Heijst - Arts-Based Research voor het sociale domein

Pim van Hei jst Nico de Vos Sabrina Keine mans (RED.)

arts- based

research voor het s ociaal domein Op kunsten gebaseerd praktijkgericht onderzoek

Arts-Based Research voor het sociaal domein

arts-based research voor het sociaal domein

Op kunsten gebaseerd praktijkgericht onderzoek

Pim van Heijst Nico de Vos Sabrina Keinemans (red.) Eltje Bos Paola de Bruijn Lia van Doorn Sandra Geelhoed Marie-Louise Gilcher Erik Jansen Maartje Jaspers Ed de Jonge Mike de Kreek Toinette Loeffen Raluca Popa Margareta von Salisch

bussum 2019

© 2019 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting- pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag en opmaak binnenwerk: Garlic, Amsterdam Illustraties hoofdstukopeningen: Renze Koenes, Deventer

Foto’s hoofdstuk 3: Sharmila Monsanto Tekeningen hoofdstuk 5: Maartje Jaspers

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever. De personen op de foto’s komen niet in de tekst voor en hebben geen relatie met hetgeen in de tekst wordt beschreven, tenzij het anders vermeld is.

ISBN 978 90 469 0653 8 NUR 740

Inhoud Inleiding Pim van Heijst, Nico de Vos, Sabrina Keinemans 1 Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek Sabrina Keinemans, Nico de Vos, Pim van Heijst 1.1 Inleiding 1.2 Het inzetten van kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek 1.2.1 Kunst als taal 1.2.2 Het belang van praktijkgericht onderzoek 1.2.3 Arts-Based Research als geëngageerde onderzoeksvorm 1.2.4 Hoofdkenmerken van Arts-Based Research als praktijkgericht onderzoek 1.3 Kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research als praktijkgericht onderzoek 1.3.1 Praktisch relevant

9

13

14 16 16 19 21 22 24 25 27 29 32 33 34

1.3.2 Methodisch grondig (het ware) 1.3.3 Ethisch verantwoord (het goede) 1.3.4 Esthetische kwaliteit (het schone) 1.3.5 De noodzaak van kritische reflectie 1.4 Tot besluit

2 Verhalen

37

Sandra Geelhoed 2.1 Innovatieve sociale investeringen 2.2 Aanpak van het project 2.2.1 Doel en onderzoeksvraag 2.2.2 Werkwijze 2.3 Bevindingen en ervaringen met storytelling als onderzoeksstrategie 2.4 Reflectie op de kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research

39 44 44 44 51 53

3 Muziek

61

Toinette Loeffen 3.1 Criminal Minded 3.2 Aanpak van het project

63 67 67 70

3.2.1 Doel en onderzoeksvraag 3.2.2 Werkwijze

3.3 Bevindingen en ervaringen met muziek als onderzoeksstrategie 3.4 Reflectie op de kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research

79 84

4 Theater Mike de Kreek, Margareta von Salisch, Eltje Bos 4.1 Transformatief leren via participatief theater 4.2 Aanpak van het project 4.2.1 Doel en opdracht 4.2.2 Werkwijze

91

93 96 96 97

4.3 Bevindingen en ervaringen met theater als onderzoeksstrategie 4.4 Reflectie op de kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research

108 110

5 Dans Maartje Jaspers, Raluca Popa, Marie-Louise Gilcher 5.1 We hebben het drooggehouden: humor en dans bij ouderen met dementie 5.2 Aanpak van het project 5.2.1 Doel en onderzoeksvraag 5.2.2 Werkwijze 5.3 Bevindingen en ervaringen met dans als onderzoeksstrategie 5.4 Reflectie op de kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research 6 Beeldende kunst Erik Jansen, Paola de Bruijn 6.1 TinyBot & Open Inloop: werkt het? Beeldende kunst om ouderen een stem te geven 6.2 Aanpak van het project 6.2.1 Doel en onderzoeksvraag 6.2.2 Werkwijze 6.3 Bevindingen en ervaringen met Visual Thinking Strategies als onderzoeksstrategie 6.4 Reflectie op de kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research

119

121 128 128 129 134 138

145

147 153 153 154

157 159

7 Audiovisuele media

167

Lia van Doorn, Sabrina Keinemans

7.1 Armoede in Beeld 7.2 Aanpak van het project

169 171 171 173 178 182

7.2.1 Doel en onderzoeksvraag 7.2.2 Werkwijze 7.3 Bevindingen en ervaringen met foto-elicitatie als onderzoeksstrategie 7.4 Reflectie op de kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research

8 Besluit: praktijkgericht onderzoek tussen kunst en wetenschap Pim van Heijst, Nico de Vos, Sabrina Keinemans 8.1 Inleiding 8.2 Verschillende bestanddelen

189

190 192 192 193 193 194 195 195 197 198 200 201

8.2.1 Bestanddeel onderzoeksopzet 8.2.2 Bestanddeel dataverzameling 8.2.3 Bestanddeel analyse 8.2.4 Bestanddeel presentatie 8.3 Nogmaals de vier kwaliteitsdimensies

