Praktijkgericht onderzoek in bedrijf - Jan Leen

Jan Leen m.m.v. Jef Mertens

Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

Rapportage & presentatie

Conclusies & aanbevelingen

Probleemanalyse

6

1 3 2

4 5

Data-analyse

Onderzoeks- ontwerp

Data- verzameling

Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

Jan Leen met medewerking van Jef Mertens

Derde, herziene druk

bussum 2021

www.coutinho.nl/poib3 Je kunt aan de slag met het online studiemateriaal bij dit boek. Dit materiaal bestaat uit powerpoints en kennisclips .

© 2015/2021 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door foto- kopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde ver- goedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor de readerregeling kan men zich wenden tot Stichting UvO (Uitgeversorganisatie voor Onderwijslicenties, www. stichting-uvo.nl). Voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in knipselkranten dient men contact op te nemen met Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierech- ten Organisatie, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 2015 Derde, herziene druk 2021

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Jeanne design, Arnhem Foto’s omslag: achtergrondfoto © Shutterstock.com/David Peperkamp; overige foto’s © Shut- terstock.com en © Unsplash Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0784 9 NUR 143

Ten geleide

Gedurende mijn opleiding bedrijfskunde aan de Hogeschool van Amsterdam heb ik vele opdrachten gemaakt. Uren heb ik besteed aan het nadenken over hoe ik vraagstukken kon oplossen en tot een goede conclusie of een goed advies kon ko- men. Daarbij ging de meeste tijd naar het uitzoeken van hóé ik dit moest doen, in plaats van naar het uitvoeren van de opdracht zelf. Terugkijkend zag ik pas tijdens het afstuderen dat het niet zozeer gaat om het gebruiken van allerlei theorieën en modellen, maar om een bedrijfskundige manier van denken en handelen. Bij het doormaken van deze ontwikkeling is dit boek voor mij van grote waarde geweest. In mijn dagelijkse werk heb ik continu met vraagstukken te maken. Door logisch na te denken en argumenten te zoeken vind ik vaak wel een antwoord. Wanneer vraagstukken echter complexer worden of wanneer het belangrijk is dat je jouw antwoord kunt bewijzen, dan volstaat ‘logisch nadenken’ niet meer. Je zult de stap moeten nemen naar echt onderzoek doen. Daarvoor moet je jezelf eerst een manier van denken en handelen eigen maken. Je zult moeten leren om kritisch te denken en te argumenteren door verbanden te leggen tussen je gegevens en je vraagstuk. Deze verbanden moet je kunnen rechtvaardigen en onderbouwen door je eigen obser- vaties en interpretaties te koppelen aan bedrijfskundige theorie. Door zo te werk te gaan, maak je de stap naar onderzoek een stuk eenvoudiger. Een stap die cruciaal is om jezelf te ontwikkelen en als bedrijfskundige aan de slag te gaan. Je krijgt tijdens je opleiding allerlei vakken: marketing, procesoptimalisatie, finan- ce, strategie. Waar jij jezelf als bedrijfskundige echter in kunt onderscheiden, is jouw manier van denken en handelen. Je doortastendheid, het zoeken naar de vraag achter de vraag en het onderbouwen van je adviezen. Die capaciteiten ma- ken je waardevol voor een organisatie. Bij het aanleren van deze capaciteiten is dit boek een waardevol hulpmiddel, vanaf dag 1 van je studie. Het biedt je een leidraad om concreet, gefaseerd en integraal naar vraagstukken te kijken. Wanneer je start met een studie, is alles misschien nog moeilijk te overzien. Ten- minste, dat was het voor mij. Echter, wanneer je het eenmaal overziet, dan wordt praktijkgericht onderzoek eigenlijk pas echt leuk. Lees het boek, probeer het te begrijpen, maak het je eigen en gebruik het bij elke opdracht waarbij een vorm van onderzoek gewenst is. Ik weet zeker dat je daar profijt van zult hebben!

Pauline Kampinga, Bachelor of Business Administration Cum Laude Laren (GD), 18 november 2020

Voorwoord

Praktijkgericht onderzoek is in het huidige hoger beroepsonderwijs niet meer weg te denken. Het gevolg is wel dat daardoor onderzoeksvaardigheden een vast on- derdeel behoren te zijn van de ‘gereedschapskist’ van de student. Daarbij is het doen van onderzoek geen doel op zich, maar een middel om op een informatie- of datagestuurde manier te werken aan vraagstukken. In de praktijk van het bedrijfskundig onderwijs lopen we echter tegen het pro- bleem aan dat studenten moeite hebben met het combineren van het uitvoeren van een praktijkopdracht en het doen van onderzoek. Bestaande literatuur biedt onvoldoende houvast, omdat bedrijfskunde en onderzoek als verschillende disci- plines worden behandeld. Het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek blijkt een waardevolle oplos- sing te zijn om de wereld van de bedrijfskunde te verbinden met de wereld van het onderzoek. In maart 2014 is het model opgenomen in het landelijk opleidingspro- fiel van de bacheloropleiding bedrijfskunde, en het verschijnt zo nu en dan in ver- schillende artikelen en presentaties op symposia over praktijkgericht onderzoek. Erkenning genoeg dus, en de kracht wordt vooral gezien in de koppeling tussen de bedrijfskundige handelingscyclus en de onderzoekscyclus. Toch is het model alleen niet voldoende. Het verdient ook een goede uitleg, zodat gebruikers ermee aan de slag kunnen. Het bieden van praktische handvatten om een bedrijfskundig onderzoek op te zetten, is de essentie van dit boek. Het boek is tot stand gekomen in samenwerking met Jef Mertens, die een aantal hoofdstukken uit zijn boek Praktijkonderzoek voor bachelors heeft bewerkt voor dit boek. Hierdoor waren we in de gelegenheid om het gebruik van het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek en onderzoeksmethoden en -technieken samen te brengen. Inmiddels wordt dit boek in verschillende opleidingen voorgeschreven. Onze ervaring is dat studenten door het gebruik en de uitleg van het model een betere balans weten te vinden tussen inhoud en onderzoek, en dat de uitkomsten van dat onderzoek kwalitatief van een hoger niveau zijn. Ook is er een grotere schakering aan onderzoeken te constateren: naast het veelal gebruikelijke ontwerpgerichte onderzoek zijn studenten ook diagnostisch of evaluatieonderzoek gaan doen. Het gebruik van het boek is geëvalueerd en dat heeft tot deze herziening geleid. De belangrijkste aanpassing is een uitgebreidere uitwerking van het actieonder- zoek, zodat dit boek ook voor deze onderzoeksbenadering goed te gebruiken is.

