Gerda van Straten, Margot Scholte en Ard Sprinkhuizen - Dichterbij de basis

1.1  methodisch werken

helpen ontwikkelen, krijgt ze meer toekomstperspectief. Via een inloopspreek- uur van het welzijnswerk komt Nancy in contact met Opmaat, een buurtvoor- ziening waar professionals en vrijwilligers ontmoeting en ondersteuning bieden. Hier kan ze een paar keer per week terecht om alle kwesties die spelen door te spreken en te leren oplossen. Zo krijgt ze hulp van een vrijwilliger die haar helpt om stap voor stap haar financiële administratie op orde te krijgen. Een sociaal werker helpt Nancy met de schulden en stimuleert haar weer contact met haar pleegouders te zoeken en andere steunende contacten te leggen. Ook doet Nan- cy een cursus computervaardigheden die bij Opmaat gegeven wordt. Ze leert in deze cursus ook hoe ze moet solliciteren. Nancy wordt uitgenodigd om zelf vrij- williger te worden bij een activiteit. Omdat ze van koken houdt, gaat ze helpen bij de eetgroep. Uiteindelijk gaat Nancy met financiële steun van haar pleegouders weer terug naar school. Ze gaat de opleiding Voeding en horeca doen. Methodisch werken Nancy is door het sociaal werk geholpen op een manier die haar sterker heeft gemaakt. Ze heeft in en door de activiteiten bij Opmaat een steunend sociaal verband gevonden waarbinnen ze zich kan ontwikkelen. Ze worstelt niet meer in haar eentje met de problemen van het dagelijks leven. Met de juiste steun lukt het haar zich staande te houden in de maatschappij en een toekomst op te bouwen. Ten slotte heeft ze ontdekt dat ze ook iets te bieden heeft aan anderen. Dit is de kern van waar het in het sociaal werk om gaat: mensen in hun sociale omgeving sterker maken door hen toegang te laten krijgen tot persoonlijke, so- ciale en maatschappelijke hulpbronnen (zie paragraaf 1.2). Methodisch werken biedt sociaal werkers handvatten ommensen te ondersteu- nen op een manier die hen vaardiger maakt in het oplossen van hun problemen en in het ontdekken en realiseren van hun mogelijkheden. Anderzijds biedt het handvatten om de omstandigheden waarin mensen verkeren te benoemen en aan te kaarten bij verantwoordelijke instanties, en ze zo mogelijk positief te beïnvloeden. Om dit te kunnen doen, moet je inzicht krijgen in de welzijnsbe- hoeften van de mensen voor wie je werkt en in de (on)mogelijkheden die de maatschappij biedt om mensen tot groei en ontwikkeling te laten komen. Om de behoeften van mensen te kunnen peilen, is direct contact met hen nodig. Een betrokken houding maakt het mogelijk hun leefomgeving te leren kennen en toegang tot hen te krijgen. Daarnaast moet je de lokale mogelijkheden ken- nen en leren beïnvloeden om deze zo aan te wenden dat de mensen voor wie je werkt er hun voordeel mee kunnen doen. Trek aan de bel als sprake is van belemmeringen door wet- en regelgeving of door niet goed functionerende in- stanties. Dit hoort bij de signaleringstaak van sociaal werk. Uiteindelijk gaat

1.1

17

Made with