8.3.1 Praktisch relevant 8.3.2 Methodisch grondig 8.3.3 Ethisch verantwoord 8.3.4 Esthetische kwaliteit

8.4 Hoe verder?

Geraadpleegde literatuur

203

Register

213

Over de auteurs

219

Inleiding Pim van Heijst, Nico e Vos, Sabrina Keinemans Waarom dit boek? De inzet van dit boek is op kunst gebaseerd onderzoek – in het Engels Arts-Based Research – een grotere plek te geven in het praktijkgericht onderzoek in het hoger beroepsonderwijs in Nederland. Deze vorm van onderzoek is relatief nieuw in Nederland. Het is een vorm van onderzoek die zich beweegt tussen kunst en traditionele weten- schap. Wij richten ons nu specifiek op praktijkgericht Arts-Based Research in het brede sociaal domein. De meerwaarde voor sociale vraagstukken is volgens ons groot – en je moet ergens beginnen. In de zes kernhoofdstukken van dit boek laten we aan de hand van verschillende aansprekende onderzoeksprojecten zien hoever we zo ongeveer zijn in Nederland. Uiteraard gebeurt dat zonder volledigheid te willen claimen. Bovendien reflecteren we in ieder hoofdstuk op de mogelijkheden en moeilijkheden waar je met deze vorm van onderzoek tegenaan loopt. Zo hopen we inspiratie te kunnen bieden om met zijn allen (meer) te gaan werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek binnen het hoger beroepsonderwijs. Alternatieve vormen van onderzoek zijn hard nodig om de complexe sociale vraagstuk- ken van deze tijd aan te pakken. Daarom willen we met dit boek een bijdrage leveren aan de opleiding en ontwikkeling van de creatieve sociale professional van de 21e eeuw. Voor wie is dit boek? De uitgave is primair bedoeld voor het onderzoeksonderwijs van hbo-opleidingen die, direct of indirect, gericht zijn op beroepen in het brede sociaal domein. Te denken valt aan: social work, vaktherapie, pedagogiek en toegepaste psychologie. En ook de verbinding tussen welzijn en educatie: pabo’s en lerarenopleidingen. Tevens streven we ernaar studenten en docenten met andere achtergronden te inspireren met deze manier van onderzoeken aan de slag te gaan. Daarnaast is dit boek volgens ons van belang voor studenten en docenten van hbo-kunstvakopleidingen die praktijkgericht onderzoek willen uitvoeren op het overgangsgebied van ‘kunst en sociaal’. Dat geldt specifiek voor de opleidingen kunsteducatie. Dit boek zet in op de verdere verbinding van onderwijs, onderzoek en praktijk, een verbinding die in het hbo volop in ontwikkeling is. Dit betekent dat het boek enerzijds kan worden gebruikt voor het onderwijs op het gebied van kunstzinnige en creatieve

9

inleiding

manieren van werken, waarbij ook de onderzoeksmatige ontwikkeling en onderbouwing van belang zijn. Anderzijds kan het worden ingezet bij het leren en begeleiden van onderzoek doen, het onderzoeksonderwijs in engere zin, waarbij ook behoefte is aan concrete praktijkvoorbeelden hoe zo’n Arts-Based Research-project aan te pakken. De focus van deze uitgave ligt op de fase van onderzoeksonderwijs in ruime zin – kunst- zinnige en creatieve manieren van werken en onderzoek begeleiden/doen – ná het aanleren van de bredere basiskennis, vaardigheden en houding op die gebieden, zoals dat veelal in de bachelor-propedeuse en eventueel het tweede jaar aan de orde komt (of moet komen). Het boek is dus vooral geschikt voor het tweede, derde en vierde jaar van bacheloropleidingen en voor het hbo-masteronderwijs. Verschillende manieren van denken en doen In dit boek worden zes projecten op het gebied van Arts-Based Research als vorm van praktijkgericht onderzoek beschreven. Anders dan in academisch onderzoek, dat vaak primair gericht is op kennis, staat in alle hoofdstukken de beroepspraktijk steeds centraal als doel van onderzoek. Dat betekent dat de reguliere onderzoekscyclus niet altijd herkenbaar is in de zes projecten in dit boek. Soms was het doel van een project vooral om praktijkverbetering te bewerkstelligen en is onderzoekend vermogen ingezet om een concrete bijdrage te leveren aan de beroepspraktijk (Andriessen et al., 2014). Waar dat aan de orde is, wordt het in de betreffende hoofdstukken genoemd. In de diverse hoofdstukken komen ook verschillende manieren van denken en doen bij het werken met Arts-Based Research naar voren. Dat heeft wat ons betreft de voorkeur, omdat er niet één beste werkwijze bestaat die overal en altijd geldt. Iedere situatie opnieuw moet bepaald worden welke aanpak het meest passend is; vraag en doel in de specifieke praktijkcontext zijn daarbij leidend. Het kiezen van de aanpak gebeurt in het samenspel tussen onderzoeker en betrokkenen, met meer of mindere mate van betrokkenheid van laatstgenoemden. Ook moet geval per geval bepaald worden of, en zo ja welke kunstvormen in welke fase van het onderzoeksproces worden ingezet. Bij de zes projecten in dit boek worden al dit soort overwegingen en gemaakte keuzes voor het voetlicht gebracht. Bovendien wordt in het tweede deel van ieder hoofdstuk op die projecten gereflecteerd. Wat zijn de mogelijkheden en moeilijkheden die zich voor- doen? We willen studenten en docenten uitnodigen en uitdagen vooral zelf en samen na te denken hoe bij een bepaald vraagstuk in het brede sociaal domein kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek op een passende wijze kunnen worden ingezet. Er zijn geen vaste recepten en zo is dit boek ook niet bedoeld.

