Suzan Lutke - Als de muziek er al is

Als de muziek er al is

Muziek is nooit op de eerste plaats bedoeld geweest om een prestatie te leveren. Muziek is bedoeld om je aan over te geven, te spelen, te vieren, te troosten, te verbinden, te genieten. Muziek wil niet perfect zijn, muziek wil leven. En daar hoort alles bij. Jan Kortie (ingezonden brief in de Volkskrant van 27 februari 2019)

Graag wil ik dit boek opdragen aan mijn muzikale rolmodellen. In volgorde van opkomst in mijn leven: Wim Lutke, Aalko Flink, Herm van der Heijden & Rein de Goeje.

Als de muziek er al is EEN NIEUW FUNDAMENT VOOR MUZIEKONDERWIJS

SUZAN LUTKE

bussum 2019

© 2019 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor de readerregeling kan men zich wenden tot Stichting UvO (Uitgeversorganisatie voor Onderwijslicenties, www.stichting-uvo.nl). Voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in knipselkranten dient men contact op te nemen met Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, www.stichting-pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Dit boek is mede mogelijk gemaakt door Cultuur Oost.

Omslag en opmaak binnenwerk: Edwin Smet

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0702 3 NUR 840

Voorwoord

‘Wat als de muziek er al is?’

Suzan Lutke stelt een schijnbaar onschuldige maar cruciale vraag in dit boek. Wat gebeurt er als we er niet meer van uitgaan dat de docent de leerling mu- ziek moet leren maken? Wat gebeurt er als we ervan uitgaan dat het de taak is van de docent om de leerling uit te dagen zich muzikaal te ontwikkelen? Als we ervan uitgaan dat de docent een expert is in het identificeren van ontwik- kelingsmogelijkheden? Een expert in het ontsluiten van een muzikale wereld waarin de leerling zich thuis kan voelen? Een expert in het uitdagen van de leerling om nieuwe horizonten te verkennen, zodat de wereld zich naar de leerling vormt en de leerling zich naar die wereld? Waarna er volgende nieuwe horizonten in het verschiet liggen? Het lijkt een onschuldige vraag, maar Suzan laat in dit boek zien wat er met muziekonderwijs gebeurd is, omdat we die vraag te lang niet gesteld hebben. Ze laat zien wat er gaat veranderen als we die vraag wél gaan stellen. En, heel belangrijk: ze laat zien welke praktische consequenties dat heeft voor degenen die dag in, dag uit ermee bezig zijn bij leerlingen de liefde voor het maken van muziek wakker te kussen. Suzan is een vrouw met een missie. Een vrouw met een tomeloze energie, een onstilbare nieuwsgierigheid en een ongelooflijk positieve instelling. Dat maakt haar bijzonder. Nog bijzonderder is dat Suzan dit koppelt aan de voort- durende behoefte om na te denken: Klopt het wat ik denk, wat ik zie, wat ik voel? Wat zeggen anderen daarover? Hoe kan ik daarvan leren? Wat betekent dat voor ons? En voor mij? Dit boek is het verslag van de weg die Suzan aflegt. Die weg is vast nog niet ten einde, en wie weet waar die weg haar gaat brengen. Maar nu ligt er dit boek; misschien als een soort tussenrapportage. Een boek waarin ze ons mee- neemt langs haar vragen, langs de kennis op basis waarvan ze die vragen be- antwoordt en langs mogelijke antwoorden. Het prettige daaraan is: dit is een open boek. Het daagt je uit na te denken. Het zit vol met ‘aha!’-momenten. En ook – en dat is veel belangrijker – met ‘o ja?’-momenten.

Het is een boek dat Suzan moest schrijven. Het is ook een boek dat juist in deze tijd geschreven moest worden. Omdat muziekonderwijs voortdurend opnieuw moet worden uitgevonden. Een prettig leesbaar, enthousiasmerend, breed opgezet boek. Met theorie, en met stemmen uit de praktijk van de mensen die het doen. Met heel veel vragen, en ook met heel veel praktische antwoorden. Een belangrijke bijdrage aan het muziekpedagogische debat in Nederland. Het is een boek dat het verdient gelezen te worden door iedere muziek- docent, door iedere conservatoriumstudent, maar ook door alle geïnteres- seerde juffen en meesters in de basisschool, door muziekdocenten in het voortgezet onderwijs, door dirigenten, door muziekschooldirecteuren, door conservatoriumdocenten, door beleidsambtenaren cultuur (…). Een boek voor iedereen die met leren musiceren te maken heeft.

