Walter Geerts & René van Kralingen - Handboek voor leraren

1 • Hoe leren leerlingen?

nemen van de theorie van Kolb. Die nodigt namelijk uit om na te denken over gevarieerd lesgeven. Bovendien helpt het model bij het beseffen of je eigen voor- keur als docent niet te eenzijdig gericht is op een bepaalde lesopzet. Gardner: meervoudige intelligenties Het begrip meervoudige intelligenties is afkomstig van de Amerikaanse ont- wikkelingspsycholoog Howard Gardner (2002, p. 39). Intelligentie is volgens Gardner ‘de bekwaamheid om te leren een probleem op te lossen’. Dit kan vol- gens hem op verschillende manieren, en dat impliceert dat mensen beschikken over verschillende bekwaamheden om problemen op te lossen. Deze zoge- noemde voorkeursintelligenties geven aan waar iemand goed in is; het woord ‘talent’ is dan misschien meer op zijn plaats (Willingham, 2013). Hoewel steeds duidelijker wordt dat de door Gardner gehanteerde talenten niet wetenschappelijk zijn onderbouwd (De Bruyckere et al., 2016), kan het voor een leerkracht wel nuttig zijn er kennis van te nemen. Deze theorie biedt inzicht in de sterke kanten van de verschillende leerlingen, wat een optimale communicatie met de leerlingen bevordert. Je les aanpassen aan de individuele voorkeuren van leerlingen blijkt in de praktijk teleurstellend uit te pakken. Uiteraard hebben leerlingen bij sommige vakken een voordeel op basis van hun talent: visueel ingesteld zijn helpt bij aard- rijkskunde. Leerlingen zullen echter bij alle vakken aan de eisen moeten vol- doen. Het is de kunst voor een docent om de talenten van zijn leerlingen te gebruiken om de leerdoelen te bereiken en hen zo op eigen wijze tot prestaties te brengen (Van der Helden & Bekkering, 2015). De intelligenties van Gardner Gardner onderscheidt de volgende intelligenties oftewel talenten: Ք Verbaal/linguïstisch : taaluitingen zoals lezen en schrijven. De leerling weet zich goed uit te drukken in taal, wat blijkt uit gedichten of in discussies. Ք Logisch/mathematisch : analytisch en planmatig. De leerling houdt ervan pro­ bleemstellingen op te lossen en is doorgaans goed in rekenen en abstraheren. Ք Visueel/ruimtelijk : goed ontwikkeld ruimtelijk inzicht. De leerling houdt van tekenen en ontwerpen en kan driedimensionaal denken. Ք Lichamelijk/kinesthetisch : gericht op fysieke ervaringen. De leerling houdt van sporten, toneelspelen of dansen. Ք Muzikaal/ritmisch : gevoel voor ritme. De leerling luistert graag naar muziek en houdt van muziek maken. Ք Naturalistisch : gericht op de natuur. De leerling houdt van dieren, het klimaat en landschappen. Hij heeft een scherp oog voor detail. Ք Interpersoonlijk : gericht op anderen. De leerling houdt van communiceren, kan goed samenwerken en is empathisch sterk ontwikkeld. Ք Intrapersoonlijk : gericht op de innerlijke belevingswereld. De leerling is kritisch op zijn eigen gewaarwordingen en reflecteert graag.

A

35

Made with FlippingBook Online newsletter