Etje Heijdanus & Anouk van Nunen - DANS!

Etje Heijdanus-de Boer | Anouk van Nunen Ronald Hueskens | Pauline Verhallen

DANS ! A ! P r a k t i s c h h a n d b o e k v o o r h e t b a s i s o n d e r w i j s N

 

DANS!

Als ik dans ben ik het allermeest Lars Lars (9 jaar)

www.coutinho.nl/dans2 Met de code in dit boek heb je toegang tot je online studiemateriaal. Dit materiaal bestaat uit dans- en muziekfragmenten, voorbeeldlessen en extra studiemateriaal. Om je studiemateriaal te activeren heb je onderstaande code nodig. Ga naar www.coutinho.nl/dans2 en volg de instructies.

  DANS! Praktisch handboek voor het basisonderwijs

Etje Heijdanus-de Boer Anouk van Nunen (red.)

Ronald Hueskens Pauline Verhallen

Aan de eerste druk werkte Martin Valenkamp mee.

Tweede, herziene druk

bussum 2019

© 2014/2019 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toe- stemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www. reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 2014 Tweede, herziene druk 2019

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Jeanne | ontwerp & illustratie, Westervoort Foto’s omslag: © Shutterstock Binnenwerk: Concreat, Utrecht

Foto’s binnenwerk: Frank de Geest (pp. 29, 38, 82, 194, 208, 210, 244), Hans Gerritsen (pp. 22, 149), Davide Incontri (pp. 41, 49, 75, 113), Esther van Nes (pp. 121, 196), Moon Saris/theater- inbeeld.nl (p. 159), de Schaapjesfabriek (pp. 34, 62, 77, 140, 161), Shutterstock (pp. 19, 20, 32, 44, 57, 72, 87, 89, 91, 96, 98, 100, 109, 117, 120, 128, 130, 134, 138, 139, 147, 154, 167, 180, 191, 200, 219, 239), Pauline Verhallen (p. 111) Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever. De personen op de foto’s komen niet in de tekst voor en hebben geen relatie met hetgeen in de tekst wordt beschreven.

ISBN 978 90 469 0624 8 NUR 846

 

Voorwoord

Leerlingen in het basisonderwijs dansen graag. Dansen sluit aan bij hun na- tuurlijke creativiteit, fantasie en bewegingsdrang. Door te dansen leren ze zichzelf, de ander en de wereld verkennen. Leerkrachten op de basisschool hebben de taak het vak dans te geven op basis van de Kerndoelen primair onderwijs. Op de pabo’s bereiden aankomende leerkrachten zich hierop voor. In 2012 verscheen de publicatie Een goede basis . Advies van de Commissie Ken- nisbasis Pabo ; in 2018 werd deze bijgesteld. Hierin is de Kennisbasis dans beschreven, de verplichte leidraad voor het inrichten van het onderwijspro- gramma voor dans op de pabo’s. Gebaseerd op deze Kennisbasis hebben wij DANS! geschreven: een praktisch handboek voor dans in het basisonderwijs. De inhoud van de Kennisbasis is hierin uitgewerkt tot een praktische didac- tiek voor pabostudenten en leerkrachten in het basisonderwijs. Daarnaast zijn veel praktijkvoorbeelden, voorbeeldlessen met bijpassende muziekfrag- menten en digitaal beeldmateriaal opgenomen. Hiermee kunnen studenten en leerkrachten zelf aan de slag gaan, zodat zij al doende het vak onder de knie krijgen. Veel collega’s hebben met ons meegedacht tijdens het ontwerpen en schrijven van dit boek. Onze dank gaat uit naar, in alfabetische volgorde: drs. Vera Bergman (advisering, training en ontwikkeling kunstedcatie, Eindhoven), Danielle Bouwmeester (zelfstandig docent en trainer in dans- en cultuure- ducatie), Gerard Knoef (docent dans en choreograaf), Pascale Price (coördi- nator primair en voortgezet onderwijs Nederlands Dans Theater), Chantal Storchi (manager talentontwikkeling en educatie Nederlands Dans Theater), Ria Swaans (docent dans Fontys Hogeschool Kind en Educatie – Pabo Tilburg) en Ruth Wilmans (docent Fontys Hogeschool voor de Kunsten, sector Dans) voor hun inhoudelijke feedback. Martin Valenkamp (pedagoog, filosoof en medeauteur van de eerste editie van DANS! ) is helaas overleden. Wij danken Martin voor zijn eerdere inzet en inhoudelijke inbreng. Voor betrokkenheid en kritische reflecties zijn we ook collega’s van Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland erkentelijk. Verder hebben leerkrachten en docenten dans van verschillende basis- scholen input geleverd. Grote dank gaat uit naar de studenten van de pabo’s van Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Inholland in Dordrecht voor het geven van inhou- delijke en tekstuele feedback. Hun feedback en instemming waren voor ons van grote waarde.

Ook Uitgeverij Coutinho zijn we dankbaar. De adviezen van Martin Chirer waren inspirerend en vakkundig; Roelien de Wolf danken we voor haar on- dersteuning als redacteur; Simone Jansen en Concreat bedanken we voor de vormgeving en Maaike Mangelmans voor de promotie. Verder bedanken wij jeugddansgezelschap De Stilte uit Breda voor het be- schikbaar stellen van foto’s uit zijn archief. We danken ook De Schaapjesfa- briek (Holland Dance Festival) voor het beschikbaar stellen van foto’s uit zijn archief. Ook Frank de Geest (fotograaf) en Bibi Corbeij (docent dans ‘Bibi dans- en theateratelier’ en docent dans bij Fontys Hogeschool Kind en Edu- catie) danken we voor het beschikbaar stellen van foto’s. De specialisten in cultuur en onderwijs van Cultuur Oost bedanken we voor het gebruik van de publicatie C-zicht . Werken met culturele competenties en de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) voor het gebruik van Proeve van vakspecifieke competenties dans voor studenten aan de pabo en Danswerk! . Onze grootste dank gaat uit naar alle leerlingen, pabostudenten en leerkrach- ten in het basisonderwijs die wij mochten begeleiden. Zij inspireerden ons tot het maken van DANS! Praktisch handboek voor het basisonderwijs .

voorjaar 2019,

Etje Heijdanus-de Boer Anouk van Nunen

Ronald Hueskens Pauline Verhallen

 

Inhoud

Inleiding

13

1

Wat is dans?