Evert Bisschop Boele Lector kunsteducatie Hanzehogeschool Groningen, bijzonder hoogleraar cultuurparticipatie Erasmus Universiteit Rotterdam

Inhoud

Proloog Inleiding

9 13

Deel I Wat als de muziek er al is?

19

1 Muziekonderwijs: een duizenddingendoekje? Op zoek naar de bedoeling

21

2 Is muziek nu het doel of een middel? Wat zijn de muzikale leerdoelen?

27

3 Teachers! Leave them kids alone Wat we weten over leren en ontwikkelen

33

4 Meester-gezel in de 21e eeuw Hoe leer je muziek?

37

5 Op groei gericht

45

Over aanleg en inspanning

6 Het einde van wortels en stokken Over intrinsieke motivatie

53

7 Tien uitgangspunten die geen gebod willen zijn Een nieuw fundament voor muziekonderwijs in deze tijd

61

Deel II JA! En hoe dan?

63

8 Begin bij de leerling Tet Koffeman: Jonge mensen weten dingen

65 69

9 Van voordoen naar voorleven Anita Broekema: Kinderen die samen spelen, leren beter muziek maken

75 81

10 Van sturen naar uitnodigen en uitdagen Floor Wittink: De magie van muziek is meer dan beheersing van het instrument

83

86

11 Waardevrij observeren of het uitstellen van je oordeel Ivo Kouwenhoven: Zie het kind en niet het instrument

89 93

12 De kunst van het stellen van vragen Joosje Jochems: Ik geloof dat je je hele leven kunt zoeken naar je muzikale persoonlijkheid

97

101

13 Feedback geven en beoordelen van muzikaliteit Carlo Balemans: Zet in op veel avontuur in plaats van op degelijkheid

105 113

14 Kaders ontwerpen waar altijd een raam open kan Coen Witteveen: Ik gun iedereen zijn kwetsbaarheid. Van daaruit kun je groeien

117

123

Epiloog De zeepkist

127

Bronnen en verdere inspiratie Illustratieverantwoording Index Biografieën bij de portretten Over Suzan Lutke

131 135 136 140 143

Proloog

In mijn hoofd een potpourri van muziek. Dicht op mijn hart zit Elvis, en mijn moeder met een gelukzalige lach terwijl ze op ‘Devil in Disguise’ danst en ik stiekem door het trapgat kijk. The Beatles, de lachende sax van mijn opa, de dixieland van de Dutch Swing College Band. Boney M., vooral de kerstplaat. ‘Long Time Ago in Bethlehem’. ‘Conga’ van de Miami Sound Machine, mijn eerste cd. Zolang ik me kan herinneren, was er muziek in mijn leven. Muziek die kleur en geur had. Muziek die gevoel gaf, of niet. Mensen die muziek maakten. Schijnbaar moeiteloos en zorgeloos. Ik groeide in de jaren 70 op met blaas- muziek, bruiloftbandjes en dixieland. Tussen twee tijden in, leek het wel. Mijn vader werd in de jaren 60 gegrepen door The Beatles, Smokey Robin- son, Jerry Lee Lewis. Met zijn broer speelde hij in een band: de Rhythm Stars.

9

als de muziek er al is

Mijn opa speelde sax. Bij fanfare DES uit Emmercompascuum. Hij leerde zijn zoons blazen, zoals mijn oma haar dochter leerde zingen in het koor Ont- waakt. Toen hij overleed, kreeg ik zijn sax. Aan de lage C-klep had hij een stuk- je metaal gesoldeerd, omdat hij door zijn reuma niet meer bij de klep kon. Ik ging natuurlijk ook saxofoon spelen. Bij de fanfare in Eerbeek. Ik kreeg les van mijn vader; ik herinner me niets van lessen, en vaag de groen-witte voorkant van A tune a day . Ik herinner me wel het jeugdorkest. We speelden ‘Music’ van John Miles.

De prepuber in mij was verkocht. Ik zat vooraan in het orkest. De baton van de dirigent was een breinaald in een kurk gedrukt. We speelden in ‘zaal Nijk’ in Eerbeek op het winterconcert. En mijn wereld veranderende voorgoed. Zelfs nu ik dit opschrijf, voel ik weer die diepe emotie, dat kippenvel langs mijn rug. Terwijl mijn hoofd me vertelt dat dat toch wel ultieme kitsch is, dat muziek- stuk van John Miles.

Ik was tien jaar. En wist dat dit in mij zat. Dat er iets was aangeraakt wat altijd tot mijn beschikking zou zijn. Muziek.

