien. Zeg:

‘Deze plaatjes horen bij het onderwerp van … Je gaat straks iets schrijven bij elk plaatje.’

2 Inventariseer met de leerlingen wat ze kunnen opschrijven. Bijvoorbeeld: een beschrijving ge- ven van het plaatje zelf, iemand op het plaatje iets laten zeggen dat verband houdt met het plaatje, een zin met een nieuw geleerd woord maken, de goede volgorde kiezen en daar iets over laten schrijven. 3 Laat de leerlingen bij elk plaatje iets schrijven. 4 In tweetallen laten de leerlingen hun zinnen aan elkaar lezen. 5 Bespreek na door een paar leerlingen hun zinnen te laten voorlezen.

Voorbeeld

Stellen

om te conceptualiseren

20 min.

pdf

145

Made with