19 20 21 21 22 23 23

1.1 Inleiding

1.2 De contexten van dans

1.2.1 Sociale context 1.2.2 Artistieke context 1.2.3 Educatieve context

1.3 Omschrijvingen van dans 1.4 Dans in het basisonderwijs 26 1.4.1 Incidentele of regelmatig terugkerende dansactiviteiten 27 1.4.2 Dans geven in het basisonderwijs 28 1.4.3 Dans in het speciaal basisonderwijs 30 1.4.4 Dans als middel bij andere vakken 30 1.5 Samenvatting 31 2 Werken aan bekwaamheidseisen en vakspecifieke competenties dans 32

2.1 Inleiding

33 33 35 35 37 39 39 39 42 43 44 45 46 46 47

2.2 Wat zijn competenties?

2.3 Vakspecifieke competenties dans voor de leerkracht

2.3.1 2.3.2

Werken aan jezelf als leerkracht

Werken met leerlingen in onderwijssituaties

2.4 De vermogens van de leerling

2.4.1 Uitgangspunten

2.4.2 Vermogens en indicatoren

2.5 Doelen

2.6 Samenvatting

3

Theoretische inzichten dans

3.1 Inleiding

3.2

Het vak dans en leren 3.2.1 Leren door doen

3.2.2 Methodegebonden en klassikaal onderwijs

3.2.3 Actief leren door doen van en met elkaar: het sociaal- constructivisme

47

3.3 Leertheorieën

49 49 50 51 52 52 55 58 58 59 60 62 64 65 66 68 68 69 70 71 72 73 73 75 75 76 77 77 78 79 79 79 81 84 84 84 85 85 85 86

3.3.1 De theorie van psychologische basisbehoeften 3.3.2 Ervaringsgericht Onderwijs (EGO) 3.3.3 Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO)

3.3.4 Authentiek leren

3.4 De 21e-eeuwse vaardigheden en het basisonderwijs

3.4.1 De 21e-eeuwse vaardigheden in relatie met dans

3.5 De ontwikkelingsgebieden bij het vak dans

3.5.1 Dansontwikkeling en ontwikkelingspsychologie

3.5.2 Dans en ontwikkeling 3.5.3 Cognitieve ontwikkeling Motorische ontwikkeling 3.6.1 Dansontwikkelingen

3.6

3.6.2 Muzikale, beeldende en dramatische invalshoeken bij dans

3.7 3.8

De ontwikkeling van het zelf

Lichaamsplan, lichaamsbesef en lichaamsidee

3.8.1 Lichaamsplan 3.8.2 Lichaamsbesef 3.8.3 Lichaamsidee

3.9

Samenvatting

4

Leerinhouden en leerlijn dans

4.1 Inleiding

4.2 De educatieve context van dans

4.3 Dans binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie

4.4 Opbouw van dansvaardigheden

4.4.1 Het MVB-model

4.4.2 Productie, receptie en reflectie 4.4.3 Het lichaam als instrument

4.4.4 Danselementen 4.4.5 Danskwaliteit

4.4.6 Vaardigheden voor dans

4.4.7 Het MVB-model gekoppeld aan vakinhouden

4.5 De leerlijn dans

4.5.1 Receptief vermogen 4.5.2 Onderzoekend vermogen 4.5.3 Creërend vermogen 4.4.5 Sociaal vermogen 4.5.6 Reflectief vermogen 4.5.7 Proces- en productdoelen

4.6 Samenvatting

 

5

Creatieve ontwikkeling in dans stimuleren

87 88 89 90 90

5.1 Inleiding 5.2 Creativiteit

5.3 Elementen in het creatieve proces

5.3.1 Creatieve ontwikkeling en fantasie

5.3.2 Creatief denken 90 5.3.3 Creatief denken in combinatie met andere vaardigheden 91 5.4 Het creatieve proces: enkele voorbeelden 91 5.5 Het creatieve proces begeleiden 92 5.5.1 Randvoorwaarden voor creativiteit 92 5.5.2 Het creatieve proces op gang brengen en houden 94 5.6 De vrijmakingsfase 95 5.6.1 Betekenis vrijmakingsfase voor de leerkracht 97 5.6.2 De randvoorwaarden 97 5.6.3 De muziekkeuze 102 5.6.4 Evaluatie van de vrijmakingsfase 103 5.6.5 Als het niet goed gaat 103 5.7 De rol van de leerkracht en de praktijk van het creatieve ontwikkelingsproces 105 5.7.1 De fasen van het creatieve proces in een les dans 105 5.8 Creativiteit in het kader van 21e-eeuwse vaardigheden 105 5.8.1 Creatieve vaardigheden 106 5.9 De creatieve ontwikkeling 107 5.9.1 De creatieve ontwikkeling in de onderbouw 107 5.9.2 De creatieve ontwikkeling in de middenbouw 108 5.9.3 De creatieve ontwikkeling in de bovenbouw 110 5.10 Het beoordelen van leerlingen in een creatief proces 113 5.11 Samenvatting 115 6 Dansactiviteiten 117 6.1 Inleiding 118 6.2 Dansactiviteiten 118 6.2.1 Is een dansactiviteit een les dans? 120 6.2.2 Welke doelen streef je na met dansactiviteiten? 120 6.2.3 Verschillende didactische werkvormen in dansactiviteiten 121 6.3 Quickscan van de beginsituatie van je groep 121 6.4 Beginnen na de quickscan 123 6.4.1 Stap 1: een dansactiviteit kiezen 123 6.3.2 Stap 2: een dansactiviteit organiseren 125 6.4.3 Stap 3: een dansactiviteit introduceren 125 6.5 Waar let je op tijdens het uitvoeren van de dansactiviteiten? 127 6.6 Dansactiviteitenrepertoire 128 6.6.1 Dansactiviteiten voor de groepen 1-8 129 6.7 Samenvatting 133

7

Een voorgestructureerde dans aanleren

134 135 135 137 137 138 138 139 141 141 141 141 142 142 146 147 148 149 150 153 154 155 156 158 161 165

7.1 Inleiding

7.2 7.3

Voorgestructureerde dans

Vormen van voorgestructureerde dans 7.3.1 Een muzikale structuur 7.3.2 Een ruimtelijke structuur 7.3.3 Dansbeweging herhalen

7.3.4 Een danscombinatie

7.4 Een voorgestructureerde dans aanleren

7.4.1 Dansbeschrijvingen

7.4.2 Hulptekst 7.4.3 Danstutorial

7.5 De stapelmethode

7.6 Voorbeeld van een voorgestructureerde dans

7.7 Samenvatting

8

Receptie en reflectie: kijken naar en praten over professionele dansvoorstellingen

8.1 Inleiding

8.2

Professionele dans als vorm van kunsteducatie

8.2.1 Kijken en praten over dans

8.2.2 Effecten en doelen bij receptie en reflectie op dans

8.2.3 De taal van dans en dansbegrippen Met leerlingen kijken naar en praten over dans 8.3.1 Een dansvoorstelling kiezen 8.3.2 Een dansvoorstelling bezoeken

8.3

8.3.3 Het reflectiegesprek Leerlijn receptie en reflectie

8.4

8.5 Beeldmateriaal en vragen voor receptie en reflectie in je groep 165 8.6 Samenvatting 166 9 Lesgeven in de stagepraktijk 167 9.1 Inleiding 168 9.2 Lessen dans voor je stagepraktijk 168 9.2.1 Beeldmateriaal 169 9.2.2 Muziek 169 9.2.3 Voorbeeldlessen 169 9.3 Samenvatting 179

 