10

Na een pubertijd vol met jazzmuziek (van het oude soort) belandde ik uitein- delijk op het conservatorium. Mijn broer was me voorgegaan en studeerde al klassiek trompet. Hem boven op zolder te horen studeren had me genezen van het idee dat ik saxofonist wilde worden en dus deed ik toelating voor school- muziek. Ik wilde muziekdocent worden. Mijn broer was teleurgesteld, want dat was vooral een studie voor musici die niet goed genoeg waren. Het was

proloog

inmiddels 1990. Voor het eerst kwam ik in aanraking met de formele wereld van de muziek. Alles wat ik daarvoor had meegemaakt, was ‘spelen’. Nu begon de ‘opleiding’. En ik was verbijsterd. Ineens begreep ik dat muziek iets moeilijks was. Iets waarvoor je erg veel moest weten en begrijpen. Ondanks mijn gymnasiumvooropleiding had ik geen benul van akkoordprogressies, harmonische ontwikkelingen, melodi- sche structuren en ritmische ingewikkeldheden. Ik wist niets van Bach of Beet- hoven (haalde ze ook door elkaar). Ik begreep ook nog iets anders op het conservatorium. Namelijk dat er een hiërarchie was. De teleurstelling van mijn broer was daar een uiting van. Goede musici studeren voor uitvoerend musicus. Als je iets minder bent, kun je als docerend musicus afstuderen en als je echt niet zoveel kunt, zou schoolmuziek een optie kunnen zijn. Ik wist dat allemaal niet. Ik voelde muziek. En ik wilde met andere mensen muziek maken. Hoe kan ik anderen helpen met muziek iets te zeggen? Daarom had ik voor schoolmuziek gekozen, omdat ik daar zou leren lesgeven. Nog een herinnering, mijn lievelingsherinnering uit mijn conservatoriumtijd. Herm van der Heijden was mijn docent didactiek. Een lieve, zachtaardige man. Pianist met een groot, liefdevol hart voor jonge kinderen. In de les vertelt hij een verhaal over een vijfjarige kleuter die op een klokkenspel speelt. Een van de klankstaafjes zit niet goed en klinkt daardoor dof. Herm veranderde ter plekke in de kleuter, met het klokkenspel in zijn handen. ‘Luister, meester, dit klokkenspel is ziek.’ Het verhaal ontroerde me toen al, vooral door de betrok- kenheid van Herm bij deze kleuter. Zelfs zonder dat het kind aanwezig was, voelde ik dat Hermmet zijn hele hebben en houden bij het kind was. Het kind was het uitgangspunt van alles wat hij verder deed. Zo anders was het toen ik uiteindelijk toch besloot na mijn schoolmuzie- kopleiding klassiek saxofoon te gaan studeren. Ik werd aangenomen, en mijn ego werd gestreeld. Ook een echte conservatoriumopleiding lag in mijn vermo- gen. Mijn eigen muziek stopte ik weg. Ik deed examen zoals je hoorde te doen met een etude, een voordrachtstuk, een modern werk en iets eigentijds. Ik speelde met mijn kwartet en studeerde af met een 7. Mijn broer was verbaasd en zei: ‘Ik dacht dat jij beter was dan een 7.’ Ik was inmiddels docent muziek op het Montessori Lyceum Herman Jor- dan in Zeist. Op deze school kwam ik terug bij mijn muziek. ‘Leer mij het zelf

11

als de muziek er al is

te doen’ – dit al bijna honderd jaar oude motto van Maria Montessori was de opstap voor mijn muzikale leven na het conservatorium. Ik ontdekte op deze school wat er gebeurt als je leerlingen omringt met veiligheid en uitdaagt om zich te ontwikkelen. Ik bouwde samen met mijn collega aan een leeromgeving waarin leerlingen werden uitgenodigd om zich muzikaal te ontwikkelen. Zowel fysiek, door studio’s te bouwen waarin leerlin- gen zonder mij lekker konden prutsen, als in de didactiek. Hoe ziet muziekon- derwijs eruit, waarin leerlingen de ruimte krijgen voor hun eigen ontwikkeling binnen de kaders van formeel onderwijs? Mijn ware leerschool was begonnen. Toen ik in 2000 werd gevraagd als hoofdvakdocent schoolmuziek Utrecht was ik verbaasd over hoe weinig er wezenlijk was veranderd op het conservato- rium. En met het idealisme van toen besloot ik dat ik het anders ging doen. Konden we een opleiding ontwikkelen waarin de uniekheid van studenten centraal stond en tegelijkertijd het hbo-niveau van een conservatoriumop- leiding garanderen? Konden we het gat tussen musicus en muziekdocent verkleinen? Een voorzichtig antwoord op die vraag is ‘ja’, maar het is een veel- kleurig antwoord. De studenten studeerden meer en meer af met een eigen uniek profiel. Met vallen en opstaan. Maar het lukte minder goed het gat met de instrumentale hoofdvakken te dichten. Musici bleven musici en docenten bleven docenten. De subsidies voor muziekinstellingen werden steeds minder vanzelfsprekend. Orkesten gingen fuseren of verdwenen. Een vijftigjarig lidmaatschap bij de fanfare was niet vanzelfsprekend meer. Muziek op school ook niet. En het internet kwam op. Op het conservatorium deden jonge mensen fantastische toelatingen zonder dat ze een noot konden lezen. Kunstenaars die konden zingen, spelen, componeren en weinig onderscheid maakten tussen kunstdis- ciplines. De wereld veranderde, de muziek bleef. De manier waarop jonge mensen in aanraking kwamen met muziek veranderde. De manier waarop we jonge mensen muziekles gaven, veranderde bijna niet. En ondertussen veranderde de wereld.

