Wiekens - Healthy ageing

Healthy ageing Het ondersteunen van gezondheid gedurende de levensloop

Carina J. Wiekens Jan S. Jukema (red.)

Healthy ageing

Healthy ageing

Het ondersteunen van gezondheid gedurende de levensloop

Carina J. Wiekens en Jan S. Jukema (red.)

met medewerking van: Jantine Bouma Aranka Dol

Monique Geuke Martijn de Groot

Elske de Jong Johan de Jong Lies Korevaar Monique Ridder Karin van Rijn Jessica van der Staak Hugo Velthuijsen Ton Zondervan

bussum 2019

© 2019 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautoma- tiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wet- telijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewer- ken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofd- dorp, www.stichting-pro.nl).

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Jeanne|ontwerp & illustratie, Westervoort Opmaak binnenwerk: az grafisch serviceburo bv, www.az-gsb.nl

Foto’s omslag en hoofdstukopeningen deel 2: © Mirador Media – Anke Gielen, Tilburg, met uitzondering van foto linksmidden/hoofdstuk 9 (Shutterstock)

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriende- lijk verzocht contact op te nemen met de uitgever. De personen op de foto’s komen niet in de tekst voor en hebben geen relatie met hetgeen in de tekst wordt beschreven.

ISBN 978 90 469 0617 0 NUR 740

Inhoud

Inleiding

11

Healthy ageing: het ondersteunen van de gezondheid gedurende de levensloop Jan S. Jukema en Carina J. Wiekens

Deel 1 Aandachtspunten bij healthy ageing voor gezondheidsprofessionals

15

1

Healthy ageing gedurende de levensloop

17

Jan S. Jukema en Carina J. Wiekens 1.1 Inleiding

17 17 19 22 23 24 27

1.2 Wat is healthy ageing?

1.3 Gezondheid

1.3.1 Big Five for a Healthy Life

1.4 Gezond ouder worden gedurende de levensloop

1.4.1 Levensfasen volgens Erikson

1.5 Conclusie

2

Gezondheidsprofessionals en het ondersteunen van healthy ageing

29

Carina J. Wiekens en Jan S. Jukema 2.1 Inleiding

29 30

2.2 Planmatig handelen

2.2.1 Bewuste keuzes maken met behulp van intervention mapping

30 32 32 33 35 37 37

2.2.2 Evalueren van een aanpak

2.3 Evidence-based handelen

2.4 Persoons- en netwerkgericht handelen 2.5 Van theorieën naar methoden en technieken

2.6 Theorieën en modellen met betrekking tot gedragsverandering

2.6.1 Gedragsverandering: bewust of onbewust?

2.6.2 Gedragsverandering als bewust, gefaseerd proces: het transtheoretisch model 2.6.3 Theorieën en modellen gericht op het individu 2.6.4 Theorieën en modellen gericht op het individu in een sociale omgeving 2.6.5 Theorieën en modellen gericht op de community

39 40

42 45 46 47 48 50

2.6.6 Interventies gericht op de samenleving

2.6.7 Toepassen van theorieën en modellen in de praktijk

2.7 De kunst van het bevorderen van gezond gedrag

2.8 Conclusie

3

E-health als middel voor gezondheidsprofessionals en patiënten voor healthy ageing Aranka Dol, Jantine Bouma, Martijn de Groot en Hugo Velthuijsen 3.1 Inleiding

51

51 53

3.2 Wat is e-health in zorg en welzijn?

3.2.1 Toepassingen van e-health: e-zorg, e-zorgondersteuning en e-public health

53 55 56 57 58 59 59 60 60 61 62 62 64 64 65 67 69 71 71 73 76 76 77 77 79 80 81 82 83 83 84 86 87 87 89 79 69

3.3 Consumenten-e-health

3.3.1 Is e-health voor iedereen?

3.4 Gepersonaliseerde ondersteunende e-health (quantified self)

3.5 Big data

3.5.1 Volume 3.5.2 Variëteit

3.6 Betekenis van de inzet van e-health 3.6.1 Betekenis voor zorgprocessen

3.6.2 Betekenis voor cliënten

3.6.3 Betekenis voor de gezondheidsprofessional

3.7 Implementatie van e-health

3.7.1 Het ontstaan van een idee 3.7.2 Ontwikkeling in samenwerking

3.8 Impact van e-health

3.9 Conclusie

4

Interdisciplinair samenwerken bij het ondersteunen van healthy ageing

Lies Korevaar 4.1 Inleiding

4.2 Interdisciplinaire samenwerking

4.3 De T-shaped professional

4.4 Competenties interdisciplinaire samenwerking

4.5 Dilemma’s bij het interdisciplinair samenwerken in een team 4.6 Voorwaarden voor interdisciplinaire samenwerking

4.7 Opleiding 4.8 Conclusie

5

Waarde(n)volle ondersteuning en begeleiding

Ton Zondervan en Jan S. Jukema 5.1 Inleiding 5.2 Zorgethiek in de praktijk

5.2.1 Waarde(n)volle zorg en begeleiding

5.2.2 Kenmerken van zorgethiek

5.3 Belangrijke aspecten van waarde(n)vol handelen

5.3.1 Houding

5.3.2 Zien

5.3.3 Beoordelen 5.3.4 Deugden

5.4 Reflecteren: van buikgevoel naar handelen

5.5 Conclusie

Deel 2 Big Five for a Healthy Life

91

6

Voeding

93

Elske de Jong en Monique Ridder 6.1 Inleiding

93 94 96 98 99

6.2 Gezonde voeding

6.2.1 Richtlijnen voor een gezonde voeding 6.2.2 Gezond eten in een ‘obesogene omgeving’ 6.2.3 Een socio-ecologisch model voor gezond gedrag 6.2.4 Keuzevrijheid, eigen verantwoordelijkheid en invloed

102 102 102 103 105 107 108 109 110 111 111 115 115 116 116 117 118 119 120 122 125 126 127 129 129 131 131 132 133 135 125

6.3 Gezonde voeding gedurende de levensloop

6.3.1 Zuigelingenfase, peuterleeftijd en kleuterleeftijd

6.3.2 Basisschoolleeftijd

6.3.3 Adolescentie

6.3.4 Vroege volwassenheid

6.3.5 Vroege en middelbare volwassenheid

6.3.6 Late volwassenheid

6.4 Voedingsgewoonten en lichaamsgewicht: diagnostiek 6.5 Bevorderen van gezond eetgedrag en een gezond gewicht

6.5.1 Behaviour Change Wheel 6.5.2 Een integrale aanpak 6.5.3 Rol van de professional

6.6 Preventie en interventies

6.6.1 Zuigelingenfase, peuterleeftijd en kleuterleeftijd

6.6.2 Basisschoolleeftijd

6.6.3 Adolescentie

6.6.4 Vroege en middelbare volwassenheid

6.7 Het bevorderen van een gezond voedingspatroon

6.8 Conclusie

7

Bewegen

Johan de Jong 7.1 Inleiding

7.2 Historisch perspectief op de effecten van bewegen

7.3 Hoeveel bewegen is genoeg? 7.4 Richtlijnen voor bewegen

7.4.1 Is zitten het nieuwe roken?

7.5 (In)activiteit van Nederlanders per levensfase 7.5.1 Basisschoolleeftijd en adolescentie 7.5.2 Vroege en middelbare volwassenheid