Door de indeling van de eerste hoofdstukken te wijzigen, sluit het beter aan bij het proces van de student wanneer deze een opdracht uitvoert. Daarin heeft het uitvoeren van een probleemanalyse nu extra aandacht gekregen; tenslotte is dat de basis voor alle vervolgstappen. In de andere hoofdstukken zijn inzichten toege- voegd die bepaalde onderwerpen verder verrijken. Ons streven was en is om het boek compact en toegankelijk te houden, aangezien dit juist zo wordt gewaardeerd. Vanzelfsprekend is de content op de website waar nodig aangepast aan deze herziene uitgave.

Woord van dank

Ik ben Jef zeer dankbaar voor zijn bereidheid om met mij samen te werken. Ook dank ik mijn lief Rianne voor haar zachte duwtjes destijds om het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek naar de praktijk toe te brengen. Daardoor is dit boek ontstaan. En natuurlijk een dankwoord aan al mijn studenten die door het gebruik van dit boek mij geregeld hebben verrijkt met nieuwe inzichten. Speciaal wil ik Pauline Kampinga bedanken. Zij heeft, als pas afgestudeerde, bij deze herziene uitgave kritisch meegelezen, waardevolle tips gegeven en een tekstuele bijdrage geleverd. Ten slotte wil ik Willem Oldenmenger van de Hanzehogeschool Groningen bedanken, die heel minutieus door het boek is gegaan en mij een lijst met errata heeft gestuurd. In deze herziene uitgave zijn die allemaal verwerkt.

Jan Leen Haarlem, mei 2021

Voor het tot stand brengen van dit boek ben ik Jan als medeauteur erkentelijk. Verder wil ik mijn vrouw Will bedanken voor de tijd die het tot stand komen van dit boek gekost heeft.

Jef Mertens Middelburg, mei 2021

Inhoud

Inleiding

13

1

Methodisch werken

19 20 24 25 28 29 30 34 35 37 39 40 41 43 44 45 47 47 48 54 56 58 61 63

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

De handelingscyclus

Het beantwoorden van een kennisvraag Redeneren en evidence-based practice Wat is praktijkgericht onderzoek?

De onderzoekscyclus

Kwaliteitseisen aan praktijkgericht onderzoek Het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek

Onderzoekscompetenties

Samenvatting

2

Een opdracht verwerven

Onderwerp en afstudeerplaats

Het intakegesprek

Een geschikte opdracht

Het logboek Samenvatting

3

De probleemanalyse

3.1

De probleemanalyse uitvoeren 3.1.1 Het vooronderzoek 3.1.2 Het argumentatiemodel Welke aanpak past bij het vraagstuk?

3.2 3.3 3.4 3.5

Beleidsondersteunend onderzoek en actieonderzoek

Het uitwerken van de probleemanalyse

Samenvatting

4

Beleidsondersteunend onderzoek

65 65 66 67 69 71 74 78 80 81 81 84 85 85 86 86 87 87 88 91 94 96 97 98

4.1 4.2

Van kennishiaat naar onderzoek

Typen van beleidsondersteunend onderzoek 4.2.1 Probleemanalytisch onderzoek

4.2.2 Diagnostisch onderzoek 4.2.3 Ontwerpgericht onderzoek 4.2.4 Verandergericht onderzoek

4.2.5 Evaluatieonderzoek

4.3

Samenvatting

5

Actieonderzoek

5.1 5.2

Wat is actieonderzoek?

Vorm geven aan het actieonderzoek

5.2.1 Actieonderzoek is gericht op praktische problemen, vragen of wensen

5.2.2 Participatie

5.2.3 Wetenschappelijke methoden en technieken 5.2.4 Ervaringsgerichte methoden en technieken 5.2.5 Gebruik van verschillende kennissoorten

5.2.6 Reflecteren

5.2.7 Actieonderzoek is een meervoudig proces

5.3

Interveniëren

5.3.1 De keuze van interventies Kwaliteit van actieonderzoek

5.4 5.5 5.6

Kritische toetsing in de ‘publieke’ ruimte

Samenvatting

6

Onderzoeksvoorbereiding

99

6.1 6.2

Het conceptueel ontwerp en het technisch ontwerp Onderdelen van het conceptueel ontwerp 6.2.1 Probleemanalyse en probleemstelling 6.2.2 De centrale vraagstelling en conceptualisatie

100 100 101 101 104 105 109 111 114 115 118 120

6.2.3 De doelstellingen 6.2.4 Het theoretisch kader 6.2.5 Informatievaardigheden 6.2.6 Het conceptueel model

6.2.7 De deelvragen Het technisch ontwerp Het onderzoeksplan

6.3 6.4 6.5

Samenvatting

7

Dataverzamelingsmethoden

123 123 123 124 125 128 130 132 133 139 140 143 145 146 147 147 147 148 149 150 151 152 155 158 158 160 161 162 164 165 166 172 173 175 175 175 177 178

7.1

Onderzoeksstrategieën

7.1.1 Aard van de onderzoeksstrategie 7.1.2 Vorm van de onderzoeksstrategie

7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Onderzoeksmethoden kiezen

Populatie en steekproef

Enquêteren

Meten en testen

Interviewen

Het groepsinterview

Observeren

Literatuur- en documentenonderzoek

7.10 Uitvoeringsaspecten bij het doen van onderzoek

7.11 Samenvatting

8

Onderzoeksgegevens en analyse

8.1

Gegevens en meetniveaus

8.1.1 Kwantitatieve en kwalitatieve gegevens

8.1.2 Meetniveaus

8.2

Analyseren

8.2.1 Het onderzoeksproces 8.2.2 Het analyseproces

8.2.3 Centrum- en spreidingsmaten

8.3 8.4

Analysemethoden voor onderzoek met één variabele Analysemethoden voor onderzoek met meer variabelen

8.4.1 Kruistabellen

8.4.2 Kengetallen, correlatie en regressie

8.4.3 Pareto-regel

8.5 8.6

Documenten- en literatuuranalyse Analyse door coderen of labelen 8.6.1 Het proces van coderen 8.6.2 Drie typen coderingen Overige hulpmiddelen bij het analyseren

8.7 8.8

Samenvatting

9

Conclusies en aanbevelingen

9.1

Conclusies

9.1.1 Conclusies bij lineair onderzoek 9.1.2 Conclusies bij cyclisch onderzoek

9.1.3 Discussie

9.2 9.3 9.4

Aanbevelingen

179 180 182 183 183 184 185 187 188 189 192 193 194 194 196 196 197 185

Instemming opdrachtgever en businesscase

Samenvatting

10

Rapporteren en presenteren 10.1 Opzet van het rapport 10.2 Structuur aanbrengen

10.2.1 Structuur onderzoeksresultaten van een beleidsondersteunend onderzoek 10.2.2 Structuur onderzoeksresultaten van een actieonderzoek