12

Inleiding

Revolution The Beatles

Muziek is er altijd geweest en zal er altijd zijn. De wind in de bomen, de beat uit de computer, de lyrische viool, de scheurende gitaar, de grunting hardrocker, de boventoonzingende monnik en de countertenor. De ongrijpbare schoonheid van muziek, de enorme kracht en troost die muziek biedt. Zij lijkt ons binnenste te verbinden. Dat ene lied dat je zo liefhebt – alleen al eraan denken is vol- doende om je te vervullen. Muziek maakt ons tot mens. Al eeuwenlang leren mensen muziek te maken. Door te kijken naar anderen, deel te worden van een groep. Als gezel van een meester. Voordoen, nadoen, meedoen. Zoals een violist 250 jaar geleden leerde spelen, verschilt niet we- zenlijk van hoe het nu gaat – blijkbaar is dat een beproefde methode. Een me- thode die we op alle plekken waar muziek geleerd wordt, herkennen. Recente ontwikkelingen in Nederland In Nederland zijn er de laatste jaren veel initiatieven om kinderen weer aan het muziek maken te krijgen. Nieuwe (digitale) methoden, instrument- en orkest- lessen op school, meer muziek op de pabo, co-teaching tussen muziekdocenten en basisschoolleraren: de focus ligt op méér! En dat is wellicht wel een terechte focus, aangezien er de laatste jaren minder lijkt te zijn. Bij navraag geeft zowel het Landelijk Kenniscentrum Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) als Cultuurconnectie (de brancheorganisatie voor cultuureducatie, amateurkunst en volksuniversiteitswerk) aan dat er een dalende trend is van zowel aantallen leerlingen als aantallen kunstinstellingen. Beide organisaties geven echter ook aan dat het moeilijk is om hier precieze aantallen van boven tafel te krijgen, omdat er een grote versplintering is door het grote aantal zzp’ers dat actief is als muziekdocent en niet direct aangesloten is bij een organisatie. De monitor amateurkunst (LKCA, 2017) spreekt van 750.000 mensen die muziekles vol- Of toch niet?

13

als de muziek er al is

gen. Daarvan volgt 54 procent les bij een zzp’er met een eigen praktijk, zeven procent bij een zzp’er in een collectief, 34 procent bij een vereniging, instelling of bedrijf en 24 procent van de beoefenaars die les hebben, volgt les bij een muziekschool. Na een diepere duik in deze materie blijkt er toch nuance te zijn. Met een slag om de arm, omdat alle onderzoeken op een andere wijze zijn ingevuld, is de dalende trend – waarover we veel horen in het muziekon- derwijs en in de actieve muziekbeoefening – toch niet eenduidig terug te vin- den in de onderzoeksgegevens (Van Beek & Knulst, 1991; De Haan & Knulst, 2000; Van den Broek, De Haan & Huysmans, 2005; Van den Broek, De Haan & Huysmans, 2009; LKCA, 2017). In deze onderzoeken wordt participanten de vraag gesteld of ze de afgelopen 12 maanden actief hebben meegedaan aan een muzikale activiteit (zingen of spelen). Uit de onderzoeken samen komt het volgende naar voren (tabel 0.1): Deze onderzoeken onderbouwen nog wat anders dat ook ondersteund wordt door meerdere internationale onderzoeken. Veel leerlingen die als kind be- gonnen zijn met muziekles, stoppen op de middelbare school daarmee (onder anderen Cremaschi, Ilinykh, Leger & Smith, 2015). Ik was zelf verrast door deze getallen. Immers, het gesprek in het mu- ziekonderwijs gaat er vaak over dat het zoveel minder muziekparticipatie is dan jaren geleden. Uit deze percentages blijkt echter dat het vanaf 1983 rede- lijk stabiel is, met slechts een kleine afname in de laatste jaren. Het zou kun- nen dat de piek in de jaren 90 ervoor heeft gezorgd dat het echt aanvoelt dat het nu zoveel minder is. En wellicht blijven mensen wel degelijk muziek ma- ken, maar doen ze dit anders dan voorheen. Niet meer op een muziekschool, maar op een eigen wijze. Mogelijkerwijs geeft de overgang van gesubsidieerde muziekscholen naar zzp-collectieven muziekprofessionals het gevoel dat onze samenleving mu- ziekonderwijs niet meer zo belangrijk vindt. Uit gegevens van Cultuurconnec- tie (persoonlijke communicatie) blijkt namelijk wel degelijk dat veel muziek- scholen het afgelopen decennium zijn gesloten (ongeveer zestig). Jaar Percentage Tabel 0.1 – Percentage van bevolking dat actief muziek maakt (samengesteld door auteur)