10 Dans in de stagepraktijk

180 181 181 183 190 192 192 195 197 198 199 200 201 201 203 203 204 204 204 205 205 205 206 210 211 218 219 220 220 220 221 222 224 225 225 227

10.1 Inleiding

10.2 Het Model Didactische Analyse 10.3 Een voorbeeldles dans geanalyseerd

10.3.1 De structuur van de voorbeeldles

10.4 De vakspecifieke lesstructuur

10.4.1 De vijf onderdelen van een les dans 10.4.2 De vier fasen van een creatief proces

10.5 Lesdoelen formuleren 10.6 Evalueren en reflecteren

10.7 Samenvatting

11 Voorbeeldlessen dans

11.1 Inleiding

11.2 Taken van de leerkracht voor en tijdens een les dans 11.3 Organisatie of klassenmanagement voor een actieve les dans

11.3.1 De ruimte 11.3.2 De vloer 11.3.3 Apparatuur 11.3.4 Materialen

11.3.5 Concentratie en sfeer in het lokaal

11.4 Didactische principes en werkvormen

11.4.1 Didactische principes

11.4.2 Dansspecifieke didactische werkvormen 11.4.3 Didactische werkvormen en opdrachten per lesonderdeel 11.5 Voorbeeldlessen voor de middenbouw: ‘Heelal’

11.6 Samenvatting

12 Een les dans ontwerpen

12.1 Inleiding

12.2 De stappen naar een lesontwerp

12.2.1 Het vertalen van een onderwerp naar dans 12.2.2 Associëren naar aanleiding van een onderwerp

12.2.3 Dansbewegingen verkennen 12.2.4 Dansopdrachten maken 12.2.5 Inbreng van de leerlingen

12.3 Vertaalmethodiek

12.4 Drie voorbeeldlessen vertaalmethodiek

12.4.1 Voorbeeldles vertaalmethodiek voor de onderbouw: ‘Herfstblaadjes’

227

 

12.5 Praktische handreikingen

234 234 234 234 235 235 236 236 238 239 240 240 241 246 247 248 249 251 252 253 254 256 258

12.5.1 Voorbereiding 12.5.2 Opbouw van de les

12.5.3 Muziekkeuze

12.5.4 Maak je les betekenisvol

12.5.5 Checklist

12.5.6 Aanmoediging

12.6 De reflectiecyclus van Korthagen

12.7 Samenvatting

13 Dans en andere vakken

13.1 Inleiding

13.2 Dans in het leergebied kunstzinnige oriëntatie

13.3 Cultuur en cultuureducatie

13.4 Vakspecifieke competenties dans en cultuur

13.5 Dans in samenhang met deelgebieden cultuureducatie

13.5.1 Erfgoededucatie en dans 13.5.2 Media, media-educatie en dans 13.5.3 Literatuureducatie en dans 13.5.4 Authentieke kunsteducatie

13.6 Dans in relatie met andere vakken

13.6.1 Dans in relatie met andere kunstvakken 13.6.2 Dans in samenhang met andere vakken

13.7 Samenvatting

Literatuur

260

Register

264

Over de auteurs

272

 

Inleiding

Dans heeft in deze eeuw een grote ontwikkeling doorgemaakt, zowel alge- meen in de samenleving als specifiek in het basisonderwijs. Onderzoek en beleidsvorming hebben ervoor gezorgd dat dans op de basisschool een vol- waardig vak is geworden: theoretisch onderbouwd en didactisch uitgewerkt vanuit leertheorieën, leerprocessen en ontwikkelingspsychologie. In dit boek zijn de resultaten van onderzoek en jarenlange ervaring vertaald naar een praktische handleiding voor iedere (aankomende) leerkracht die met Dans op de basisschool aan de slag wil. Dit boek sluit aan bij de Kennisbasis dans: de verplichte leidraad voor het in- richten van het onderwijsprogramma voor dans op de pabo’s. Deze is opge- steld door de Commissie Kennisbasis Pabo en vastgelegd in de publicaties Een goede basis (Commissie Kennisbasis Pabo, 2012; Van Nunen & Swaans, 2018). Doelstellingen Om te kunnen voldoen aan de eisen voor kunstzinnige oriëntatie die zijn vast- gelegd in de Kerndoelen primair onderwijs, hebben leerkrachten een goede methodiek en didactiek van dans nodig. Deze worden in DANS! aangeboden. Dit handboek heeft de volgende doelstellingen. • Door het beleven van plezier in dans leren de studenten de expressiemo- gelijkheden daarin ontdekken en toepassen. Hierdoor leren zij om zelf dansmateriaal te gebruiken en te ontwikkelen. • Door op eigen niveau met dans bezig te zijn, krijgen de studenten inzicht in de theorie, de praktijk, de didactiek, de methodiek en de pedagogiek van dans. De studenten kunnen de danstaal en danselementen competent han- teren: op een expressieve, lichamelijke en talige wijze, zonder dans als cul- tuurgoed uit te sluiten. Daardoor zijn zij als leerkracht basisonderwijs in staat een dansant proces met de leerlingen te initiëren en te begeleiden. • Door aan de hand van dit boek ervaring op te doen met het geven van dans- lessen en door de achterliggende theorie hieraan te koppelen, leren studen- ten om goede danslessen te ontwerpen en te geven. Didactische uitgangspunten Om de voorgaande doelstellingen te realiseren, worden de volgende didacti- sche uitgangspunten gehanteerd. • Het centrale didactische uitgangspunt van DANS! is het principe ‘leren door doen’. Dat wil zeggen dat de student een onderwerp en zijn beleving daarvan

Kennisbasis Dans

Kerndoelen primair onderwijs

13

DANS!

actief kan vertalen in dansbewegingen en zo tot begrip van de leerstof kan komen. • Er wordt een indeling gemaakt in zelf dansen (productie), kijken naar en zich openstellen voor dans van anderen (receptie) en nadenken over de ei- gen dans en die van anderen (reflectie). • Het digitaal illustreren van begrippen dans met behulp van dansfragmen- ten. • Het gebruikmaken door studenten van bestaande literatuur over en metho- des voor dans in het basisonderwijs (dansbronnen). • Het gebruikmaken door studenten van dansactiviteiten, gestructureerde dans en voorbeeldlessen dans. • Studenten leren herkennen hoe leerlingen in de dansontwikkeling diverse stadia doorlopen (van onbewuste expressie en vormgeving tot bewuste ex- pressie en vormgeving) en hoe zij hun handelen daarop kunnen laten aan- sluiten. • Het leren hanteren van de 21e-eeuwse vaardigheden in relatie met dans en creativiteit. Opbouw Uiteraard hebben de genoemde uitgangspunten consequenties voor de op- bouw en uitwerking van dit handboek. Voor de opbouw is gebruikgemaakt van het Model Didactische Analyse (MDA) van Van Gelder, Oudkerk-Pool, Peters & Sixma (1971). Dit model is hier enigszins aangepast, zodat het aansluit bij het onderwijs in dans. Daarnaast is het MDA vertaald in een serie van dertig vragen, die zich steeds meer toespitsen op de concrete lespraktijk in de basis- school. Deze vragen vormen de leidraad voor de indeling van dit handboek. In de volgende tabel staan de dertig vragen, met daarnaast de hoofdstukken waaraan ze zijn gekoppeld.