10.3 Schrijven en herschrijven 10.4 Afwerking en vormgeving

10.5 Presenteren 10.6 Samenvatting

11

Verantwoording

11.1 Productevaluatie 11.2 Procesevaluatie 11.3 Planevaluatie

11.4 Eigen ontwikkeling en verantwoordingsverslag

11.5 Samenvatting

Literatuur

198

Register

202

Over de auteurs

208

Inleiding

‘Ik heb geen speciaal talent, ik ben alleen gepassioneerd nieuwsgierig.’ – Albert Einstein

Wij hopen dat je met enige nieuwsgierigheid dit boek hebt opengeslagen. Waar- om? Omdat wij van mening zijn dat nieuwsgierigheid voor elke professional een goede basishouding is. Nieuwsgierig zijn naar alles wat met je vakgebied te maken heeft en naar hoe je dat kunt toepassen bij het verbeteren van de beroepspraktijk, en nieuwsgierig zijn naar hoe je dat op een verantwoorde manier kunt doen, om- dat je zo de beroepspraktijk echt een stap verder helpt. Met het openslaan van dit boek heb je een goede eerste stap gezet. Dit boek gaat in de kern over praktijkgericht onderzoek. Misschien vraag je je nog af of het wel echt nodig is om iets van onderzoek te weten. Is kennis van het vakge- bied dan niet genoeg om goed werk te leveren en vraagstukken op te lossen? Dat is een terechte vraag. In een aantal gevallen is die kennis inderdaad voldoende. Maar steeds vaker is dat niet zo. In de huidige tijd gaan ontwikkelingen steeds sneller en worden organisatievraagstukken complexer. Kennis veroudert snel en daarvoor moet nieuwe kennis in de plaats komen. Het is voor organisaties noodzakelijk om snel en continu te kunnen innoveren. Of, anders gezegd:

Om de overgang naar een nieuwe economie te overleven, moet je anders durven denken en doen. Het is nieuwe waarde creëren of creperen. (Zandwijk, 2014)

Maar onderzoek gaat niet alleen over kennis. Het gaat ook over bewijskracht. Als op basis van jouw advies belangrijke beslissingen genomen worden, dan zal er vol- ledig op dat advies vertrouwd moeten kunnen worden. Dat lukt eigenlijk alleen als je (een vorm van) onderzoek doet. Onderzoekend vermogen Van de huidige hbo-professional wordt dan ook verwacht dat hij beschikt over ‘onderzoekend vermogen’, zoals dit wordt genoemd in de nota Kwaliteit als op- dracht van de HBO-raad (2009) (tegenwoordig Vereniging Hogescholen).

13

Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

Onderzoekend vermogen heeft drie componenten (Andriessen, 2014): 1 een onderzoekende houding hebben; 2 kennis van anderen kunnen toepassen; 3 zelf onderzoek kunnen doen. Een onderzoekende houding hebben Bruggink en Harinck omschrijven een onderzoekende houding als volgt: Ɋ Nieuwsgierig zijn / Willen weten / Je dingen afvragen Ɋ Een open houding / Op zoek naar eigen vooronderstellingen / Oordeel kunnen uitstellen Ɋ Kritisch zijn: is het wel zo? / Zaken in twijfel trekken Ɋ Willen begrijpen / Tot inzicht willen komen / Willen doorgronden Ɋ Bereid zijn tot perspectiefwisseling Ɋ Distantie nemen van routines / Vraagtekens bij het vanzelfsprekende / Gebaande paden durven verlaten / Eigen richting durven kiezen Ɋ Gerichtheid op bronnen / Willen voortbouwen op eerdere opvattingen en ideeën Ɋ Gerichtheid op zeker weten / Goede bronnen willen gebruiken / Nauwkeurig willen zijn Ɋ Willen delen met anderen / Onderdeel willen zijn van leergemeenschappen (Bruggink & Harinck, 2012, p. 49) Zoals je ziet, gaat het vooral over je houding. Maar dezelfde auteurs geven ook aan dat er pas werkelijk onderzoekend gedrag ontstaat wanneer je daarnaast beschikt over onderzoeksvaardigheden (zie derde component). Kennis van anderen kunnen toepassen Er is vaak door anderen (wetenschappers en professionals) op verschillende gebie- den al de nodige kennis ontwikkeld. Als je met een bepaald vraagstuk aan de slag gaat, is het belangrijk dat je op zoek gaat naar kennis die jou kan helpen bij het oplossen van dat vraagstuk. Dit zie je ook terug bij de onderzoekende houding (gerichtheid op bronnen en op zeker weten). Een werkwijze die hierbij past is evidence-based practice (EBP). Dit houdt in dat je je in jouw beroepsmatig handelen onder andere laat leiden door inzichten en resultaten die door (wetenschappelijk) onderzoek zijn verkregen. EBP komt later in dit boek nog uitgebreid aan de orde. Zelf onderzoek kunnen doen Onderzoek doen is een vaardigheid die niet vanzelfsprekend aanwezig is. Het is een vaardigheid die je moet leren, en die gedurende de opleiding ‘ingeslepen’ moet raken door met enige regelmaat en stapsgewijs de methoden en technieken van onderzoek toe te passen. Aan het einde van de opleiding zou je in staat moe- ten zijn om de onderzoekscyclus goed te begrijpen en zelfstandig toe te passen.

14

Inleiding

Een onderzoekende houding vergt training en aandacht, en bereik je niet als je alleen maar een boek leest. Daarom willen wij je vooral ondersteunen bij het ont- wikkelen van jouw onderzoeksvaardigheden. Het accent in dit boek ligt dan ook op kennis van anderen kunnen toepassen en zelf onderzoek kunnen doen. Waarom dit boek? In je opleiding leer je allerlei theorieën en modellen die met jouw vakgebied te maken hebben en die je toepast in verschillende opdrachten. Daarnaast leer je methoden en technieken van onderzoek. Dit is vaak een apart vak en daardoor wordt het verband tussen het uitvoeren van praktijkopdrachten en het doen van onderzoek niet altijd als logisch of noodzakelijk gezien. Met dit boek hebben we een antwoord willen geven op de volgende vraag: hoe kan onderzoek op een natuurlijke wijze worden verbonden met de beroepspraktijk van de bedrijfskundige? Het antwoord op deze vraag is het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek. Daarmee slaan we een brug tussen twee werelden: die van het praktijkgericht handelen en die van het praktijkgericht onderzoeken. Eerst maken we duidelijk dat de stap van een praktijkopdracht naar onderzoek minder ingewikkeld is dan hij soms lijkt. Dat doen we door de redeneercyclus te introduceren, als opstap naar de onderzoekscyclus. Zo voorzien we in de behoefte van studenten, maar ook van docenten; onze ervaring is namelijk dat beide groe- pen dit soms lastig vinden. Het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek is slechts een ‘bindmid- del’. Je zult kennis moeten nemen van het vakgebied praktijkgericht onderzoek en moeten oefenen met de stof om onderzoeksvaardig te worden en te kunnen vol- doen aan de kwaliteitscriteria die aan praktijkgericht onderzoek worden gesteld. Butter en Verhagen (2014) noemen vijf kwaliteitscriteria voor praktijkgericht on- derzoek. Zij stellen dat een onderzoek: 1 transparant, zorgvuldig en systematisch in waarnemingen en beschrijvingen moet zijn; 2 valide en betrouwbaar is; 3 een concreet onderzoeksdesign kent; 4 bruikbaar is; 5 ethisch verantwoord moet zijn.

