Marinel Gerritsen en Marie-Thérèse Claes - Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief

Marinel Gerritsen en Marie-Thérèse Claes Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief

Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief

In intercultural communication, what matters is not what you show, but how it is seen, and not what you say, but how you are heard.

Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief

Marinel Gerritsen Radboud Universiteit Nijmegen

Marie-Thérèse Claes ICHEC Brussels Management School Université Catholique de Louvain Asian Institute of Technology (Bangkok)

Vierde, herziene druk

c u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

bussum 2017

Webondersteuning Docenten die dit boek voorschrijven kunnen via www.coutinho.nl de sleutel bij de oefeningen, extra oefeningen en PowerPoints bij ieder hoofdstuk aanvragen.

© 2002/2017 Uitgeverij Coutinho bv Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd ge- gevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektro- nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toe- gestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductie- rechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.stichting-pro.nl).

Eerste druk 2002 Vierde, herziene druk 2017

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: Bart van den Tooren, Amsterdam

Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever. De personen op de foto’s komen niet in de tekst voor en hebben geen relatie met het- geen in de tekst wordt beschreven.

ISBN 978 90 469 0527 2 NUR 812

Voorwoord

Aan het einde van de twintigste eeuw realiseerde men zich steeds meer dat goe- de kennis van een vreemde taal niet de enige voorwaarde is om er effectief in te kunnen communiceren en dat kennis van de cultuur en de communicatieve conventies van de culturen waar die taal gesproken wordt, een minstens zo be- langrijke factor is. De Nederlandse Taalunie ontdekte dat er hierover voor het Nederlandse taalgebied geen onderwijsmateriaal was en gaf ons de opdracht een cursus te ontwikkelen voor docenten Nederlands in het buitenland. Het doel van de cursus was studenten vertrouwd te maken met de Vlaamse en Nederlandse cultuur en communicatieve conventies in contrast met hun eigen cultuur. Toen onze cursus in 2000 gereedkwam, was Uitgeverij Coutinho bereid hem uit te ge- ven. Tot onze vreugde werd daarmee een veel grotere doelgroep bereikt dan wij ooit hadden voorzien. In de veertien jaren dat ons boek nu al op de markt is, wordt het in binnen- en buitenland gebruikt op universiteiten en hogescholen en bij cursussen interculturele communicatie van internationaal opererende organi- saties en organisaties die met lokale diversiteit te maken hebben. In de opeenvol- gende edities hebben wij steeds aanpassingen gedaan ommeer aan de behoeften van die verschillende doelgroepen te voldoen. Deze vierde druk verschilt in een aantal opzichten sterk van vorige drukken. ■■ Relevante nieuwe theorieën zijn verwerkt. In paragraaf 2.3.3.3 en 4.2.3.3 be- spreken we de waarde soberheid versus hedonisme ( restraint versus indul- gence ) en het effect ervan op sectoren van het leven als gezin, onderwijs en werk. In hoofdstuk 7 wordt besproken wat deze nieuwe waarde betekent voor intercultureel management en gaan we in op de resultaten van GLOBE, het Global Leadership and Organizational Behavior Effectiveness project (para- graaf 7.7). ■■ Er is een paragraaf toegevoegd over de consequenties van cultuurverschillen in waarden in interculturele communicatie (paragraaf 2.6). ■■ Er wordt meer aandacht besteed aan interculturele communicatie met mi- granten dan in vorige edities. Waar mogelijk is in hoofdstuk 2 cijfermateriaal van de waarden van bewoners van migrantenlanden als Syrië, Irak en Afgha- nistan toegevoegd. In hoofdstuk 6 zijn paragrafen toegevoegd over cultuur- aanpassing van langetermijnmigranten zoals vluchtelingen (paragraaf 6.2.2) en gaan we in op de kenmerken van migrant en communicatiepartners in het gastland die een succesvol verblijf van de migrant bevorderen (paragraaf 6.3). ■■ In hoofdstuk 7 is een paragraaf over bedrijfscultuur toegevoegd (paragraaf 7.6). ■■ De didactische aanpak van de paragrafen waarin we de waarden (paragraaf 2.3) bespreken, zijn volgens hetzelfde stramien opgezet: bewustwordingsoe-

fening, uitleg van de waarde, overzicht van de geografische spreiding van de waarde, overzicht van de consequenties van de waarde voor algemene nor- men, familie, onderwijs en werk, oefeningen om na te gaan of de theoretische stof verwerkt is en in de praktijk toegepast kan worden. ■■ De bespreking van context (paragraaf 3.3) is volgens hetzelfde stramien als de behandeling van waarden opgezet. ■■ Literatuurverwijzingen, oefeningen en cijfermateriaal zijn geactualiseerd. ■■ De lay-out is overzichtelijker gemaakt. ■■ Er is meer illustratief beeldmateriaal toegevoegd. ■■ Extra oefeningen met mogelijke antwoorden voor de hoofdstukken 4, 5 en 7 zijn toegevoegd en kunnen door docenten aangevraagd worden via www. coutinho.nl. ■■ De PowerPointpresentaties zijn volledig geactualiseerd en op één lijn ge- bracht met deze herziene druk. Ook deze presentaties kunnen door docenten aangevraagd worden via www.coutinho.nl. Aan deze herziening is intensief samengewerkt door een Belgische en een Neder- landse. We hebben de cultuurkloof over het algemeen goed kunnen overbruggen, maar de voornaamwoordelijke aanduiding bezorgde ons soms hoofdbrekens. Alle twee wilden we liever niet het persoonlijk voornaamwoord hij gebruiken op plaatsen waar met dat hij ook naar vrouwen werd verwezen. Maar omdat het gebruik van hij of zij de aandacht van de inhoud zou afleiden en de tekst nodeloos ingewikkeld zou maken, hebben we er toch voor gekozen alleen hij te gebruiken. Bij het gebruik van u en jij lag de kwestie aanvankelijk ingewikkeld. Waar de au- teur uit België consequent de lezer met u aansprak, gebruikte de Nederlandse auteur jij en je . Na lang overleg is besloten het boek in de je/jij-vorm te schrijven. Wij hopen dat ons boek een bijdrage levert aan de bewustwording van verschil- len en overeenkomsten tussen culturen, de communicatieve consequenties daar- van, de synergie die uit de verschillen te halen is en de ontwikkeling van intercul- turele communicatieve competentie. Wij danken de medewerkers van Uitgeverij Coutinho – met name uitgever Wou- ter Nalis, bureauredacteur Marijn Meijer, vormgevers Sjoukje Rienks en Simone Baddou en marketeer Andrea Verbeek – voor de prettige samenwerking en stu- denten en collega’s voor hun vele nuttige aanvullingen en op- en aanmerkingen. Uiteraard houden we ons aanbevolen voor nieuw commentaar.