Vragen

Hoofdstuk

1 In welke contexten kun je dans tegen­ komen? 2 Hoe kom je dans in het basisonderwijs tegen? 3 Wat is dans? 4 Waarom dans in het basisonderwijs? 5 Wat betekent dans in het basisonderwijs voor jouw ontwikkeling als leerkracht? 6 Wat is een dansdoel?

1 Wat is dans?

- De contexten van dans - Dans in het basisonderwijs - De definitie van dans

2 Werken aan bekwaamheidseisen en vakspecifieke competenties dans - Wat zijn competenties? - Vakspecifieke competenties voor de leerkracht - Dansdoelen voor de leerling

14

  Inleiding

Vragen

Hoofdstuk

7 Wat is de leertheoretische fundering van dans in het basisonderwijs? 8 Met welke ontwikkelingen van het kind moet je rekening houden in lessen dans?

3 Theoretische inzichten dans - Opvattingen over leren leren - Ontwikkeling van creativiteit - 21e-eeuwse vaardigheden en dans - De ontwikkelingsgebieden dans - Dansontwikkeling - Ontwikkelingspsychologie - Lichaamsplan, lichaamsbesef en lichaamsidee 4 Leerinhouden en leerlijnen dans - De verschillende invalshoeken van dans - Kerndoelen kunstzinnige oriëntatie - Opbouw van dansvaardigheden - Leerlijnen voor de leerlingen - De leerlijn voor groep 1-8 5 Creatieve ontwikkeling in dans stimuleren - Wat is creativiteit? - De vrijmakingsfase - Het bevorderen van de creativiteit - Het volgen van leerlingen in een creatief proces 6 Dansactiviteiten (Lesgeven in de stage­ praktijk 1) - Wat zijn dansactiviteiten? - Hoe stem je je dansactiviteit af op je stagegroep? 7 Een voorgestructureerde dans aanleren (Lesgeven in de stagepraktijk 2) - Wat is voorgestructureerde dans? - Hoe stem je een voorgestructureerde les dans af op je stagegroep? 8 Receptie en reflectie: kijken naar en pra­ ten over professionele dansvoorstellingen (Lesgeven in de stagepraktijk 3) - Een professionele dansvoorstelling als uitgangpunt voor je les dans - Wat is een dansvoorstelling voor leerlin­ gen in het basisonderwijs? - Educatieve diensten bieden dansvoor­ stellingen aan 9 Lesgeven in de stagepraktijk (Lesgeven in de stagepraktijk 4) - Drie voorbeeldlessen dans voor je stagepraktijk

9 Wat is de leerstof van het vak dans? 10 Hoe kun je een leerlijn dans inrichten?

11 Hoe stimuleer je leerlingen in hun creatieve ontwikkeling? 12 Wat is de vrijmakingsfase? 13 Hoe kun je dansproducten beoordelen?

14 Hoe is een dansactiviteit opgebouwd? 15 Hoe schat je een beginsituatie in?

16 Hoe is een voorgestructureerde les dans opgebouwd? 17 Hoe schat je de beginsituatie in?

18 Hoe pak je een les dans aan met een professionele dansvoorstelling als uit­ gangspunt? 19 Hoe vraag je een professionele dansvoor­ stelling aan? 20 Hoe bereid je de leerlingen voor op het kijken naar een professionele dansvoor­ stelling?

21 Hoe ga je lessen dans oefenen in je stagepraktijk?

15

DANS!

Vragen

Hoofdstuk

22 Hoe is een les dans opgebouwd? 23 Hoe is een les dans verankerd in een didactisch model?

10 Dans in de stagepraktijk (Lesgeven in de stagepraktijk 5) - Het Model Didactische Analyse - Een voorbeeldles dans geanalyseerd - Het formuleren van lesdoelen - Evalueren van en reflecteren op je les dans 11 Voorbeeldlessen dans (Lesgeven in de stagepraktijk 6) - Taken van de leerkracht voor en tijdens een les dans - Organisatie of klassenmanagement voor een actieve les dans - Didactische principes en werkvormen 12 Een les dans ontwerpen (Lesgeven in de stagepraktijk 7) - Het ontwerpen van een les dans - De stappen naar een lesontwerp - Vertaalmethodiek - Drie voorbeeldlessen vertaalmethodiek - Praktische punten - De reflectiecyclus van Korthagen 13 Dans en andere vakken - Dans in het leergebied kunstzinnige oriëntatie - Cultuur en cultuureducatie - Culturele competenties en cultuur - Dans in samenhang met deelgebieden cultuureducatie - Dans in relatie met andere vakken

24 Hoe geef je een les dans aan een begin­ nende groep in de stagepraktijk?

25 Wat is vertaalmethodiek? 26 Hoe ontwerp je zelf een actieve les dans? 27 Hoe reflecteer jij op een ‘gedanste’ les dans?

28 Hoe definieer je cultuur en cultuureduca­ tie? 29 Welke relatie heeft dans met cultuur en cultuureducatie? 30 Welke relatie heeft dans met andere vak­ ken in het basisonderwijs?

Studiewijzer boek DANS! is zo opgebouwd dat het boek gebruikt kan worden binnen het kerndeel van de Kennisbasis dans, maar ook voldoet aan de criteria van het profieldeel daarvan. Met andere woorden: het helpt je zowel om de basis van het vak te begrijpen als om deze kennis te verdiepen, al dan niet met ondersteuning van de studiehandleidingen en vakdocent van jouw pabo. Als actieve student kun je dit boek ook gebruiken om je eigen competentie- ontwikkeling op een hoger niveau te brengen. Uiteraard is nieuwsgierigheid daarbij een goede drijfveer.

Aan het begin van elk hoofdstuk staan een casus en een inleiding met een be- knopte toelichting op de inhoud van het hoofdstuk. Die inhoud wordt samen-

16

Inleiding

gevat in de laatste paragraaf van elk hoofdstuk. Je kunt deze samenvatting hanteren als leidraad bij het studeren, maar ook om te checken of je de stof goed hebt begrepen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met opdrachten om de leerstof te verwerken en een korte bespreking van de opdracht bij de casus. Zoals eerder aangegeven, past bij dans het uitgangspunt ‘leren door doen’. In de opdrachten ga je actief met de stof aan de slag. Omdat studenten, net als leerlingen op de basisschool, verschillende leerstijlen hebben, bieden de op- drachten je de mogelijkheid om je eigen stijl te volgen in de manier waarop je je de stof eigen maakt en toepast. DANS! geeft daarom ook veel voorbeelden van lessen. Deze lessen verwijzen naar de theorie en maken inzichtelijk wat daarin beschreven staat. Het ‘leren door doen’ krijgt in de voorbeeldlessen een extra dimensie: ze zijn bedoeld om daadwerkelijk in je stagepraktijk uit te voeren, zodat je zelf kunt ervaren wat voor jou goed werkt en wat minder goed. Tot slot nog een laatste praktische opmerking. Het is in de meeste studielite- ratuur gebruikelijk om te spreken over ‘hij’ als ook ‘zij’ bedoeld wordt. Hoewel we ons ervan bewust zijn dat studenten mannen of vrouwen zijn, houden we ons voor het leesgemak aan dit gebruik.