10

INLEIDING

Ieder kernhoofdstuk (2 t/m 7) is steeds door een of meer verschillende auteurs geschreven. Daarmee willen we recht doen aan de te onderscheiden manieren van denken en doen. Zoals gezegd: perspectieven verschillen en dat is maar goed ook. Alleen dan valt er immers iets te leren, alleen dan kan ontwikkeling plaatsvinden. In het team van de drie redacteuren speelde dit net zo goed. Ook bij ons zijn er verschil- len en overeenkomsten in hoe – vaak op meer fundamenteel filosofisch niveau – ge- dacht wordt over Arts-Based Research als praktijkgericht onderzoek en wat dit bete- kent voor het uitvoeren ervan in het onderwijs. Om die reden is er nadrukkelijk voor gekozen – ook bij de hoofdstukken van de redacteuren – steeds zorgvuldig aan te geven in welke volgorde van verantwoordelijkheid de tekst tot stand is gekomen. Boven ieder hoofdstuk staat steeds vermeld wie de eerste, tweede en eventueel derde auteur zijn. Dat is dus in ieder hoofdstuk anders. De eindredacteuren worden niet als auteurs genoemd bij de afzonderlijke hoofdstuk- ken. Wel hebben ze meegedacht en in meer of mindere mate meegeschreven. In ieder geval geldt dat voor de reflectieparagrafen in elk hoofdstuk, waarin voor het betreffende project wordt gereflecteerd op vier kwaliteitsdimensies van Arts-Based Research. De eindredacteuren van dit boek hebben meegeschreven aan deze reflectieparagrafen. Voor hoofdstuk 3, 4 en 5 was dat Pim van Heijst, voor hoofdstuk 2, 6 en 7 was dat Sabrina Keinemans; de reflectieparagrafen in deze hoofdstukken weerspiegelen dus de inbreng van zowel auteurs als redactie. Een uitzondering hierop vormen de kaderteksten met ethische reflecties, die zijn geschreven door Ed de Jonge. Een boek maken is niet alleen een kwestie van schrijven. Gedurende het traject van het nadenken, schrijven en becommentariëren van dit boek is er intensief contact tussen alle betrokkenen geweest. Er hebben meerdere auteursbijeenkomsten plaatsgevonden, er is nauw samengewerkt tussen auteurs en redactie, de redactieleden hebben zeer geregeld over het boek met elkaar overlegd en er is samen opgetrokken met de uitgever. We zijn volop in ontwikkeling en hopen dat nog lang te blijven. Leeswijzer Het boek start met een hoofdstuk waarin wordt ingegaan op de waarde van kunst in praktijkgericht onderzoek (hoofdstuk 1). Het draait om setting the scene , waarbij de vraag naar kwaliteit van Arts-Based Research als praktijkgericht onderzoek in het boek uiteindelijk leidend is. Daarna volgen de zes kernhoofdstukken, geordend naar die kunstvorm die het meest nadrukkelijk is ingezet in de betreffende projecten (hoofdstuk 2 t/m 7). Achtereenvol- gens zijn dat: het werken met verhalen en fictie, muziek, theater, dans, beeldende kunst en audiovisuele media inclusief film en fotografie. Dit komt overeen met gangbare indelingen van Arts-Based Research in de internationale literatuur (zie bijvoorbeeld:

11

inleiding

Foster, 2016; Knowles & Cole, 2008; Leavy, 2017). Omwille van de leesbaarheid heeft ieder kernhoofdstuk bovendien een vaste paragraafopbouw, te weten: eerst een korte inleiding, beschrijving van het onderzoeksproject en uiteenzetting van de gehanteerde methode, vervolgens een reflectie op de mogelijkheden en moeilijkheden van het project. Het boek sluit af met een conclusie (hoofdstuk 8), waarin we de projecten nog een keer kort in herinnering roepen, grotere lijnen door het boek trekken en eindigen met de vraag: hoe nu verder? Zo hopen we de lezer te inspireren vooral aan de slag te gaan met Arts-Based Research als vorm van praktijkgericht onderzoek in het eigen onderwijs.