Marinel Gerritsen, Utrecht/Nijmegen Marie-Thérèse Claes, Brussel/Bangkok November 2016

Inhoud

Inleiding

11

1

Interculturele communicatie

13

1.1 Inleiding

13 13 29 40

1.2 Cultuur met een kleine c 1.3 Wat is communicatie?

1.4 Wat is interculturele communicatie?

2

Culturen categoriseren: basiswaarden

43

2.1 Inleiding

43 46 52 53 55 55 61 67 70 73 75 76 81 86 90 90 93 98

2.2 Cultuurspecialisten

2.3 Basiswaarden

2.3.1 Wat is de natuur van de mens? 2.3.2 Wat is de relatie van mens tot mens?

2.3.2.1 Collectivisme versus individualisme

2.3.2.2 Machtafstand

2.3.2.3 Particularisme versus universalisme 2.3.2.4 Neutraal versus emotioneel 2.3.2.5 Prestatie versus toeschrijving 2.3.3.1 Feminiteit versus masculiniteit 2.3.3.2 Onzekerheidsvermijding 2.3.3.3 Hedonisme versus soberheid 2.3.3 Wat is de drijfveer van het menselijk handelen?

2.3.4 Welke opvattingen heeft de mens over de ruimte om zich heen?

2.3.4.1 Persoonlijke ruimte 2.3.4.2 Privéterritorium 2.3.4.3 Specifiek versus diffuus

2.3.5 Welke tijdsoriëntatie heeft de mens?

101 101

2.3.5.1 Monochronie versus polychronie 2.3.5.2 Verleden, heden en toekomst 105 2.3.5.3 Kortetermijngerichtheid versus langetermijngerichtheid 107 2.3.6 Wat is de relatie van de mens tot de natuur en het bovennatuurlijke? 112

2.4 Interactie van waarden: godsdienst, organisatiestructuur, motivatie en conflicten 2.5 Relativering van het cultuurvergelijkend onderzoek

115 121 122

2.6 Cultuurverschillen in interculturele communicatie

3

Cultuur en communicatie

125

3.1 Inleiding

125 125 127 133 135 138 138 142 154 156 162 171 172 172 172 172 173 174 176 176 177 177 178 180 182 184 186 187 188 171

3.2 Communicatie

3.2.1 Verbale communicatie

3.2.1.1 Sapir-Whorf

3.2.1.2 Verbale non-vocale communicatie

3.2.2 Non-verbale communicatie

3.2.2.1 Non-verbale vocale communicatie 3.2.2.2 Non-verbale non-vocale communicatie 3.2.2.3 Interculturele misverstanden bij non-verbale communicatie

3.3 De context van de communicatie

3.4 Cultuurverschillen in het gebruik van communicatie-elementen

4

Overeenkomsten en verschillen tussen Nederland, Vlaanderen en Europese culturen

4.1 Inleiding

4.2 Buren met verschillende culturen 4.2.1 Wat is de natuur van de mens?

4.2.2 Wat is de relatie van mens tot mens?

4.2.2.1 Collectivisme versus individualisme

4.2.2.2 Machtafstand

4.2.2.3 Particularisme versus universalisme 4.2.2.4 Neutraal versus emotioneel 4.2.2.5 Prestatie versus toeschrijving 4.2.3.1 Femininiteit versus masculiniteit 4.2.3.2 Onzekerheidsvermijding 4.2.3.3 Hedonisme versus soberheid 4.2.3 Wat is de drijfveer van het menselijk handelen?

4.2.4 Welke opvattingen heeft de mens over de ruimte om zich heen?

4.2.5 Welke tijdsoriëntatie heeft de mens?

4.2.6 Wat is de relatie van de mens tot de natuur en het bovennatuurlijke?

4.2.7 Context

4.2.8 Samenvatting verschillen in waarden Nederland en Vlaanderen

4.3 Nederland, Vlaanderen en Europese culturen

192 194 201 205 210 217 222

4.3.1 Angelsaksische culturen 4.3.2 Duitssprekende culturen 4.3.3 Noordse culturen 4.3.4 Romaanse culturen 4.3.5 Slavische culturen

4.3.6 Turkije

5

Overeenkomsten en verschillen tussen Nederland, Vlaanderen en de culturen van het Midden-Oosten, Azië en Afrika

227

5.1 Inleiding

227 228 233 242

5.2 Midden-Oosten 5.3 Aziatische culturen 5.4 Afrikaanse culturen

6

Omgaan met cultuurverschillen

251

6.1 Inleiding

251 252 252 256 261 261 264 265 266 269 269 269 271 276 278 280 282 284 269

6.2 Patronen van aanpassing

6.2.1 Kortetermijnmigranten 6.2.2 Langetermijnmigranten

6.3 Wat draagt bij tot een succesvol verblijf in het gastland?

6.3.1 Kenmerken van de migrant

6.3.2 Kenmerken van de communicatiepartners in het gastland 6.3.3 Het effect van contact tussen bewoners gastland en migrant