Studiewijzer website Op www.coutinho.nl/dans2 vind je het online studiemateriaal bij dit boek. Dit materiaal bestaat uit:

Lesvoorbeelden

Dansfragmenten

Muziekfragmenten

Extra studiemateriaal

In het boek wordt met de icoontjes verwezen naar een onderdeel op de web- site.

17

 DANS!

Parade-app van Nederlands Dans Theater (NDT) In een aantal hoofdstukken wordt verwezen naar voorbeeldmateriaal uit de Parade-app van Nederlands Dans Theater. Met de Parade-app leren leerlingen spelenderwijs over moderne dans. Via www.ndt.nl/coutinho kun je toegang krijgen tot deze educatieve dansapp.

Met dit icoontje wordt in het boek verwezen naar de Parade-app van NDT Volg de volgende stappen om toegang te krijgen tot de browserversie van de NDT Parade-app: • Stap 1 : ga naar www.ndt.nl/coutinho : hier kun je je aanmelden voor de NDT Parade-app. • Stap 2 : vul je gegevens in. Op basis hiervan maakt Nederland Dans Theater een account voor je aan. Je ontvangt zo snel mogelijk een bevestiging per e-mail met je inloggegevens. • Stap 3 : om gebruik te kunnen maken van de dans-app kun je voortaan via www.ndt.nl/ndt-apps inloggen. Heb je vragen over de app? Of ondervind je problemen bij het inloggen? Neem dan contact op met NDT via onderwijs@ndt.nl Voor docenten Voor docenten die dans geven op de pabo zijn een docentenhandleiding met toelichtingen bij de voorbeeldlessen en voorstellen voor mogelijke toetsvor- men beschikbaar.

18

Wat is dans?

Casus Janine loopt stage in groep 1-2. Ze moet voor haar opleiding dans gaan geven in de groep, maar ze heeft zelf niet zoveel ervaring met dans in het onderwijs. Ze besluit de leerlingen te vragen wat volgens hen dans is. Dit zeggen de leer- lingen van groep 1/2: Hisham: ‘Dans is als er een bruiloft is met veel mensen. Ook op een gewoon feest is dans. Dansen is om geluk te brengen.’ Kelly: ‘Dansen is lekker springen!’ Marit: ‘Als papa me optilt en door de kamer met me gaat op harde muziek. Papa is dan vrolijk. Dat is dansen!’ Teun: ‘Nee, dansen is als ik met mama naar de schouwburg ga. We gaan dan naar een voorstelling. Meestal is het een soort ballet, maar dan speciaal voor kinderen. Een keer ging het over een wild jongetje en een andere keer ging het over water.’ Emma: ‘Ja, ik ga ook naar dansen kijken! Als we mijn broer naar breakdance brengen, mag ik even blijven kijken. Dansen is echt heel cool!’

OPDRACHT Wat stel jij je voor bij dans? Maak een woordweb met woorden die bij je op- komen als je denkt aan ‘dans’. Welke antwoorden van de leerlingen passen daarbij?

19

1 Wat is dans?

1.1

Inleiding De één kan zich bij het woord ‘dans’ direct iets voorstellen, bijvoorbeeld om- dat hij zelf danst. Een ander zal het associëren met uitgaan, met de stijldans- feestjes van opa en oma, met muziekclips of met een flashmob. Hoe dan ook, het woord ‘dans’ doet iets met ons allemaal. Dans komt immers vaak voor in ons leven. Elke dag zien we dans: in tv-programma’s, in video’s op YouTube en in reclames. Je volgt misschien zelf danslessen of je bezoekt weleens een dansvoorstelling. Maar wat is dans precies? Dans is een manier om jezelf uit te drukken. Denk maar aan het spontane vreugdedansje dat je doet als je favoriete voetbalclub een doelpunt scoort, net zoals de spelers op het veld. Je gebruikt je lichaam als instrument om bijvoorbeeld emoties en intenties uit te drukken. Mensen gebruiken deze expressievorm al sinds de prehistorie. Om het vak dans goed te geven in het basisonderwijs, moet je weten hoe kin- deren dans beleven. In dit hoofdstuk bespreken we eerst de contexten waarin dans kan voorkomen (paragraaf 1.2). Vervolgens komen verschillende om- schrijvingen van dans aan de orde en bespreken we voor welke omschrijving wij kiezen voor dans in het onderwijs (paragraaf 1.3). Daarna gaan we in op het basisonderwijs en hoe je dans daarin kunt tegenkomen (paragraaf 1.4). We sluiten het hoofdstuk af met een korte samenvatting (paragraaf 1.5), enke- le opdrachten en een bespreking van de opdracht bij de casus.

Spontane dans

20

1.2 De contexten van dans

1.2

De contexten van dans Je kunt dans op verschillende manieren en op verschillende plaatsen tegen- komen. Verder kun je verschillende redenen hebben om naar dans te kijken of om zelf te dansen. In deze paragraaf gaan we in op de contexten van dans. We gaan uit van drie contexten waarin dans kan plaatsvinden: een artistie- ke, een sociale en een educatieve context. Artistiek wil zeggen: dans als kunst- vorm. Bij een sociale context gaat het om het gezelschap waarmee je danst; dans is dan een vorm van sociaal contact. Dans in een educatieve context legt de focus op dans bedoeld om van, over en door te leren. Dit kan bijvoorbeeld door het volgen van danslessen in het amateurdanscircuit. In DANS! gaat het over dans leren op de basisschool – in de educatieve context dus. De verschil- lende contexten beïnvloeden elkaar. We geven hierna een paar voorbeelden ontleend aan Bergman (1991). 1.2.1 Sociale context Je kunt dansen omdat het lekker voelt en kijken naar dans omdat je er energie van krijgt en je het leuk vindt. Dansen om deze redenen doe je meestal thuis, op een danscursus of op feestjes en tijdens het uitgaan. Dans is dan ook een vorm van contact. Dans in de hiphopscene heeft ook een sociaal doel, zeker toen hiphop nog door groepen jongeren op straat beoefend werd. Een battle met een andere groep is een vorm van dans waarbij de beleving samenhangt met de sociale omgeving. Zo kennen we ook de zogenoemde dansflashmob. In vrijwel alle culturen is het gebruikelijk om te dansen. Dansen zijn vaak vol- gens bepaalde tradities vormgegeven en worden van generatie op generatie overgedragen; ze hebben dan ook een grote culturele waarde. Dat zie je bij- voorbeeld bij kinderdansen en volksdansen. Dansen gebeurt dan in een groep en geeft een gevoel van samenzijn. Je voelt je verbondenmet de groep waartoe je behoort en je bent je bewust van de gezamenlijke tradities en gebruiken. Dat effect treedt ook op bij dansen op een buurtfeest of bij een dance battle tussen jongeren. In je werk als leerkracht kun je met je groep het plezier, het groepsgevoel en de onderlinge verbondenheid versterken door samen te dansen. Religieuze of rituele context Naast dans in een sociale context kan er ook sprake zijn van dans in een religi- euze of rituele context. Het dansen in deze context is veelal cultureel bepaald met een verwijzing naar de culturele en religieuze waarden van de betrokke- nen. Vaak appelleren deze dansen aan saamhorigheid en een gevoel van zich verbonden weten. Een goed voorbeeld daarvan is het draaiend dansen van derwisjen.