12

Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

Sabrina Keinemans, Nico de Vos, Pim van Heijst

13

HOOFDSTUK 1 — Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

1.1 Inleiding

Stel je een ochtend in april voor. De lente hangt in de lucht. Sinds lange tijd is de lucht weer strakblauw, schijnt de zon en verschijnen er knoppen aan de bomen. Fluitend loop je naar het station om naar de hogeschool te gaan. In de trein probeer je je te concen- treren op een studieboek en om het geroezemoes te overstemmen zet je een willekeu- rige afspeellijst op Spotify aan. Daarop staat een nummer dat precies jouw gevoel van dat moment weet te vatten. Het is alsof je in het nummer de lente bijna kunt horen. Je vraagt je af: kan dat eigenlijk wel, de lente in muziek horen? Dat soort filosofische gedachten laat je al snel varen. Het is een mooi moment. Het leven lacht je toe. Je laat je studieboek zakken, en staart naar buiten om alleen maar te genieten van de iets meer dan drie minuten dat het nummer duurt. Dit is voor jou het begin van de lente … Vrijwel iedereen kan zich soortgelijke momenten herinneren. Van die momenten waarop muziek – maar misschien ook wel een boek, film of dans – niet alleen maar muziek is. Het zijn momenten waarop de muziek iets lijkt te vertellen en te vatten van wat je op dat moment ervaart: de lente bijvoorbeeld. Vaak hoeft dat niet letterlijk te zijn. De tekst van het nummer dat het lentegevoel opriep, ging in de verste verte niet over de lente of een nieuw begin. Het was de muziek zelf, de noten en de sfeer, die dat gevoel gaven. Dit boek gaat over praktijkgericht Arts-Based Research: het soort onderzoek dat een bijdrage wil leveren aan het oplossen van concrete vraagstukken uit de dagelijkse beroepspraktijk, en daarbij gebruikmaakt van kunst. Arts-Based Research betekent letterlijk: op kunst gebaseerd onderzoek. In dit boek zullen verschillende kunstvormen aan bod komen en laten we zien hoe die gebruikt kunnen worden in praktijkgericht onderzoek. Voordat we dieper op die voorbeelden ingaan, willen we stilstaan bij de meerwaarde die kunst in onderzoek kan hebben. Waarom zou een praktijkgerichte onderzoeker gebruikmaken van kunst in onderzoek? Om deze vraag te beantwoorden moeten we even een stapje terug doen, en teruggaan naar de kern van het wetenschapsbedrijf. Wetenschappers, of ze nu onderzoek doen naar nanodeeltjes of geïnteresseerd zijn in de wijze waarop mensen rouw verwerken, worden allemaal gedreven door de zoektocht naar kennis. Alle onderzoekers willen iets te weten komen over de wereld om hen heen en het leven van mensen op die wereld. Daarmee kunnen zij verschillende doelen hebben.

14

1.1 — inleiding

Wetenschappers aan universiteiten richten zich vaak specifiek op het ontwikkelen van theorie. Op hogescholen willen we voornamelijk inzichten opdoen om beroepspraktijken te versterken. Over die verschillende kennisdoelen volgt later meer; voor nu is het van belang om te constateren dat elke onderzoeker weliswaar zijn eigen motieven heeft om onderzoek te doen, maar dat de zoektocht naar kennis een drijvende kracht is voor onderzoekers in het algemeen. Dat geldt ook voor onderzoekers die gebruikmaken van Arts-Based Research. Aan deze vorm van onderzoek ligt echter een specifieke opvatting van kennis ten grondslag, die ook verklaart waarom de kunsten als belangrijke vorm van onderzoek worden gezien. Om goed uit te kunnen leggen wat de kunsten ons in onderzoek te bieden hebben, gaan we eerst kort in op die kennisopvatting, en we doen dat aan de hand van het thema armoede. Wanneer je als onderzoeker geïnteresseerd bent in armoede, zou je op zoek kunnen gaan naar informatie over het vóórkomen van armoede: hoeveel mensen in Nederland leven eigenlijk in armoede? Om dat te onderzoeken kun je een inkomensgrens definiëren – on- der een bepaald inkomen beschouwen we mensen als arm – en vervolgens zou je kunnen gaan tellen hoeveel mensen minder verdienen dan de grens die jij hebt gesteld. Zo’n onderzoek geeft inzicht in de frequentie van een bepaald verschijnsel en zegt iets over de feitelijke prevalentie van armoede. Op een bepaald moment kun je iemand tegenkomen in je onderzoek die weliswaar onder de inkomensgrens leeft, maar zich helemaal niet arm voelt. Misschien ben je daardoor als onderzoeker geneigd om jezelf af te vragen of je definitie wel klopt, en of armoedecijfers in Nederland wel correct zijn. Een andere mogelijkheid is dat je voortaan een onderscheid gaat maken tussen objec- tieve en subjectieve definities van armoede. Zo wordt in onderzoek naar criminaliteit bijvoorbeeld vaak gewerkt met een objectieve definitie van veiligheid (hoeveel geweldsin- cidenten vinden plaats?) en een subjectieve definitie (hoe veilig voelen mensen zich?). In dit boek willen we beide – zowel feitelijke kennis als de betekenisgeving door mensen – serieus nemen, zonder ze tegenover elkaar te plaatsen. Armoede is in deze visie een reëel bestaand verschijnsel, dat echter altijd is omgeven door zorgen, emoties en betekenissen die mede tot uitdrukking komen in de manier waarop mensen (dus ook onderzoekers!) armoede ervaren en erover denken en spreken. Arts-Based Research neemt al deze aspecten van een verschijnsel als armoede serieus en wil ze een plaats geven in onderzoek. Juist de kunsten zijn bij uitstek geschikt om dat te doen, omdat muziek, poëzie of beelden goed in staat zijn om betekenis te geven aan zorgen, emoties en gevoelens. Het is een aanvulling op de cognitieve dimensie van kennis, en voorziet zo in een affectieve dimensie van kennis. In de kunsten gaat het niet alleen om woorden, maar ook om bewegingen, tempi, kleuren, suggesties en geluiden. Je gaat zo voorbij aan de grenzen van de (vaak) analytische woordentaal – ook wel discursieve communicatie genoemd – en gebruikt een andere, niet-discursieve taal, bijvoorbeeld beeld- of bewegingstaal.