7.5.3 Late volwassenheid

7.6 Praktijkvoorbeelden

7.6.1 Late volwassenheid: Groninger Actief Leven Model (GALM) 7.6.2 Vroege en middelbare volwassenheid: een sociaal- ecologische benadering van bewegingsstimulering

135

138 144

7.7 Conclusie

8

Slaap

147

Karin van Rijn en Monique Geuke 8.1 Inleiding 8.2 Psychofysiologie van de slaap

147 148 149 151 153 154 163 165 166 168 169 170 170 173 174 175 177 180 182 185 187 189 192 195 195 196 196 196 198 198 199 200 201 201 202 203 204 204 205 206 206 207 207 185

8.2.1 Slaapstadia

8.2.2 Regulering van het slaap-waakritme

8.3 Slaapstoornissen

8.3.1 Insomniastoornis

8.3.2 Slaapgerelateerde ademhalingsstoornis

8.3.3 Hypersomniastoornis

8.3.4 Circadianeritme-slaap-waakstoornis

8.3.5 Parasomniastoornis

8.3.6 Slaapgerelateerde bewegingsstoornis

8.4 Levensloop en slaap

8.4.1 0-3 jaar: van zuigelingenfase tot kleuterleeftijd 8.4.2 3-12 jaar: kleuter- en basisschoolleeftijd

8.4.3 12-18 jaar: adolescentie

8.4.4 18-35 jaar: vroege volwassenheid

8.4.5 35-65 jaar: vroege en middelbare volwassenheid 8.4.6 55-65 jaar en ouder: late volwassenheid

8.5 Conclusie

9

Stress, veerkracht en ontspanning

Jessica van der Staak 9.1 Inleiding 9.2 Wat is stress?

9.3 Het stresssysteem: de biologische basis van onze stressreacties

9.4 De neurobiologie van stress

9.4.1 Vechten of vluchten: sympathische activiteit

9.4.2 Activering van de HPA-as 9.4.3 Niet denken maar doen 9.4.4 Als het gevaar is geweken

9.5 Het systeem uit balans: het gestreste brein

9.6 Chronische stress en psychische en lichamelijke klachten

9.6.1 Burn-out

9.6.2 Stress en cognitie 9.6.3 Stress en emotie

9.6.4 Stress en psychopathologie 9.6.5 Stress en fysieke gezondheid

9.7 Individuele verschillen in stressgevoeligheid

9.8 Stress, coping en veerkracht

9.9 Stressmanagement en stressbuffers 9.9.1 Stressbronnen identificeren

9.9.2 Sociale steun

9.9.3 Interpretaties opsporen en herformuleren 9.9.4 Versterken van zelfvertrouwen 9.9.5 Versterken van sociale vaardigheden

9.9.6 Zingeving

9.9.7 Bewegen 9.9.8 Slapen

208 208 209 210 210 211 212

9.9.9 Lichaam-geestinterventies 9.9.10 Natuur als ontstressor

9.9.11 Muziek

9.9.12 Voeding en leefstijl

9.10 Conclusie

10

Sociale interactie Carina J. Wiekens 10.1 Inleiding

215

215 216 218 221 221

10.2 Het belang van sociale interactie

10.3 Sociale interactie in de huidige maatschappij 10.4 Sociale interactie gedurende de levensloop

10.4.1 Ontwikkelingsmodel van Erikson

10.4.2 Voorbeelden van problemen in de sociale interactie per levensfase 10.5 Inschatten van de kwaliteit van de sociale interactie: diagnostiek 10.6 Preventie van en interventie bij problemen in de sociale interactie 10.6.1 Preventie van en interventie bij eenzaamheid 10.6.2 Preventie van en interventie bij pesten op school 10.6.3 Community-based interventies gericht op sociale interactie 10.6.4 Toekomstperspectief voor de preventie van psychische problemen

221 228

231 232 233

234

235 237

10.7 Conclusie

Literatuur

239

Register

265

Over de auteurs

277

Healthy ageing

10

Inleiding

Healthy ageing: het ondersteunen van de gezondheid gedurende de levensloop

Jan S. Jukema en Carina J. Wiekens

Die young, as late as possible : dat is wat ieder mens wenst en waar het in de kern bij healthy ageing , gezond ouder worden, om draait. Hierbij gaat het niet zozeer om ten koste van alles zo oud mogelijk te worden, maar om in goede gezondheid en in welzijn ouder te worden. Naast de genetische aanleg en externe factoren speelt een gezonde leefstijl hierbij een essentiële rol. Het vormgeven en het in stand houden van een gezonde leefstijl zijn niet altijd even gemakkelijk. Gezondheidsprofessionals kunnen mensen hierbij onder- steuning bieden. Door een betere gezondheidszorg en een gezondere leefstijl stijgt de levens- verwachting van de Nederlandse burgers gestaag. Werden Nederlanders in 1980 ruim 75 jaar, in 2015 was dat 81,5 jaar. De levensverwachting voor het jaar 2040 is bijna 86 jaar (RIVM, z.d.; Volksgezondheidenzorg.info, z.d.). Vele facto- ren, zowel genetische als leefstijl- en omgevingsfactoren, bepalen of en hoe mensen oud worden. Niet iedereen in Nederland heeft dezelfde kansen: laagopgeleiden leven gemiddeld zes jaar korter dan hoogopgeleiden, en mensen in grote steden leven gemiddeld twee jaar korter (CBS, 2012). Som- mige van deze factoren zijn te beïnvloeden, vooral de factoren die samenhan- gen met het gedrag en de leefstijl van mensen. Denk bijvoorbeeld aan roken, werkomstandigheden, bewegen en eten. Gezondheidsprofessionals kunnen een rol spelen bij het beïnvloeden van verschillende factoren die de levens- verwachting bepalen. Hun ondersteuning is vooral gewenst wanneer het mensen ontbreekt aan voldoende inzicht en middelen om (blijvend) tot gezond gedrag te komen of wanneer de noodzakelijke gedragsverandering zo complex is dat het wel of niet slagen ervan meer vraagt dan mensen alleen kunnen. Dit boek gaat over de vraag hoe professionals (in opleiding) gedrag kunnen bevorderen dat bijdraagt aan gezond ouder worden. Daarbij gaat het primair om het stimuleren van de cliënt en zijn netwerk om, waar mogelijk, zelf het heft in handen te nemen. De ondersteuning richt zich op een gedragsverandering die zowel op het individu als de sociale context gericht is. Dat vraagt om een geplande, metho- dische aanpak. Het is de kunst van de professional om in samenspraak met de cliënt, die ook eigen kennis, ervaringen en overtuigingen heeft, af te wegen welke interventie in te zetten, hoe dat te doen en welk resultaat na te streven.