Dansflashmob ‘Grease – Central Station Antwerp’

Draaiend dansen van derwisjen

21

1 Wat is dans?

1.2.2 Artistieke context Dans in de artistieke context is dans als kunstvorm. Deze vorm van dans wordt meestal uitgevoerd door professionele dansers die daarvoor een gespeciali- seerde opleiding hebben gevolgd. Daar trainen dansers de fysieke aspecten van dans en muzikaliteit, expressiviteit en ruimtegebruik, leren ze over de dansgeschiedenis en ontwikkelen ze een eigen kunstzinnige visie en stijl. Dansen worden ontworpen door choreografen die de richting bepalen voor een dansgezelschap in een bepaalde voorstelling. Die voorstellingen zijn in de meeste gevallen te zien in theaters of speciaal gekozen andere locaties. Er wordt gebruikgemaakt van kostuums, decor en speciale belichting, en er is natuurlijk een publiek. Zoals je in de omschrijving in paragraaf 1.3 zult zien, gaat het bij dans al- tijd om een belevingsaspect, dat in dit geval wordt gecommuniceerd met een publiek. Dans als kunstvorm gaat zeker niet alleen maar over ‘mooi’ of ‘knap gedaan’. Dans kan door de boodschap, de mededeling, het verhaal of de sfeer ook aangrijpend of confronterend zijn. Afhankelijk van wat de choreograaf wil overdragen, zal misschien in plaats van voor sierlijke bewegingen juist voor hoekige, grillige of razendsnelle bewegingen worden gekozen. Dans kan de kijker gespannen op zijn stoel drukken, vrolijk stemmen, iets geven om over te praten of om over na te denken. Als toeschouwer zul je het bewegings- en belevingsaspect van de dans ervaren. Dat is wat dans in de artistieke context teweeg wil brengen. Wanneer je met je klas naar een dansvoorstelling kijkt of wanneer een pro- fessionele danser in je school komt, komen je leerlingen met al deze aspecten in aanraking. Zo draagt kijken naar dans bij aan hun culturele en sociaal-emo- tionele ontwikkeling. Leerlingen zullen zo samen met jou als begeleidende leerkracht hun culturele leefwereld vergroten.

Dans van een professioneel dansgezelschap, speciaal voor kinderen

22

1.3 Omschrijvingen van dans

Wanneer de leerlingen onder jouw begeleiding zelf actief dansen, zijn ze ook met een uiting van kunst bezig. Dat is natuurlijk van een andere orde dan wat een getrainde danser laat zien – de fysieke en motorische ontwikkeling van basisschoolleerlingen is nog in volle gang en daarom liggen nog niet alle mo- gelijkheden binnen hun bereik. Wat de uitdrukkingsmogelijkheden betreft, kunnen leerlingen echter al een enorme kwaliteit in hun dans laten zien. Zij kunnen hiermee verrassen, verbazen, vrolijk stemmen en ontroeren. Ook dat is ‘mooi’. 1.2.3 Educatieve context In danslessen op school leren leerlingen in een creatief proces van ontdek- ken, onderzoeken en maken, vorm te geven aan hun ervaringen, gevoelens en ideeën. Ze leren daarnaast bestaande dansen na te doen en deze te beschou- wen op aspecten als stijl, patroon, cultuur en traditie. En ze leren door te kij- ken naar en te praten over dans te verwoorden wat dans oproept aan emoties, betekenis en gevoel van schoonheid. Dans staat in het onderwijs niet op zichzelf. Zeker met de andere kunst- vakken (muziek, drama en beeldend vormen) is er een directe verbinding. Ze hebben methodisch en didactisch een aantal overeenkomsten en hebben een grote meerwaarde voor elkaar, zowel inhoudelijk als artistiek. Maar ook met de andere leergebieden zijn er raakvlakken en samenhangen, meestal rond de inhoud of betekenis van een onderwerp of vraagstuk. Dit zijn belangrijke bronnen van verdieping en verbreding van de eigen danstaal. En omgekeerd heeft de inzet van vakspecifieke kennis en vaardigheden van het vak dans in andere leergebieden een nuttige vakoverstijgende meerwaarde. Dans leert leerlingen een vraagstuk, thema of idee vanuit meerdere perspectieven ver- kennen en onderzoeken. Dans in de educatieve context is bedoeld om van, over en door te leren en op die manier bij te dragen aan de doelen van het toe- komstig funderend onderwijs: persoonsvorming, maatschappelijke vorming en kennisontwikkeling (VONKC, 2017). Omschrijvingen van dans In paragraaf 1.2 heb je gelezen dat we in dit boek drie contexten onderschei- den waarin dans kan plaatsvinden: een artistieke, een sociale en een educa- tieve context. Voor onze huidige tijd en voor het onderwijs is dat de meest gebruikte en logische indeling. Zou je kijken vanuit de historisch-maatschap- pelijke ontwikkeling, dan kom je op een andere indeling. Deze benoemen we hier ook even, omdat dit helpt bij het begrijpen van de definiëring van dans als menselijke activiteit.

1.3

23

1 Wat is dans?

Danshistorica Janet Adshead (2000) gaat uit van een indeling waarbij de histo- rische ontwikkeling zichtbaar wordt. Reeds in prehistorische tijden was spra- ke van een magisch-rituele of religieuze context: mensen gebruikten dans om hun ideeën over bijvoorbeeld natuurkrachten vorm te geven. Vervolgens zien we dans in een meer sociale context, waarbij mensen dans gebruiken om hun onderlinge relaties te benadrukken en versterken. Pas daarna ontstaat dans in een artistieke context, die geworteld is in de sociale context (met daarbij de aantekening dat deze contexten in onze cultuur naast elkaar bestaan, zie paragraaf 1.2). Belangrijk om te begrijpen is ook dat er steeds meer mengvormen zijn, bijvoorbeeld wanneer urban dance in een mo- derne dansvoorstelling wordt opgenomen. De educatieve context is een laat- ste loot aan de stam en ontstond halverwege de vorige eeuw. In dit boek staat uiteraard deze context centraal.