6.4 Grenzen trekken

7

Intercultureel management

7.1 Inleiding

7.2 Humanresourcesmanagement (HRM)

7.2.1 Personeelswerving

7.2.2 Motivatie

7.2.3 Beoordeling en feedback

7.2.4 Beloning

7.2.5 Loopbaanbegeleiding

7.3 Onderhandeling 7.4 Conflicthantering

7.5 Bedrijfsethiek en maatschappelijk verantwoord ondernemen

286 291 292

7.6 Bedrijfscultuur 7.7 Leiderschap

Appendix Indexen voor de basiswaarden van Hofstede

301

Illustratieverantwoording

305

Literatuur

307

Personenregister

319

Zakenregister

321

Inleiding

Cultuur en communicatie zijn nauw met elkaar verweven. Edward T. Hall (1959), een van de grondleggers van het onderzoek naar cultuurverschillen in communicatie, stelt: ‘Cultuur is communicatie en communicatie is cultuur.’ Zo- als culturen van elkaar verschillen in normen en waarden, verschillen ze ook in wijze van communiceren. In dit boek geven wij een overzicht van theorieën over cultuurverschillen, van de communicatieve consequenties die deze verschillen kunnen hebben en van verbale en non-verbale communicatie-elementen waarvan de betekenis van cul- tuur tot cultuur kan variëren. Deze cultuurverschillen in communicatie worden beschreven vanuit het perspectief van de Nederlandse en Belgisch-Vlaamse cul- tuur. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de verschillen en overeenkomsten tussen deze landen, die wel dezelfde taal hebben maar niet dezelfde cultuur. De Nederlandse en Vlaamse culturen vergelijken wij systematisch met Europese culturen binnen en buiten Europa en met Aziatische, Arabische en Afrikaanse culturen. Dit doen we aan de hand van een model van zestien waarden dat is ge- baseerd op de zes basiswaarden van Kluckhohn en Strodtbeck. Daarnaast geven wij aan hoe je Interculturele Communicatieve Competentie kunt ontwikkelen en welke mogelijkheden er zijn om met verschillende culturen om te gaan in je privé- en professionele leven. Door talrijke oefeningen en voorbeelden wordt de lezer niet alleen bewust ge- maakt van de eigen cultuur, maar ook van de problemen die zich in interculturele communicatie kunnen voordoen en van de synergie die uit samenwerking met mensen uit verschillende culturen kan ontstaan. Voor wie is dit boek bedoeld? Dit boek is bestemd voor iedereen die in zijn opleiding of beroep te maken heeft met mensen uit andere culturen. Internationaal opererende organisaties en or- ganisaties die met lokale diversiteit te maken hebben, vinden er de informatie in die ze nodig hebben om het communicatieve gedrag van andere culturen beter te begrijpen, zelf effectiever intercultureel te communiceren en samen te werken met of leiding te geven aan mensen uit verschillende culturen. Docenten en stu- denten Nederlands in het buitenland kunnen dit boek gebruiken om hun kennis over de Nederlandse en Vlaamse cultuur en communicatieve conventies – en de

11

Culturele waarden en communicatie in internationaal perspectief

verschillen ertussen – te verdiepen en het inzicht in de eigen cultuur in contrast met de Nederlandse en Vlaamse te vergroten.

Hoe is dit boek opgebouwd? In hoofdstuk 1 worden de begrippen cultuur, communicatie en interculturele communicatie behandeld en geïllustreerd. Hoofdstuk 2 gaat eerst in op de theo- rieën en methoden van onderzoek van de meest invloedrijke cultuurspecialisten. Vervolgens worden zestien waarden en de communicatieve consequenties ervan besproken. In hoofdstuk 3 bespreken we verschillen tussen culturen in verbale en non-verbale communicatie, met aandacht voor onder andere de Sapir-Whorf- hypothese, de contexttheorie van Hall en de beleefdheidstheorie van Levinson. Hoofdstuk 4 behandelt de verschillen en overeenkomsten in waarden tussen Ne- derland en Vlaanderen en contrasteert de Nederlandse en Vlaamse culturen met Europese culturen. In hoofdstuk 5 contrasteren we de Nederlandse en Vlaamse culturen met de culturen van het Midden-Oosten en met Aziatische en Afrikaan- se culturen. Hoofdstuk 6 behandelt patronen van aanpassing bij kortetermijn- en langetermijnmigranten en aspecten die bijdragen aan een succesvol verblijf in het buitenland. In hoofdstuk 7 gaan we ten slotte in op intercultureel management. We behandelen cultuurverschillen in humanresourcesmanagement, onderhan- delingen, conflicthantering, bedrijfsethiek, bedrijfscultuur en leiderschap.

12

1.2  Cultuur met een kleine c

1 Interculturele communicatie

1.1

Inleiding

De manier waarop de mens communiceert en communicatieve handelingen inter- preteert, wordt bepaald door zijn culturele achtergrond. Als je gewend bent be- groet te worden met ‘Goedemorgen’ maar begroet wordt met ‘Hoi’, ervaar je dat misschien als ongepast. Verschillen tussen culturen kunnen leiden tot verrijking, doordat ze je bewust maken van andere perspectieven. Maar er kunnen ook mis- verstanden door ontstaan. In dit boek willen we je bewust maken van je eigen cul- tuur en de verschillen en overeenkomsten met andere culturen, zodat je misver- standen kunt voorkomen en de verschillen kunt gebruiken om synergie te creëren. Het doel van dit eerste hoofdstuk is de lezer inzicht te geven in wat het vak- gebied interculturele communicatie inhoudt. We gaan eerst in op de twee onder- delen waaruit interculturele communicatie bestaat: cultuur en communicatie. In paragraaf 1.2 behandelen we het begrip cultuur en demonstreren we aan de hand van voorbeelden en oefeningen wat men verstaat onder cultuur in de antropolo- gische betekenis van de term. Paragraaf 1.3 gaat over het begrip communicatie. Aan de hand van een vergelijking van verschillende communicatiemodellen, la- ten we zien dat men in het onderzoeksveld steeds meer oog heeft gekregen voor de rol van cultuur in communicatie. We beschrijven tien aspecten van commu- nicatie die cultuurgebonden zijn en we demonstreren aan de hand van voorbeel- den en oefeningen dat er misverstanden kunnen ontstaan als mensen uit ver- schillende culturen met elkaar communiceren. In paragraaf 1.4 definiëren we ten slotte het begrip interculturele communicatie.

1.2

Cultuur met een kleine c

Als je het hebt over de cultuur van een land, bedoel je meestal Cultuur met een grote C: beschaving. Of beter gezegd, de vruchten van die beschaving: schilder- kunst, literatuur, muziek, theater, dans, architectuur, enzovoort. Voor Nederland zijn dat bijvoorbeeld beroemde schilders als Rembrandt, schrijvers als Vondel,

13

1 Interculturele communicatie

architecten als Rietveld en perioden van bloei als de Nederlandse Gouden Eeuw. Voor België zijn het schilders als Pieter Brueghel, schrijvers als Hugo Claus, de architectuur van de GroteMarkt in Brussel, en de vijftiende eeuw, de periode van de Vlaamse Primitieven. In de antropologie en de sociologie wordt het begrip cultuur echter in een an- dere betekenis gebruikt, de betekenis die wij ‘cultuur met een kleine c’ noemen. Antropologen en sociologen hebben talrijke definities van cultuur geformuleerd. Hofstede en Hofstede (2005: 19) definiëren cultuur bijvoorbeeld als ‘de collec- tieve mentale programmering die de leden van één groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere’. De beroemde cultuurspecialist Geertz (1973) beschrijft cultuur als een systeem waarin de leden dezelfde betekenis hechten aan woorden, communicatieve handelingen, symbolen, enzovoort. Cultuur in deze zin omvat niet alleen activiteiten waarvan men denkt dat ze de geestelijke beschaving bevorderen, maar ook gewone en alledaagse zaken: wat je wanneer met wie eet en drinkt, de wijze waarop je gevoelens uit, welke fysieke afstand je het liefst tot je gesprekspartner bewaart, wat je wel en wat je niet in een bepaalde situatie mag doen. Cultuur met een kleine c uit zich uiteraard in Cultuur met een grote C. De architectuur van woonhuizen is bijvoorbeeld een reflectie van de wijze waarop mensen hun leven het liefste inrichten. Zo heb- ben woningen in culturen met een strikte scheiding tussen mensen van de eigen groep (uitgebreide familie) en anderen, bijvoorbeeld Arabische culturen, een aparte ontvangstkamer vlak naast de entree van het huis. Deze is bedoeld voor buitenstaanders; die worden niet toegelaten in de rest van de woning.