11

Healthy ageing

Healthy ageing

Het concept healthy ageing betekent algemeen gezegd ‘gezond ouder wor- den’. We beschrijven dit als ‘(…) het proces waarin de kansen op lichamelijke, sociale en geestelijke gezondheid worden geoptimaliseerd, zodat ouderen actief aan de samenleving kunnen deelnemen en een onafhankelijk leven kunnen leiden met een goede kwaliteit van leven’ (SNIPH, 2006). Bij gezond ouder worden gaat het niet alleen om het voorkomen, uitstellen en behande- len van ziekten en aandoeningen, maar vooral om het voorkomen en terug- dringen van beperkingen in het functioneren en om het bevorderen van de zelfredzaamheid, participatie en een goede kwaliteit van leven (Zantinge, Van der Wilk, Van Wieren & Schoemaker, 2011). Datgene wat mensen nodig hebben om gezond te blijven of te worden, ver- andert gedurende de levensloop. Terwijl preventie, begeleiding en zorg bij jongere leeftijdsgroepen vaak gericht zijn op het voorkomen van ziekten en gezondheidsklachten, zijn bij ouderen interventies gericht op goed dagelijks functioneren en wordt de kwaliteit van leven steeds belangrijker. Ongeacht de levensfase waarin mensen zitten, zijn er gedragsveranderin- gen mogelijk. Ouderen die op hoge leeftijd hun fysieke activiteit verhogen, boeken bijvoorbeeld winst op verschillende uitkomsten, zoals op het gebied van hun gewicht, cognitie en hart- en vaatziekten. Gezondheidsprofessionals kunnen ervoor zorgen dat deze winst door meer ouderen geboekt wordt door op een deskundige wijze aanmoediging en waar nodig ondersteuning te bie- den, rekening houdend met de voorkeuren enmogelijkheden van de ouderen in kwestie. Dit boek is bestemd voor professionals (in opleiding) die in hun werk gericht zijn op het bevorderen, ondersteunen en vergroten van gedrag dat bijdraagt aan gezond ouder worden (gedragsverandering rond gezondheidsvraagstuk- ken). Een kernbegrip hierbij is het bieden van ondersteuning aan een cliënt en diens sociale netwerk. Deze ondersteuning is gericht op het vergroten van de autonomie en zelfredzaamheid van de cliënt. Voor de professional betekent dit dat een beroep gedaan wordt op vaardigheden als samenwerken, onder- handelen, ondersteunen en stimuleren. De inzet van technologie, bijvoor- beeld in de vorm van een app, is daarbij steeds vaker evident. De beoogde gedragsveranderingen raken bijna altijd aan alle facetten van het leven van mensen. Het kan bij het veranderen van bijvoorbeeld eetge- woonten niet alleen gaan om het bereiden van andere maaltijden (dat aspect ligt op het terrein van de diëtist), maar ook om het veranderen van het huis- houdbudget omdat de maaltijden bijvoorbeeld duurder worden (iets wat op het terrein van de sociaal werker ligt). Daarom is de van oudsher strikte schei- ding tussen de gezondheidszorgprofessional en de welzijnsprofessional niet langer houdbaar. Dat zien we ook terug in de beroepspraktijk. Professionals met verschillende opleidingsachtergronden werken steeds vaker in teams intensief samen. De formele beroepsgrenzen van gezondheid, zorg en welzijn De gezondheidsprofessional

12

Inleiding

vervagen. Dit boek is om deze reden geschikt voor studenten aan de opleidin- gen Toegepaste Psychologie, Toegepaste Gerontologie, Sociaal Werk of HBO-Verpleegkunde, studenten aan een paramedische opleiding (zoals Fysiotherapie en Podotherapie) en studenten die de opleiding tot praktijk­ ondersteuner huisarts of tot leefstijlcoach volgen. Om al die verschillende (toekomstige) professionals recht te doen spreken we in dit boek van ‘gezond- heidsprofessional’. Deze keuze sluit aan bij Hubers’ definitie van gezondheid (voor een uitgebreide bespreking, zie paragraaf 1.3). Huber en haar collega’s benaderen gezondheid als een breed en omvattend fenomeen waarin ver- schillende dimensies te onderscheiden zijn: lichaamsfuncties, mentaal wel- bevinden, spirituele/existentiële betekenis, kwaliteit van leven, sociaal-maat- schappelijke participatie en dagelijks functioneren (Huber et al., 2011). Professionals die ondersteuning bieden bij healthy ageing, houden rekening met deze verschillende, maar onderling samenhangende dimensies van gezondheid. Dit boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel wordt een schets gegeven van een aantal aandachtspun- ten van healthy ageing voor de gezondheidsprofessional. Dit deel bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 1 worden de inhoud en achtergronden van healthy ageing gedurende verschillende fasen van de levensloop besproken en komt de ondersteuning die gezondheidsprofessionals kunnen bieden aan bod. In hoofdstuk 2 worden modellen en theorieën besproken die gebruikt kunnen worden bij de ondersteuning van gedragsverandering. In hoofdstuk 3 bespreken we de rol die e-health hierin kan spelen. In hoofdstuk 4 staat inter- disciplinaire samenwerking centraal en in hoofdstuk 5 het ethisch handelen van de gezondheidsprofessional. Deze thema’s staan op de voorgrond in het werk van de gezondheidsprofessional wanneer deze zich inzet voor healthy ageing van zowel individuen als groepen burgers. Afhankelijk van de context van de ondersteuning noemen we deze burgers in dit boek ‘cliënt’ dan wel ‘patiënt’. In het tweede deel worden de ‘Big Five for a Healthy Life’ (Quantified Self Institute, n.d.) besproken: voeding (hoofdstuk 6), bewegen (hoofdstuk 7), slaap (hoofdstuk 8), stress/ontspanning (hoofdstuk 9) en ten slotte sociale interactie (hoofdstuk 10). Hoewel er meer factoren een rol spelen in healthy ageing, zoals het voorkomen van verslavingen als roken en alcoholisme, kiezen we voor de factoren die ieder mens betreffen en die gezondheidswinst opleveren indien er op een gezonde wijze invulling aan gegeven wordt. In elk hoofdstuk wordt de factor vanuit een levensloopbenadering beschouwd en worden ver- schillende interventies besproken die ingezet kunnen worden om healthy ageing te bevorderen. Welke interventie geschikt is, varieert per groep, maar ook per individu. Wat gezond is en bijdraagt aan gezond ouder worden, is in belangrijke mate afhankelijk van de persoon en de context. Een ouder iemand kan op vrijwel alle factoren andere behoeften hebben dan een jonger iemand. Ook hangen de factoren met elkaar samen: een topsporter heeft andere en Opzet van het boek