Van Dale Online geeft de volgende omschrijvingen van dans en dansen:

‘dans (de; m; meervoud: dansen) 1 ritmische beweging van het lichaam op de maat van de muziek; geheel van figuren die je dansend doorloopt; de dans ontspringen aan een gevaar ontkomen 2 het muziekstuk

dansen (danste, heeft gedanst) 1 zich ritmisch bewegen op de maat van de muziek 2 (vrolijk) springen en huppelen’

Met deze heel algemene en zakelijke beschrijvingen komen we een heel eind. Het woord ‘bewegen’ valt meteen op: zonder beweging geen dans. Kijk ook naar het woord ‘zich’ in ‘zich ritmisch bewegen’. Zonder ‘zich’ heeft ‘bewegen’ een andere betekenis. Dansen is dus niet zomaar bewegen. Dat blijkt ook uit het woord ‘vrolijk’: er komt bij dansen ook emotie om de hoek kijken. De essentie van dans is een betekenisvolle beweging. Dans geeft kinderen, jongeren en volwassenen de mogelijkheid zich te uiten en te ontwikkelen in een fysieke, kunstzinnige taal. In dans worden de elementen muziek, ruimte en dy- namiek bijeengebracht. Daarbij is altijd sprake van een samengaan van bewe- gen en beleven. Dansen is een complex samenspel van lichaam, hoofd en hart, waarbij het lichaam wordt gebruikt als instrument om vorm te geven aan idee- ën, ervaringen en gevoelens. Mensen van alle leeftijden, in alle bevolkingsla- gen en in alle culturen komen in aanraking met dans, als toeschouwer en/of als beoefenaar. Dans is aanwezig in het leven van vrijwel iedereen (VONKC, 2017).

24

1.3 Omschrijvingen van dans

Danswetenschapper Luuk Utrecht (1988) definieert dans als volgt:

‘Dans is in tijd en ruimte geordende beweging. Deze omschrijving vestigt de aandacht op twee uiterlijke aspecten van de dans. Hierbij worden de bewegingen van de danser in de eerste plaats gezien als een gebeurtenis die door anderen kan worden waargenomen. ‘In tijd geordende beweging’ wil namelijk zeggen dat de danser maat, ritme en tempo laat zien met zijn bewegingen; dit zijn de tijdspatronen van de dans (bewegingen). Anderzijds houdt ‘in de ruimte geordende beweging’ in dat de bewegingen op een bepaalde manier in de ruimte plaatsvinden. Door in beweging te variëren in ruimte en tijdaspec- ten, zal de danser zijn lichaam van vorm veranderen. Dans kan dus worden gezien als vormveranderingen van een (dansend) lichaam, die op een bepaalde manier in tijd en ruimte geordend zijn.’ (Utrecht, 1988, p. 15) ‘Dans lijkt echter een typisch menselijke activiteit te zijn. Deze zienswijze is van oudsher ook gehuldigd door filosofen, onder wie Aristoteles. Hij sprak in dit verband van ‘mimesis’, waaronder een afbeelding van een innerlijke wereld moet worden verstaan. Dit betekent dat mimesis moet worden gezien als de expressie van een geestelijke, innerlijke wereld; dit is de mentale wereld van bijvoor- beeld gedachten, gevoelens en bedoelingen. In overeenstemming met Aristoteles’ begrip mimesis kunnen we dans dan ook verder omschrijven als de expressie van de mentale wereld of de geestelijke, innerlijke toestand van de danser. Volgens deze zienswijze is dans in tijd en ruimte geordende beweging, die voortkomt uit een emotionele of geestelijke impuls van de danser.’ (Utrecht, 1988, p. 16) Deze definitie is een vakinhoudelijke uitwerking van wat het woordenboek aangeeft. Dans heeft hierin zowel te maken met een fysiek aspect, zoals bewe- ging, als met een mentaal aspect, zoals een idee of een gevoel. In de SLO-publicatie Proeve van vakspecifieke competenties dans voor studenten aan de pabo formuleren Heijdanus-de Boer en Swaans (2007) een omschrijving die alle zojuist genoemde aspecten omvat en zeer geschikt is voor gebruik in het onderwijs. Vervolgens schrijft hij:

25

1 Wat is dans?

‘Bij dansexpressie staan het zelf ontdekken, het zelf creëren en het zelf evalueren centraal. Dansen is tegelijkertijd een leerproces en een creatief proces. Het sluit aan bij de natuurlijke bewegingsdrang van kinderen, bij hun verbeeldingskracht en bij hun behoefte om te ontdekken en exploreren, te fantaseren, creëren en vorm te geven, te ordenen en te leren beheersen. Hierdoor leren kinderen van zichzelf en de wereld om zich heen. We zien deze processen ook in de samen- leving terug waar jongeren nieuwe dansvormen ontwikkelen. Dit zijn belangrijke tekenen van persoonlijke betrokkenheid en participatie. In deze dansuitingen zien we dikwijls de weerspiegelingen van de samenleving. In een breder verband spreken we over dansante cul- tuuruitingen. Kinderdansen zijn gestructureerde en vooraf vastgelegde dansen, ge- baseerd op de natuurlijke bewegingsmogelijkheden van mensen. Ze kunnen ontstaan op basis van tradities in verschillende culturen (in- ternationale dans), maar kunnen ook vanuit andere thema’s en ideeën vastgelegd worden’ (Heijdanus-de Boer en Swaans, 2007, p. 15). Dans in het basisonderwijs In het basisonderwijs komt dans op allerlei manieren aan bod. Er wordt ge- danst tijdens vieringen, als de juf of de meester jarig is, bij thema- of weekaf- sluitingen en in de musical van groep 8. Op veel basisscholen gaan leerlingen met hun groep en hun groepsleerkracht naar dansvoorstellingen. De groeps- leerkracht geeft lessen dans, en leerlingen dansen ook tijdens de lessen bewe- gingsonderwijs. Richtlijn voor de invulling van die lessen zijn de eisen voor kunstzinnige ori- ëntatie in de Kerndoelen primair onderwijs en de tussendoelen en leerlijnen die zijn geformuleerd door de SLO. Op alle basisscholen in Nederland wordt gewerkt vanuit deze kerndoelen, die zijn vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In de Kerndoelen is bepaald aan welke leerdoelen schoolgaande kinderen moeten werken en welke doelen aan het eind van groep 8 moeten zijn behaald. Een basisschool mag deze richt- lijnen op een eigen manier invullen. De richtlijnen worden herzien binnen het project Curriculum.nu, wat in 2020 moet leiden tot nieuwe kerndoelen en streefcompetenties. Daarnaast geldt het landelijke project Cultuureducatie met Kwaliteit, waarbinnen culturele kenniscentra samenwerken met school- besturen om kunst in de dagelijkse praktijk van het onderwijs vorm en kwali- teit te geven (Greven & Letschert, 2006). Deze omschrijving sluit het best aan bij de doelen van dit boek.