Oefening 1.1  Cultuur en cultuur van Nederland en Vlaanderen

Vul in wat je weet over de Cultuur en cultuur van Nederland en Vlaanderen. Kom je uit een andere cultuur dan de Nederlandse of de Vlaamse? Geef de antwoorden dan ook voor je eigen cultuur.

Cultuur met een grote C

Nederland

Vlaanderen

schilders

schrijvers

helden

steden

pers en televisie

14

1.2  Cultuur met een kleine c

cultuur met een kleine c eten en drinken: wat, wanneer, hoe laat

Nederland

Vlaanderen

hoe men zich verplaatst

vrije tijd: sport, vakantie, lezen

kleding

hoe men woont

familie en vrienden

hoe men met elkaar omgaat: groeten, formaliteit

hoe men zijn verjaardag viert

hoe men een geboorte viert

In de mentale programmering van de mens kunnen we drie niveaus onderschei- den: de menselijke natuur, cultuur en persoonlijkheid. Ze worden weleens in de vorm van een driehoek voorgesteld (zie figuur 1.1). De verschillende niveaus lichten we hierna toe.

aangeboren, aangeleerd

individu

persoonlijkheid

specifiek voor een groep

aangeleerd

cultuur

universeel

aangeboren

menselijke natuur

Figuur 1.1 Drie niveaus van mentale programmering (Hofstede en Hofstede, 2005: 20)

15

1 Interculturele communicatie

1 Menselijke natuur Met de menselijke natuur wordt alles bedoeld wat de mens is aangeboren, bij- voorbeeld dat kinderen zes weken na hun geboorte gaan glimlachen, en dat de mens een overlevingsdrang heeft en daarom eet, drinkt en bescherming zoekt. In de sociologie gebruikt men hiervoor de term nature. 2 Cultuur Met cultuur wordt verwezen naar de regels en wetten die een groep mensen no- dig heeft om voort te bestaan. Bijvoorbeeld wat we wanneer en met wie eten en drinken, hoe we iemand begroeten, wie beslissingen neemt, hoe het erfrecht geregeld is, wie aan wie belastingen betaalt en wat belangrijke kennis en vaardig- heden zijn. Zodra de mens in een groep leeft – wat doorgaans het geval is – moet hij zich aanpassen aan die regels. Al die regels vormen cultuur met een kleine c. In de sociologie wordt dit aangeduid met de term nurture. Cultuur is aangeleerd. Een groep mensen wordt als het ware getraind om zich op een bepaalde manier te gedragen. Hofstede en Hofstede noemen dat menta- le programmering. Die gebeurt in de sociale omgeving waarin we opgroeien en onze levenservaring opdoen. Ze begint in het gezin, wordt voortgezet op straat, op school, in jeugdgroepen, op het werk en in de woongemeenschap. Vroeger dacht men dat cultuur aangeboren was, omdat alle leden van een bepaalde cul- tuur al zo lang de voor die cultuur specifieke kenmerken hadden. Dat komt door- dat cultuur door ouders en grootouders aan kinderen wordt doorgegeven; ze worden ermee opgevoed. Zo leren kinderen in Afrika rouw te verwerken door te dansen en in Europa door stil en teruggetrokken te zijn. Een aanwijzing dat cultuur niet erfelijk is, is dat een kind dat op jonge leeftijd wordt geadopteerd door mensen uit een andere cultuur dan waarin het geboren is, zich moeiteloos de cultuur van de adoptieouders eigen maakt. Dat strekt zich zelfs uit tot uiterlijke kenmerken. Van een eeneiige, uit Indonesische ouders ge- boren meisjestweeling leefde er één haar leven lang bij haar natuurlijke ouders in Indonesië. De ander werd meteen na de geboorte geadopteerd door een Ne- derlandse familie in Nederland. De onderzoeker die de zusters twintig jaar later bij elkaar bracht, vond dat ze uiterlijk weliswaar nog steeds als twee druppels water op elkaar leken. Maar hij bespeurde ook dat de vrouw die in Indonesië was gebleven als Indonesische overkwam en degene die naar Europa was gegaan als Europese. Ze hadden de manier van doen, bewegen, kijken, spreken en commu- niceren overgenomen van de cultuur waarin ze waren opgegroeid. Recentelijk wordt eraan getwijfeld of cultuur wel helemaal is aangeleerd. Er zijn aanwijzingen dat genetische aspecten gedrag ook bepalen. Culturen waarin het belangrijk is om tot een groep te behoren – collectivistische culturen – hebben bijvoorbeeld een vorm van een gen dat niet voorkomt in individualistische cul- turen.

16

1.2  Cultuur met een kleine c

Men heeft lang aangenomen dat alleenmensen een cultuur kunnen hebben, maar de afgelopen decennia is steeds duidelijker geworden dat ook dieren groepsge- drag tonen dat kan worden toegeschreven aan het overnemen van gewoontes van elkaar. Zo zijn er makaken in Japan die van elkaar geleerd hebben in een warme bron te gaan zitten als het koud is. Andere makaken die onder dezelfde omstan- digheden leven, doen dat niet. 3 Persoonlijkheid van een individu De persoonlijkheid van een individu bestaat uit een aangeboren en een aange- leerd gedeelte. Aangeboren zijn persoonlijkheidskenmerken die genetisch be- paald zijn: de wijze van glimlachen, de manier van eten en praten, de dingen die je soms ook bij verwanten vindt: ‘dat heeft ie van z’n vader’. Aangeleerd zijn die persoonlijkheidskenmerken die je krijgt door persoonlijke ervaringen; je glim- lacht bijvoorbeeld omdat de ervaring je heeft geleerd dat je dan niet wordt ge- straft. Het is moeilijk precies aan te geven welk gedeelte van de persoonlijkheid nu aangeboren is (nature) en welk aangeleerd (nurture). Communicatie binnen de onderste laag, de menselijke natuur, leidt op zich niet tot problemen. We delen immers allemaal diezelfde natuur. Iedereen begrijpt dat een peuter nog geen volledige zinnen kan maken en dat een 90-jarige doof kan zijn, en past zijn gedrag daarop aan. Hetzelfde geldt voor communicatie binnen de bovenste laag, de persoonlijkheid. Persoonlijkheidstypes verschillen van mens tot mens. In het contact met ande- ren houdt men daar rekening mee. Sommige persoonlijkheidstypes mag je wel en andere niet. Dat is meestal in heel korte tijd duidelijk en je past je leven erop aan. Je vermijdt de mensen met persoonlijkheidstypes die je niet mag, of je pro- beert er het beste van te maken. Communicatie in de middelste laag ligt vaak lastiger. Van sommige zaken weet je dat mensen uit andere culturen er anders mee omgaan dan je gewend bent, bij- voorbeeld de viering van verjaardagen of Nieuwjaar. Als hierover miscommuni- catie ontstaat, is het probleem meestal bespreekbaar en kan het vrij snel worden opgelost. Maar er kunnen ook problemen ontstaan die minder makkelijk te dui- den zijn, wat kan leiden tot gedachten als ‘Hij kijkt me niet aan bij het spreken’, ‘Ze bood me niet eens een kopje koffie of thee aan toen ik op bezoek kwam’, of ‘Ik dacht dat we vrienden waren, maar ze zei zomaar in het openbaar dat ze het niet met me eens was’.