13

Healthy ageing

mogelijk meer voeding nodig dan iemand die minder beweging krijgt. Uiter- aard spelen individuele verschillen op grond van sekse en etniciteit eveneens een rol. Dit alles maakt het onmogelijk om voor alle vijf de thema’s tot ‘gouden standaarden’ te komen. In dit tweede deel wordt ingegaan op de mogelijk­ heden die de gezondheidsprofessional heeft om in de praktijk ondersteuning te bieden, gegeven de verschillende levensfasen en de soms grote individuele verschillen.

14

Deel 1 Aandachtspunten bij healthy ageing voor gezondheidsprofessionals

Healthy ageing

16

1

Healthy ageing gedurende de levensloop

Jan S. Jukema en Carina J. Wiekens

D e e l 1

1.1

Inleiding

Wat is gezondheid, wat is een gezond leven en hoe vergroot je de kans op gezond ouder worden? Hoe kunnen gezondheidsprofessionals een bijdrage leveren aan het bevorderen van de gezondheid van (groepen) mensen? Dat zijn kernvragen als het gaat om healthy ageing. Gezond ouder worden begint al voor de conceptie. Aspirant-moeders wordt geadviseerd minimaal vier weken voor de gewenste bevruchting te starten met het dagelijks innemen van 400 microgram foliumzuur (vitamine B11). Voldoende foliumzuur is belangrijk voor een gezonde ontwikkeling van het zenuwstelsel van het onge- boren kindje. Na de geboorte dragen gezonde voeding (zie hoofdstuk 6), vol- doende beweging (hoofdstuk 7), een goede nachtrust (hoofdstuk 8), niet te veel stress (hoofdstuk 9) en sociale interactie (hoofdstuk 10) bij aan een gezonde levensloop. Wie het lukt om van jongs af aan gezond te leven, ver- groot daarmee aanzienlijk de kans op gezond ouder worden. Gezond ouder worden gaat dus niet vanzelf. Het hangt af van de genen, maar zeker ook van het gedrag van mensen. In dit hoofdstuk wordt het begrip healthy ageing nader toegelicht en wordt het in de context van de levensloop geplaatst. In paragraaf 1.2 wordt bespro- ken wat het begrip healthy ageing inhoudt. In paragraaf 1.3 volgt een toelich- ting op het eerste deel van het begrip, ‘gezondheid’, waarna in paragraaf 1.4 aandacht besteed wordt aan het tweede deel van het begrip, ‘ouder worden’. We sluiten af met een conclusie.

1.2

Wat is healthy ageing?

Healthy ageing wordt door instanties op uiteenlopende manieren gedefini- eerd. Er volgen nu definities van twee toonaangevende instanties, namelijk de World Health Organization (WHO) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

17

1 • Healthy ageing gedurende de levensloop

WHO Healthy ageing is ‘(…) the process of developing and maintaining the functional ability that enables well-being in older age’ (World Health Organization, 2015a). In deze definitie staat het ontwikkelen en in stand houden van de ‘functionele mogelijkheid’ voor welzijn op hogere leeftijd centraal. Met die functionele moge- lijkheid wordt bedoeld dat mensen fysiek en mentaal in de gelegenheid zijn om te kunnen doen wat zij van waarde achten, daarbij geholpen door een gunstige context (een huis, familie, een sociaal netwerk, en alles wat de maatschappij biedt). Het ‘einddoel’ is hierbij dus welzijn, wat geluk en tevredenheid omvat. RIVM ‘Healthy ageing is een proces waarin de kansen op lichamelijke, sociale en gees- telijke gezondheid worden geoptimaliseerd, zodat ouderen actief aan de samen- leving kunnen deelnemen en een onafhankelijk leven kunnen leiden met een goede kwaliteit van leven’ (SNIPH, 2006; Zantinge et al., 2011). Wat in beide definities centraal staat, is dat healthy ageing wordt beschouwd als een proces. Dat betekent dat ontwikkeling en uitingen van gezondheid onderhevig zijn aan veranderingen in de tijd. Deze veranderingen kunnen een interne (fysieke/biologische) oorzaak hebben of een externe, zoals een ingrijpende levensgebeurtenis ( life event ) met een depressie tot gevolg. Het proces duurt een leven lang: healthy ageing is een complex proces van inter- acties tussen genetische eigenschappen, leefomstandigheden en de leefstijl. Genen, de omgeving en het gedrag bepalen in een complexe interactie met elkaar hoe een gezonde levensloop al dan niet vorm krijgt (zie bijvoorbeeld Bouzigon et al., 2015). Dit betekent bijvoorbeeld dat interventies van gezond- heidsprofessionals per levensfase een andere focus hebben. Gaat het bij jon- gere leeftijdsgroepen vooral om het voorkomen en behandelen van ziekte, bij ouderen is het handelen van professionals vaker gericht op het functioneren en de kwaliteit van leven (Zantinge et al., 2011). Deze levensloopbenadering bij het ondersteunen van healthy ageing komt terug in paragraaf 1.4. Wat eveneens in beide definities naar voren komt, is dat healthy ageing niet alleen de aan- of afwezigheid van gezondheidsproblemen of ziekten betreft, maar vooral het proces is dat bijdraagt aan een zo gezond mogelijk leven . Con- creet betekent dit dat healthy ageing nog steeds van toepassing is als iemand gezondheidsproblemen ervaart. Stel dat iemand diabetes mellitus type 2 heeft (het lichaam reageert dan te weinig of niet meer op de vaak minder dan nor- maal geproduceerde insuline) en hiervan niet meer kan herstellen. In dat geval is healthy ageing nog steeds van toepassing en heel belangrijk: deze persoon kan door gezond eten, veel bewegen en een goede toepassing van medicijnen de gezondheidsproblemen verminderen of onder controle houden en daarmee zo gezond mogelijk ouder worden. De centrale vraag binnen het proces van Het RIVM noemt hierbij expliciet dat gezond ouder worden niet alleen het voorkomen en uitstellen van ziekte en sterfte betreft, maar ook het voorkomen en terugdringen van beperkingen in het functioneren en het bevorderen van de zelfredzaamheid, participatie en een goede kwaliteit van leven.

