Gerda van Straten, Margot Scholte en Ard Sprinkhuizen - Dichterbij de basis

dichterbij de basis

In de tekst zullen we steeds over ‘hij’ spreken als we het over de sociaal werker hebben. We zijn ons ervan bewust dat de meeste sociaal werkers vrouwen zijn, maar hebben er toch voor gekozen de basisregels van de taal te volgen. Hierna zullen we voornamelijk spreken over de cliënt, ook als we het over meerdere leden van het cliëntsysteem hebben. Dat wordt dan uit de context duidelijk. Soms spreken we over de cliënt en zijn naasten, of betrokkene(n), om aan te geven dat één persoon primair onze aandacht heeft, maar dat we van daaruit ook met andere leden van het systeem te maken hebben. Met het begrip (cliëntsysteem) doelen we op alle direct betrokkenen en hun onderlinge verbanden. Ook zullen we in de teksten soms de term (wijk)bewoner of bur- ger gebruiken. Dit zal voornamelijk zijn wanneer mensen via derden onder de aandacht van het sociaal werk komen of wanneer een sociaal werker mensen aanspreekt zonder dat er direct al sprake is van een cliëntrelatie. Wanneer we aan de context van de hulp en ondersteuning refereren hebben we het niet alleen over betrokken personen, maar ook over de wijk of de buurt. Hierbij gaat het zowel over een stadse context als over een dorps- op het plat- teland. Aanwezige voorzieningen zullen daarbij in een dorps of plattelands- context een veel groter gebied bestrijken dan in een stad. Ook zullen niet alle voorzieningen nabij genoeg zijn om er gemakkelijk gebruik van te maken. Dit vergt creativiteit van sociaal werkers en maakt soms ook dat er andere keuzen gemaakt zullen moeten worden.

14

Made with