17

1 Interculturele communicatie

Culturele verschillen manifesteren zich in vier verschillende aspecten: ■■ praktijken: wat we doen, hoe we iets doen; deze bestaan uit: •• symbolen •• helden •• rituelen ■■ waarden: waarom we iets doen Deze aspecten kunnen worden weergegeven in een ‘ui-diagram’ (zie figuur 1.2). Dit diagram vormt als het ware een uitvergroting van de middelste laag van figuur 1.1. Hoe meer een aspect aan de oppervlakte van dit diagram zit, des te opper- vlakkiger het is, des te makkelijker het waargenomen kan worden en des te mak- kelijker het door andere culturen kan worden overgenomen. Hierna lichten we eerst symbolen, helden en rituelen toe en daarna praktijken en waarden.

symbolen

helden

rituelen

waarden

praktijken

Figuur 1.2 Het ‘ui-diagram’: cultuuruitingen van oppervlakkig naar diep (Hofstede en Hofstede, 2005: 22)

Symbolen In de buitenste schil zitten de symbolen van een cultuur. Daartoe behoren uiter- aard zaken als de vlag en het wapen van een cultuur, maar ook kleding, gebaren, taalgebruik, voedsel, drank, enzovoort. Wil je tot een bepaalde cultuur behoren, dan is het overnemen van hun symbolen het eerste wat je kunt doen. Reclame- makers spelen daarop in: ze doen alsof je vanzelf bij de groep dynamische jonge- ren gaat horen als je Monster Energy drinkt en Nikes draagt.

18

1.2  Cultuur met een kleine c

Figuur 1.3 Symbolen: vlaggen, Nederlandse bitterballen en westerse zakenkleding

Oefening 1.2  De groet als symbool van de cultuur

1 Stel, je komt een docent van je op de gang tegen en je wil hem groeten. Wat zeg je dan? 2 Tabel 1.1 geeft een overzicht van de antwoorden die vijftig Nederlandse en vijftig Vlaamse studenten op deze vraag gaven. Beschrijf de verschillen tus- sen de Nederlandse en Vlaamse begroetingen. 3 Kom je uit een andere cultuur dan de Nederlandse of Vlaamse, hoe zou je de docent dan begroeten? Beschrijf in welke mate je antwoord verschilt van de Nederlanders en Vlamingen in tabel 1.1.

Tabel 1.1 De wijze waarop een student een docent begroet

Nederlanders

Vlamingen

hallo

35

4

goedemorgen, -middag

2 5 8 0

27 11

dag

hoi/hai

1 7

alleen een knikje

19

1 Interculturele communicatie

Helden Een cultuur onderscheidt zich ook van andere culturen in haar helden (zie figuur 1.2), de personen die voor mensen uit een bepaalde cultuur een lichtend voor- beeld zijn. Helden kunnen personen uit de geschiedenis van een cultuur zijn – voor Nederlanders bijvoorbeeld Willem van Oranje (de leider van de rebellie tegen Spanje) – maar ook hedendaagse personen zoals zangers, tv-presentatoren, sportmensen en zelfs stripfiguren (Kuifje).

Figuur 1.4 Helden: Zuid-Afrikaanse politicus Nelson Mandela, Britse popster David Bowie en Jamaicaanse hard­ loper Usain Bolt

Rituelen Een derde aspect waarin culturen van elkaar verschillen, is rituelen. Dat zijn han- delingen die rationeel gesproken niet strikt noodzakelijk zijn, maar die voor de leden van een cultuur essentieel zijn. Rituelen kunnen zowel religieus als seculier zijn. Rituelen van de ramadan, zoals overdag niet eten en drinken, vallen eronder, maar ook het vieren van verjaardagen, de Nederlandse Koningsdag op 27 april, het vieren van de Gulden Sporen Slag in Vlaanderen op 11 juli en de vergader- cultuur in Nederland (vergaderingen houden die niet strikt noodzakelijk zijn).

Figuur 1.5 Rituelen: vergaderen, het sinterklaasfeest en een oosterse theeceremonie

20

1.2  Cultuur met een kleine c

Oefening 1.3  Verjaardag

Onze vriend Pierre-Marie uit Kameroen is voor een heel kort bezoek in Ne- derland en heeft de zee nooit gezien. Ook al is het een koude avond en don- ker, hij wil absoluut dat natuurfenomeen eens van dichtbij ervaren voordat hij weer naar zijn land terugkeert. Omdat wij op loopafstand van de kust wonen, wandelen we met hem richting zee. Wij passeren een woonhuis waar de gordijnen open zijn. Het is duidelijk dat daarbinnen een verjaardag wordt gevierd: men zit in een kring, er zijn hapjes en drankjes op tafel, er branden kaarsjes. Pierre-Marie kijkt naar binnen, slaakt een zucht en zegt: ‘How awfully sad, somebody died.’ ( Kropman-de Koning, 2011)

Leg uit waardoor dit misverstand is ontstaan.

Praktijken De symbolen, helden en rituelen van een cultuur worden uitgedrukt in dat wat mensen doen: de zogenaamde praktijken (zie figuur 1.2). Het zijn de uiterlijke manifestaties van cultuur. Buitenstaanders die oog en oor voor culturele diver- siteit hebben, kunnen deze praktijken waarnemen en eruit afleiden wat de sym- bolen, helden en rituelen van een cultuur zijn en wat de verschillen zijn met de eigen cultuur. De volledige betekenis van wat in een cultuur in praktijken wordt uitgedrukt is meestal moeilijk voor een buitenstaander te bevatten. Ook al ben je bijvoorbeeld niet in een Arabische cultuur opgevoed, dan kun je best begrijpen dat iemand je schoenzool tonen daar een belediging is. Maar je kunt nauwelijks aanvoelen hoezeer dit symbool een Arabier krenkt. Dat Belgen bij voorkeur ach- ter in een taxi instappen en Nederlanders voorin, is maar een klein verschil in rituelen. Maar ook als je het verschil kent, kan het tot lichte wrevel leiden. Een Nederlandse taxichauffeur ervaart de Belg achterin als een lichte belediging: ‘Die arrogante Belg!’ Een Belgische taxichauffeur ervaart de Nederlandse passagier naast hem juist als onbeleefd, als iemand die zijn territorium binnendringt. Toch zullen de meeste problemen die ontstaan wanneer culturen met elkaar in contact komen, geen gevolg zijn van verschillen in praktijken. De symbolen, hel- den en rituelen van een cultuur kun je immers waarnemen en dus ook leren; bijvoorbeeld de taal, de geschiedenis, de manieren en gebruiken (hoe mensen elkaar groeten, hoe ze eten …), kortom het uiterlijke gedrag. Doordat je ze kunt waarnemen, kun je ze vaak ook bespreken en hoeven ze dus niet tot problemen te leiden.