18

1.3 • Gezondheid

healthy ageing is in dit geval dus: hoe kan men, rekening houdend met de gezondheidsproblemen, zo gezond mogelijk verder leven? In beide definities is het einddoel een vorm van welzijn in brede zin. Het welzijn omvat het gevoel van geluk, tevredenheid en zingeving en dus het ervaren van een goede kwaliteit van leven. Hiermee wordt aangegeven dat het streven naar een zo goed mogelijke gezondheid niet een doel op zich is, maar een middel kan zijn om het welzijn te bevorderen of in stand te houden. Andere factoren, zoals een goed sociaal netwerk en het kunnen participeren in de maatschappij, zijn eveneens belangrijk om dit gevoel van welzijn te krij- gen en tot op hoge leeftijd te houden. Naast het begrip ‘healthy ageing’ worden andere termen gebruikt die het proces van ouder worden beschrijven. In tabel 1.1 zijn deze begrippen en hun omschrijving onder elkaar gezet. Overeenkomstig is dat deze allemaal iets zeggen over de wijze van ‘ouder worden’ of ‘oud zijn’. Het ene begrip is niet per definitie beter of slechter dan het andere. Afhankelijk van het doel dat bereikt moet worden (bijvoorbeeld gezondheid, welzijn of participatie), kan een keuze tussen de begrippen gemaakt worden.

D e e l 1

Tabel 1.1 Verschillende benaderingen van ‘ouder worden’

Begrip

Omschrijving

Welke uitkomst staat centraal?

Healthy ageing ‘Het proces waarin de kansen op lichamelijke, sociale en geestelijke gezondheid worden geoptimaliseerd’ (Zantinge et al., 2011)

Gezondheid

Participatie, kwaliteit van leven

Active ageing

‘Het proces van het optimaliseren van gezondheid, participatie en veiligheid om de kwaliteit van leven van mensen te verhogen naarmate ze ouder worden’ (World Health Organization, 2015a)

Successful ageing ‘Fysieke, functionele en geestelijke gezondheid, sociale betrokkenheid’ (Rowe & Kahn, 1997) Productive ageing ‘Elke activiteit van een oudere die bijdraagt aan een dienst of product voor de samenleving, betaald of vrijwillig’ (Bass, Caro & Chen, 1993)

Welzijn, geluk

Bijdrage aan de samenleving

1.3

Gezondheid

Driekwart van de mensen geeft aan dat het (zeer) goed gaat met hun gezond- heid (Galenkamp & Van der Noordt, 2013). Voor een kwart van de mensen geldt dit dus minder of niet; hun gezondheid laat te wensen over en/of ze hebben last van ziekte. Wanneer we kijken naar de top 10 van ziekten in Nederland die de hoogste ziektelast met zich meebrengen (verloren levensjaren, zowel door voortijdig overlijden als door de ervaren vermindering van kwaliteit van leven), staan hart- en vaatziekten op de eerste plaats, gevolgd door diabetes mellitus,

19

1 • Healthy ageing gedurende de levensloop

beroerte, angststoornissen, COPD, longkanker, stemmingsstoornissen, nek- en rugklachten, privéongevallen en perifere artrose (Zantinge et al., 2011). Bij veel van deze ziekten kan de leefstijl invloed hebben op het vermijden of terugdrin- gen van de ziekte of de ervaren gevolgen ervan. De afwezigheid van ziekte betekent nog niet automatisch dat iemand gezondheid ervaart. Hiervoor is meer nodig, wat bijvoorbeeld blijkt uit de definitie die Huber en collega’s (2011) opgesteld hebben. Gezondheid is hierbij ‘het vermogen zich aan te passen en zelf de regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uit­ dagingen van het leven’. Belangrijk in deze definitie zijn: aanpassen, eigen regie en sociale, fysieke en emotionele uitdagingen. Kenmerkend aan deze benade- ring van gezondheid is de nadruk op verandering in het leven van mensen en dat gezondheid samenhangt met veerkracht en zelfregie . • Veerkracht ( resilience ) is te zien als het vermogen van mensen om hun weg te vinden naar bronnen die bijdragen aan hun welzijn, en dat zij de capaciteit hebben deze bronnen betekenisvol in te zetten. Belangrijk bij het woord veerkracht zijn: herstel, behoud, herwinnen, aanpassing en zelfred- zaamheid. Al deze woorden geven inzicht in wat ‘veerkracht’ inhoudt (zie ook hoofdstuk 9). • Zelfregie is het zelf beslissen over het leven met of zonder ondersteuning van anderen. Een belangrijk element hierin is dat mensen zo veel mogelijk zelf bepalen hoe zij hun leven richting en inhoud geven, oftewel eigenaar zijn van het proces. De kernvraag is: ‘Wat wil ik, gezien de omstandig­ heden?’ Zelfs als ondersteuning nodig is, kan zelfregie ervaren worden. Mensen kunnen bijvoorbeeld keuzes maken over wat voor ondersteuning gewenst is, hoeveel er wordt ondersteund en op welke manier. Voor veel mensen is zelfregie niet eenvoudig, zeker als het gaat om het ontwikkelen en behouden van een gezonde leefstijl. Een professional heeft dan vooral de taak te coachen en te ondersteunen bij het verhelderen van datgene wat belangrijk is en wat nodig is om de gezonde leefstijl daadwerkelijk voor elkaar te krijgen (Brink & Van der Veen, 2013). Voor het optimaliseren van de gezondheid is het dus van belang dat mensen voldoende veerkrachtig zijn en dat ze zo veel mogelijk eigenaar zijn van hun proces (zelfregie ervaren). Dit geldt voor zowel zieke als gezonde mensen. Of mensen de regie kunnen voeren, is afhankelijk van iemands vermogen ( ability ). Dit vermogen is afhankelijk van fysieke en psychische factoren, als- mede van de sociale omgeving en de gebeurtenissen die plaatsvinden. Het vermogen kan soms door gezondheidsprofessionals te laag ingeschat wor- den, waardoor bij mensen de zelfregie ontnomen wordt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij mensen met ernstige psychische problemen die een gevaar voor zichzelf of anderen vormen. Ook bij cliënten met een verstandelijke beperking kan er een verschil ontstaan tussen de cliënt en de omgeving. Of mensen met beperkingen bijvoorbeeld zelfstandig mogen wonen of kinderen mogen opvoeden, zijn belangrijke vragen, waarbij gezondheidsprofessionals soms ingrijpende beslissingen moeten nemen. Waar in de ene situatie het vermogen te laag wordt ingeschat vanwege persoonlijke beperkingen, kan in een andere situatie juist door een stevig sociaal netwerk zelfregie toegestaan worden. Naast het vermogen spelen ethische overwegingen bij dit soort zaken een belangrijke rol (zie hiervoor ook hoofdstuk 5).