In dit boek worden deze criteria in de verschillende hoofdstukken uitgewerkt.

Voor wie is dit boek bedoeld? Dit boek draagt de titel Praktijkgericht onderzoek in bedrijf en is gericht op een specifieke doelgroep: hbo-bachelorstudenten die voor een bedrijfskundige studie hebben gekozen, en de opleiders, begeleiders en opdrachtgevers die in dat veld werkzaam zijn. Met het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek kun je praktijkopdrachten waarin onderzoek een plaats heeft op een gestructureerde

15

Praktijkgericht onderzoek in bedrijf

manier vormgeven. Ook biedt het een handvat om met verschillende partijen (student, opdrachtgever en opleiding) over de opdracht in gesprek te gaan en op adequate wijze tot een juiste opdrachtformulering en afbakening te komen. In dit boek worden twee onderzoeksbenaderingen behandeld: het beleidsonder- steunend onderzoek en het participatief actieonderzoek. Dat betekent overigens niet dat dit de enige twee aanpakken zijn om een vraagstuk op te lossen. Een projectmati- ge aanpak kan ook heel goed passen, maar daar zijn al vele boeken voor beschikbaar. Wel bieden we een goed instrument om de juiste aanpak te kiezen. De aan- pak wordt namelijk niet bepaald door de opleiding of de student, maar door de praktijksituatie. Daarom staan we uitgebreid stil bij de probleemanalyse. Als de keuze valt op onderzoek, dan is dit boek te gebruiken om dat op te zetten en uit te voeren. Wij hebben het boek geschreven vanuit het perspectief van de student als opdrachtnemer en uitvoerder van het onderzoek, en volgen in de volgorde van de hoofdstukken zo veel mogelijk zijn proces. In welke fase van de opleiding is dit boek te gebruiken? Wij zien dit boek als een handzaam, overzichtelijk en toegankelijk basisboek dat gedurende de hele opleiding gebruikt kan worden. Door dit boek vanaf de pro- pedeuse te gebruiken, wordt het logische verband tussen praktijkopdrachten en onderzoek wel direct duidelijk en ontwikkel je op een vanzelfsprekende manier de benodigde onderzoeksvaardigheden. Om de drempel naar het doen van onderzoek te verlagen, introduceren we de redeneercyclus als een soort lightversie van de onderzoekscyclus. Onderzoeken heeft sterk met een manier van denken te maken. Die manier van denken leer je door de redeneercyclus toe te passen. Bovendien is het belangrijk dat je leert in te schatten welke bewijskracht gewenst is. Het boek biedt daarvoor een handvat en laat een goed beeld zien van wanneer praktijkgericht onderzoek nodig is en hoe je dat vorm kunt geven. We pretenderen niet volledig te zijn of de enige waarheid te hebben opgeschre- ven. Dat betekent dat je soms voor verdere verdieping aanvullende literatuur zult moeten raadplegen, afhankelijk van de eisen bij een bepaald onderdeel van je on- derzoek. We raden je sowieso aan om je breder te oriënteren; daar word je alleen maar wijzer van! In de literatuurlijst achter in dit boek vind je voldoende suggesties. Hoe is het boek opgezet? In hoofdstuk 1 leggen we de basis van dit boek. We leggen uit wat methodisch werken inhoudt en wat het verschil is tussen iets goed uitzoeken en goed onder- zoek doen. Daarmee maken we ook duidelijk wat het verschil is tussen praktijk- gericht handelen en het doen van praktijkgericht onderzoek. Vanaf hoofdstuk 2 volgen we zo veel mogelijk het proces van de student, te beginnen met het ver- werven van een opdracht.

16

Inleiding

In hoofdstuk 3 staan we uitgebreid stil bij de probleemanalyse. Op basis daar- van moet duidelijk worden wat het werkelijke probleem is en welke aanpak daar- bij past, en leggen we het verschil uit tussen beleidsondersteunend onderzoek en actieonderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 worden beide onderzoeksbenaderingen uitgebreid behandeld. In de hoofdstukken 6 tot en met 10 worden alle belangrijke onderdelen van praktijkgericht onderzoek behandeld: van de onderzoeksopzet tot en met rap- portage. In hoofdstuk 11 eindigen we met de verantwoording. Hierin geven we handvatten om te reflecteren op het onderzoeksproces en het resultaat. Elk hoofdstuk start met een korte inleiding en een opsomming van onder- werpen die behandeld worden. De kernwoorden zijn blauw gekleurd in de tekst. Elk hoofdstuk eindigt met een puntsgewijze samenvatting. Ook zijn in het boek kaders opgenomen: vaak verduidelijkingen van onderwerpen die in de tekst aan bod komen. In dit boek hanteren we zo veel mogelijk de jij-vorm. Dat heeft te maken met de interpretatie van het tweede deel van de titel van dit boek. ‘In bedrijf ’ gaat ook over het doen, het uitvoeren. En aangezien jij het praktijkgericht onderzoek uitvoert, leek ons dat de beste aanspreekvorm. Soms hanteren we de hij-vorm, wanneer we iets breder willen duiden. Vanwege de leesbaarheid gebruiken we dan de hij-vorm, maar uiteraard is het boek bedoeld voor iedereen. De wij-vorm slaat op de auteurs van dit boek. Online studiemateriaal Op www.coutinho.nl/poib3 vind je het online studiemateriaal bij dit boek. Dit materiaal bestaat uit: Ɋ powerpoints van elk hoofdstuk met leerdoelen, figuren, tabellen en samen- vattingen; Ɋ kennisclips waarin bepaalde onderwerpen nader worden toegelicht.

Voor docenten is er op aanvraag een uitgebreide docentenhandleiding beschikbaar.