15

HOOFDSTUK 1 — Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

Om het metaforisch te zeggen: door voor Arts-Based Research te kiezen, kies je er als onderzoeker voor om door een ander venster naar een bepaald verschijnsel te kijken, waardoor je ook andere ‘kennis’ opdoet. Barone en Eisner (2012, p. 1), bekende auteurs op het gebied van Arts-Based Research, formuleren dat als volgt: ‘Arts-Based Research is an effort to extend beyond the limiting con- straints of discursive communication in order to express meanings that otherwise would be ineffable.’ 1.2 Het inzetten van kunst en creativiteit in prak- tijkgericht onderzoek In de inleiding op dit hoofdstuk hebben we uitgelegd dat Arts-Based Research zich richt op een specifieke vorm van kennis, die zich niet alleen richt op feiten, maar vooral ook betekenisgeving. Deze betekenis kan weliswaar in discursieve taal zichtbaar worden, maar juist geuit worden in de niet-discursieve taal van de kunsten. Daarom is de inzet van de kunsten in onderzoek een logische keuze. In deze paragraaf gaan we nog wat dieper in op de meerwaarde van kunst in onderzoek, waarbij we enkele belangrijke kenmerken van Arts-Based Research benoemen. 1.2.1 Kunst als taal Onderzoekers, zo werd in de vorige paragraaf al duidelijk, maken vaak gebruik van discursieve taal in hun onderzoek. Ze gebruiken woorden en concepten om de wereld om hen heen te beschrijven en te duiden, kennen vaste definities toe aan die woorden en concepten, en doen dat bij voorkeur in een taal die zo neutraal mogelijk is. Dat wil zeggen dat de taal zo min mogelijk opvattingen of emoties van de onderzoeker weergeeft. De vraag is echter of alle verschijnselen in de sociale werkelijkheid in zo’n discursieve taal beschreven kunnen worden. Veel verschijnselen die professionals in bijvoorbeeld welzijn, zorg, opvoeding of onderwijs onderzoeken, vinden niet alleen buiten mensen plaats, maar mensen maken er juist actief deel van uit. Het voorbeeld dat we in de inleiding gaven, maakt dat duidelijk. Armoede is een reëel bestaand verschijnsel, dat tegelijkertijd ook iets is wat mensen ondergaan, wat ze ervaren en wat ze emotioneert, waar ze betekenis aan toekennen, en wat ze waarderen

16

1.2 — Het inzetten van kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

(bijvoorbeeld als vorm van onrechtvaardigheid). Deze aspecten van een verschijnsel als armoede laten zich niet per se goed in discursieve taal uitdrukken. Eisner (2008) geeft de menselijke ervaring met ‘water’ als voorbeeld. We kunnen water in discursieve taal beschrijven. Afhankelijk van hun achtergrond gebruiken mensen een verschillende discursieve taal. Natuurkundigen doen dat door over H 2 O te schrijven en daarin de kernelementen van water (twee atomen waterstof en een atoom zuurstof) te benoemen. Biologen zouden op basis van hun onderzoek kunnen uitleggen dat water cruciaal is voor het functioneren van het menselijk organisme, dat ons lichaam voor 50 procent (vrouwen) tot 65 procent (mannen) uit water bestaat. Dit leert ons veel over wat water precies is, en welke functie het kan hebben voor mensen. Maar doen dergelijke beschrijvingen recht aan de menselijke ervaringen met water? Neem dit gedicht van Vasalis: Luchtspiegeling Midden in deze woestenij van zon, stenen en droog gewas

zie ik opeens mijn eigen land – onaangetast door deze brand: bleek water, mist over een wei. zie ik hoe koel en zacht dat was. IJl als de dunne, dode maan, die overdag is blijven staan, maar meer dan herinneringen, begeerlijker dan enig ding zie ik verre water blinken trachten mijn ogen het te drinken.

Bron: M. Vasalis (1940). Parken en woestijnen . Amsterdam: Van Oorschot

Toen wij dit gedicht herlazen, drong het besef door dat H 2 O een adequate definitie van water geeft, maar dat die omschrijving niets zegt over de manier waarop water voor mensen van betekenis kan zijn. Dat maakt de omschrijving van water als H 2 O niet minder waar, evenmin als de biologische constatering dat het menselijk lichaam water nodig heeft om te leven. Het gedicht laat ons echter wel beter voelen en beseffen wat het bijvoorbeeld betekent om met een gebrek aan water te moeten leven. Dit roept de vraag op of de discursieve taal van de wetenschap voldoende houvast geeft om kennis op te doen over de wereld, een vraag die ook de gemoederen van veel filosofen heeft beziggehouden. Sommigen stellen dat de discursieve taal tekortschiet om de manier waarop wij de wereld om ons heen ervaren te beschrijven. Dit heeft onder