20

1.3 • Gezondheid

Huber en collega’s (2011) onderscheiden zes dimensies die belangrijk zijn voor gezondheid: 1 lichaamsfuncties; 2 mentaal welbevinden; 3 spirituele/existentiële betekenis; 4 kwaliteit van leven; 5 sociaal-maatschappelijke participatie; 6 dagelijks functioneren. De aspecten uit de definitie van healthy ageing zijn in deze zes dimensies terug te vinden: gezondheid betreft het lichaam, maar ook mentale factoren. Het belang van participatie en het doel een bepaalde mate van kwaliteit van leven te ervaren vind je ook in deze dimensies terug. De genoemde zes dimensies worden onderverdeeld in aspecten. Belangrijke aspecten van lichaamsfuncties zijn bijvoorbeeld je gezond voelen, fitheid, klachten en pijn. De dimensies zijn samengebracht in een ‘Spinnenweb Positieve Gezondheid’ (zie figuur 1.1). Met dit spinnenweb kun je inzicht krijgen in iemands ‘gezondheidsoppervlakte’: het gebied dat ontstaat als iemand op alle dimensies een score heeft. De bedoeling is dat de oppervlakte zo groot mogelijk is, wat een duidelijk verschil is met de definities die we van healthy ageing gegeven hebben. In de definities van healthy ageing stond welzijn als einddoel geformuleerd, waarbij de andere aspecten uit het spinnenweb invloed hebben op het gevoel van welzijn. In het spinnenweb is welzijn een van de genoemde aspecten en dus niet boven- of ondergeschikt aan de andere factoren.

D e e l 1

•Je gezond voelen •Fitheid •Klachten en pijn • Slapen •Eten

MIJN POSITIEVE GEZONDHEID

LICHAAMSFUNCTIES

•Conditie •Bewegen

10 8 6 4 2 0

•Onthouden •Concentreren •Communiceren • Vrolijk zijn •Jezelf accepteren •Omgaan met verandering •Gevoel van controle

•Zorgen voor jezelf •Je grenzen kennen •Kennis van gezondheid •Omgaan met tijd •Omgaan met geld •Kunnen werken •Hulp kunnen vragen

DAGELIJKS FUNCTIONEREN

MENTAAL WELBEVINDEN

•Zinvol leven •Levenslust •Idealen willen bereiken •Vertrouwen hebben •Accepteren •Dankbaarheid •Blijven leren

ZINGEVING

MEEDOEN

•Sociale contacten •Serieus genomen worden •Samen leuke dingen doen •Steun van andere •Erbij horen •Zinvolle dingen doen •Interesse in de maatschappij

•Genieten •Gelukkig zijn •Lekker in je vel zitten • Balans •Je veilig voelen •Hoe je woont •Rondkomen met je geld

KWALITEIT VAN HET LEVEN

www.iPositivehealth.com - versie 1.0 – oktober 2016 ©IPH

Figuur 1.1

Spinnenweb Positieve Gezondheid

21

1 • Healthy ageing gedurende de levensloop

Opwww.ipositivehealth.com (Institute for PositiveHealth, 2018) is een scorings­ instrument beschikbaar waarmee inzicht kan worden verkregen in de ‘gezond- heidsoppervlakte’ (in de afbeelding de twee lijnen). Deze benadering van gezondheid, waarin de nadruk ligt op de positieve dimensies van gezondheid en niet op de afwezigheid van ziekte, vindt veel weerklank in de praktijk. Het betreft namelijk een brede kijk op wat gezond- heid is en sluit goed aan bij de werkwijze van huidige en toekomstige gezond- heidsprofessionals (zie bijvoorbeeld Federatie Medisch Specialisten, 2017; De Vries, Hagenaars, Kiers & Schmitt, 2014). Ook sluit deze benadering aan op de trend dat de aandacht van de gezondheidszorg niet op ziekte en zorg moet liggen, maar op gezondheid en gedrag (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2015). Belangrijke factoren die gezond ouder worden bepalen, kunnen met dit spinnenweb in kaart gebracht worden ten behoeve van healthy ageing. In dit boek is ervoor gekozen aandacht te besteden aan vijf grote thema’s die een rol spelen bij het gezond ouder worden. De ‘Big Five for a Healthy Life’ (Quantified Self Institute, n.d.) betreft: 1 voeding 2 beweging 3 slaap 4 stress/ontspanning 5 sociale interactie Voeding, beweging en slaap komen overeen met wat Huber en collega’s (2011) ‘lichaamsfuncties’ noemen. Stress/ontspanning valt onder dagelijks functio- neren en onder mentaal welbevinden. Sociale interactie valt onder soci- aal-maatschappelijk participeren. De andere, niet-genoemde aspecten van het spinnenweb (zie figuur 1.1) beschouwen we in dit boek meer als ‘uitkomst- maten’, waarmee welzijn gevangen kan worden (het ervaren van zingeving en de kwaliteit van leven). Wat gezond is en tot een gezond leven leidt, is afhankelijk van de persoon, de leeftijd en de context. Ook hangen de factoren met elkaar samen: een top- sporter heeft andere voeding nodig dan iemand die minder beweging krijgt. Uiteraard spelen individuele verschillen eveneens een rol. Dit alles maakt het onmogelijk om voor alle vijf de factoren tot ‘gouden standaarden’ te komen. Om te bepalen wat het optimum voor een persoon is, kan naast het gebruiken van enkele richtlijnen (bijvoorbeeld zeven tot acht uur slaap per nacht, het zetten van minimaal 10.000 stappen per dag), al dan niet met behulp van techniek (slaapmeters, stappentellers), uitgezocht worden wat voor een bepaald individu leidt tot healthy ageing. Het belang van elke factor voor de gezondheid wordt in deel 2 van het boek nader besproken. In dit hoofdstuk gaan we nu eerst in op gezondheid gedurende de levensloop. 1.3.1 Big Five for a Healthy Life