17

1 Methodisch werken ‘Alleen in helder water zie je diepte.’ – Rutger Kopland

Managementvraagstukken zijn zelden te vergelijken met helder water. Door ver- schillende oorzaken, inzichten, ideeën en belangen zijn het vaak complexe en taaie vraagstukken, bijvoorbeeld: Ɋ Hoe kan de kwaliteit van een product verbeterd worden zonder de kostprijs te verhogen? Ɋ Hoe kan de organisatie sneller inspelen op een veranderende marktvraag? Ɋ Wat zijn de oorzaken van de matige samenwerking tussen de afdelingen in- koop en verkoop? Nieuwsgierigheid, gedrevenheid en resultaatgerichtheid zijn mooie drijfveren om met dergelijke vraagstukken aan de slag te gaan. Ze kunnen echter ook je valkuil zijn. Zonder een goed gekozen aanpak loop je het risico dat je niet de ‘diepte’ van het vraagstuk ziet en dus ook niet tot de gewenste oplossing komt. Wanneer je de opdracht krijgt om een managementvraagstuk op te lossen, dan raden we je aan om te beginnen met jezelf de volgende vraag te stellen: welke aanpak kies ik bij dit vraagstuk? Of beter gezegd: hoe ga ik methodisch te werk? Met methodisch wordt bedoeld: een vaste, weldoordachte manier van han- delen om een zeker doel te bereiken. Bij bedrijfskundige vraagstukken is dat doel vrijwel altijd het verbeteren van de prestaties van de organisatie. De keuze voor een bepaalde methodische werkwijze is sterk afhankelijk van de complexiteit van het vraagstuk en/of van de kwaliteitseisen die aan de oplossing worden gesteld. Leerdoelen Na het lezen van dit hoofdstuk weet je: Ɋ hoe je methodisch te werk kunt gaan; Ɋ hoe je een kennisvraag kunt beantwoorden; Ɋ wat redeneren is en wat evidence-based practice inhoudt; Ɋ wat praktijkgericht onderzoek inhoudt; Ɋ wat de kwaliteitseisen zijn die aan praktijkgericht onderzoek worden gesteld; Ɋ wat het Integraal Model voor Praktijkgericht Onderzoek inhoudt; Ɋ over welke competenties jij als onderzoeker in de beroepspraktijk moet beschikken; Ɋ wat de rol van ethiek is binnen het doen van onderzoek.

19

1 • Methodisch werken

1.1

De handelingscyclus

Managementvraagstukken zijn vrijwel altijd gericht op het doelgericht veranderen van de huidige situatie om een betere (gewenste) situatie te bereiken. Dat zou je het doel kunnen noemen. Een vaste, weldoordachte manier van handelen om het doel te bereiken is het toepassen van de handelingscyclus (figuur 1.1).

Probleem- identificatie

Diagnose

Ontwerp

Verandering

Evaluatie

Figuur 1.1 De handelingscyclus

Zoals je in figuur 1.1 kunt zien bestaat de handelingscyclus uit een aantal fasen: 1 eerst moet het probleem herkend en geduid worden (probleemidentificatie); 2 vervolgens moet het probleem worden geanalyseerd en begrepen (diagnose); 3 om dan pas de gewenste situatie te kunnen ontwikkelen en vormgeven (ontwerp); 4 waarna het uitvoeren van een actieplan om doelgericht de gewenste situatie te bereiken begint (veranderen); 5 om ten slotte te beoordelen of het ontwerp en de verandering daadwerkelijk het gewenste doel hebben gerealiseerd (evaluatie). Wanneer het gewenste doel niet is bereikt, zijn er vervolgstappen nodig; dan start de cyclus in feite opnieuw. Daarom spreken we van een handelingscyclus. Het vas- te patroon van de fasen maakt dat het een methodische werkwijze is. De basis voor de handelingscyclus is gelegd door P.J. van Strien, professor ar- beidspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van Strien zag dat studen- ten, zodra ze in de praktijk aan de slag gingen, een ‘methodologisch gereedschap’ misten voor de alledaagse praktijk. Studenten deden voornamelijk wetenschap- pelijk onderzoek (met gebruik van de empirische cyclus), en dat is vooral een zoektocht naar de ‘waarheid’, het algemeen geldende. In het praktisch handelen gaat het echter niet om het algemene, maar om het concrete: het vraagstuk van déze organisatie in déze specifieke probleemsituatie. Om in deze ‘(praktische) methodologische behoefte’ te voorzien, ontwikkelde Van Strien (1986) de regulatieve cyclus. Regulatief komt van reguleren en betekent in dit verband: gericht zijn op beslissingen om veranderingen in de werkelijkheid te realiseren. En dat is waarop veel – zo niet alle – managementvraagstukken ge- richt zijn. De regulatieve cyclus van Van Strien bestaat uit vijf fasen:

20

1.1 • De handelingscyclus

1 probleemstelling 2 diagnose 3 plan 4 ingreep 5 evaluatie

Op basis van de regulatieve cyclus zijn in de bedrijfskunde verschillende varianten ontstaan, waarvan we er een aantal noemen. Van Aken heeft de regulatieve cyclus ‘bewerkt’, zodat deze kan worden toegepast in de praktische organisatiekunde. De regulatieve cyclus volgens Van Aken (1994) heeft zes fasen:

1 probleemkluwen 2 probleemkeuze 3 diagnose (analyse) 4 plan (ontwerp) 5 ingreep 6 evaluatie

In de Algemene Bedrijfskundige Probleemaanpak (ontwikkeld door de Universi- teit Twente en ook bekend als de Management Problem Solving Method ) worden

zeven fasen doorlopen: 1 probleemidentificatie 2 formulering van de probleemaanpak 3 probleemanalyse 4 formulering van alternatieve oplossingen 5 beslissing (het kiezen van de oplossing) 6 implementatie van de oplossing 7 evaluatie van de oplossing

De DOVE-cyclus (ook wel de interventiecyclus genoemd; Vennix, 1997) is ont- wikkeld door medewerkers van de Radboud Universiteit. Deze cyclus bestaat uit vier fasen:

1 diagnose 2 ontwerp 3 verandering 4 evaluatie

Het zal je zijn opgevallen dat er tussen deze varianten veel overeenkomsten zijn. Omdat we ons met dit boek richten op bedrijfskundige opleidingen, hebben we de DOVE-cyclus als uitgangspunt genomen. Wij zijn namelijk van mening dat in- greep of implementatie niet de juiste begrippen zijn voor het bewerkstelligen van de gewenste situatie, omdat dan wordt voorbijgegaan aan de menskant in de or- ganisatie. Verandering dekt die lading beter.