14

inleiding

Voor veel musici en muziekdocenten is daarmee de sociale zekerheid komen te vervallen. Dat wordt namelijk niet onderzocht in deze monitoren: het geluid van de muziekdocenten zelf. Ik zie in mijn werk als trainer en adviseur veel pijn en teleurstelling in onze sector. Het gevoel door de samenleving niet op waarde geschat te worden en te moeten vechten voor bestaansrecht, zit diep. Ik denk dat deze teleurstelling niet helpt om de professionele nieuwsgierigheid aan te wakkeren, om op zoek te gaan naar plan B. Want hoe het ook zij: het is belangrijk dat we ons als sector vragen blijven stellen. Alleen zo kunnen we onszelf opnieuw blijven uitvinden. Is het wel echt zo dat ‘mensen geen muziek meer maken’ of zijn mensen andere muzikale din- gen gaan doen? Wat is de reden dat scholen muziek (en alle andere kunsten) in de marges van hun curriculum lijken te plaatsen, zodat het er snel bij inschiet? Wat is de reden dat amateurmuziekgezelschappen moeite hebben ommensen te blijven inspireren ommuziek te gaan maken? Wat is de reden dat zo veel pubers na een oorspronkelijk zo enthousiast begin rond hun vijftiende de viool, saxofoon, gitaar of piano aan de wilgen hangen? Innovatie en evolutie Dit boek wil een lans breken voor een muziekdidactiek en -pedagogiek die past in onze tijd. Onderwijspedagogiek en motivatietheorieën geven ons inzichten die het mogelijk maken met een frisse blik te kijken naar hoe we jonge mensen muziek leren maken en het muziekonderwijs te innoveren. Wat weten we over ‘leren en ontwikkelen’ dat een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan de ma- nier waarop we jonge mensen deelgenoot maken van de muziekwereld? De muziek is niet veranderd, maar de wereld wel. De beschikbaarheid van muziek, de invulling van vrije tijd, de toegenomen welvaart, de wijze waarop jonge mensen leren – het zijn allemaal elementen van die veranderende wereld. We ontwikkelen ons omdat er een noodzaak is om ons aan te passen. Dat is de kern van wat we evolutie noemen. Het is tijd voor de evolutie van het mu- ziekonderwijs. Misschien voelt het voor jou te veel als een revolutie en haak je af. Misschien zeg je wel: ‘Dat doe ik allemaal allang’ en haak je af. We kunnen alleen een verschil maken als we opnieuw gaan kijken en onze keuzes en uit- gangspunten durven te bevragen.

15

als de muziek er al is

Als we doen wat we deden, krijgen we wat we kregen.