22

1.4 • Gezond ouder worden gedurende de levensloop

1.4

Gezond ouder worden gedurende de levensloop

Nederlanders worden steeds ouder (VTV, 2018; De Beer, Van Dalen & Henken, 2017). In 2017 was de levensverwachting bij geboorte 80,1 jaar voor mannen en 83,3 jaar voor vrouwen. In 1950 leefden 65-jarigen gemiddeld nog 14,3 jaar, in 2017 was dat opgelopen tot 19,9 jaar (CBS, 2018a). Er bestaan echter grote verschillen in de levensverwachting tussen groepen (VTV, 2018). Die verschil- len hangen vooral samen met het opleidingsniveau. Hogeropgeleiden leven aanzienlijk langer in goede gezondheid dan mensen met een lagere opleiding (CBS, 2015). Lageropgeleide mannen hebben een levensverwachting van 76,8 jaar, terwijl mannen met een hbo-opleiding of wetenschappelijke opleiding gemiddeld naar verwachting 83,3 jaar oud worden. Voor vrouwen die alleen de lagere school hebben gevolgd, geldt een levensverwachting van 81,1 jaar; voor hoogopgeleide vrouwen is deze 86,5 jaar (Volksgezondheidenzorg.info, z.d.). Verschillen in levensstijl kunnen deze verschillen in levensverwachting verklaren. Dit betekent dat er voor sommige groepen winst in levensjaren te behalen valt mits de levensstijl aangepast kan worden. Naast de gestegen levensverwachting is de gezondheid van Nederlanders de laatste decennia aanzienlijk verbeterd. De huidige en toekomstige groepen ouderen zijn nu vaak veel gezonder en vitaler dan hun eigen ouders op dezelfde leeftijd. Het te verwachten aantal jaren van functioneel welzijn wordt ook wel active life expectancy (ALE) genoemd. In Nederland hebben mannen bijvoorbeeld op 50-jarige leeftijd een ALE van 18,7 jaar; vrouwen hebben op dezelfde leeftijd een ALE van 20,9 jaar. De laatste decennia is dus healthy ageing bevorderd: (meer) mensen worden gezonder ouder. Een belangrijke factor bij het bepalen van wat gezond is, en dus van hoe healthy ageing tot stand dient te komen, is de levensfase waarin men zit (zie Lim, Schneider & Janicke, 2014). Wat in de ene fase gezond is, hoeft in een andere fase niet zo te zijn. Kinderen hebben bijvoorbeeld (veel) meer slaap nodig dan volwassenen (zie ook hoofdstuk 8) en ze hebben andere voeding nodig dan bijvoorbeeld ouderen (zie hoofdstuk 6). Om te bepalen of iemand gezond leeft, moet dus met de leeftijd en levensfase rekening worden gehou- den. Verschillende wetenschappers hebben theorieën opgesteld waarin de levensloop opgedeeld wordt in fasen. Aan de hand van deze indeling kan worden bepaald wat healthy ageing voor een persoon of groep personen inhoudt. De ontwikkeling wordt dan beschouwd als een aaneenschakeling van perioden die samen met leeftijdsgenoten worden doorlopen. Doordat mensen met leeftijdsgenoten in een bepaalde periode opgroeien en aan ongeveer dezelfde contextfactoren blootgesteld worden, kan men op basis daarvan generaties onderscheiden. Bepaalde belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis, zoals oorlogen en de aanleg van riolering, hebben invloed op hoe gezond een generatie opgroeit.

D e e l 1

23

1 • Healthy ageing gedurende de levensloop

1.4.1

Levensfasen volgens Erikson

Een bekende theorie uit de ontwikkelingspsychologie en levenslooppsycho- logie is de psychosociale ontwikkelingstheorie van Erikson (1963). Hoewel in de oorspronkelijke theorie vooral de psychosociale ontwikkeling centraal staat, worden in de levensloopliteratuur dezelfde fasen aangehouden en uit- gebreid naar andere ontwikkelingsgebieden, bijvoorbeeld voeding, slaap en beweging. Erikson onderscheidt in zijn theorie acht ontwikkelingsfasen, zie tabel 1.2.

Tabel 1.2 Levensfasen volgens Erikson

Fase

Leeftijd

Ontwikkelingstaak

1 Zuigelingenfase

Geboorte tot 18 maanden

Vertrouwen versus wantrouwen

2 Peuterleeftijd

18 maanden tot 3 jaar Autonomie versus schaamte en twijfel

3 Kleuterleeftijd

3-6 jaar

Initiatief versus schuldgevoel

4 Basisschoolleeftijd 6-12 jaar

Vlijt versus minderwaardigheid

5 Adolescentie

12-18 jaar

Identiteit versus identiteitsverwarring

6 Vroege volwassen- heid

18-35 jaar

Intimiteit versus isolement

7 Middelbare

35 tot 55-65 jaar

Openstaan voor verandering versus stagnatie

volwassenheid

8 Late volwassenheid 55-65 jaar tot de dood

Integriteit versus wanhoop

Wat betreft de psychosociale ontwikkeling stelt Erikson dat in elke levensfase een soort ‘taak’ verricht dient te worden. Deze taak hangt samen met een ‘cri- sis’ die ieder mens op moet zien te lossen. De psychosociale taak die kinderen op de basisschool hebben, is bijvoorbeeld het ontwikkelen van zelfvertrouwen en vlijt. Kinderen die op de basisschoolleeftijd voldoende zelfvertrouwen ont- wikkelen, zijn in de adolescentie klaar om hun eigen identiteit te vormen. Een dergelijke indeling kan houvast geven bij het inschatten van de psychosociale gezondheid: een adolescent die zich voortdurend afvraagt wie hij is, wordt hierbij anders beoordeeld dan een volwassene die hetzelfde doet. Er is kritiek op deze indeling (en andere) geleverd (zie bijvoorbeeld Kroger, 2008 voor zowel kritiekpunten als enkele mogelijke reacties erop). Niet ieder- een blijkt een crisis te ervaren en niet iedereen doorloopt alle fasen of de fasen in de voorgestelde volgorde. Ook blijkt dat in de praktijk andere of meer fasen te onderscheiden zijn. Een voorbeeld hiervan is dat de latere volwassenheid opgedeeld kan worden in ‘jonge ouderen’ en ‘oude ouderen’ ommeer recht te doen aan de gebeurtenissen die in deze lange periode plaatsvinden (pensio- nering en nog een relatief actieve periode versus een periode van aftakeling waarin bijvoorbeeld niet meer zelfstandig gewoond kan worden).

24

1.4 • Gezond ouder worden gedurende de levensloop

Per levensfase en per doel in het kader waarvan je als gezondheidsprofessi- onal een bijdrage kunt leveren aan healthy ageing, heb je uitgebreidere of minder uitgebreide indelingen nodig om ondersteuning te kunnen bieden die bij de levensfase past. Een jeugdverpleegkundige die werkzaam is bij een consultatiebureau, heeft bijvoorbeeld een gedetailleerdere indeling van de zuigelingenfase nodig om in te schatten of de groei en ontwikkeling goed verlopen. Voor deze doeleinden worden gedetailleerde groeigrafieken en gewichtscurven opgesteld om bijvoorbeeld in te schatten of de baby vol- doende voeding binnenkrijgt. Een ander voorbeeld is een professional die voor oudere mensen een gezondheidsbevorderende interventie op wil stel- len. Voor deze professional is het verstandig om informatie te zoeken over de ontwikkelingen die in de ouderdom plaatsvinden. Een voorbeeld van derge- lijke informatie staat in tabel 1.3.