21

1 • Methodisch werken

Wij zijn wel van mening dat er bij de DOVE-cyclus een belangrijke fase ont- breekt, namelijk die van de probleemidentificatie. Dit is een fase waarin al veel onduidelijkheid kan bestaan, en die op zichzelf al een onderzoek waard kan zijn. We hebben dus een combinatie gemaakt van de DOVE-cyclus en de Algemene Be- drijfskundige Probleemaanpak. De reden dat we niet volledig voor de Algemene Bedrijfskundige Probleemaanpak hebben gekozen, is dat we fase 5 (beslissing) niet als zelfstandige fase zien. Wij zijn van mening dat er na elke fase van de handelings- cyclus sprake moet zijn van een beslissing. Meestal ligt die bij het management. 1 Probleemidentificatie Eerst moet de concrete aard van het probleem vastgesteld worden. Bij be- drijfskundige vraagstukken is dat bijna nooit direct duidelijk. Een kwaliteits- probleem kan met de processen te maken hebben, maar ook met de moti- vatie van de medewerkers. Niet voor niets wordt er ook wel gesproken over de ‘probleemkluwen’ (zie Van Aken). Het duiden van het probleem is daarom lastig maar wel heel belangrijk, omdat je in vaktaal (jargon) precies aangeeft waarover het probleem gaat. Dat duiden noemen we conceptualisering: het probleem onder woorden brengen in termen uit jouw vakgebied die naar een theorie of een concept verwijzen (De Leeuw, 2005; zie ook hoofdstuk 3 over de probleemanalyse). Ook belangrijk is dat het juiste niveau wordt vastgesteld. Ligt het probleem op organisatieniveau, op afdelings- of teamniveau of op het individuele niveau? Op individueel niveau is er eigenlijk geen sprake meer van een bedrijfskundig probleem, eerder van een functioneringsprobleem. Als de aard en de omvang van het probleem zijn vastgesteld, kun je de diag- no- sefase ingaan. Het is overigens heel goed mogelijk dat er verschillende proble- men te benoemen zijn; maak dan een duidelijke keuze en probeer niet alle pro- blemen in één keer op te lossen, zeker niet als je hiervoor onderzoek moet doen. 2 Diagnose Dit is de fase waarin het onderwerp volledig wordt onderzocht. Geprobeerd wordt de achtergronden, de oorzaken en de gevolgen vast te stellen. Kenmer- kend voor de diagnose is dat er een analyse van de bestaande situatie wordt gemaakt, dus zonder het idee van een oplossing. Het is een valkuil om naar een (van tevoren gekozen) oplossing te willen toewerken. Bij de diagnose kun je onderscheid maken in een probleembepalende diag- nose en een probleemverklarende diagnose. Bij een probleembepalende diag- nose ligt de nadruk op het onderkennen van het probleem door een gedegen gap -analyse, het beschrijven van het verschil tussen de huidige situatie en de gewenste situatie. Dit is bijvoorbeeld van toepassing wanneer een vraagstuk Hierna volgt een toelichting op het doel van elke fase van de handelingscyclus.

22

1.1 • De handelingscyclus

gebaseerd is op een kans of een ambitie. Bij een probleemverklarende diagnose worden de werkelijke oorzaken van het probleem achterhaald. Dan gaat het om de causale verbanden tussen oorzaken en het probleem. Na de diagnose moet de achtergrond van het probleem volledig helder zijn. Ook moeten, indien nodig, alle oorzaken van het probleem in kaart zijn ge- bracht. Alleen op basis van een goede diagnose kun je een geschikt ontwerp maken voor het oplossen van het probleem. 3 Ontwerp In deze fase moet de oplossing voor het praktijkprobleem worden gevonden. Er zullen criteria geformuleerd moeten worden waaraan de oplossing moet voldoen en op basis daarvan wordt een (her)ontwerp gemaakt van de gewens- te situatie waarmee het beoogde doel bereikt kan worden. Daar hoort uiter- aard een businesscase bij. Meestal worden er meerdere opties of scenario’s uit- gewerkt. Als daaruit een keuze is gemaakt, kan de fase van veranderen ingaan. 4 Verandering Als het ontwerp daadwerkelijk wordt ingevoerd, dan is er sprake van een (organisatie)verandering: de gewenste situatie moet gecreëerd worden. Ook deze fase moet zorgvuldig worden doorlopen, aangezien het succes van een oplossing mede wordt bepaald door de wijze waarop deze wordt ingevoerd. Daarom moeten de consequenties van het invoeren van het ontwerp voor de organisatie vooraf bekend zijn. Er zullen ook indicatoren vastgesteld moeten worden waarmee het proces van invoering kan worden gemonitord. Zeker bij langlopende trajecten is het noodzakelijk om het gewenste verloop van de verandering continu te monitoren. 5 Evaluatie Na de doorgevoerde verandering volgt de evaluatiefase: is het probleem opge- lost door het ingevoerde ontwerp? In deze fase kan worden onderzocht of de juiste probleemkeuze is gemaakt, of er een juiste diagnose is gesteld, of er voor een juiste oplossing is gekozen en of de verandering juist is verlopen. De uit- komsten van het evaluatieonderzoek kunnen leiden tot vervolgonderzoek; dan start de handelingscyclus weer bij de fase van probleemidentificatie. Evaluatie lijkt doorgaans het sluitstuk te zijn, maar dat is zeker niet altijd het geval. Het kan zelfs heel verstandig zijn ommet een evaluatief vooronderzoek te starten. Je krijgt dan zicht op wat er eerder al gedaan is en of dat effectief is geweest. In veel omschrijvingen zie je dat het begrip ‘probleem’ wordt gebruikt ( probleem- kluwen, probleem identificatie, probleem analyse, probleem stelling, enzovoort). Dat roept misschien vragen bij je op: moet er dan altijd sprake zijn van een probleem? Het onderwerp op zich hoeft geen probleem te zijn, maar het feit dat het manage-

23

1 • Methodisch werken

ment met een vraag zit en niet weet hoe te handelen, maakt het wel tot een pro- bleem. Noem het maar een handelingsprobleem. Dit probleem ontstaat wanneer het management geen adequaat besluit meer kan nemen door gebrek aan kennis. Dan wordt het dus een kennisprobleem: het management heeft onvoldoende kennis over een bepaald vraagstuk om de juiste beslissing te kunnen nemen. Ook het benutten van een kans kun je als een probleem zien; soms weet het management niet of het daadwerkelijk een kans is en welke aanpak nodig is om die kans te benutten. De vraagstukken in de handelingscyclus noemen we daarom handelingsproblemen. Deze kunnen worden opgelost door het kennishiaat op te vullen, en het kennishiaat maken we zichtbaar door een vraag (zie figuur 1.2).

Welke oplossing realiseert het doel?

Wat is de aard van het probleem?

Is het doel behaald, en waarom wel/niet?

Wat zijn de oorzaken of wat is de gap?

Hoe moet de oplossing ingevoerd worden?