Dit boek is voor iedereen die vervuld is van muziek en dit wil delen met ande- ren. Muziekvakdocenten op scholen, instrumentale docenten met een eigen lespraktijk of in dienst van een muziekschool of -vereniging, docenten aan conservatoria die nieuwsgierig zijn naar nieuwe inzichten, pabostudenten en leerkrachten die meer muziek in de klas willen, dirigenten en alle anderen die zich aangesproken voelen. We kunnen samen het muziekonderwijs innoveren met de inzichten in dit boek. Als we niet willen veranderen, dan is er alleen stilstand. Verandering ontstaat zelden plotseling. Het is een langzaam proces van wederzijdse in- zichten en open gesprekken. Werkelijk willen luisteren naar de ander, niet je mening doorduwen of het juiste zeggen voor de sponsoren. Vragen durven stellen die niet populair zijn en geen oneliners zullen vormen op Facebook. Als we niet de moeilijke vragen durven te stellen en in alle openheid met el- kaar kunnen sparren, ontwikkelen we zelf niet. We zullen onze oma’s in de ogen moeten kijken: onze overtuigingen, meningen en aannames. Kloppen ze nog? In de verwondering openen zich nieuwe inzichten. Betekenisvol en leerlinggericht Dit boek, met praktijkvoorbeelden, wil je ideeën geven hoe je morgen kunt beginnen om betekenisvol, leerlinggericht muziekonderwijs vorm te geven. Je kunt het gebruiken in je instrumentale lessen, in je workshops op scholen of in de manier waarop je met groepen mensen samen muziek maakt. Ik wil je informeren, inspireren, handvatten geven en ook verwarren. Ik wil je niet vertellen ‘hoe het moet’. Dat is aan jou. Verwacht ook geen nieuwe methode of een stappenplan. Zie het boek als een fundament waarop je kunt bouwen. De legoplaat voor jouw onderwijs. Het eerste deel van dit boek beschrijft deze legoplaat. Het probeert antwoord te geven op drie belangrijke onderwijsontwerpvragen: waarom, wat en hoe. Wat is de bedoeling van muziekonderwijs: waarom willen mensen muziek le- Muziek maakt slim! Muziek is op alle denkbare fronten levensbevorderend! Van muziek leer je luisteren naar elkaar!

16

inleiding

ren en waarom vinden we dat belangrijk? Wat zijn mogelijke leerdoelen? Hoe leren mensen? Sinek (2009) stelt dat juist het waarom een bodem legt onder je verdere uitwerking. Hoe meer samenhang er is tussen het waarom en het wat en hoe, des te steviger je huis staat. In hoofdstuk 7 zal het eerste deel worden samengevat en vind je de beschrijving van het fundament voor muziekonder- wijs in deze tijd. Het tweede deel van het boek zal het hoe verder concretiseren: Ja! En hoe dan? Hoe kunnen we de leerling centraal zetten in zijn muzikale ontwikke- ling en een beweging maken van sturen naar uitnodigen? Wat betekent dat voor je eigen pedagogisch handelen en ook voor het ontwerp van je lessen en workshops? De hoofdstukken zijn apart te lezen, maar vormen ook een samen- hangend geheel. In deel II vind je bovendien portretten van musici en muziek- docenten die veel inzicht en inspiratie geven om je eigen onderwijs met een nieuwe blik te bekijken. In dit boek zijn in aangepaste vorm delen terug te vinden uit het boek Leren van kunst dat ik in 2018 samen met Olga Potters schreef. Het betreft de hoofd- stukken 5, 6, 11 en 12. We hoeven geen afscheid te nemen van dingen die goed werken; tegelijkertijd zijn er wel verschuivingen – in de samenleving, in de kunstinstellingen, in ons- zelf en in de leerlingen die we lesgeven. Stilstaan is achteruitgaan. Laten we bewegen. Waarheen? Tja, waar de weg ons leidt. (Heb je nu ook een liedje in je hoofd? Dat is nu de kracht van muzikaal voorstellingsvermogen. J ) Tijdens het schrijven van dit boek speelde er veel muziek door mijn hoofd. Muziek die om de een of andere reden een relatie had met de woorden op het papier. Bij het begin van elk hoofdstuk vind je de titel van deze muziekstukken. Samen vormen zij de soundtrack van dit boek die je, als je wilt, kunt beluisteren via www.coutinho.nl/alsdemuziek . Hier vind je ook podcasts waarin de interviews met muzikanten uit de portretten in deel II te beluisteren zijn.

17

18

Deel I Wat als de muziek er al is?

Wat nou als de muziek allang aanwezig is in alle leerlingen en we ze in het muziekonderwijs niet stu- ren maar uitnodigen om in te stappen? Iedere unieke leerling uitnodigen om zich muzikaal te ontwikke- len? Om zijn eigen muzikale identiteit te vinden? Wat nou als de methode niet leidend is, maar de leerling in zijn persoonlijke drive om zich te uiten?

19

deel 1 —wat als de muziek er al is?

20

1 Muziekonderwijs: een duizenddingen- doekje? Op zoek naar de bedoeling

Music’s Takin’ Over The Jacksons

Waarom vinden we het belangrijk dat kinderen en jonge mensen muziekon- derwijs krijgen? Als we voor onszelf niet een heldere en inspirerende bedoeling kunnen formuleren, bestaat de kans dat we zonder duidelijke richting op weg gaan. De bedoeling van muziek Als we op zoek willen naar de bedoeling van muziekonderwijs, is het misschien nog belangrijker om op zoek te gaan naar de bedoeling van muziek. Waarom is muziek onderdeel van onze samenlevingen? Waarom ‘doen’ mensen mu- ziek? Bisschop Boele (2013) noemt dit in navolging van Small (1998) musicking . Binnen de etnomusicologie beschrijft Merriam (1964) dat mensen muziek ge- bruiken als communicatiemiddel, emotionele expressie, om het esthetische plezier, als vermaak en ook als hulpmiddel om te integreren binnen een samen- leving. Anderen vullen Merriam aan. Nettl (1995) vraagt zich bijvoorbeeld af of muziek niet de expressie of reflectie is van de kern van een cultuur: muziek als een verbindend medium tussen individuele mensen en groepen mensen.