17

HOOFDSTUK 1 — Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

andere te maken met het feit dat deze taal statisch is. Een definitie van water in termen van H 2 O laat geen ruimte voor interpretaties of nuances die wel besloten liggen in de verschillende ervaringen die mensen met water kunnen hebben. De taal van de kunst is veelal juist niet-discursief. Kunst gaat om het aanspreken van onze lichamelijkheid en zintuiglijkheid, direct of indirect. Door kunst kunnen we raken en geraakt worden (De Vos, Bos & Jansen, 2018). Dat hebben deze voorbeelden gemeen: het gedicht over water raakt ons en we ‘voelen’ als het ware wat water voor dorstige, verhitte mensen kan betekenen, zoals ook de muziek in de trein ons letterlijk ‘trof’ omdat ze zo goed het lentegevoel van dat moment wist te vangen. Deze dimensie van de menselijke ervaring is moeilijk te vatten in de discursieve taal van de gangbare wetenschap. Daarom is het van belang om – naast discursieve taal – de niet-discursieve taal van de kunst in onderzoek te betrekken. Dat geldt voor onderzoek bij mensen die zeer taalvaardig zijn, maar is natuurlijk des te relevanter voor mensen die minder bedreven zijn in het gebruik van discursieve taal. > Kunst in onderzoek (1) In 2016 en 2017 boden onderzoekers van het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening (Hogeschool Utrecht) een ethisch professionaliseringstraject aan voor sociale professionals uit drie welzijnsorganisaties (Keinemans, Kanne & De Jonge, 2018). Zij waren vooral benieuwd welke impact zo’n professionaliseringstraject zou hebben op sociale professionals en waren geïnteresseerd in vragen als: wat ervoeren de deelne- mers aan het traject? Hoe beïnvloedde de professionalisering hun ethische denken en handelen? Om dit in beeld te brengen kregen deelnemers tijdens en na het professiona- liseringstraject de opdracht om een verhaal te schrijven, waarin ze de belangrijkste verandering beschreven die ze bemerkten naar aanleiding van de scholing. Ook werd gevraagd om toe te lichten waarom ze deze verandering belangrijk vonden. Onderzoe- kers en deelnemers bespraken deze verhalen samen om zicht te krijgen op de impact van het traject, en gebruikten daar op enig moment ook beeldmateriaal bij. De onder- zoekers namen afbeeldingen mee – ansichtkaarten met kunst, maar ook afbeeldingen van alledaagse situaties – en vroegen de deelnemers om aan de hand van de kaarten hun ervaringen te delen. Welke afbeelding kon symbool staan voor de impact die ze ervoeren? Welke afbeelding raakte precies die snaar die ook het professionaliserings- traject had geraakt? Aan de hand van de afbeeldingen gaven de deelnemers een toelichting op hun veranderingsverhaal. Zo hielp ‘kunst’ de onderzoekers, en de deelnemers, om de impact van het professionaliseringstraject beter te begrijpen. Niet iedereen is ervan overtuigd dat kunst gebruikt kan worden in onderzoek. Een veelvoorkomende tegenwerping is dat kunst een persoonlijke expressie van de kunstenaar is. Deze opvatting kan worden aangeduid als ‘expressivisme’. In de kunsten

18

1.2 — Het inzetten van kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

draait het om de verbeelding van de kunstenaar, zijn subjectieve kijk op zaken. Hoe kunnen de kunsten ons dan iets vertellen over de wereld om ons heen en hoe kunnen ze ons helpen in de zoektocht naar kennis? Hoewel kunst altijd ook een expressie is van een individuele kunstenaar (net als wetenschap trouwens voor een wetenschapper), heeft ze tegelijk een relatie tot de wereld om ons heen. Kunst kan mooi zijn en mensen kunnen ervan genieten. Dat is vaak niet de enige reden waarom grote kunstwerken ons zo aanspreken. De filosoof Gadamer (1900-2002) vergeleek kunst op dit punt met de natuur en stelde dat we van natuur enkel en alleen om haar schoonheid kunnen genieten, maar dat dat niet opgaat voor kunst. Kunst zegt ons iets, spreekt mensen aan omdat ze iets onthult over ons bestaan in de wereld. Een kunstwerk zegt dus niet alleen iets over de subjectieve kijk van de kunstenaar op de wereld, maar mensen kunnen in het werk iets van zichzelf en de wereld herkennen. Daarmee gaat het kunstwerk niet of niet alleen over de individuele en subjectieve ervaring van de kunstenaar. Het kunstwerk heeft altijd ook een intersub- jectief karakter, is iets ‘tussen mensen’. 1.2.2 Het belang van praktijkgericht onderzoek Je wordt als student aan een hbo-opleiding niet opgeleid tot professioneel onderzoeker, dat gebeurt eerder aan een universiteit. Wat moet je dan met al deze informatie over zoektochten naar kennis en de rol van de kunsten daarin? Er zijn meerdere redenen waarom kennis over onderzoek ook voor hbo-studenten relevant is. Allereerst natuurlijk omdat de kennis en vaardigheden die je in je studie krijgt aange- leerd niet uit de lucht komen vallen. Deze inzichten zijn vaak gebaseerd op onderzoek. Voor jou als aankomend professional is het zinvol om kennis te hebben van actuele en relevante wetenschappelijke theorie voor je beroepspraktijk, om zo alles wat je aangereikt krijgt tijdens je opleiding kritisch tegen het licht te kunnen houden. Ten tweede verwacht de samenleving steeds meer dat professionals ook zelf een bijdrage leveren aan relevante kennis voor hun beroep en is het opdoen van nieuwe kennis ook een voorwaarde voor een goede beroepsuitoefening. Hbo-professionals werken aan beroepsproducten waarvoor ze altijd op enig moment ‘op onderzoek’ uit moeten. Andriessen et al. (2014) onderscheiden vijf van dergelijke beroepsproducten: 1) advies, 2) ontwerp, 3) fysiek of digitaal product, 4) serie handelingen, en 5) onderzoek sec (dat is: in engere zin, in de vorm van het zoeken naar een antwoord op een onder- zoeksvraag). In alle gevallen is onderzoek doen van waarde, ook bij de eerste vier soorten beroepsproducten. Zo kun je als leerkracht in opleiding voor je afstudeerwerk bijvoorbeeld een onderzoek doen en er een verslag over schrijven. Maar je kunt ook onderzoek doen met een nieuw product als resultaat, zoals een handboek waarin je allerlei manieren in beeld brengt om kunst en creativiteit meer in het vakonderwijs te