Probleem- identificatie

Diagnose

Ontwerp

Verandering

Evaluatie

Figuur 1.2 De handelingscyclus met bijbehorende kennisvragen

1.2

Het beantwoorden van een kennisvraag

Als bedrijfskundige is de handelingscyclus altijd jouw ‘gereedschap’ wanneer je met een vraagstuk aan de slag gaat. Dit is tevens de cyclus waarbinnen je het vak van bedrijfskundige leert: alle bedrijfskundige concepten, theorieën en modellen pas je hierin toe. Het maakt niet uit of het dan gaat om een strategie-, cultuur- of structuurvraagstuk. Hoe vind je dan het antwoord op de kennisvragen? Het mag duidelijk zijn dat, wanneer het vraagstuk bij jou wordt neergelegd, jij verantwoordelijk wordt ge- maakt voor het aanleveren van adequate antwoorden (lees: kennis). In dit ver- band is het goed om onderscheid te maken tussen het kennisgebruik (door de opdrachtgever of probleemhebber) en de kennisproductie (door degene die met het vraagstuk aan de slag gaat). Wanneer jij met een vraagstuk aan de slag gaat, bestaat de mogelijkheid dat je op basis van jouw expertise en door relevante infor- matie op te halen al redenerend een antwoord kunt formuleren.

24

1.3 • Redeneren en evidence-based practice

Redeneren is een vorm van onderzoeken zonder een stevige theoretische basis en het formele gebruik van onderzoeksmethoden en -technieken. Het nemen van een beslissing en het geven van een advies komen tot stand op basis van relevante argumentatie en door logisch nadenken. Als dat niet lukt, of als de bewijskracht sterker moet zijn, dan zul je (een vorm van) onderzoek moeten doen. Het is dan wel belangrijk dat je je afvraagt in welke mate je moet ‘bewijzen’ dat jouw ant- woord ‘waar’ is. Mag je leunen op meningen, moeten er duidelijke aanwijzingen zijn, moet het aannemelijk worden gemaakt of moet het worden aangetoond? We hebben het hier over de hiërarchie in bewijskracht, zoals die door Barends, Ten Have, Poolman en Ubbink (2009) is uitgewerkt. Redeneren is een vorm van onderzoeken, maar heeft een beperkte bewijskracht. Praktijkgericht onderzoek heeft een sterkere bewijskracht (figuur 1.3).

Domein van de praktijk (relevantie)

• kennisbehoefte • kennisgebruik

Fase van de handelingscyclus

Volgende fase van de handelingscyclus

antwoord

vraag

De redeneercyclus

• kennisproductie • kennisproduct

bewijskracht meer minder

De onderzoekscyclus

Domein van het onderzoekend vermogen (deugdelijkheid)

Figuur 1.3 Verschil in bewijskracht tussen redeneren en onderzoeken

1.3

Redeneren en evidence-based practice

In de inleiding spraken we al over evidence-based practice (EBP) als onderdeel van onderzoekend vermogen (kennis van anderen kunnen toepassen). In het profiel van de heo-professional (Vereniging Hogescholen, 2017) wordt EBP expliciet ge- noemd als een werkwijze die hij moet kunnen hanteren. EBP wordt in de bedrijfs- kunde soms geduid als evidence-based management, maar de werkwijze is voor beide gelijk. EBP houdt in dat een beroepsbeoefenaar een weloverwogen besluit

25

1 • Methodisch werken

kan nemen wanneer hij kritisch denken combineert met het best beschikbare be- wijs verkregen van verschillende bronnen (figuur 1.4).

Bewijs op basis van ervaring van professionals

Wetenschappelijk bewijs

Het weloverwogen besluit

Bewijs beschikbaar in en buiten de organisatie

Bewijs beschikbaar bij stakeholders

Figuur 1.4 Het integreren van verschillende vormen van bewijs (vrij naar Barends, Rousseau & Briner, 2014)

Het woord bewijs kan hier wat misleidend zijn. Wanneer bij EBP gesproken wordt over bewijs, dan wordt eigenlijk informatie bedoeld, maar dan wel informatie die iets aantoont of onderbouwt. We zullen bij elke bron van figuur 1.4 een korte toelichting geven. Wetenschappelijk bewijs (research-based) Wanneer je met een bepaald vraagstuk te maken krijgt, ga je op zoek naar we- tenschappelijke artikelen of publicaties die jou daar meer inzichten over kunnen verschaffen. Dit kan jou ook helpen bij de conceptualisering van het probleem (zie hoofdstuk 3 over de probleemanalyse en paragraaf 6.2.4 over het opstellen van een theoretisch kader). Soms kan het lastig zijn om echte wetenschappelijke artikelen over een be- paald onderwerp te vinden, aangezien er op het gebied van management en orga- nisatie wel veel geschreven is, maar lang niet altijd wetenschappelijk. Soms kom je niet verder dan artikelen uit vakbladen. Wanneer dat aan de orde is, dan valt dat onder het bewijs op basis van ervaringen van professionals. Bewijs op basis van ervaringen van professionals (expert-based) Dit is informatie die je kunt krijgen van professionele beroepsbeoefenaren (ma- nagers, consultants, experts, enzovoort). In dit verband wordt ook wel gesproken over ervaringskennis, praktijktheorieën of tacit knowledge . Als ze over veel erva-

26

1.3 • Redeneren en evidence-based practice

ring beschikken, zijn professionals in staat om te oordelen over wat er in een be- paalde situatie aan de hand is of wat een goede oplossingsrichting kan zijn. Als jij veel weet van een bepaald onderwerp, dan zou je jezelf hier uiteraard ook onder kunnen scharen. Bewijs beschikbaar bij stakeholders (client-based) Stakeholders zijn individuen of groepen (soms ook wel probleemhebbers ge- noemd) die betrokken zijn bij het vraagstuk en die het effect zullen merken van het besluit dat genomen zal worden. Dat kunnen ook stakeholders van buiten de organisatie zijn, zoals klanten en leveranciers. Het is belangrijk om informatie in te winnen bij de stakeholders; dat kunnen ervaringen zijn, maar ook bezorgdheden, waarden, overtuigingen en belangen. Bewijs beschikbaar binnen en buiten de organisatie (data analysis- based) In en buiten de organisatie is vaak veel informatie beschikbaar. Denk dan aan rapportages, interne onderzoeken (klanttevredenheid en medewerkerstevreden- heid), en informatie uit systemen over de financiële situatie, het aantal retourzen- dingen, het aantal klachten, ziekteverzuim, personeelsopbouw, enzovoort. Voor een weloverwogen besluit hanteer je bij EBP zes stappen: 1 vraagformulering – het praktische probleem vertalen naar een kennisvraag; 2 onderzoeken – het systematisch zoeken en ophalen van informatie; 3 kritisch beoordelen – de betrouwbaarheid en relevantie van de informatie bepalen; 4 samenvoegen – van de informatie een samenhangend geheel maken; 5 toepassen – de informatie gebruiken in een besluitvormingsproces; 6 beoordelen – het evalueren van het genomen besluit. Het werken volgens EBP kan noodzakelijk zijn als er een kwalitatief goed en be- trouwbaar besluit genomen moet worden over een verklaring van het probleem, een te kiezen methode, een oplossing enzovoort. De zes stappen van EBP vormen in principe de fasen van de redeneercyclus. Als het goed is zie je in paragraaf 1.5 veel overeenkomsten met de fasen van de onderzoekscyclus – en dat klopt. Je zou de redeneercyclus dan ook een light- versie van de onderzoekscyclus kunnen noemen. EBP is een informatiegestuurde manier van werken, bedoeld om de bewijskracht van je besluit sterker te maken. Het verschil is dat bij de redeneercyclus een besluit wordt genomen op basis van kritisch denken en redeneren, en dat bij de onderzoekscyclus een conclusie wordt getrokken op basis van data die verkregen zijn door onderzoeksmethoden en -technieken toe te passen (datagestuurd). Een redenatie wordt ook wel een ver- standsbesluit genoemd. Mogelijk dat hier de uitspraak ‘je verstand gebruiken’ op gebaseerd is.