We maken verbinding. Verbinding met onszelf, de ander, de wereld en het onzegbare. Tet KoffemaN (2010)

21

Dit is slechts het topje van de ijsberg als het gaat over onderzoek naar de functies van muziek in onze samenleving. Bisschop Boele (2013) concludeert uiteindelijk dat de meeste onderzoeken onderschrijven dat muziek vaak een persoonlijke manier is om ‘in de wereld’ te zijn of komen – zoals ook Tet Koffeman schrijft.

deel 1 —wat als de muziek er al is?

Als dat de bedoeling of functie van muziek is, kunnen we vervolgens kijken wat dan de bedoeling is van muziekonderwijs.

De bedoeling van muziekonderwijs Typ de zoekterm ‘waarommuziekonderwijs’ in de zoekmachine van je browser en je ontdekt veel visies en missies van verschillende muziekorganisaties. De lijst hierna is een globale samenvatting, die op elke nieuwe webpagina verder aangevuld en ingekleurd wordt. Waarom vinden wij op dit moment muziekon- derwijs belangrijk?

Omdat: • je er creatief van wordt; • het bijdraagt aan de motorische ontwikkeling;

• het bijdraagt aan de bevordering van discipline en doorzettingsvermogen; • het bijdraagt aan sociale vaardigheden en een gevoel van saamhorigheid; • het bijdraagt aan de emotionele ontwikkeling; • het plezier geeft/je er gelukkig van wordt; • ouders het belangrijk vinden; • het positieve effecten heeft op intelligentie; • het leidt tot een positiever zelfbeeld; • het positieve effecten heeft op de ontwikkeling van het brein; • het de kwaliteit van leven verhoogt; • het kinderen leert luisteren naar elkaar en op elkaar afstemmen; • het zorgt voor een positief schoolklimaat. Wat opvalt, is dat er bijzonder veel wordt toegeschreven aan muziekonder- wijs. Het is een grote en diverse verzameling van bedoelingen. Wat verder opvalt in de lijst is dat bijna nergens gesproken wordt over muzikale aspec- ten. Muziekonderwijs is belangrijk – niet omdat je er muzikaal vaardiger van wordt, maar omdat je er creatief, sociaal en gelukkig van wordt. Muziekonderwijs dus eigenlijk als een duizenddingendoekje, zoals Bis- schop Boele onlangs stelde tijdens een lezing bij het jaarlijkse symposium van Méér Muziek in de Klas. Samengevat zou je kunnen zeggen dat onderwijs in muziek een leerling helpt om alle aspecten van zijn persoon te ontwikkelen. Het brein heeft er baat bij, het lichaam en de motoriek ook. Er zijn positieve effecten op het gedrag en de communicatieve vaardigheden van de leerling. Muziekonderwijs zorgt voor een goede sfeer.