19

HOOFDSTUK 1 — Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

verweven. Of denk aan een sociaal werker, die vaker een advies moet geven of een serie handelingen verrichten, maar waarbij het belangrijk is om daar ook onderzoek voor te doen. Als je bijvoorbeeld iets wilt doen aan de overlast van hangjongeren in de wijk, is het belangrijk om in beeld te brengen hoeveel jongeren overlast veroorzaken, wie ze zijn, wat ze doen in het dagelijks leven, waarom ze ‘hangen’, om vervolgens met een advies te kunnen komen en op een andere manier te werk te kunnen gaan. Al deze kennis en vaardigheden die je enerzijds nodig hebt om de bruikbaarheid van kennis te beoordelen, en anderzijds om zelf kennis op te kunnen doen, worden aange- duid als je onderzoekend vermogen (Andriessen et al., 2014). Zonder (het inzetten van) onderzoekend vermogen is het in de 21e eeuw niet meer goed mogelijk om te functio- neren als professional in de praktijk. De vraagstukken in de praktijk van het brede sociaal domein zijn te complex geworden. Praktijk en onderzoek hebben elkaar daarom steeds meer nodig, bij welk beroepsproduct dan ook. In het hbo ligt de nadruk op praktijkgericht onderzoek: onderzoek in, met en vanuit de praktijk. Daar richten we ons op in dit boek. Het Arts-Based Research dat hier wordt besproken, is allemaal onderzoek met een praktijkgericht karakter. > Kunst in onderzoek (2) Onderzoeker Smits van het lectoraat Participatie en Stedelijke Ontwikkeling (Hoge- school Utrecht) zoekt voortdurend naar creatieve middelen om met mensen in gesprek te gaan. Met name voor doelgroepen die wellicht minder talig zijn, zijn vragenlijsten en lange narratieve vertogen minder geschikt als onderzoeksmethode. Hun stem zou in onderzoek niet goed genoeg gehoord kunnen worden wanneer ze zich alleen in discursieve taal uit mogen drukken. Smits zoekt daarom naar allerlei vormen van niet-discursieve communicatie in haar onderzoek. Een voorbeeld is het onderzoek ‘U on Board’ waarin jongeren GoPro-camera’s kregen om ze in de gelegenheid te stellen hun belevenissen op te nemen en daar een filmpje van te maken. Hiermee probeert Smits een antwoord te vinden op de vraag hoe professionals Utrechtse jongeren aan boord kunnen krijgen bij hun activiteiten, door participatie aan actiesporten zoals longboar- den, om welzijn te bevorderen. Het gebruikmaken van beeldtaal sluit volgens Smits goed aan bij de leefwereld van jongeren. Op deze manier wordt het mogelijk om belanghebbenden uit de praktijk toch te betrekken in onderzoek. Wat is praktijkgericht onderzoek dan precies, en waarom past het bij Arts-Based Research? Zoals bij de start van dit hoofdstuk al duidelijk werd, kan onderzoek meer- dere doelen dienen. Hoewel het aantal doelen in principe oneindig is, is de onderverde- ling in fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek een bekende. Als het accent op de ontwikkeling en toetsing van theorie als zodanig ligt, wordt wel gesproken

20

1.2 — Het inzetten van kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

van fundamenteel onderzoek. Dit is het soort onderzoek dat traditioneel aan de universiteiten wordt bedreven. Hoewel fundamenteel onderzoek zich vooral richt op kennisproductie in de vorm van theorieën, kunnen die theorieën natuurlijk best bruikbaar zijn voor praktijken. Vaak is echter weer nieuw onderzoek nodig om deze kennis uit fundamenteel onderzoek te vertalen naar praktijkproblemen: we noemen dat toegepast onderzoek. Praktijkgericht onderzoek, ten slotte, begint in de praktijk en probeert kennis te verzamelen die er in eerste instantie op is gericht om praktijken te verbeteren (Van der Donk & Van Lanen, 2015).