21

1 Interculturele communicatie

De zichtbare aspecten van cultuur komen meestal aan de orde in populairweten- schappelijke boeken over een cultuur. Mooie voorbeelden van boeken over de Nederlandse cultuur zijn: De Bruin (2007), Elpers (2009), Enklaar (2007), Van der Horst (1996 a, b, 1998 a, b), Vossesteijn (1998, 2010). Birschel (2009), Cuey-na-Gael (1908), Stipriaan (1997) en White en Boucke (2010) geven prachtige beschrijvingen van Nederlanders vanuit het perspectief van buitenlanders. Bomans (1971), Ep- pink (1998, 2004), Gillaerts, Van Belle en Ravier (2002) en Verhulst (2004) schetsen de Vlaamse cultuur. De Smyter (2013), Droste (1993), Van Wijk (2012) en Wou- ters (2005, 2015) belichten verschillen tussen de Belgische en Nederlandse cultuur. Breukel en Van Eijck (1999) is een voorbeeld van een beschrijving van andere cul- turen vanuit het perspectief van de Nederlandse cultuur. Zie de literatuurlijst voor de volledige titelgegevens.

1/9 deel

symbolen, helden en rituelen

waarneembaar

niet waarneembaar

waarden en normen

8/9 deel

Figuur 1.6 Cultuur als drijvende ijsberg

Waarden Waarden zijn meer kenmerkend voor een cultuur dan de symbolen, helden en rituelen die in praktijken worden uitgedrukt. We zagen dat reeds in het ui-di- agram (figuur 1.2), waar de waarden de kern van cultuur vormden. Het verschil tussen symbolen, helden en rituelen enerzijds en waarden anderzijds, kan ook geïllustreerd worden aan de hand van een drijvende ijsberg (zie figuur 1.6). Het 1/9 deel van de ijsberg dat zichtbaar is, komt overeen met de symbolen, helden en rituelen. Deze vormen dus maar het topje van de ijsberg. Het 8/9 deel van de ijsberg dat onder water ligt, komt overeen met de waarden. Waarden bepalen wat

22

1.2  Cultuur met een kleine c

goed en wat niet goed is, wat mag en wat niet mag: het is de manier van denken en de visie op de wereld die bij de cultuur hoort. Omdat deze waarden onbe- wust én onzichtbaar zijn, leiden ze makkelijk tot misverstanden in interculturele communicatie. Waarden liggen omstreeks het tiende levensjaar vast. Dat komt doordat ze als het ware met de paplepel worden ingegoten, door ouders, familie en leerkrachten.

Oefening 1.4  Moet het of mag het niet?

Stel: je bent minister van Verkeer. Je oom is jurist, je nichtje secretaresse en je broer produceert straatlantaarns. Natuurlijk mag je als minister zelf bepalen wie je aanneemt. 1 Je hebt een secretaresse en een jurist in je kabinet nodig. Ga je je oom en je nichtje die banen geven? Beargumenteer je antwoord. 2 Ga je besluiten dat alle straatlampen vervangen moeten worden en geef je

je broer de opdracht? Beargumenteer je antwoord. 3 Bespreek je antwoorden met je medestudenten.

In sommige culturen is het strikt verboden en vindt men het zelfs immoreel om mensen uit je familiekring in dienst te nemen wanneer je een openbaar ambt be- kleedt. Men noemt dat nepotisme of vriendjespolitiek. In andere culturen vindt men het juist immoreel als je niet van de gelegenheid gebruikmaakt om leden van je familie een baan te bezorgen. Het is moeilijk de waarden van een cultuur te onderzoeken door te kijken wat de leden ervan feitelijk doen. Dat wat je doet, wordt immers ook bepaald door an- dere factoren. Je kunt milieubewust leven belangrijk vinden maar toch je papier, glas en batterijen niet apart inleveren, omdat je in een land verblijft waar het afval niet gescheiden wordt. Onderzoek naar waarden gebeurt daarom vaak door mid- del van geforceerde keuzes. Mensen krijgen een aantal alternatieven en moeten zeggen welke van de twee ze het meest wenselijk achten. Oefening 1.5 is hier een voorbeeld van. Oefening 1.5 laat zien hoezeer culturen van elkaar kunnen verschillen in waar- den. In hoofdstuk 2 gaan we dieper in op waarden en op de verschillen daarin tussen culturen.

23

1 Interculturele communicatie

Oefening 1.5  Verschillen in waarden

De baas vraagt aan zijn ondergeschikte of hij hem wil helpen bij het schilderen van zijn huis. De ondergeschikte voelt daar niet zoveel voor en bespreekt het met een collega. Er zijn twee antwoorden mogelijk: a De collega zegt: ‘Dat hoef je niet te doen als je daar geen zin in hebt. Hij is dan wel je baas, maar niet buiten het werk.’ b De collega zegt: ‘Ook al heb je er geen zin in, doe het toch maar. Hij is per slot van rekening je baas. Daar kun je ook buiten het werk niet aan voorbij- gaan.’ 1 Wat zou je zelf adviseren: a of b? 2 Vergelijk je antwoord met de antwoorden van je medestudenten en bear- gumenteer je keuze. 3 Kijk nu naar figuur 1.7. Hierin vind je de antwoorden van circa 15.000 men- sen uit het bedrijfsleven (middenkader en administratief personeel) van verschillende landen. De getallen geven het percentage mensen van een nationaliteit weer dat antwoord A gaf (dus: weigerde het huis van de baas te schilderen). Beschrijf de verschillen en ga na of jouw antwoord en de antwoorden van je medestudenten kloppen met de gegevens van Trompe- naars. Als dat niet zo is, bespreek dan hoe dat zou kunnen komen. Bron: Trompenaars en Hampden-Turner, 2013: 111-112 Er zijn veel groepen mensen die een collectieve mentale programmering hebben die hen onderscheidt van andere mensen. Daarom zijn er ook vele culturen. 1 Nationale culturen In de eerste plaats zijn er de nationale culturen , groepen mensen die bij elkaar horen omdat ze in één land wonen: Nederlanders, Duitsers, Belgen, Chinezen, Amerikanen, enzovoort. Maar staatsgrenzen vallen niet altijd samen met cul- tuurgrenzen. Ten eerste kunnen er binnen één land cultuurverschillen tussen regio’s zijn. In Nederland is er bijvoorbeeld een verschil tussen de mensen ten noorden van de grote rivieren en die ten zuiden ervan, en tussen mensen uit het noordoosten en Randstedelingen. Vaak is er binnen zo’n regio ook nog cultuurverschil tussen stad en platteland. Een stad als Amsterdam heeft bijvoorbeeld een andere cultuur dan plaatsen als Alkmaar of Volendam. Ten tweede kan eenzelfde cultuur zich aan beide zijden van een staatsgrens bevinden. Dat is bijvoorbeeld het geval met de Frans-Belgische staatsgrens. De Belgische nationale cultuur – zowel de Vlaamse als de Waalse – is in veel opzich- ten gelijk aan de Franse (zie hoofdstuk 4). Dit laat meteen zien dat cultuurgren-