D e e l 1

Tabel 1.3 Ontwikkelingen die oudere mensen mee kunnen maken (vertaald en aangepast uit Lim, Schneider en Janicke, 2014)

Domein

Gebied

Overwegingen voor het opstellen van gezondheids­ bevorderende interventies Toegenomen levensverwachting met vergrijzing van de bevolking in westerse samenlevingen. Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen. De levensverwachting is afhankelijk van onder meer de sociale status, de etniciteit en de nationaliteit. Afname van het gewicht van de hersenen en neuronen versnelt na het 60e levensjaar. Het autonome zenuw- stelsel werkt steeds inefficiënter. De vijf zintuigen (sensorisch zenuwstelsel) gaan achteruit, wat gepaard gaat met beperkingen (bijvoorbeeld een afname van sociale activiteiten als het gehoor achteruitgaat) en een toename van ongelukken. Hartslag minder krachtig, wat zich vertaalt in een verminderde bloedcirculatie en hartfalen; de long­ capaciteit kan met de helft verminderen, wat resulteert in minder zuurstofaanbod aan de organen. Verminderde behoefte aan slaap. Vroeger naar bed en vroeger opstaan. Slaapproblemen komen vaker voor. Verminderde opname van voedingsstoffen die de botten en het immuunsysteem ondersteunen. Minder beweging waardoor vermindering van de fysieke prestaties, het functioneren van de hersenen en de zelfwaardering. Ernstige ziekten treden vaker op, verminderd sociaal netwerk. Hangt af van onder andere de sociaal-economische status en de etniciteit.

Fysiek functioneren

Levens­ verwachting

Zenuwstelsel

Cardiovasculair systeem

Immuun systeem Effectiviteit van het immuunsysteem daalt. Slaap

Voeding en beweging

Ziekte en (chronische) zorg

25

1 • Healthy ageing gedurende de levensloop

Domein

Gebied

Overwegingen voor het opstellen van gezondheids­ bevorderende interventies

Cognitief functioneren

Geheugen Geheugenproblemen treden vaker op; moeite met herinneren, waarbij het impliciete (onbewuste) geheu- gen beter blijft werken dan het expliciete geheugen (dat wat men na kan vertellen). Dementie treedt vaker op. Taalverwerking Begrip vermindert nauwelijks, maar problemen met het zich herinneren of gebruiken van specifieke woorden kunnen optreden. Wijsheid Toename van praktische kennis en het toepassen van kennis om het leven te verbeteren neemt bij sommige ouderen toe.

Cognitieve achteruitgang

Cognitieve prestaties verminderen. Mentaal actief leven voorspelt cognitieve prestaties. Omgaan met sterfelijkheid is belangrijk, inclusief of het leven als volledig wordt beschouwd en er tevredenheid over het leven is (ego-integriteit wordt in dat geval ervaren). Wanhoop kan ook optreden bij gebrek aan waargenomen betekenis en bij ervaren achteruitgang. Maximaliseren van positieve gevoelens en verminderen van negatieve gevoelens.

Sociaal-emotioneel

Identiteit

functioneren

Gevoel en mentale veerkracht

Persoonlijkheid Vaste persoonlijkheid bestaande uit verscheidene facetten. Verandering in sommige eigenschappen: vriendelijker ( agreeableness ), strengere selectie in de omgang met anderen (‘niet meer met iedereen’), grotere acceptatie van verandering. Spiritualiteit en religie Sommigen juist meer en anderen juist minder spiritueel georiënteerd. Toename van spiritualiteit wordt geasso­ cieerd met fysieke en psychologische voordelen en bespoedigt sociale betrokkenheid.

Controle/ afhankelijkheid

Sociale context bepalend in de mate waarin hulpbehoe- vendheid het welzijn ondersteunt of ondermijnt. Overmatige afhankelijkheid zou moeten worden vermeden. Sociale cirkel wordt kleiner. Vriendschappen zijn belangrijk voor gezelschap, het omgaan met verlies en voor de relatie met de gemeenschap. Verlies van partner overkomt een derde van de ouderen (vaker vrouwen). De meesten blijven erna alleenwonend.

Sociale steun en verlies partner

26

1.5 • Conclusie

Als de gezondheidsprofessional in kwestie bijvoorbeeld beweging en voeding wil bevorderen, is het belangrijk te weten wat gezond is voor ouderen (bij- voorbeeld voeding die de botten en het immuunsysteem ondersteunt) en wellicht om de beïnvloeding tevens te richten op het bevorderen van interac- tie tussen ouderen (het versterken van wat in de tabel ‘sociaal-emotioneel functioneren’ wordt genoemd). Naarmate de levensjaren vorderen, blijken steeds meer ‘idiosyncratische’ factoren (unieke kenmerken van de persoon en de omgeving waarin hij of zij opgroeit) een rol te spelen. Zowel fysieke als psychosociale groei of aftakeling is in de latere fasen meer afhankelijk van de specifieke levensloop. Een voor- beeld is dat de rug van een verhuizer of bouwvakker doorgaans eerder versle- ten is dan die van een kantoormedewerker. Healthy ageing houdt voor deze personen dan ook verschillende taken in: de verhuizer dient zo veel mogelijk op zijn werkhouding te letten en voldoende rust te nemen, terwijl een kan- toormedewerker wellicht geholpen kan worden met het voorzien in zijn behoefte aan voldoende beweging. Naast levensfasen kunnen levensgebeurtenissen een rol spelen bij healthy ageing. De geboorte van een kind, een echtscheiding, het overlijden van een partner, werkloosheid, een ongeluk of chronische ziekte kan grote invloed hebben op de mate waarin healthy ageing ervaren wordt. Door levensgebeur- tenissen in acht te nemen kunnen professionals gesignaleerde gezondheids- problemen en risico’s beter inschatten en kan zo nodig preventieve of cura- tieve ondersteuning geboden worden. Het leven van mensen kan beschouwd worden als een aaneenschakeling van levensfasen en levensgebeurtenissen. Elke gebeurtenis of situatie kan in de context van de levensfase betekenis krijgen. Centraal in deze benadering staat dat elke fase gepaard gaat met uitdagingen en dat in elke fase verandering en aanpassing nodig zijn om gezond oud(er) te worden. Soms komen mensen hier zelf uit, maar soms kunnen ze wat hulp gebruiken. Waar mogelijk kan de zelfregie versterkt worden en waar dat niet mogelijk is, zullen professionals hulp moeten bieden. Hoe help je mensen met verandering om te gaan? Hoe kun je de gezondheid bevorderen? In het volgende hoofdstuk staat dit onder- werp centraal. Conclusie

D e e l 1

1.5

27

Made with FlippingBook Online newsletter