22

1 Muziekonderwijs: een duizenddingendoekje?

Bisschop Boele vat het samen. Muziekonderwijs helpt het kind ‘in de wereld te komen’ omdat het hem helpt in zijn ontwikkeling tot mens. Het sluit vol- gens hem aan op drie centrale onderwijsdoelen: in het onderwijs leer je jezelf kennen, de ander erkennen en jezelf ontwikkelen. Deze driedeling is ook her- kenbaar bij Biesta (2015), die stelt dat de bedoeling van onderwijs kwalificatie, socialisatie en personificatie is – wat ook wel vertaald wordt met vaardig, aar- dig en waardig. Muziekonderwijs kan dus bijdragen aan alle aspecten van de brede ontwikkeling van leerlingen die we van belang vinden in het onderwijs. Vraagtekens Je kunt vraagtekens plaatsen bij de lijst hiervoor. Bijvoorbeeld: ‘Muziekon- derwijs is belangrijk omdat het leidt tot een positiever zelfbeeld.’ Als dit zo is, dan is het bijzonder dat veel professionele musici lijden aan faalangst en po- diumvrees. Er zijn veel onderzoeken die hier verslag van doen. Fishbein, Mid- dlestadt, Ottati, Straus & Ellis (1987) bijvoorbeeld beschrijven het gebruik van bètablokkers onder professionele musici. Volgens hen maakt 27 procent van musici in Amerika geregeld gebruik van drugs of alcohol om stress te verlagen. De verhalen van grote musici met een laag zelfbeeld en grote stress zijn legio: van Maria Callas tot Kurt Cobain en Avicii. Muziekonderwijs kan bijdragen aan alle eerder genoemde aspecten, maar of het dat ook werkelijk doet is afhankelijk van de manier waarop die muziekles wordt ingericht en de pedagogische en didactische kwaliteiten van de persoon die de lessen verzorgt. Die nuance ontbreekt geregeld in de verschillende arti- kelen over het nut van muziekonderwijs voor kinderen. Er zijn namelijk allerlei overtuigingen en aannames over muziekonderwijs. Mensen hebben een beeld bij wat ‘waarlijk en goed muziekonderwijs’ is. Die ‘culturele codes’, zoals Bis- schop Boele ze noemt, vormen langzaamaan een obstakel op de weg van de innovatie – die wel degelijk hard nodig is, als we recht willen doen aan de zo- juist beschreven bedoeling van muziekonderwijs. Overtuigingen en aannames Het kwalitatieve onderzoek van Bisschop Boele (2013) schijnt veel licht op juist die aanwezige overtuigingen en aannames van mensen over wat het betekent om een muzikaal persoon te zijn, wat muzikaliteit eigenlijk is. Vraag je mensen wat muzikaal zijn betekent, dan antwoorden de meesten: ‘Dat je een instru- ment speelt.’

23

deel 1 —wat als de muziek er al is?

‘En je moeder? Was die ook actief, muzikaal?’ ‘Nee helemaal niet. Ze kon erg mooi zingen, ik denk dat ze goede oren had, maar nee… die speelde niks.’ Bisschop Boele (2013, p. 195)

In dat uitvoeren van instrumentale muziek is het beheersen van het muzikale ambacht het belangrijkste aspect, aangevuld met kennis (vooral van noten lezen). Muzikale ontwikkeling wordt volgens Bisschop Boele vaak beschreven als het beter worden in het beheersen van het instrument. Een muzikaal iemand is dus iemand die goed is in het muzikale ambacht (of in ieder geval beter dan gemiddeld). Muzikaliteit wordt ook vaak gezien als een speciaal talent, iets wat aangeboren is, wat je hebt of niet. Vaak wordt dit talent afgezet tegen anderen. Met andere woorden: in onze cultuur hebben we een sterke overtuiging over wat het betekent ommuzikaal te zijn. Je speelt een instrument en je kunt no- ten lezen – en je doet dat meer dan verdienstelijk. Is dat belangrijk voor dit hoofdstuk? Jazeker. Deze overtuiging wordt namelijk uitgewerkt op alle mogelijke plekken in onze samenleving waar we muziekles geven. Het conservatorium is bij uitstek de plek waar musici leren om zich als muziekspecialist verder te ontwikkelen door hun muzikaal-ambachtelijke vaardigheden te perfectioneren. Ook op muziekscholen ligt de focus daarop en is het systeem erop gebaseerd. Zo ook in de amateurmuziek, waar examens en concoursen deze overtuiging tot uitvoer brengen. Nog een stap verder betreft de huidige ontwikkelingen op de basisscholen. De focus lijkt op ‘goed zijn’ te liggen, zoals blijkt in de Lang Leve de Muziek Show van de AVROTROS 2018-2019. Verschillende scholen doen mee aan deze tv-wedstrijd. Zij krijgen een douche als ze niet goed genoeg zijn, en mogen mee naar het slotoptreden als ze wel ‘goed’ zijn. Is dat erg? Ja, wel als we zo geen recht doen aan onze bedoeling. De bedoeling van muziek in onze samenleving, en de bedoeling van muziekonderwijs: de leerling helpen om ‘muzikaal in de wereld te komen’. Hem persoonlijke tools geven zodat hij in contact kan komen met wat hem drijft, met de ander en met

24

1 Muziekonderwijs: een duizenddingendoekje?

de wereld om hem heen. Zo ontwikkelt hij al doende zijn sociale, emotionele en communicatieve vaardigheden.

Onze overtuiging over muziekonderwijs is dat leerlingen in de muziekles leren een muziekinstrument te beheersen. Dat ze beter worden. Door die focus op de beheersing van muziek verliezen we de leerling vaak uit het oog als hij mu- zieklessen gaat volgen. Niet hij staat centraal in zijn persoonlijke noodzaak om zich door en met muziek te uiten, maar de methode van ‘muziek leren’ en de docent als specialist die hem volgens de methode zal leren muziek maken.

25

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online