24

1.2  Cultuur met een kleine c

China

32

Pakistan Portugal Hongkong Maleisië Spanje Japan Mexico Nieuw-Zeeland ailand Griekenland Cuba Saoedi-Arabië India Ethiopië Oostenrijk Zuid-Korea Egypte Bahrein Indonesië Singapore Kenia Venezuela Koeweit Nigeria Burkina Faso Nepal

40

41

46

47

52

53

58 58

63 63

65 65

66 66

67 67 67

69

70 70

71 71

72

73 73

74

Polen Israël

75

76 76

Rusland Uruguay Ierland Duitsland België Verenigde Staten Noorwegen Filippijnen Australië Oman Brazilië Verenigde Arabische Emiraten

77

78 78 78

80

82

83

83

84

85

86

Frankrijk Canada

87

88 88

Bulgarije Tsjechië Finland Hongarije Denemarken Groot-Brittannië

89 89 89 89 89

Zweden Nederland Zwitserland

90

91 91

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

Figuur 1.7 Percentage respondenten dat zou weigeren het huis te schilderen (Trompenaars en Hamp- den-Turner, 2013: 113)

25

1 Interculturele communicatie

zen ook niet altijd samenvallen met taalgrenzen. De Frans-Nederlandse taalgrens in België is bijvoorbeeld geen duidelijke cultuurgrens, hoe vreemd dat ook klinkt in het licht van de enorme taalstrijd die er in België is (geweest) (in hoofdstuk 4 gaan we daar verder op in). Nederlanders en Vlamingen spreken nagenoeg de- zelfde standaardtaal, maar qua cultuur verschillen ze enorm (ook hier komen we in hoofdstuk 4 op terug). Overigens zijn er nog talloze andere voorbeelden van mensen die nagenoeg dezelfde taal spreken, maar qua cultuur verschillen: En- gelssprekende landen (Amerika, Engeland, Australië, Nieuw-Zeeland), Spaans- sprekende landen (bijvoorbeeld Spanje en Zuid-Amerika) en Franssprekende landen (bijvoorbeeld Canada en Frankrijk). 2 Sociale culturen In de tweede plaats zijn er sociale culturen . Ten eerste vind je cultuurverschillen tussen migranten uit verschillende delen van de wereld die in één land samenle- ven. Hoewel opeenvolgende generaties migranten zich doorgaans steeds meer aanpassen aan de cultuur van het gastland, behouden zeker de eerste generaties de meeste aspecten van de cultuur van het land van herkomst. In hoofdstuk 6 gaan we daar dieper op in. Ten tweede vind je cultuurverschillen tussen sociale klassen, vrouwen en mannen, mensen van verschillende leeftijd en mensen met verschillende gods- diensten. Meestal interfereren deze verschillen met de al genoemde regiover- schillen. Zowel ten noorden als ten zuiden van de grote rivieren in Nederland behoren katholieken tot een andere cultuur dan protestanten, maar katholieken ten zuiden van de rivieren behoren toch ook tot een andere cultuur dan katholie- ken ten noorden ervan. Ten derde zijn er nog cultuurverschillen tussen allerlei ogenschijnlijk gelij- ke groepen: scholen, verenigingen, bedrijven, beroepsgroepen, gezinnen. Je hebt vast weleens ervaren dat het er in andere gezinnen anders aan toegaat dan in je eigen gezin. Dat is een van de redenen waarommensen soms moeite hebben met hun schoonfamilie. Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn dat er zelfs binnen kleine landen als Ne- derland en België vele culturen en daardoor ook vele mogelijke cultuurverschil- len zijn. Dit kan erg ingewikkeld lijken, maar je moet je realiseren dat de cultuur- verschillen binnen een land meestal lang niet zo groot zijn als die tussen landen: de Chinese cultuur verschilt meer van de Nederlandse cultuur dan de protestant- se cultuur van de Veluwe verschilt van de katholieke cultuur van Limburg. Dat komt onder andere doordat waarden zijn bestendigd door zaken die nationaal zijn vastgelegd: bestuursvorm, wetgeving, inhoud en vorm van het onderwijs, enzovoort. Toch is het belangrijk ook op cultuurverschillen binnen een land be- dacht te zijn. Als een cultuur sterk op je eigen cultuur lijkt, heb je de neiging te denken dat alles hetzelfde zal zijn en juist dan kun je grote misstappen maken.

26

1.2  Cultuur met een kleine c

Oefening 1.6  Je eigen cultuur

1 Wat is volgens jou je nationaliteit en waarom? 2 Tot welke van de onderstaande subculturen behoor je binnen je nationale groep? •• streek •• etnische groep •• godsdienst •• taal 3 In welke opzichten verschil je van andere groepen van je nationaliteit door je antwoorden op vraag 2? 4 Hebben één of meer van onderstaande aspecten invloed gehad op je cul- tuur? Zo ja, beschrijf die invloed. •• geslacht Tot nu toe hebben we de verschillen in cultuur tussen landen benadrukt, maar er zijn natuurlijk ook overeenkomsten. Figuur 1.8 toont de overlap tussen normen en waarden in de Franse en de Amerikaanse cultuur. De x-as geeft de normen en waarden weer, en de y-as het percentage mensen dat een bepaalde norm of waarde heeft. In beide culturen komen nagenoeg dezelfde normen en waarden voor (lichtblauwe deel), maar de verdeling verschilt. De normen en waarden die vrijwel alle Fransen hebben (piek A) zijn niet dezelfde als de normen en waarden die vrijwel alle Amerikanen hebben (piek B). Naarmate culturen meer van elkaar •• generatie •• opleiding

A B

100%

Franse cultuur

Amerikaanse cultuur

80%

60%

40%

20%

0%

normen en waarden

Figuur 1.8 Cultuur als normale verdeling (Trompenaars en Hampden-Turner, 2013: 41)