1.2.3 Arts-Based Research als geëngageerde onderzoeksvorm

Alle voorbeelden van Arts-Based Research in dit boek zijn vormen van praktijkgericht onderzoek. Natuurlijk kiezen we daarvoor omdat dit boek zich richt op hbo-studenten, maar het is een keuze die ook inhoudelijk voor de hand ligt omdat Arts-Based Research een maatschappelijk geëngageerde vorm van onderzoek is. We schreven eerder in dit hoofdstuk al over de discursieve taal die in veel onderzoek gebruikelijk is om over de werkelijkheid te schrijven. Deze taal is nodig omdat onderzoekers een adequate weergave van de werkelijkheid willen geven waarin hun opvattingen geen rol spelen. We zeggen dat wetenschapsbeoefening gedistantieerd is: ze vindt plaats op (figuurlijke, niet letterlijke) afstand van de vraagstukken die ze onderzoekt. In de brede kennisopvatting zoals we die in de inleiding uiteengezet hebben, wordt er echter van uitgegaan dat onderzochte verschijnselen en onze kennis daarover altijd ook beïnvloed worden door onderzoekers. Soms is die invloed subtiel, bijvoorbeeld omdat jij als onderzoeker mede bepaalt waar de lage-inkomensgrens ligt; soms is die invloed minder subtiel, bijvoorbeeld wanneer onderzoeksbevindingen worden misbruikt. Bekend en berucht is het voorbeeld van de atoombom. Wetenschappelijke kennis over atoom- kernen en kernsplitsing heeft ertoe geleid dat bommen met grote vernietigingskracht ontwikkeld konden worden die in de Tweede Wereldoorlog ook daadwerkelijk zijn afgevuurd op Hiroshima en Nagasaki in Japan. Het gevolg was veel menselijk leed. Deze voorbeelden illustreren dat onderzoekers niet buiten de samenleving staan en onderdeel zijn van het proces waarin ze betekenis geven aan kennis en met die kennis ook invloed uitoefenen op de wereld om hen heen. Arts-Based Researchers zijn zich hiervan bewust en geven zich ten minste rekenschap van hun positie als onderzoeker, maar wensen vaak ook expliciet invloed uit te oefenen op de manier waarop hun onderzoek in praktijk uitwerkt: om misbruik te voorkomen, maar ook om een bijdrage te leveren aan de manier waarop de samenleving met sociale vraagstukken omgaat. Dat kenmerk van Arts-Based Research maakt de benadering bij uitstek geschikt voor praktijkgericht onderzoek. Liefst is dat onderzoek waarbij zo veel mogelijk wordt samengewerkt tussen de onderzoekers en de mensen uit de praktijk. Immers, het

21

HOOFDSTUK 1 — Werken met kunst en creativiteit in praktijkgericht onderzoek

onderzoek moet relevant zijn voor de mensen in die praktijk. Ook deze participatie vormt een rode draad van dit boek: praktijkgericht Arts-Based Research is niet alleen een aangelegenheid van onderzoekers, maar van alle actoren in de beroepspraktijk: professionals, bewoners, burgers, cliënten en cliëntsystemen, beleidsmedewerkers, politici, enzovoort.

1.2.4 Hoofdkenmerken van Arts-Based Research als praktijkgericht onderzoek

In de voorgaande paragrafen hebben we toegelicht wat de waarde kan zijn van het gebruik van de kunsten in onderzoek, en al doende hebben we een aantal kenmerken van Arts-Based Research behandeld. Daarbij moeten we vooropstellen dat Arts-Based Research meer een onderzoeksbenadering is dan een vastomlijnde methode. Er zijn vele vormen van Arts-Based Research en ons doel in deze paragraaf was niet om tot een eensluidende definitie te komen. We willen je als lezer wel op een aantal karakte- ristieken wijzen die in onze optiek Arts-Based Research als onderzoeksvorm waardevol maken voor praktijkgericht onderzoek in het brede sociaal domein. We lichten deze karakteristieken voor de volledigheid toe. Het ware Arts-Based Research hanteert een brede kennisopvatting, waarin de reëel bestaande werkelijkheid voortdurend wordt betrokken op de betekenisgeving, waardering en affecten die mensen in die werkelijkheid ervaren. Daarmee zeggen we niet dat het ene meer ‘waar’ is dan het andere. Wel zeggen we dat voor een goed begrip van een verschijnsel, bijvoorbeeld armoede, al deze kennisbronnen serieus moeten worden genomen; Arts-Based Research gebruikt kunst om die kennisbronnen te ontsluiten. Wanneer wij spreken over Arts-Based Research doelen we dus niet op kunst als onderzoeks methode , maar breder op een specifieke benadering van onderzoek die met kunst bepaalde aspecten van de wereld om ons heen in beeld wil brengen. Het goede Het is geen noodzakelijke voorwaarde van Arts-Based Research, maar in dit boek wordt Arts-Based Research opgevat als een maatschappelijk geëngageerde vorm van onderzoek: onderzoek dat niet alleen adequate kennis en inzichten over de wereld wil opdoen, maar dat die kennis en inzichten wil inzetten om concrete verbeteringen in de praktijk te bewerkstelligen. Om die reden is Arts-Based Research ook bij uitstek geschikt voor praktijkgericht onderzoek. Om dezelfde reden is Arts-Based Research vaak participatief van aard: de betrokkenheid van de mensen in de onderzochte praktijk

22

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online