27

1 • Methodisch werken

Vanzelfsprekend moet de kennisproductie aansluiten op de kennisbehoefte en moet het kennisproduct bruikbaar zijn voor het kennisgebruik. Zorg er dus voor dat je heel goed weet welke mate van bewijskracht wordt gevraagd of welke jij nodig acht. De vorm van een kennisproduct kan heel verschillend zijn: een (mon- delinge) mededeling, een presentatie of een adviesrapport. Een kennisproduct is bruikbaar als het relevant en deugdelijk is (paragraaf 1.6). Bij complexere vraagstukken zal het redeneren of het gebruik van het ‘gezonde verstand’ niet volstaan. Je zult dan zwaarder ‘gereedschap’ moeten inzetten: prak- tijkgericht onderzoek. In dit boek gaan we in op twee benaderingen van praktijk- gericht onderzoek: het beleidsondersteunende onderzoek en het actieonderzoek. Voor we dat doen, schetsen we eerst een algemener beeld van praktijkgericht on- derzoek en de eisen die daaraan gesteld worden. Om aan te geven wat binnen het hoger beroepsonderwijs (hbo) wordt verstaan onder praktijkgericht onderzoek, gebruiken we de omschrijving die de HBO-raad (tegenwoordig Vereniging Hogescholen) geeft in het Kwaliteitszorgstelsel ten aan- zien van het onderzoek aan hogescholen, 2009-2015 (2008). In de omschrijving wor- den verschillende kenmerken benoemd. Deze hebben we in het volgende citaat cursief gezet; in het navolgende zullen ze worden toegelicht. Praktijkgericht onderzoek wordt omschreven als onderzoek dat is geworteld in de be- roepspraktijk en bijdraagt aan de verbetering en innovatie van die beroepspraktijk . Dit vindt plaats door het genereren van kennis en inzichten , maar ook door het leveren van toepasbare producten en ontwerpen en concrete oplossingen voor praktijkproblemen . Daarbij is het onderzoek doorgaans multi- en/of transdisciplinair van aard en ingebed in een scala van interne en externe organisatorische verbanden, met behoud van de weten- schappelijke betrouwbaarheid en validiteit van het onderzoek zelf. (HBO-raad, 2008, p. 7) Wij kunnen ons goed vinden in deze omschrijving, omdat die aansluit bij wat een (afgestudeerde) hbo-bachelor bedrijfskunde doet. De vraagstukken waarmee hij in de praktijk te maken krijgt, zijn in feite altijd gericht op het verbeteren of inno- veren van de beroepspraktijk. Door het genereren van kennis en inzichten kunnen producten of oplossingen bedacht worden. De stap naar onderzoek wordt ge- maakt door de zin ‘… met behoud van de wetenschappelijke betrouwbaarheid en validiteit van het onderzoek zelf ’. En daar wordt het interessant. Wij hebben de ervaring dat studenten prima in staat zijn om (goede) producten of oplossingen te bedenken, maar als dat gecom- Wat is praktijkgericht onderzoek?

1.4

28

1.5 • De onderzoekscyclus

bineerd moet worden met onderzoek, dan ontstaat er een uitdaging. Hoe kun- nen de methodische werkwijzen uit het domein van de bedrijfskundige praktijk worden gecombineerd met de methodische werkwijzen uit het domein van het praktijkgericht onderzoek? In figuur 1.3 zag je al de term ‘onderzoekscyclus’ staan. Ook dat is een methodische manier van werken, maar in dit geval om kennis en inzichten op te leveren. In de volgende paragraaf leggen we dit uit.

1.5

De onderzoekscyclus

Ook bij de onderzoekscyclus gaat het om het doorlopen van fasen die elkaar op een logische wijze opvolgen. De onderzoekscyclus kent in principe twee varianten: een voor wetenschappelijk onderzoek en een voor praktijkgericht onderzoek. In het wetenschappelijk onderzoek tracht je algemeen bruikbare theorieën te ontwikkelen. Hier gaat het vooral om het begrijpen van de werkelijkheid. Bij we- tenschappelijk onderzoek wordt doorgaans de empirische cyclus gebruikt. Omdat we ons in dit boek niet bezighouden met wetenschappelijk onderzoek, geven we verder geen toelichting op deze cyclus. Bij praktijkgericht onderzoek gaat het niet om begrijpen, maar om ingrijpen: je wilt een bestaande situatie verbeteren. In praktijkgericht onderzoek wordt om die reden gebruikgemaakt van een andere onderzoekscyclus: de werkcyclus voor praktijkgericht onderzoek (Verhoeven, 2010). Deze cyclus bestaat uit de volgende zes fasen (figuur 1.5): 1 probleemanalyse en conceptueel ontwerp – vooronderzoek en vaststellen van de probleemstelling, centrale vraagstelling, doelstellingen en afbakening, en de uitwerking van het theoretisch kader, het conceptueel model en de deelvragen; 2 technisch ontwerp – keuze van de onderzoeksstrategie, de databronnen, de onderzoeksmethoden en de planning; 3 dataverzameling – verzamelen van data/informatie die je nodig hebt om je onderzoeksvragen te beantwoorden; 4 data-analyse – analyseren van de verkregen data/informatie om conclusies te kunnen trekken; 5 conclusies en aanbevelingen – geven van een antwoord (conclusie) op de vraag- stelling op basis van de data-analyse en de tussenconclusies, en aanbieden van aanbevelingen aan de opdrachtgever; 6 rapportage en presentatie – schrijven van het onderzoeksrapport en geven van een presentatie aan de belanghebbenden.

29

Made with FlippingBook - Online Brochure Maker