27

1 Interculturele communicatie

verschillen, liggen de pieken verder uit elkaar. Eenzelfde figuur voor de Japanse en Nederlandse cultuur zou een grotere afstand tussen de pieken vertonen, om- dat er minder normen en waarden zijn die in beide culturen voorkomen. Als leken over cultuurverschillen spreken, hebben ze het vooral over die ver- schijnselen die helemaal niet of zelden in hun eigen cultuur voorkomen: de om- cirkelde delen in figuur 1.8. Veel Amerikanen noemen de Fransen bijvoorbeeld flamboyante, autoritaire, arrogante, emotionele stokbroodeters en veel Fransen noemen de Amerikanen naïeve, agressieve, werkverslaafde hamburgereters. Men noemt dit stereotypering. Kennis van de stereotypen is nuttig omdat je dan enig idee hebt wat je kunt verwachten in een andere cultuur: het zal je bijvoorbeeld niet verbazen dat een Franse bakker geen halfje volkoren voor je heeft. Maar goe- de kennis van een andere cultuur is meer dan kennis van de stereotypen. Het is ook kennis van de normen en waarden van de andere cultuur die (in mindere of meerdere mate) ook in de eigen cultuur voorkomen. Daarnaast moet je natuur- lijk weten welke praktijken en waarden anders zijn dan in je eigen cultuur.

Figuur 1.9 Stereotypen van Afrikanen, Chinezen en Nederlanders uit de Carnaval Festival-attractie in pretpark De Efteling

Oefening 1.7  Stereotypen

In elk land worden er moppen verteld over ‘de buren’. De Belgen hebben Hol- lander-moppen: een Nederlander is de verf van zijn garagepoort aan het af- krabben. Zijn buurman ziet dat en vraagt: ‘Ga je schilderen?’ De Nederlander antwoordt: ‘Nee, ik ga verhuizen.’ En de Nederlanders hebben Belgenmoppen: ‘Wat doen de Belgen als ze een helikopter horen? Ze lopen naar buiten om brood te strooien.’ Deze moppen zijn meestal gebaseerd op stereotypen als ‘Belgen zijn dom’ en ‘Nederlanders zijn gierig’. 1 Kun je nog andere moppen vertellen over Belgen of over Nederlanders? 2 Kun je moppen vertellen over andere culturen dan de Belgische en Neder- landse?

28

1.3 Wat is communicatie?

3 Als je een andere nationaliteit dan de Belgische of Nederlandse hebt, welke grappen maken buitenlanders over jouw nationaliteit? Welke buitenlanders zijn dat, en waarom doen ze dat? 4 Waar denk je dat de stereotypering uit bovenstaande vragen vandaan komt?

Voor iemand die een vreemde taal leert, is het van belang ook cultuur met een kleine c te kennen van de landen waar die taal een belangrijke voertaal is, want dan pas kun je er goed functioneren. Bovendien kunnenmoedertaalsprekers zich nauwelijks voorstellen dat iemand die hun moedertaal goed spreekt, dingen doet die indruisen tegen de waarden en praktijken van hun cultuur. Als iemand met een gebrekkige kennis van de moedertaal dat doet, is er vaak wel enig begrip voor. Kennis van de cultuur met een kleine c is van groot belang om communicatief adequaat te kunnen functioneren, misschien nog wel van groter belang dan een perfecte uitspraak en beheersing van de grammatica. Daarbij moet je je realiseren dat taal en cultuur niet altijd een een-op-een relatie hebben: de Amerikaanse cul- tuur met een kleine c is anders dan de Britse. Dat geldt ook voor het Nederland- se taalgebied: Nederland en Vlaanderen verschillen sterk van elkaar qua cultuur (zie paragraaf 4.2). Wil je in beide gebieden goed functioneren, dan moet je op de hoogte zijn van de verschillen en overeenkomsten in cultuur met een kleine c tussen Nederland en Vlaanderen. Daarnaast moet je weten welke verschillen er zijn tussen je eigen cultuur en de Vlaamse en Nederlandse culturen. Daar gaan hoofdstuk 4 en 5 over. Natuurlijk zijn er tal van publicaties waarin ook de cultuur met een kleine c aan de orde komt. Daarin gaat het meestal om de makkelijk waarneembare aspecten van cultuur, zoals de symbolen, helden en rituelen (zie figuur 1.2); met andere woorden, het topje van de ijsberg uit figuur 1.6. Zoals gezegd leiden die niet zo snel tot communicatieproblemen als verschillen in waarden. In dit boek wordt daarom juist aan die verschillen in waarden veel aandacht besteed. Zolang als men communicatie bestudeert, probeert men het communicatiepro- ces in modellen weer te geven. Deze modellen geven inzicht in de aspecten die bij communicatie een rol spelen. Bovendien laten veranderingen in de modellen zien dat men zich in de loop der jaren steeds beter is gaan realiseren dat cultuur met een kleine c een belangrijke rol in de communicatie speelt. Dat illustreren we in deze paragaaf aan de hand van een beschrijving van het model van Shannon en Weaver uit 1949, een van de oudste communicatiemodellen, en van een beschrij- ving van een recenter model van Targowski en Bowman (1988). Wat is communicatie?

1.3

29

1 Interculturele communicatie

Shannon en Weaver werkten in de laboratoria van Bell, van het telecombedrijf American Telephone & Telegraph (AT&T), aan de verbetering van telecommu- nicatie. Zij ontwierpen daarvoor een model voor het verzenden van boodschap- pen via de telefoon (zie figuur 1.10).

decodering

codering

verzonden boodschap

ontvangen boodschap

bron

bestemming

zender

ontvanger

kanaal

luisteren

repertoire A

repertoire B

Figuur 1.10 Communicatiemodel van Shannon en Weaver (1949) (Boves en Gerritsen, 1995: 308)

Met de bron wordt het brein bedoeld van persoon A, de zender. Het brein be- denkt een boodschap en codeert die zo dat die verzonden kan worden en door het brein van persoon B, de ontvanger, gedecodeerd kan worden. Het kanaal dat de zender gebruikt, is in dit model de telefoon en daarom is de boodschap geco- deerd in gesproken woorden in een bepaalde taal. De zender put uit zijn reper- toire van woorden en betekenissen om de boodschap in woorden te coderen en de ontvanger uit het zijne om de woorden te decoderen. Volgens dit model kan communicatie slechts door twee aspecten worden be- lemmerd. In de eerste plaats door de technische transmissie van de codes, die mogelijk niet goed verloopt. De telefoonlijn kan bijvoorbeeld ruisen. In de twee- de plaats door het repertoire van de verzender, dat mogelijk verschilt van dat van de ontvanger. In dat geval kent de ontvanger aan de code een andere bete- kenis toe dan de zender bedoelt. Deze vorm van miscommunicatie komt vooral

30

Made with