1.4

Kerndoelen primair onderwijs

26

1.4 Dans in het basisonderwijs

We bespreken hierna twee varianten van dans in het basisonderwijs. • De school biedt verschillende opzichzelfstaande dansactiviteiten en -werk- vormen aan (incidenteel of op regelmatige basis), zoals dansspelen, musi- cals, (dag)projecten of het bijwonen van dansvoorstellingen. • De school biedt gericht dansonderwijs aan door groepsleerkrachten en vak- docenten dans, in een doorlopend programma met een bepaalde mate van een opbouw waarbij sprake is van een doorlopende lijn. 1.4.1 Incidentele of regelmatig terugkerende dansactiviteiten Korte dansactiviteiten In het basisonderwijs maken groepsleerkrachten graag gebruik van korte dansactiviteiten, waaronder verschillende dansspelen (zoals stoelendans en schipper mag ik overvaren). De doelen van dansspelen zijn meestal ontspan- ning en samen plezier maken. Dansactiviteiten worden ook tijdens de lessen ingezet om leerlingen te activeren – de zogenoemde energizers . In de lessen muziek zijn er liedjes waarbij bepaalde bewegingen horen of vaststaande dansjes worden aangeleerd. Ook bij bewegingsonderwijs kunnen dansspelen of vaststaande dansjes worden aangeleerd. Bij zowel muziek als bewegings- onderwijs gaat het meestal om andere doelstellingen dan bij het vak dans het geval is. Korte dansactiviteiten kunnen uiteraard ook in het kader van edu- catieve dans worden aangeboden. Dan gelden natuurlijk wel doelen die voor dans geleden. Zie voor meer informatie daarover hoofdstuk 6 van dit boek. Thema- of weekafsluitingen Tijdens thema- of weekafsluitingen mogen leerlingen resultaten in dans pre- senteren. Meestal laat de leerkracht dit over aan de leerlingen die uit zichzelf al graag dansen. Zij gaan dan dikwijls in een groepje zelfstandig aan de slag. Dit betekent dat een paar leerlingen de dans voordoen en dat de andere leer- lingen die nadoen. De doelen van deze dansactiviteit zijn verwerking en leren presenteren. Het komt ook voor dat de leerkracht of een ouder voor een vie- ring een dans maakt, soms met de leerlingen samen. Dans in de musical of voorstelling bij de jaarafsluiting De meeste scholen sluiten groep 8 af met een musical. Daarvoor worden het toneelspelen en zingen intensief geoefend. De groepsleerkracht of een stagi- aire heeft meestal de leiding. Basisscholen schaffen vaak een kant-en-klare musical aan. Het dramadeel en de bijbehorende liedjes zijn daarin meestal uitgeschreven, de dans wordt er op veel scholen op eigen initiatief aan toege- voegd. Meestal maken de leerlingen dan zelf de dansstukjes. Voor velen is dit een vrolijke uitdaging. Het doel van een musical is schitteren voor je publiek, oftewel podiumervaring opdoen. Dit op zich is al leuk, maar ook de weg er- naartoe is dat: samen streven naar een kunstzinnig eindproduct zorgt voor

27

1 Wat is dans?

een gevoel van saamhorigheid. Het is een prachtige manier om naar een af- scheid van dierbare klasgenootjes toe te werken. Er zijn ook scholen waar groepsleerkrachten samen met de leerlingen een musical of eindvoorstelling ontwerpen. Dan zie je dat dansen een grotere rol krijgt en van meer persoonlijke betekenis wordt voor de leerlingen. Dansvoorstellingen Leerlingen bezoeken met hun (vak)leerkrachten dansvoorstellingen in het theater of er komt een dansgezelschap naar de school. De dansvoorstellingen zijn afgestemd op de het ontwikkelingsniveau en de leeftijd van de leerlingen. De leerlingen leren om op het dansaanbod te reflecteren en hun mening over een voorstelling te verwoorden. Dansgezelschappen hebben vaak een educatief programma ontwikkeld bij hun voorstelling. Dit bestaat bijvoorbeeld uit een lesbrief, een workshop of een visuele introductie door het gezelschap op YouTube of de website van het gezelschap die de leerlingen kunnen bekijken voordat ze de voorstelling gaan zien. Vaak is er na de dansvoorstelling een gesprek met de dansers. Meer spe- cifieke informatie over het bezoeken van en napraten over dansvoorstellingen vind je in hoofdstuk 8. Dansgezelschappen De afdeling Educatie van een dansgezelschap heeft in de meeste gevallen ook een sterk educatief (online) aanbod voor lessen en projecten waarin de sa- menwerking met scholen wordt opgezocht. Het is voor leerlingen heel waar- devol ommet een professionele danser of professioneel dansmateriaal aan de slag te gaan. Groepsleerkrachten geven zelf ook lessen dans. Ze gebruiken hiervoor soms een van tevoren vastgelegde (methode)les bij een onderwerp. Ze weten dan wat ze moeten doen en wat ze de leerlingen willen leren. Soms ontwerpen leerkrachten ook zelf lessen dans, omdat dat beter bij hun doelen of het leer- proces van de leerlingen past. Soms doen ze dit samen met collega’s of de dansdocent. Vakleerkrachten dans Op sommige basisscholen staat het vak dans op het rooster. Leerlingen krijgen dan regelmatig les in dans en werken mee aan dansvoorstellingen op school. Er is een geschikt lokaal voor de lessen, de audioapparatuur is in orde en er zijn ondersteunende materialen aanwezig (zoals hoepels, linten, gekleurde doeken of sjaals of audiovisueel beeldmateriaal). 1.4.2 Dans geven in het basisonderwijs Groepsleerkrachten

Dansgezel- schappen met een educatief aanbod

28

1.4 Dans in het basisonderwijs

Op deze basisscholen zijn vakleerkrachten dans werkzaam. Zij zijn in dienst van de school en maken deel uit van het team. Deze vakleerkrachten dans hebben de docentenopleiding aan een dansacademie of theaterschool gevolgd. Ze werken in elke groep (1-8) aan de hand van zogeheten leerlijnen dans, die ze in overleg met de leiding van de school ontwikkelen. De lessen zijn afgestemd op het peda- gogisch klimaat, de leerstof en de cultuur van de school. In de lessen dans wordt gebruikgemaakt van onderwerpen die in het leerjaar worden behandeld of van actuele onderwerpen. Vakleerkrachten dans kunnen veelal een royaal aanbod verzorgen waarin dans in de volle breedte van het vak aan bod komt. Dansdocenten Veel scholen hebben geen vaste vakleerkracht dans in dienst. Deze scholen hebben – uiteraard – wel een beleidsplan cultuureducatie waarin vastligt wel- ke onderwerpen van groep 1-8 behandeld moeten worden. In zo’n geval wordt er, meestal door de interne cultuurcoördinator (ICC’er) die voor het hele team de kunst- en cultuurprogramma’s coördineert, een dansdocent of een team dansdocenten ingehuurd.

Dans in het speellokaal

29

Made with FlippingBook flipbook maker